Tegen half elf arriveert Boot-Jürgens bij het appartement. Hij belt beneden aan en loopt onmiddellijk met behulp van zijn eigen sleutel door naar binnen, naar de lift. Als hij op de derde etage is, staat haar deur open. Zijn minnares zit, in haar merkwaardig negentiende-eeuws aandoende huiskamer, tussen de zware gordijnen en de bibelots, al met koffie op hem te wachten. Ze heeft op de tafel de kranten voor hem klaargelegd, zoals hij dat gewend is.
Hij kust haar. Ze neemt zijn jas aan en hij gaat zitten, toch een beetje melancholisch gestemd.
‘Wat is er Liebchen,’ zegt ze. ‘Ben je moe?’
Hij schudt het hoofd.
‘Jawel, je bent moe. Je ziet er afgetrokken uit.’
‘Nee, nee.’
‘Zal ik je voeten masseren?’
Hij maakt een geluid, ergens halverwege tussen afwijzing en instemming en ze knielt om zijn veters los te maken, zijn sokken uit te trekken.
Even later zit hij de kranten door te bladeren en van zijn koffie te nippen, terwijl haar zachte handen hun duivelskunsten uitvoeren met zijn magere witte voeten. Haar toewijding doet de laatste restjes somberheid verdwijnen en er wat er overblijft is een gevoel van diepe tevredenheid. Alles is goed. Hij is nog meester van zijn lot. Hij telt nog mee. Hij is nog in staat zijn partij mee te blazen. In het orkest van het leven.
De telefoon rinkelt.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
[Wat voorafging] Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. D...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten