‘Buitengewoon plezierig dat u zo snel kon komen,’ zegt hij beleefd.
Frau Treppke legt haar tas op tafel en schuift een stapel documenten op het tafelblad.
‘Dit is een ernstige zaak,’ zegt ze kil.
‘We proberen een risicoanalyse te maken,’ zegt Eberle.
‘Wat zegt de Federale Recherche?’
‘Dat is een beetje verwarrend,’ zegt Eberle. ‘Wiesbaden weet hier niets van. En de president van het Kriminalamt, Klaus Bödel, is niet bereikbaar. Onze pogingen om de voorzitter van het College van Toezicht te bereiken zijn tot dusver op niets uitgelopen.’
‘Maar deze infiltratiepoging, ik zeg met nadruk poging, is maar al te reëel,’ zegt Frau Treppke verbeten.
‘Beschikt u over documenten?’
Ze schudt het hoofd. ‘Er heeft op 27 oktober een telefonisch contact plaatsgevonden,’ zegt ze, ‘tussen Herr Bödel van het Kriminalamt, en onze president, dr. Mohr. Daarbij is Herr Mohr ervan op de hoogte gesteld dat Kommissar Emmerich Gerhard, een medewerker van de Sicherungsgruppe Bonn, opdracht heeft gekregen om een operatie uit te voeren tegen de terroristische organisatie van Staüberle en Konopka, de zogenaamde Roodfrontgroep.’
Zowel Eberle als Ludwig maken aantekeningen.
‘Er is door onze organisatie nadrukkelijk geëist dat deze operatie binnen wettelijke kaders zou plaatsvinden,’ zegt Treppke. ‘En er is aangedrongen op transparantie.’
Ludwig en Eberle knikken ernstig.
‘Maar juist die transparantie heeft tot onze spijt zeer te wensen overgelaten.’
Ze zwijgt en kijkt haar gesprekspartners beschuldigend aan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten