Irmgard Konopka wordt wakker uit een van haar nachtmerries. Een cascade van onsamenhangende beelden, die ermee eindigt dat ze op haar horloge kijkt en ziet dat de wijzerplaat op de kop staat. Terwijl ze nog slaapt, bedenkt ze dat ze het horloge verkeerd moet hebben omgedaan. Maar op het moment zelf dat ze haar ogen open doet, weet ze dat dit droombeeld zonder twijfel een afbeelding is van de dood.
Ze is alleen. Hoe laat is het? Nog nacht? Het is aardedonker. Er is geen geluid te horen. Waar is ze? Het seminarie. Het seminarie in Bad Rothenfelde. Gisteren zijn ze er aangekomen. Van dinsdag op woensdag heeft ze met Schneider in een hotel geslapen. Op woensdagmorgen waren ze al vroeg in de benen om het seminarie gaan bekijken. Wat ze vonden overtrof alle verwachtingen. Een oerlelijk toffelemoons gebouw, laag en horizontaal, opgetrokken in lichtgele en groengeglazuurde baksteen, en verschanst, diep in donkere Teutoburger naaldbossen. Van binnen was het gebouw kaal, met gestuukte wanden en gemetselde bogen, en in deze tijd van het jaar door en door koud.
Maar geschikt. Zonder twijfel geschikt. Ze belde naar Frankfurt, om te melden dat de groepsleden konden komen. En ze lieten er geen gras over groeien. Rond het middaguur arriveerden Eva en Hans, in het gezelschap van Raabe en zijn vriendin Liliane. Later druppelden ook de andere groepsleden binnen, Bauschwitz, Schöngeist, Teeny, en de nieuwe gezichten: Astrid, Andrea en Herbert Schultz. Uwe Kranz was de laatste. Die kwam uit Wörth, waar hij spullen had opgehaald uit de vakantiebungalow.
De intocht van de groepsleden ging gepaard met het gebruikelijke gekissebis. Teeny stampte rond en kankerde op alles en iedereen. Bauschwitz lag overhoop met Astrid, met wie hij zou moeten samenwerken. Andrea en Herbert Schultz, die ook als paar zouden gaan werken, keken elkaar niet aan. Schöngeist zweeg, bleek en verbeten.
Kranz noemde het onderkomen, toen hij arriveerde, een gribus, maar hij vertrok, ijverig als altijd, met Raabe naar Bielefeld, om daar in te slaan wat hij niet had meegenomen uit Wörth. Extra matrassen, kachels, lampen. En proviand natuurlijk. Terwijl de rest van de groep mokte of ruziede, sjouwden en zwoegden zij, en slaagden er uiteindelijk in om in het refter, dat als gemeenschappelijke ruimte gebruikt zou worden, bewoonbaar te maken. De stroomvoorziening werd in orde gebracht en er werden twee oliekachels geïnstalleerd. Een derde oliekachel werd neergezet in het voormalige appartement van de rector, dat bestemd was als huisvesting voor Hans en Eva. Zij hadden, gezien de ontberingen die ze zo lang hadden moeten doorstaan, het meeste recht op privacy. Pas laat in de avond werden er, bijna steels, voorzieningen getroffen zodat ook Anna, als zij dat wenste, ongestoord zou kunnen werken.
En slapen natuurlijk.
De intocht van de groepsleden ging gepaard met het gebruikelijke gekissebis. Teeny stampte rond en kankerde op alles en iedereen. Bauschwitz lag overhoop met Astrid, met wie hij zou moeten samenwerken. Andrea en Herbert Schultz, die ook als paar zouden gaan werken, keken elkaar niet aan. Schöngeist zweeg, bleek en verbeten.
Kranz noemde het onderkomen, toen hij arriveerde, een gribus, maar hij vertrok, ijverig als altijd, met Raabe naar Bielefeld, om daar in te slaan wat hij niet had meegenomen uit Wörth. Extra matrassen, kachels, lampen. En proviand natuurlijk. Terwijl de rest van de groep mokte of ruziede, sjouwden en zwoegden zij, en slaagden er uiteindelijk in om in het refter, dat als gemeenschappelijke ruimte gebruikt zou worden, bewoonbaar te maken. De stroomvoorziening werd in orde gebracht en er werden twee oliekachels geïnstalleerd. Een derde oliekachel werd neergezet in het voormalige appartement van de rector, dat bestemd was als huisvesting voor Hans en Eva. Zij hadden, gezien de ontberingen die ze zo lang hadden moeten doorstaan, het meeste recht op privacy. Pas laat in de avond werden er, bijna steels, voorzieningen getroffen zodat ook Anna, als zij dat wenste, ongestoord zou kunnen werken.
En slapen natuurlijk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten