vrijdag 7 juli 2023

347. Dreifuss

[Wat voorafging]

Als de man van het BKA is verdreven, valt Hans-Peter Dreifuss in slaap. Hij slaapt de hele middag en het grootste deel van de avond. Als hij wakker wordt, schiet zijn wrok hem onmiddellijk te binnen. Bier helpt hier niet tegen, dus strompelt hij naar zijn studeerkamer en grabbelt naar de fles Teachers die van de tafel is gevallen.
Na twee uur ‘s nachts is hij zover. In de bijkeuken pakt hij de 5-literjerrycan, die hij daar al dagenlang bewaart, en draagt die naar de achterbak van zijn auto. Daarna stapt hij in en rijdt naar het huis Am Kuhlendahl. Het is helemaal donker. Hij stapt uit en blijft op de stoep staan. Het motregent.
‘Vuile potten! schreeuwt hij. ‘Potten! Vuile tyfushoeren!’
Maar er komt geen reactie, noch uit de villa, noch uit de huizen van de buren.
Dus maakt hij de kofferbak open, en haalt de jerrycan tevoorschijn.
Hij maakt het hekje open en loopt waggelend de tuin in.
Hij sprenkelt de benzine.
Overal.
Over de struiken.
Over de perkjes met verlepte bloemen.
Over de rand van het rietdak.
Daarna loopt hij zuchtend en bevend achteruit, en zoekt in zijn zak tot hij een doosje lucifers vindt.
Als hij de lucifer van zich afgooit, rijst er onmiddellijk een muur van vlammen op.
Hij raakt in paniek en struikelt achteruit.
Vindt zijn auto. Stapt in.
En rijdt weg.


donderdag 6 juli 2023

346. In een donkergroene Volkswagen

[Wat voorafging]

Ze slaan een zijpad in. Nog steeds tussen onafzienbare legers zwarte dennen. Irmgard Konopka lijkt te weten waar ze is. Ze kiest haar weg zonder op of om te kijken.
‘En jij?’ vraagt Gerhard.
Ze perst haar lippen op elkaar. ‘Wil je het weten?’ zegt ze.
Hij zwijgt.
‘Ik ben gek,’ zegt ze. ‘Bij mij is het nog veel erger uit de hand gelopen.’
‘Wil je je aangeven?’
Ze kijkt hem aan. ‘Hoe kom je erbij,’ zegt ze.
‘Je gaat gewoon door?’
‘Wat moet ik anders?’
Ze lopen zwijgen verder over de verende dennennaalden.
‘Mislukte politieman ontmoet mislukte terroriste,’ zegt hij grimmig.
‘Denk je?’
‘Denk jij niet?’
‘Mislukt, geslaagd? Wat betekent dat?’ zegt ze. ‘Het zijn termen voor incidenten. Als je het van een hoger abstractieniveau bekijkt, is alles vloeibaar.’
‘De geschiedenis zal er over oordelen,’ zegt hij sceptisch.
‘Denk je niet?’
‘Zeker.’
‘O, Emmerich,’ zegt ze. Het is de eerste keer dat ze hem bij zijn voornaam noemt. ‘Wat een puinzooi,’ zegt ze, ‘wat een puinzooi.’
Hij zwijgt.
‘Weet je, vanmorgen stelde Mehmet Schneider me voor te emigreren. Naar Bolivia.’
‘En? Doe je het?’
‘Wat kan ik doen?’ zegt ze. ‘Wat kan ik in vredesnaam doen?’
Hij zwijgt.
‘Er zit geen lijn in. Er is geen lijn in te krijgen. Het is net een lawine. Het overkomt je. En in godsnaam, in godsnaam…’
Ze maakt haar zin niet af.
Hij pakt haar bij de schouder en trekt haar tegen zich aan.
Maar ze houdt zich zo stijf als een plank.
‘Dat is voorbij,’ zegt ze.
‘Nee,’ zegt Gerhard. ‘Het is niet voorbij.’
‘Alsjeblieft,’ zegt ze.
Ze maakt zich los uit zijn armen en loopt weg.
Hij steekt zijn handen in zijn jaszak en kijkt haar na.
Hij heeft een erectie van pure ontroering.


woensdag 5 juli 2023

345. In een donkergroene Volkswagen

[Wat voorafging]

Ze rijdt naar een bos ergens ten oosten van de stad. Geen bekend terrein. Ze zet haar auto aan het eind van een verharde weg in de berm, en ze lopen een brede bosweg op, tussen hoge sombere dennenbomen. Er is geen mens. Er beweegt niets. De lucht is grijs, maar het regent niet.
‘Federale Recherche, he?’ zegt ze.
Hij knikt. ‘Sicherungsgruppe Bonn,’ zegt hij.
‘Sicherungsgruppe Bonn,’ herhaalt ze. Het is of ze de woorden op haar tong proeft.
‘Terrorismebestrijding,’ zegt hij. ‘Zo noemen ze het.’
Ze lacht zuur. ‘Zo noemen ze het?’
‘Politiek gemotiveerde gewelddaden.’
‘Ja,’ valt ze boos uit. ‘Aanslagen op de Bondskanselier en zo.’
Hij kijkt haar verbaasd aan. ‘Godverdomme,’ zegt hij. ‘Jij ook al?’
‘Hoe zo, jij ook al?’
‘Wat is dat voor idioot idee?’
‘Het doet de ronde,’ zegt ze. ‘En zeg me niet dat jij het niet in omloop hebt gebracht!’
‘Ik?’
‘Mehmet Schneider.’
‘Ja?’
‘Een aanslag op Brandt?’
‘O verdomme,’ zegt hij lam. ‘Dat was het helemaal niet.’
‘Nee,’ zegt ze. ‘Een infiltratiejob. Wapens leveren, en een informatiepositie verwerven. En het eind van het liedje is dat de hele groep wordt opgerold.’
Ze kijkt hem aan.
Hij knikt. ‘Ze wilden het hoog opspelen.’
‘Wie wilden het hoog opspelen?’
‘Ik weet het niet,’ zegt Gerhard onwillig. ‘Het was een dienstopdracht.’
‘Bödel?’
Hij knikt.
‘Maar wie gaf Bödel de opdracht?’
Gerhard haalt nors zijn schouders op. ‘Ik denk dat het uiteindelijk uit het Kanzleramt kwam,’ zegt hij.
‘Brandt zelf.’
Hij knikt.
Ze lacht schamper. ‘Dus geen aanslag,’ zegt ze.
‘Geen aanslag,’ zegt Gerhard. ‘Een infiltratie. Maar het is op straat komen liggen.’
‘He?’
‘Het is gelekt, en nu is het spel op de wagen.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Het politieke spel. Ik werd gebeld door een journalist.’
Daar denkt ze even over na. ‘Ja,’ zegt ze uiteindelijk. ‘Dat begrijp ik. Het is gelekt, en nu is het een politiek speeltje. Wie denk je dat daar achter zitten?’
‘Het CDU?’ zegt hij. ‘Of misschien de liberalen?’
Ze knikt nadenkend. ‘Ja, dat is mogelijk,’ zegt ze. ‘Wapenleveringen aan extreem links. Als dat gelinkt kan worden aan het Kanzleramt, is het een machtig politiek wapen.’
‘Ze kunnen de SPD een veeg geven,’ zegt hij. ‘En als het even wil slaan ze twee vliegen in een klap: de regering valt, en ze zijn van Bödel af.’
Ze perst een glimlach.
‘En ik zit tussen de raderen,’ zegt hij.
‘Jij bent de bad cop,’ zegt ze. ‘Maar dat was je toch al.’
Hij lacht zuurzoet.
Konopka denkt na. ‘Tja,’ zegt ze. ‘Maar wie zitten er achter je aan?’
‘Ik weet het niet.’
‘Die aanslag…’
‘He?’
‘Dat heeft daar niets mee te maken he?’
‘Ik weet niet?’
‘Maar eigenlijk toch.’
Hij zwijgt.
‘Dat snap je toch wel?’ zegt ze scherp.
‘Dit is totaal uit de hand gelopen,’ zegt Gerhard.
‘En Bödel?’
‘Die is met vakantie.’



dinsdag 4 juli 2023

344. In een donkergroene Volkswagen

[Wat voorafging]

Gerhard loopt naar de donkergroene Volkswagen. Hij trekt het portier open en glijdt op de lage zitting. Irmgard Konopka kijkt hem niet aan. Ze staart op de straat, een Gauloise in de mondhoek.
‘Rijden!’ zegt hij.
‘Wat is er?’ zegt ze, ongerust nu.
‘Niks. Rijden.’
Ze rijdt weg.
Ze worden niet gevolgd.
‘Mijn god,’ zegt hij, totaal irrelevant. Hij kijkt voorzichtig naast zich. Ze ziet er deerniswekkend uit. Of ze dagen niet uit de kleren is geweest. Broodmager, met gezandstraalde, piekerige haren, onrustige ogen, die hem niet aankijken.
‘Wat is er?’ zegt ze nog een keer.
‘Ik ben totaal geïsoleerd,’ zegt hij. ‘Ze zitten achter me aan.’
‘Haha,’ zegt Konopka.
Hij zwijgt, zij zwijgt. Ze draait de wijk uit, de ringweg op. Ze rijdt nog even onhandig als vroeger, krampachtig over het stuur gebogen.
‘Wat wil je van me?’ zegt hij.
‘We moeten praten.’
‘Waarover?’
‘Je werkt niet meer bij de douane, he?’ zegt ze.
Hij zwijgt.
‘Je runt tegenwoordig infiltranten.’
Hij schudt het hoofd. ‘Dat is voorbij,’ zeg hij.
Ze lacht grimmig.
‘Totale waanzin natuurlijk,’ zegt hij.
Ze knikt.
‘Waar gaan we heen?’ vraagt hij. ‘Een motel?’
‘Geen denken aan,’ zegt ze.
Ze denkt even na.
‘We kunnen een stukje wandelen,’ zegt ze.
‘Waar?’
‘Ergens? Een bos?’
Hij knikt.



maandag 3 juli 2023

343. Hahn

[Wat voorafging]

Er valt absoluut niet met Dreyfuss te praten. Het enige wat er uit komt is frustratie. En rancune. ‘Vuile pot,’ mompelt hij, als Hahn opnieuw Magda Gerhard ter sprake brengt. ‘Vuile pot.’ Het is wel duidelijk wat er gebeurd is. De man ligt in scheiding. Zijn vrouw is weggelopen met de kinderen. Het lijkt erop dat ze bij Magda Gerhard zijn ingetrokken, maar of dat allemaal te maken heeft met het bezoek van Konopka wordt niet duidelijk. Wel dat Dreyfuss ook moeilijkheden heeft op zijn werk. Wat niet verbazingwekkend lijkt als je ziet hoe hij er aan toe is. Een gemeenteambtenaar nota bene. Dat een man in zo’n functie zo diep kan zakken.
Maar Hahn geeft niet op. Kende Herr Dreyfuss ene Metzger? vraagt hij.
Dreyfuss schudt het hoofd. ‘Van die sportscholen?’ vraagt hij.
‘Die Metzger ja.’
‘Waarom zou ik die kennen?’
‘Kasinke?’
Dreyfuss kijkt hem met open mond aan.
Maakt Herr Dreyfuss wel eens gebruik van een taxi? Welk taxibedrijf belt hij dan?
Maakt zijn vrouw wel eens gebruik van een taxi?
‘Wat moet je van me?’ gromt Dreyfuss.
‘Dit is een ernstige zaak,’ zegt Hahn pedant. ‘U moet daar niet te licht over denken. Dit gaat over terroristische activiteiten.’
‘Terroristische activiteiten?’ zegt Dreyfuss. Hij staat moeizaam op. ‘Jij duivel,’ gromt hij, ‘jij klootzak.’
‘Nee, nee,’ zegt Hahn geschrokken. ‘U begrijpt het niet.’
‘Ik begrijp het heel goed,’ zegt Dreyfuss met stemverheffing.
‘Ik doe gewoon mijn werk.’
Dreyfuss buigt zich over de tafel, hij grijpt hem met een verrassende kracht in zijn kraag, en sleurt hem mee.
‘Eruit,’ schreeuwt hij. ‘Mijn huis uit.’
Hahn struikelt naar de keukendeur.
‘Terroristische activiteiten,’ schreeuwt de ambtenaar, ‘terroristische activiteiten, godverdomme.’
Hij schopt hem letterlijk naar buiten.
‘Ik doe niet aan terroristische activiteiten,’ krast hij.
Hij smijt de keukendeur dicht.
Hahn hoort vanaf het plaatsje hoe hij de sleutel omdraait in het slot.

zondag 2 juli 2023

342. Hahn

[Wat voorafging]

Dreyfuss is overduidelijk stomdronken. En al te proper is hij ook niet. Er hangt in zijn kleren een duidelijk waarneembare mensenlucht. Maar hij gaat gewillig voor en Hahn volgt het object van zijn onderzoek naar de keuken, waar ze plaatsnemen aan een tafel waarop een halfleeg kratje bier is geparkeerd. Dreyfuss bedient zich, zonder zijn bezoeker iets aan te bieden.
‘BKA,’ mompelt hij onzeker.
‘Federale Recherche,’ zegt Hahn.
‘Federale Recherche,’ herhaalt Dreyfuss mechanisch. ’En u? U was?’
‘Hahn,’ zegt Hahn scherp. ‘Ik zou u graag een paar vragen stellen.’
‘Gaat het over de scheiding?’
De scheiding?
Dreyfuss neemt een slok uit zijn bierflesje. ‘Ach, weet u veel,’ mompelt hij.
‘16 november,’ zegt Hahn gedecideerd. Hij wil Herr Dreyfuss graag nader horen over de verklaring die hij op die datum heeft afgelegd bij de politie hier ter plaatse. Herr Dreyfuss heeft verklaard over Irmgard Konopka, de bekende terroriste, die van 27 tot 29 oktober een bezoek heeft gebracht aan een mevrouw Gerhard…
Dreyfuss kijkt hem aan met nietsziende ogen.
‘Een vriendin van uw vrouw,’ zet Hahn door. ‘Sophie Kirchhoff?’
Dreyfuss laat zijn hoofd op zijn armen zakken, en begint te snikken.
‘Ik hou van die vrouw,’ brengt hij uit.
‘Wij zouden graag meer willen weten over dat bezoek,’ zegt Hahn.
‘Waarom heeft ze zoiets gedaan?’
‘U bent pas 16 november naar de politie gegaan. Waarom…’
‘Ik heb kinderen,’ zegt Dreyfuss. ‘Twee jongens. Ik hou van die jongens.’
‘Hebt u zelf contact gehad met mevrouw Konopka?’
‘Ik bén geen slechte vader.’



zaterdag 1 juli 2023

341. Hahn

[Wat voorafging]

Als hij arriveert is het al half twaalf geweest. Hahn maakt zorgvuldig de balans op van de omgeving, zodat hij op de terugweg op correcte wijze zijn aantekeningen kan aanvullen. Een rustige straat, met op een werkdag maar hier en daar een auto aan de stoep. Upper middle class? Middle middle class. Ambtenaren en zelfstandigen.
Het adres dat hij heeft genoteerd is dat van een kleine jugendstilvilla die oprijst in een door de winter genadeloos kaalgeslagen tuin. Hahn maakt het tuinhekje open en loopt naar de voordeur. Hij belt aan en wacht. Hij belt nog een keer. En nog een keer. Er wordt niet open gedaan. Hahn aarzelt en kijkt om zich heen. De straat is uitgestorven en ook in de huizen is geen beweging waarneembaar. Dus stapt hij opzij, de tuin in, om door het raam te kijken. Niets. Hij aarzelt opnieuw, maar dan verzamelt hij moed en schuifelt verder, naar rechts, de hoek om, en beweegt zich zijdelings als een krab langs de blinde zijmuur.
Achter het huis bevindt zich een betegeld plaatsje. Een bijkeuken. Hahn gluurt door het achterraam. Daar ziet hij, in een soort studeerkamer, een menselijke gestalte, die als een zoutzak achter een bureau zit. Hij tikt op de ruit, en de gestalte komt met een schok in beweging. Hij stoot een fles van het bureau en loopt wankelend naar de achterdeur.
‘Wat wilt u?’
Hahn houdt zijn legitimatie op. ‘BKA,’ zegt hij.
De man loenst. ‘BKA?’ zei hij met dubbele tong. ‘Van de advocaat?’
‘Mag ik even binnenkomen?’


414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...