vrijdag 11 augustus 2023

382. Krämer

[Wat voorafging]

Ze grijpt naast zich, in de handtas die op de stoel naast haar open ligt, en haalt er een pakje Gauloises uit. Ze frommelt een sigaret tussen haar lippen. Vist een aansteker tevoorschijn, en slaagt er na een paar pogingen in haar sigaret aan te steken zonder daarvoor op een parkeerplaats te stoppen.
Ze neemt zich voor te handelen naar het advies van Roland Krämer, die tenslotte een oude rot is.
Het is een besluit dat haar oplucht. Dat haar even een licht, bijna lenteachtig gevoel geeft. 
Maar als ze tegenover Krämer staat, in zijn burgerlijke appartement op de zevende etage van een flatgebouw in Frankfurt, verdwijnt haar opluchting onmiddellijk. Is
‘Wat is er aan de hand, Irmgard?’ zegt Krämer ongerust.
‘Ik weet niet,’ zegt ze.
‘Is er iets gebeurd?’
‘Het is te veel voor me. Ik houd het niet uit. Alles gaat verkeerd.’
Ze begint te huilen. En wat erger is, ze schiet helemaal door in het persoonlijke. ‘Het probleem,’ zegt ze, totaal ontredderd, ‘het probleem is dat ik van niemand kan houden.’ 
Mensen zijn voor haar niet meer dan hefbomen om dingen gedaan te krijgen.
‘Wij denken daar heel anders over,’ zegt Kramer.
Ze buigt het hoofd.
‘Kom, ga even zitten. Hier, drink wat water.’
Ze drinkt. En vindt in ieder geval de moed hem aan te kijken. Roland Krämer. Zijn bleke gezicht. Zijn slecht geknipte grijze haren. Rond de vijftig is hij inmiddels. Een kleurloze man, in een confectiepak. De diepte zie je pas als je hem in zijn rustige grijze ogen kijkt. De kalmte. De totale zekerheid.
‘Vertel,’ zegt hij.
En ze kan weer coherent praten.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...