‘Dat komt goed uit,’ zegt Weiss, want hij heeft wat vragen voor hem.
‘Waarover?’ vraagt de man, onhandig met zijn lange witte handen fladderend.
Het had te maken met Hannah, zegt Weiss voorzichtig.
De man verbleekt. Hannah is er niet, zegt hij.
‘Nee, nee,’ zegt Weiss weer. Hij hoeft haar zelf niet te zien. Het gaat over die mensen met wie ze contact heeft gehad.
De man krijgt zo ongeveer een zenuwinstorting. Hij heeft daar niets mee te maken, zegt hij. Die mensen zijn plotseling komen opdagen. Uit het niets als het ware. Hij heeft zich daar krachtig tegen verzet. De heer Weiss is van…?
‘Sicherungsgruppe,’ zegt Weiss. ‘Het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden.’ Hij laat nog een keer zijn legitimatie zien.
Campe kreunt. Hij heeft daar nog zo voor gewaarschuwd. Deze mensen waren kaders van de Staüberle-Konopka-groep. Volledig onhanteerbaar. En trouwens het was maar voor één nacht. Twee nachten? Eén nacht. Daarna waren ze weer verdwenen. Hij laat zich op een stoel zakken, de handen tussen de knieën, een toonbeeld van radeloosheid. ‘Had het te maken met de inbraak,’ vraagt hij. ‘De inbraak in Herrenhausen?’
Weiss maakt driftig aantekeningen.
Daar heeft het kerkelijk bureau absoluut niets mee te maken, zegt Campe. En Hannah Maas ook niet. En dat verhaal over een aanslag op een dioxinefabriek, dat is volstrekt uit de lucht gegrepen. Daar kan hij voor instaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten