Die middag zijn Hahn en Weiss niet op kantoor. Misschien zijn ze inderdaad met hun hersenspinsels naar de politie gegaan. Gutschein heeft geen idee. Hij heeft een gesprek met Kaminsky. Bij zijn reis naar Durlach is hij getipt over terroristische propaganda in communes en dat wil hij aan de kleine senioronderzoeker voorleggen.
Nu de coördinator er niet is.
Dat is gelijk tegen het zere been.
‘Coördinator? Welke coördinator?’
‘Herr Gerhard…’
‘Herr Gerhard,’ roept Kaminsky boos, ‘Herr Gerhard.’
‘Wat hebt u toch tegen Herr Gerhard?’ zegt Gutschein.
Alles!
‘Dat is toch een bekwame politieman.’
‘Vindt u dat? Vindt u dat echt?’
‘Ik heb altijd…’
‘Dat is een proleet meneer!’
‘Nou ja…’
‘Wat die man allemaal op zijn geweten heeft!’
‘Ik weet niet hoor,’ zegt Gutschein, met een kwaad geweten.
In feite is dit natuurlijk uitlokking.
‘Die man, dat is de beul van de dienst,’ zegt Kaminsky.
De beul? Van de dienst? Dit overtreft Gutscheins stoutste verwachtingen. Hij is perplex.
‘Dat weet u niet he. Maar het is een feit. Die man is jarenlang de beul van de dienst geweest. Een huurmoordenaar meneer. Iemand die “speciale opdrachten” uitvoerde. Sectie Vier, als u dat wat zegt. En wat voor speciale opdrachten dat waren, dat kunt u wel raden.’
Gutschein kijkt hem verward aan.
‘Aha,’ zegt Kaminsky. ‘Dat kunt u niet raden. Nou, laat ik u dan zeggen, meneer, dat Emmerich Gerhard de man is die verantwoordelijk was voor de liquidaties. Al sinds de jaren vijftig. Al daarvoor.’ Maar uiteindelijk is dat allemaal op niets uitgelopen, gaat hij verder. ‘Een mislukkeling,’ zegt hij. ‘Die mag zijn laatste jaren hier op kantoor slijten…’
‘Ja maar nu…’
‘Ja, ja,’ zegt Kaminsky. ‘Ik weet wat u bedoelt. Maar dat is toch belachelijk. Een liquidatieactie, tegen iemand als Irmgard Konopka, die toch, wat je er ook van denkt, een vooraanstaand iemand is, een van de briljantste persoonlijkheden in de Bondsrepubliek…’
‘Tegen mevrouw Konopka?’ zegt Gutschein lam.
‘Ja,’ zegt Kaminsky. ‘Wat dacht u anders?’
‘Er wordt gezegd,’ zegt Gutschein voorzichtig, ‘dat het misschien allemaal nog veel erger is.’
Kaminsky lacht zelfingenomen.
Werkelijk?
‘Ze zeggen dat ze het op de Bondskanselier gemunt hebben.’
Kaminsky kijkt hem even aan.
En barst dan uit in een smadelijk gelach.
maandag 31 juli 2023
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
[Wat voorafging] Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. D...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten