Magda kan zich niet herinneren dat haar moeder rouwde toen het bericht kwam dat haar vader was gesneuveld. Maar dat ligt misschien aan haarzelf. Eigenlijk heeft ze nooit veel notie gehad van wat er in haar moeder omging. Conventionele kleinburgerlijkheid, ja. En een soort lauwe moederliefde. Maar dat kon toch niet het enige zijn? In feite was de relatie van Magda met haar moeder oppervlakkig. En die relatie werd alleen maar oppervlakkiger toen ze in ‘46 Emmerich leerde kennen, die door mevrouw Kindt weliswaar geaccepteerd werd - wat moest ze anders in die moeilijke tijd na de oorlog - maar die ze met een feilloos klasse-instinct onmiddellijk had gedetermineerd als ‘niet ons soort.’ Gerhards ouders (die geen van beide de oorlog hadden overleefd) dreven een kruidenierswinkel in een buitenwijk van Keulen.
Maar Gerhard, dat was later. In ‘44 werkte Magda in een noodhospitaal. Tot ze tb kreeg, begin ‘45, toen het hospitaal al verplaatst was tot ver achter Keulen. In het najaar van ‘45 lag ze in een kliniek in de Allgäu. Emmerich Gerhard leerde ze kennen toen ze weer terug was in Mülheim. Haar studie had ze inmiddels opgegeven. Ze pendelde in die tijd - samen met haar jeugdvriendin Heidi Gründgens - naar Keulen, waar ze een baan hadden als secretaresses op het distributiekantoor. Emmerich was een politieambtenaar, die als chauffeur werkte voor Klaus Bödel, dezelfde die tegenwoordig president was van de Federale Recherche, maar in die dagen was hij hoofd van de politie in Keulen. Bödel was een protegé van Konrad Adenauer, die toen burgemeester was. Soms reed Gerhard ook voor hem. Bij een van die gelegenheden, toen Adenauer op haar kantoor iets te bespreken had, dronk Gerhard koffie op het secretariaat en maakte haar op een nogal onopvallende manier het hof. Wat trok haar in hem aan? Ze wist het niet meer. Waarschijnlijk was het zijn geslotenheid. Hij hoorde tot die zeldzame mannen die, ook bij nadere kennismaking, achter zwijgzaamheid diepte lijken te verbergen. Een diepte die er misschien echt was maar die hij in ieder geval aan haar nooit had prijsgegeven. Zelfs het feit dat hij een hele nette functie had bij de Recherche op Büro Mitte moest ze van een collega horen. Dat hij een weduwnaar was - zijn eerste vrouw had hij verloren bij een van de bombardementen op Keulen - kwam ze pas na maanden via via te weten. Er was zelfs een kind geweest, een baby, die bij hetzelfde bombardement was omgekomen. Toen ze er naar vroeg bevestigde hij de feiten, maar hij weigerde, toen net zoals later, er woorden aan vuil te maken. Hij had zelfs geen foto’s.
vrijdag 18 november 2022
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
[Wat voorafging] Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. D...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten