zaterdag 7 januari 2023

181. Kasinke

[Wat voorafging]

‘Op verzoek chef. Op verzoek van Metzger. Stanley Metzger. Die zei, Kasinke, we moeten Gerhard in het oog houden. Want hij heeft je in de trein zien zitten, chef, en hij dacht, die Gerhard, nou ja.’
‘Metzger?’ zegt Gerhard.
‘Weet je niet meer, chef? Veertien dagen geleden? In de trein uit Frankfurt.’
Gerhard knikt. Metzger met zijn dellerige vriendin Anita.
‘Hij had twee jongens in die trein, chef. Die zijn je gevolgd. We zijn in je geïnteresseerd natuurlijk. Want je bent tegenwoordig een hoge ome.’
‘Donder op,’ zegt Gerhard.
‘Nee, dat is echt zo,’ zegt Kasinke onverstoorbaar. ‘Je bent de coördinator van een nieuw bureau. De Sicherungsgroep. Het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden. Ik bedoel maar.’
Gerhard zwijgt.
‘En je praat met de president zelf.’
Dat verbaast Gerhard.
‘De president?’ zegt hij.
‘Bödel, chef, Klaus Bödel, de president van de Federale Recherche.’
‘Hoe kom je daarbij?’
‘Metzger, chef. Een uitgeslapen ventje, hoor. Daar moet je je niet op verkijken.’
Maar hoe kan hij weten van Bödel?
‘Klaus Bödel, die ken ik nog wel van vroeger,’ zegt Gerhard. ‘Ik heb jaren voor hem gewerkt. Die is president van de Federale Recherche, dat klopt. Maar denk je echt dat ik die nog zie?’
‘Chef, je zit met hem te eten,’ zegt Kasinke. ‘Je onderschat de mensen, hoor. Metzger is echt slim. Die weet dingen. En nu denkt hij dat je een clandestiene opdracht uitvoert. Een Sectie Vier.’
Gerhard lacht verachtelijk.
‘Ja, lach maar. Maar we zijn niet van gisteren, weet je. Je hebt je eigen hoofdkwartier ingericht. Toch? Dat wil je toch niet ontkennen? Met drie kinderen van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, die daar twaalf uur per dag aan de telefoon zitten. Zou ons dat niet interesseren?’
‘Wie is ons?’ zegt Gerhard.
‘Scheisse, chef,’ zei Kasinke, met een afwerend gebaar. ‘We zijn goedwillende burgers. Mensen die niets moeten hebben van de communisten. Of ze nou van de partij zijn of van een mantelorganisatie. Wij dragen de politie een goed hart toe.’
‘Ja,’ zegt Gerhard. ‘En die nu als de weerga opsodemieteren. En mij niet langer voor de voeten lopen.’
‘Al goed chef, ik ben al weg. Ik wil alleen even zeggen, als u ons op de een of andere manier nodig hebt, dat u ons dan weet te vinden. U hebt het kaartje toch nog wel?’
‘Kaartje?’ zegt Gerhard, opnieuw overdonderd, ‘welk kaartje?’
‘Het kaartje dat Stanley u heeft gegeven.’
Gerhard schopt hem hard tegen de linkerknie en ziet met enige tevredenheid hoe Kasinke struikelt en in een reflex zijn ellebogen opheft om de vervolgactie te blokkeren.
‘Lul,’ zegt hij.
Maar Kasinke geeft geen krimp. Hij grijnst pijnlijk. ‘Een echte prof,’ zegt hij. ‘Dat wel.’
Hij draait zich om en hinkt naar zijn taxi. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...