Die donderdag is Gutschein al vroeg op kantoor, met een stapel notities die het ruwe resultaat vormen van zijn meest recente optreden, in Durlach, bij Karlsruhe. Hij heeft de spullen op zijn kamer gelegd en een voorlopige ordening aangebracht. Daarna is hij naar beneden gelopen, naar het souterrain waar Drechsler zijn niet aflatende inspanningen verricht. Ze zijn samen bezig de meest saillante details van zijn belevenissen in Durlach door te nemen, als er een wilde roffel van voetstappen hoorbaar wordt op de trap. Hahn stormt het souterrain binnen, op de voet gevolgd door Weiss.
‘Ik heb het rond,’ kraait de Hahn. ‘Ik heb het rond.
Wat is er aan de hand?
‘Ik heb het toch gezegd. Het maakt allemaal deel uit van iets groters.’
‘Nou, nou,’ zegt Drechsler kalmerend.
‘Man, je wilt het niet weten!’ roept Weiss.
Maar Hahn laat hem niet aan het woord komen. Dit wil hij zelf vertellen. ‘Die infiltratie,’ schreeuwt hij, ‘dat was gewoon onderdeel van een veel grotere operatie. Wil je het weten? Of niet? Zogenaamd he, zogenaamd hadden we een infiltrant. Maar in werkelijkheid was de hele zaak in scène gezet. Die infiltrant, dat was geen infiltrant, het was gewoon een contactpersoon.’
Hij kijkt Gutschein en Drechsler triomfantelijk aan.
Iemand die onder het mom van infiltratie wapens levert aan die Roodfrontlui, en andere benodigdheden. Maar het is een dekmantel. In werkelijkheid is het helemaal niet het Roodfront dat de aanslag moet uitvoeren. ‘Het was een Sectie Vier, weet je dat. Een Sectie Vier. Een liquidatiejob.’
Hij raaskalt nog een tijd door, maar de boodschap is wel duidelijk. Hahn en Weiss zijn tot de ontdekking gekomen dat Emmerich Gerhard is belast met het uitvoeren van de opdracht om iemand te liquideren.
‘Maar wie?’ zegt Drechsler, ongeduldig. Wie moet er geliquideerd worden.
Snapte hij dat niet? Dan was hij nog stommer dan Hahn dacht. ‘Wie? Brandt natuurlijk. Brandt. De bondskanselier. ‘
Poeh.
Dat is niet gering.
Drechsler en Gutschein kijken elkaar aan, en Drechsler knipoogt.
‘En we weten ook wanneer het moet gebeuren,’ zegt Weiss.
‘Dat denken we tenminste,’ zegt Hahn.
‘Maandag,’ zegt Weiss. ‘Of dinsdag. Uiterlijk woensdag.’
‘Weet je niet,’ zegt Hahn. ‘Dinsdag begint het grote SPD-congres. Brandt wil profiteren van het krediet dat is opgebouwd met zijn Oostpolitiek. Hij logeert natuurlijk in Berlijn. Dat zijn we nagegaan. In het Slot Bellevue...’
‘Berlijn. En daar zitten zij ook,’ zegt Weiss veelbetekenend.
‘Zij?’
‘De Staüberle-Konopka-bende.’
‘Zo, zo,’ zegt Drechsler ironisch.
zaterdag 29 juli 2023
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
[Wat voorafging] Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. D...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten