‘En nu?’ vraagt Gutschein.
‘Hoezo en nu?’
‘Wat gaan jullie met die kennis doen?’
‘Wat wil je dat ik ermee doe?’ zegt Hahn een beetje beteuterd.
‘Je zult de bevoegde instanties op de hoogte moeten stellen, of niet?’
‘Ha,’ zegt Weiss. ‘Fischler? Die is er niet. En Kaminsky is dronken.’
‘Meld het maar in Düsseldorf,’ zegt Drechsler sarcastisch.
‘Düsseldorf?’
‘Het steunpunt.’
‘Dat bestaat niet meer,’ zegt Hahn.
‘Je moet ermee naar de politie,’ zegt Gutschein ernstig.
‘Welke politie?’ zegt Weiss.
‘Ja godverdomme,’ zegt Gutschein.
Maar Hahn schudt het hoofd. ‘Dit is inlichtingenmateriaal,’ zegt hij.
‘Ga dan naar de Verfassungsschutz,’ zegt Drechsler.
Maar daar moet Hahn niets van hebben. Hij schudt het hoofd. ‘Het is nog niet rijp,’ zegt hij.
‘Wat bedoel je?’
‘Er zijn nog open eindjes,’ ijvert Weiss.
‘We studeren er nog op,’ zegt Hahn pedant.
Drechsler knipoogt tegen Gutschein. ‘Jij doet toch die informatiebijeenkomsten?’ zegt hij.
‘Wat voor informatiebijeenkomsten,’ zegt Weiss wantrouwend.
‘Norbert Gutschein reist tegenwoordig de politiekorpsen in het land af.’
‘En wat is daar mee?’
‘Misschien kan hij het meenemen in zijn presentaties.’
Weiss reageert boos, maar het dringt al snel tot de heren door dat Drechsler een grapje maakte. Ze praten nog wat, ze grinniken nog wat, en het eindigt ermee dat ze samen de trap oplopen, naar de keuken, om koffie te drinken. Vreemd is dat, het lijkt wel of Hahns verhaal de verhoudingen op het kantoor aan de Liebknechtstrasse goed heeft gedaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten