Die eerste avond, alleen in het grote huis waar ze was geboren en opgegroeid, was een heel bijzondere ervaring. Magda zat, tussen de spullen die haar moeder had achtergelaten en haar eigen spullen die uit Hamburg waren aangevoerd, in haar zalige eentje witte wijn te drinken tot ze aardig aangeschoten was. Om tien uur ‘s avonds belde Sophie aan. De vrouwen vielen elkaar in de armen.
‘O Magda, du liebe, was ist passiert?’
Tot haar verbazing barstte ze uit in een stortvloed van tranen. Sophie hield het ook niet droog. Maar om elf uur zaten ze samen aan een tweede fles wijn en Magda vertelde honderduit. Grotendeels leugens, maar het waren zulke echte en zulke treurige leugens dat ze nog herhaaldelijk opnieuw in janken uitbarstten, en elkaar omarmden.
Op half twee ‘s nachts schrok Magda op. ‘We zijn gek,’ zei ze. ‘Dat kan toch helemaal niet. Jij moet thuis zijn. Je kinderen…’
‘Bernd en Ludi zijn negen en zeven,’ glimlachte Sophie. ‘Die slapen als rozen. En Hans-Peter is thuis.’
Wat dus eigenlijk ook een leugen was. Al waren de jongens thuis. En al sliepen ze als rozen. En al was Hans-Peter thuis. Maar van die leugen wist ze toen nog niets af.
De volgende dag stond Sophie om negen uur ‘s ochtends voor de deur.
‘Ik kom helpen,’ zei ze.
‘Maar de kinderen,’ zei Magda confuus.
‘Die zijn naar school. Hans-Peter is naar zijn werk. Ik heb niets te doen.’
‘Laten we dan de stad ingaan,’ zei Magda.
Het werd Düsseldorf, dat oneindig veel meer kansen bood dan Mülheim om de kooplust te bevredigen die haar plotseling had bevangen. Ze dronken koffie met gebak in het Continental-hotel, en doorkruisten daarna de Königsallee van voor tot achter en weer terug. Magda was zo gretig als een jong meisje en onder de verbaasde ogen van Sophie gaf ze meer dan duizend mark uit aan huisraad dat ze zich in Hamburg altijd had ontzegd, en daarnaast honderden marken aan modieuze kleding. Sophie werd door haar voorbeeld aangestoken en gaf ook een hoop geld uit, aan lentebloesjes en rokjes waar het weer - het was februari, druilerig en koud - totaal geen aanleiding toe gaf.
In de auto naar huis vroeg Sophie nieuwsgierig hoe het mogelijk was dat ze over zoveel geld beschikte. Emmerich had natuurlijk een goede baan, zei ze, maar wat voor regeling hadden ze eigenlijk getroffen bij de scheiding? Had hij toegestemd in zo’n royale alimentatie? Ze zweeg een ogenblik, verward door haar eigen vrijpostigheid, maar de gedachten bleven blijkbaar door haar hoofd racen. ‘Of waren ze rijk?’ Ze zei het met een spoor van wantrouwen. Blijkbaar was voor haar geestesoog even het beeld opgedoken van een corrupte politieambtenaar.
‘Nee, nee,’ antwoordde Magda, op een vreemde manier opgetogen. ‘Nee, dat is het niet. Weet je, ik vier mijn bevrijding.’
vrijdag 25 november 2022
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
[Wat voorafging] Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. D...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten