‘Hij is ziek. Hij is ziek in zijn hoofd. Ik heb er niet om gevraagd om aan hem gekoppeld te worden. Met Rosi samen…’
‘Hij en jij zijn gekoppeld. En je weet hoe dat zit.’
Teeny knikt gehoorzaam.
‘Nou, hoe?’
‘Hans heeft het beslist.’
‘Ja?’
‘Na de bankoverval in Berlijn.’
‘Na de bankoverval,’ herhaalt Konopka.
‘Hij is een ei,’ barst Teeny uit. ‘Toen die klootzakken, die NPD-klootzakken, de zaak wilden overnemen, toen was hij de eerste die op de grond lag. Als ik er niet was geweest…’ Ze kijkt Konopka smekend aan. ‘Ik heb die Herzog-lul neergeknald. Als ik er niet was geweest, dan had Hans geen schijn van kans gehad. Dan waren ze met al het geld weggekomen. En nou flikt hij me dit. Nou moet ik samen met dat ei. Terwijl die alleen maar als een stom schaap heeft liggen blèren.’
Konopka knikt.
‘En daarom verdom jij het om een vinger uit te steken.’
Teeny pruilt, en kijkt naar de grond.
‘Je kunt gaan,’ zegt Konopka. ‘Trek maar een jas aan en wacht in de vestibule, tot ik hier klaar ben.’
zaterdag 5 augustus 2023
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
Vrijdag 9 oktober 1970. Berlijn. We zijn in de woning aan de Gierkeplatz van Rudolf Otto Boot-Jürgens. Professor Doktor. Emeritus. Boot-Jürg...
-
[Wat voorafging] Het Roodfront, de Staüberle-Konopka-groep, is voor het Bureau van Emmerich Gerhard een hoge, misschien wel de hoogste prior...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten