Glad zijn ze wel. Konopka onderhandelt taai en boos over de paar handvuurwapens die ze aan de beweging kunnen leveren, en sluit de onderhandelingen uiteindelijk met succes af. Maar als zij en Kranz tegen elven, op het laatst afgesproken tijdstip, op het Frankfurter Hauptbahnhof arriveren, breekt daar onmiddellijk de pleuris uit. Karsten Raabe is inmiddels in het gezelschap is van zijn vriendin Liliane en van een nurks hippie-meisje, een nieuw groepslid dat luistert naar de naam Astrid. Liliane en Astrid zijn die middag als kwartiermakers aangekomen uit Berlijn. Raabe is in een duivels humeur. Kwart over elf, schreeuwt hij, op zijn horloge tikkend. Kwart over elf.
Konopka verontschuldigt zich. Het lukte echt niet eerder.
‘En hoe moet het nu?’ snauwt hij. ‘Er is hier niets, weet je, helemaal niets. Terwijl morgen…’
Konopka verontschuldigt zich. Het lukte echt niet eerder.
‘En hoe moet het nu?’ snauwt hij. ‘Er is hier niets, weet je, helemaal niets. Terwijl morgen…’
‘Ja, ja,’ bitst Konopka.
‘Waar moeten de Berlijners worden ondergebracht?’
‘Weet ik veel.’ Konopka is lichamelijk en geestelijk bekaf, en niet in staat de discussie over te doen die ze gistermiddag ook al gevoerd heeft. Kranz bemoeit zich ermee. ‘Er is toch plaats genoeg,’ brengt hij onhandig in het midden. ‘We hebben het huisje in Rühle. Er is een huis in Hannover.’ En er kunnen mensen in Keulen ondergebracht worden. En in Heidelberg. ‘En je hebt ook het weekendhuisje van Louis,’ zegt hij Konopka aankijkend. ‘In Manderscheid. Dat is heel comfortabel.’
‘Weet ik veel.’ Konopka is lichamelijk en geestelijk bekaf, en niet in staat de discussie over te doen die ze gistermiddag ook al gevoerd heeft. Kranz bemoeit zich ermee. ‘Er is toch plaats genoeg,’ brengt hij onhandig in het midden. ‘We hebben het huisje in Rühle. Er is een huis in Hannover.’ En er kunnen mensen in Keulen ondergebracht worden. En in Heidelberg. ‘En je hebt ook het weekendhuisje van Louis,’ zegt hij Konopka aankijkend. ‘In Manderscheid. Dat is heel comfortabel.’
Konopka wendt zich af, maar Raabe legt een hand op haar arm, en schreeuwt haar kwaad in het gezicht. ‘Er is niets geregeld, Anna. Er is niets geregeld godverdomme!!’ Liliane probeert hem te kalmeren, maar hij is helemaal door het lint. De afspraak was toch duidelijk? Of niet soms? De twintigste. De twintigste. En in Frankfurt. Daar zouden ze zich verzamelen. Om er te discussiëren en de strategische lijnen uit te zetten waarlangs ze verder te werk zouden gaan. Op basis van Anna´s voorstellen. Dat was de afspraak. He? Van Anna´s voorstellen. Maar er zijn natuurlijk ook geen voorstellen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten