‘Maar met welk doel?’
Hij vraagt het ronduit, en zijn ondervragers kijken elkaar peinzend aan.
En hakken de knoop door.
‘Onze Amerikaanse collega’s,’ zegt de hoofdondervrager, ‘zijn van mening dat uw operatie er in feite op was gericht om een van de kopstukken van het Roodfront uit te schakelen.’ Hij pauzeert even, en kijkt Gerhard diep in de ogen. ‘Irmgard Konopka.’
Gerhard fronst zijn wenkbrauwen.
‘Zelf denken wij daar anders over,’ vervolgt de man.
‘Kent u,’ zegt zijn collega, in zijn papieren rommelend, ‘kent u ene Kasinke? Horst Kasinke?’
Kent hij Schulze?
Kent hij Backofen? Kessler?
Kent hij Metzger? Stanislaus Metzger.
‘Of Stan, of Stanley, Stanko, Stasiek, Stach.’
Ze zagen hem daar meer dan een uur over door. Zonder bar veel te weten. Dat Kasinke hem heeft gevolgd, is hun niet bekend. Evenmin als dat Metzger hem eind november, na zijn terugkeer uit Berlijn, bij zijn flat heeft opgewacht. Sectie Vier, ja. Allemaal namen die ooit betrokken zijn geweest bij operaties van Sectie Vier. Maar Sectie Vier bestaat niet meer, benadrukt hij. Dat is verleden tijd. Rechtsradicalen? Dat is mogelijk. Maar dat is zijn zaak niet.
En hijzelf?
‘Ik ben lid van de SPD,’ zegt Gerhard onwillig.
‘Van de SPD?’
‘Slapend lid.’
En hij heeft geen rechtsradicale sympathieën?
Het wordt steeds duidelijker waar ze naar toe willen. Zo absurd als het is, het begint tot Gerhard door te dringen dat deze mannen van de Binnenlandse Veiligheidsdienst in alle ernst denken, dat hij bezig is, met Schneider en met de neonazi’s, een aanslag voor te bereiden op de Bondskanselier. Een aanslag die in de schoenen moet worden geschoven van de Staüberle-Konopka-beweging.
Terwijl de mannen tegenover hem vragen op hem blijven afvuren, wordt Gerhard bozer en bozer, maar hij verbergt zijn woede, terwijl hij de vragen, die steeds absurder worden, naar beste weten beantwoordt.
Het enige wat hij voor hen verborgen houdt is de link met Irmgard Konopka.
Maar die is niet aan de orde.
Dat is een privéaangelegenheid.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten