Schöngeist kijkt op.
Ze wrijft zich peinzend in de handen. Het is koud.
‘Dat was het dus,’ zegt ze.
Hij kijkt haar wezenloos aan.
‘Geen lolletje zeker.’
Hij begint geluidloos te huilen.
‘NPD he? Hans moet krankzinnig geweest zijn. Wat zei hij? Professionals zeker. Betrouwbare jongens. En ondertussen naaiden ze hem. Wat zei Eva?’
Schöngeist haalt zijn schouders op.
‘Eva gaat waar Hans gaat. Of andersom. Daar kom je niet tussen. Maar jij had toch beter moeten weten. Jij kent de partijdiscipline. Jij bent een kader. Godverdomme. En wij maar plannen maken. En discussies voeren. Hoe verhoudt zich dat, he, tot de doelstellingen van onze strijd? En, eh, wat is de relatie, he, met de bevrijdingsbewegingen in de derde wereld, he! En wat zouden ze er van vinden in de zone! En Hans haalt zo maar 640 mille weg!’
Ze kijkt hem onderzoekend aan. ‘We zijn veel te passief. We hebben geen initiatief. We maken ons kopzorgen over de zuiverheid van onze strijd. En Hans haalt met een stelletje neonazi´s een bank leeg. Zijn ze dood?’
Schöngeist knikt.
‘Allemaal?’
Schöngeist schraapt zijn keel. ‘Eentje.. eentje is er weggekomen.’
Konopka knikt. Ze gaat op de enige bank zitten die in het vertrek staat, schuin tegenover Schöngeist, die nog steeds in de vensterbank zit.
‘Allemaal?’
Schöngeist schraapt zijn keel. ‘Eentje.. eentje is er weggekomen.’
Konopka knikt. Ze gaat op de enige bank zitten die in het vertrek staat, schuin tegenover Schöngeist, die nog steeds in de vensterbank zit.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten