[Wat voorafging]
Tot overmaat van ramp duikt op zondag 6 december, Sinterklaasdag, toch Schneider weer op. Kennelijk komt hij niet onverwacht. Hans begroet hem hartelijk. Ze hebben zelfs even een onderonsje, met veel gegrijns, en quasi-speels gestomp. Maar daarna zoekt Schneider een plek ergens in een hoek van het vertrek. Konopka kijkt hij geen enkele keer aan. Als een geslagen hond, denkt ze. Hij zoekt aansluiting bij Herbert, die zich nog steeds een beetje als een buitenbeentje aan de rand van de groep beweegt. Het is een onmogelijke situatie, die godzijdank niet lang duurt. Al de volgende dag komt Liliane triomfantelijk terug van een bezoek aan vrienden. Ze heeft er iemand ontmoet die beschikt over de sleutels van een leegstaand gebouw, een seminarie ergens in het Teutoburgerwoud, een kilometer of zeven van Bad Rothenfelde. Hans is enthousiast. Een seminarie, dat bevalt hem. Hij heeft het katholicisme natuurlijk al lang achter zich, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Klasse, zegt hij. Er is nog een hoop te bespreken, en hier in Frankfurt is de sfeer daar eigenlijk niet geschikt voor. Ze kunnen hier sowieso niet veel langer blijven. Hij kijkt de kamer rond, laat zijn blik langs Eva glijden, en knikt tenslotte Konopka toe. ‘Anna, misschien is het goed als jij daar een kijkje neemt.’Eva knikt.‘En weet je wat, Mehmet, dat is toch je partner?’Wat zegt Eva ervan, is het een goed idee als Anna hem meeneemt?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten