Hij knikt.
Ze rookt.
Maar plotseling wordt ze weer door wantrouwen bevangen.
‘Weet je zeker dat we niet gevolgd worden,’ zegt ze.
Ze tuurt in het achteruitkijkspiegeltje.
‘Nee, nee, dat is uitgesloten,’ zegt hij.
‘En je kleren, je spullen?’
‘Wat bedoel je?’
‘Microfoons. Radiosignalen.’
‘Ben jij gek. Dit is geen spionageroman.’
‘Nee,’ zegt ze. ‘Een politiestaat. In laatste instantie een politiestaat.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten