In ieder geval is het hem gelukt sinds zijn aantreden als Bondskanselier, eind ‘69, een flink deel van zijn buitenlandpolitieke agenda te realiseren. In maart heeft hij bij een bezoek aan de DDR zijn Oost-Duitse counterpart, die ellendige Willi Stoph, weten vast te pinnen in een positie die onontkoombaar moet leiden tot afbrokkeling van politieke steun. Stophs tegenbezoek, in mei, is, ondanks een boel gesodemieter met demonstranten, geen moment echt uit de hand gelopen. In augustus heeft hij goede sier gemaakt in Moskou. In mindere mate misschien bij de Russische president, Kosygin, die een maar al te bekend type apparatsjik bleek te zijn, maar met Leonid Brezjnev, de secretaris-generaal, die de coming man is, heeft het op een socialistisch-realistische manier onmiskenbaar geklikt. De man had op zijn manier gevoel voor humor.
En nu is hij onderweg naar Warschau, voor wat, als je de gevoeligheden in aanmerking neemt, zowel thuis als in Polen, het misschien wel penibelste onderdeel is van zijn missie. Maar wel een onderdeel dat, als hij het met succes weet te bekronen, geweldige perspectieven biedt voor het aanknopen c.q. verbeteren van relaties met de andere landen in Oost-Europa. En voor het verhogen van de politieke druk op de machthebbers in die andere staat in Duitsland.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten