[Wat voorafging]
Op kantoor is het stil, niemand van de medewerkers laat zich zien. Fischler loopt energiek de gang door en installeert zich achter zijn bureau, dat er zoals altijd prettig opgeruimd uitziet. Hij zet de telefoon, die door de schoonmakers is verschoven, terug op zijn plaats en wrijft zich in zijn handen. Exact om negen uur komt Gerda Pfau binnen met de post.‘U bent er weer, Herr Fischler?’ zegt ze schaapachtig, terwijl ze de stukken op zijn bureau legt.
‘Weer veilig in de veilige haven, Gerda,’ zegt hij met een klein lachje.
Ze maakt een klein, knixachtig beweginkje. Haar ogen vliegen van links naar rechts.
‘Alles in orde hier?’ zegt hij bemoedigend.
‘O ja Herr Fischler, alles in orde,’ zegt ze zachtjes.
‘Hoe laat vergaderen we?’
Geschrokken keek ze op haar polshorloge.
‘Tien uur toch, zoals altijd.’
‘Tien uur,’ glimlacht hij.
Ze loopt achteruit naar de deur, met haar handen naar de klink tastend.
‘Er is toch niets bijzonders?’
‘Ja Herr Fischler. Nee Herr Fischler. In grote lijnen…’
‘Goed Gerda. Waarschuw de mensen maar. Tien uur. Dan zien we elkaar.’
Ze verdwijnt.
Hij kijkt haar wantrouwig na. Er is iets aan de hand. Ze is natuurlijk een heel verlegen jonge vrouw. Altijd een beetje onhandig. Maar deze keer lijkt ze wel erg schuw.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten