Gerhard wordt ondervraagd door een team van de Verfassungsschutz. Geen Meyer, geen Treppke. Wel aanwezig is een dikke middelbare man, die niets zegt. Waarschijnlijk iemand van de Amerikanen, Gerhard kent hem niet. Het begint ermee dat ze hem doorzagen over de gebeurtenissen sinds dinsdag. Wanneer heeft hij gemerkt dat hij werd geobserveerd? Hoe had hij zich aan het observatieteam weten te onttrekken? Waar was hij, tussen dinsdag en vrijdag? Met wie had hij contact gehad? Gerhard beantwoordt hun vragen naar waarheid. Lusteloos. Zo nu en dan aan de schrammen op zijn gezicht voelend.
‘U bent gewond?’
‘Wanneer is dat gebeurd? Bij uw aanhouding?’
‘Mijn vrouw is dood,’ zegt Gerhard.
Dat leidt tot enige verwarring. Een van zijn ondervragers verlaat het vertrek, en komt al na enkele minuten terug. Hij fluistert iets tegen zijn collega en de derde man.
‘Dat is verschrikkelijk,’ zegt de collega, ‘gecondoleerd.’
Verder maken ze er geen woorden aan vuil. Ze concentreren zich op de dagen na dinsdag.
‘Goed, op woensdag was u in uw hotel. Maar donderdag?’
Hij schudt het hoofd. ‘Niets,’ zei hij.
‘Op donderdag was u ook in uw hotel?’
Hij zwijgt.
‘U was niet in uw flat,’ zegt een van de twee. ‘We hadden daar permanente bewaking, en u bent er niet gesignaleerd. En op vrijdag ook niet. Tot u bent aangehouden,’ hij kijkt in zijn papieren, ‘om half drie,’ zei hij.
Gerhard grijnst pijnlijk.
‘Daarvoor was ik er ook,’ zegt hij.
‘Dat is onmogelijk.’
‘Want er was permanente bewaking,’ zegt Gerhard sarcastisch.
‘U wilt toch niet zeggen dat er géén bewaking was!’ snauwt de man.
‘Ik heb drie dagen in het bos gelopen, zegt Gerhard. ‘In dit trainingspak.’ Hij trekt aan de klamme stof van zijn broek.
Zijn ondervragers kijken elkaar aan, en ontwijken de blik van de zwijgende Amerikaan. De ondervraging wordt afgebroken. Een van de jongemannen die hem hebben aangehouden betreedt het vertrek en brengt Gerhard naar boven, naar de eerste verdieping, terwijl zijn ondervragers hun huiswerk gaan doen.
Het vertrek waar hij wordt ingesloten lijkt op een hotelkamer. Een vloerbedekking van oranje nylon, en een gestuukt plafond dat hint op een eerder, waardiger bestaan. De ramen kijken uit op het park om het huis. Met traliewerk. Geen tv, geen radio. Maar verder van alle gemakken voorzien. Er ligt zelfs een bijbel, dundruk, in een kaft van slap lichtbruin plastic, met alleen de tekst van het Nieuwe Testament. Aan een haakje in de kledingkast vindt hij zijn eigen pak, precies zoals hij het heeft achtergelaten voordat hij zijn trainingsronde ging maken. Hij is niet eens verbaasd. Het Bundesamt für Verfassungsschutz staat voor niets. Hij verwisselt opgelucht zijn trainingspak voor normale kleding.
maandag 17 juli 2023
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
[Wat voorafging] Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. D...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten