zondag 14 mei 2023

293. Naar Warschau

[Wat voorafging]

De reis naar Warschau is op deze zesde december begonnen met de gewone optocht van Mercedessen naar Frankfurt. Brandt was rustig en zelfverzekerd, ondanks de oorverdovende ruzie die hij eerder die ochtend heeft gehad met Rut. Hij heeft er zich mentaal bij neergelegd dat hun huwelijk bezig is ineen te storten, al is het verval voor zover hij weet, tot dusver niet aan de façade af te zien. Vanuit de auto, leek er in ieder geval geen vuiltje aan de lucht. De vlaggen wapperden. De zon scheen zowaar een beetje. Boven de auto’s dwarrelde, toen de stoet zich in beweging zette, een rommelige vlucht duiven. Brandt zelf zat uiteraard in de voorste auto, naast zijn minister van buitenlandse zaken Walter Scheel, die zich bezig hield met het doornemen van een stapel documenten. De eerste kilometers reden ze langzaam, door de straten van Bonn, waar sporadisch mensen stopten met hun bezigheden om naar de regeringsauto’s te wuiven. Daarna draaiden ze de snelweg op, en maakten meer vaart. De logistiek was zo perfect als je van Duitsers mocht verwachten. Om 12.15 u reden de eerste van de begeleidende motoren het vliegveld op. Om 12.20 u stopte Brandts auto voor de wachtende regerings-Boeing, een vliegtuig dat zo volmaakt in de roomkleurige verf was gezet, dat het van enige afstand leek of het hierheen was gereden uit een banketbakkerij.
Inmiddels vliegen ze al bijna een uur. Het begin van de vlucht heeft Brandt gebruikt om de meereizende journalisten in staat te stellen hem te interviewen. Niet lang. Een half uurtje heeft hij, voor de deur staand van het officiële deel van het vliegtuig, samen met Scheel, de te verwachten vragen over het verdrag met Polen beantwoord. Hij was ontspannen, bijna joviaal, altijd op zijn gemak in de omgang met het journaille waar hijzelf tenslotte, lang geleden, heel lang geleden, tot op zekere hoogte ook zelf deel van heeft uitgemaakt. Toen zijn ondervragers zich begonnen te herhalen, maakte hij er een eind aan, want de druk op zijn blaas begon hinderlijk te worden. Toen hij zich omdraaide en naar de klink van de deur greep, had een van de journalisten, iemand die hij niet kende, zijn naam geroepen.
‘Herr Brandt, Willy Brandt, alstublieft, een bak.
Hij maakte een afwerend gebaar. ‘Nee, nee.’
Ze zeggen dat u er wel duizend kent.’
Hij deed de deur open.
‘Eén bak. ‘
Een ogenblik aarzelde hij. Toen draaide hij zich om.
‘Ken je die van die vent die een ijsbeer wilde schieten?’
‘Nee, alsjeblieft,’ zei Walter Scheel preuts, ‘dat is zo’n smerige.’
‘O, je kent hem?’
‘Je doet het er om he,’ riep een van de journalisten.
Brandt brulde van het lachen.
Hij liet Scheel voorgaan, sloot de deur achter zich en stapte het toilet in.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...