[Wat voorafging]
Inmiddels is het woensdagmiddag, en Hahn heeft een afspraak met een oude vriend. Maximilian Krebs is net als Hahn zelf politicoloog. Maar een van een afwijkend type. Krebs heeft zich in zijn studietijd, net als alle politicologen in die dagen, bezig gehouden met de Kritik der politischen Ökonomie, maar waar anderen hun kennis doorgaans uit de tweede hand hadden, heeft Krebs zich maandenlang koppig beziggehouden met Marx’ oorspronkelijke tekst. Waarmee hij zich het onbetwiste recht verwierf zelfs bij de onnozele halzen die op de faculteit de dienst uitmaken, alles wat naar Marxisme zweemt voortaan minachtend terzijde te schuiven. Krebs is met lof afgestudeerd.Maar hij heeft zijn papieren nooit te gelde gemaakt. Na zijn doctoraal heeft de man voor zover Hahn weet nooit een echte baan gehad. Hij is journalist, wordt gezegd, maar Hahn heeft nog nooit een artikel van zijn hand onder ogen gehad. In ieder geval heeft hij altijd geld genoeg. Er zijn er die zeggen dat hij wordt betaald door de DDR, om onrust te creëren in de Bondsrepubliek. Maar dat lijkt Hahn sterk. Want veel onrust creëert Krebs niet. Hij is eerder een soort studeerkamerrevolutionair. Wel van de rechtse stempel. Hij ziet er, als Hahn hem ontmoet, altijd tiptop uit, zelfs een beetje overdreven. Bijna een karikatuur van een conservatief, in zijn donkerblauwe pak met pochet, over een gilet, zijn broek met altijd een haarscherpe vouw, en met pruillippen die een zweem van minachting uitdrukken. Zwaarwichtig, net zoals ook zijn postuur steeds zwaarwichtiger wordt. En zijn manier van zich uitdrukken. Een vrij walgelijke vent, al met al, maar een contact dat bij aangelegenheden als deze zijn waarde heeft.
De ontmoeting met Krebs vindt plaats in een lunchroom, op de markt in Bonn. Hahn is wat laat, dus gehaast als hij het etablissement betreedt. Krebs zit aan een tafeltje met achter zich een spiegelwand, die zijn rug dupliceert, met daar weer achter een replica van het interieur. Hahn treedt met uitgestoken hand op hem toe. Krebs reikt hem lui de pink aan van zijn linkerhand, terwijl hij met zijn rechterhand een wuivend gebaar maakt dat Hahn opvat als een uitnodiging om tegenover hem plaats te nemen. De man is weer dikker geworden, merkt hij op. Hij ziet eruit of hij al een eind in de veertig is.
‘Wat drink je?’
‘IJsthee,’ zegt Krebs op geaffecteerde toon.
Jezus!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten