[Wat voorafging]
De rit naar Frankfurt kost Konopka bijna vier uur. In haar eentje achter het stuur heeft ze plenty tijd om alles nog eens te overdenken. In feite is ze, op het moment dat ze Emmerich Gerhard ging opzoeken, weggelopen uit de illegale strijd. Waarom? Niet om feiten te weten te komen. Wat Gerhard uitvoerde, wat zijn antiterrorismebureau uitvoerde, dat deed vanuit het gezichtspunt van de gewapende strijd nauwelijks ter zake. Dat waren kansloze bewegingen. Een aanslag op de bondskanselier? Dat was nonsens. Maar waarom dan? Om iets te weten te komen over haar gevoelens, denkt Irmgard Konopka. Ja, dat is het natuurlijk. Ze wilde weten wat ze éigenlijk voelt. Is dat gelukt? Ze denkt daar lang en ingespannen over na. Ze roept zich in herinnering wat ze tegen Gerhard heeft gezegd. Weinig. Zo bitter weinig. Veel te weinig. Alleen haar wanhoop. Die haar ook voor ze hem ontmoette al zo duidelijk voor de geest stond.
‘We zijn kwetsbare dieren.’ Dat is het wel ongeveer.
En haar gevoelens voor hem.
Maar dat was seks.
Ook politiek natuurlijk.
Maar in wat voor opzicht?
Het was de zoveelste doodlopende weg.
En ze is afgedropen. Terug naar Bad Rothenfelde.
Naar de groep.
Waar natuurlijk niets was veranderd.
En waar ze weliswaar min of meer rationeel was opgetreden.
Maar zelfs dat was bijna op een huilbui uitgedraaid.
Rationeel handelen.
Dat is het enige.
Dat uitkomst biedt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten