Een heleboel nog uit de tijd in Hamburg.
Waar het altijd koud en winderig is.
Iets nieuws heeft ze nodig. Iets voor de winter, maar anders. Ze werpt een wantrouwende blik in de spiegel die in de keuken boven het aanrecht hangt. Iets leuks. Iets waarin ze er goed uitziet. Ook al is dat misschien helemaal fout. Want in feite is er goed uit zien natuurlijk een uiting van de vrouwelijke seksualiteit. Vergelijkbaar met dat haantjesgedrag dat mannen vaak tentoonspreiden. Ze weet niet meer wie dat gezegd heeft. Irmgard? Nee, waarschijnlijk een van de vrouwen uit Hamburg. Er goed uitzien, dat is een teken dat je seksueel beschikbaar bent. Dat je gedekt wilt worden. En dat is bij haar natuurlijk absoluut niet het geval. Na de affaire met Haase heeft ze besloten dat seks voor haar nu definitief een boek is dat ze uit heeft. Een boek dat haar al met al weinig plezier heeft bezorgd. Om over geluk maar te zwijgen. Geluk, als ze dat kent, heeft ze het leren kennen in de vrouwenbeweging. Geluk - ze veegt met een vluchtig, bijna geërgerd gebaar de haarlokken opzij die over haar voorhoofd vallen – geluk, dat heeft met rechtvaardigheid te maken. Met de strijd voor rechtvaardigheid. De strijd van vrouwen om te worden aanvaard als volwaardige en gelijkberechtigde menselijk wezens. Als meer dan dieren die mechanische functies uitvoeren. En al helemaal als die mechanische functies bestaan uit het grootbrengen van de kinderen die uit je lijf gegroeid zijn en het doen van de huishouding. En ‘s avonds in bed toestaan dat je man als een zombie op je kruipt.
Of je misschien zelfs mishandelt.
Ze schudt haar hoofd om die gedachte kwijt te raken.
Emmerich heeft haar nooit mishandeld. Hij heeft nooit een vinger naar haar uitgestoken. Hij verloor gewoon zijn belangstelling. Wat helemaal niet raar is. Want ze is uiteindelijk natuurlijk gewoon…
Een stomme trut.
Die wil winkelen als ze zich ongelukkig voelt.
Zo banaal.
Wan hoeveel reden heeft ze uiteindelijk om zich ongelukkig te voelen? Wat ontbreekt haar?
Ze heeft een huis. Haar alimentatie. Een plaats in de samenleving. Vriendinnen.
Ze is dus helemaal niet ongelukkig.
Ze is…
Ze is ontevreden.
‘Ben ik ontevreden?’ zegt ze tegen Penny.
Die kijkt op uit haar boek. ‘Mmm,’ zegt ze.
‘Ja he?’ zegt Magda.
Ze kijkt om zich heen. Bijna de hele afwas is opgeruimd. Alleen de pannen staan nog in het afdruiprek. Ze droogt ze vluchtig af, stapelt ze op de beproefde manier in elkaar, en duwt ze ruw in de kast boven het fornuis.
‘Misschien ben je bezorgd,’ zegt Penny, maar half geïnteresseerd.
Magda liefkoost haar vluchtig, terwijl ze terugloopt naar haar werk.
‘Lees maar,’ zegt ze.
Waar het altijd koud en winderig is.
Iets nieuws heeft ze nodig. Iets voor de winter, maar anders. Ze werpt een wantrouwende blik in de spiegel die in de keuken boven het aanrecht hangt. Iets leuks. Iets waarin ze er goed uitziet. Ook al is dat misschien helemaal fout. Want in feite is er goed uit zien natuurlijk een uiting van de vrouwelijke seksualiteit. Vergelijkbaar met dat haantjesgedrag dat mannen vaak tentoonspreiden. Ze weet niet meer wie dat gezegd heeft. Irmgard? Nee, waarschijnlijk een van de vrouwen uit Hamburg. Er goed uitzien, dat is een teken dat je seksueel beschikbaar bent. Dat je gedekt wilt worden. En dat is bij haar natuurlijk absoluut niet het geval. Na de affaire met Haase heeft ze besloten dat seks voor haar nu definitief een boek is dat ze uit heeft. Een boek dat haar al met al weinig plezier heeft bezorgd. Om over geluk maar te zwijgen. Geluk, als ze dat kent, heeft ze het leren kennen in de vrouwenbeweging. Geluk - ze veegt met een vluchtig, bijna geërgerd gebaar de haarlokken opzij die over haar voorhoofd vallen – geluk, dat heeft met rechtvaardigheid te maken. Met de strijd voor rechtvaardigheid. De strijd van vrouwen om te worden aanvaard als volwaardige en gelijkberechtigde menselijk wezens. Als meer dan dieren die mechanische functies uitvoeren. En al helemaal als die mechanische functies bestaan uit het grootbrengen van de kinderen die uit je lijf gegroeid zijn en het doen van de huishouding. En ‘s avonds in bed toestaan dat je man als een zombie op je kruipt.
Of je misschien zelfs mishandelt.
Ze schudt haar hoofd om die gedachte kwijt te raken.
Emmerich heeft haar nooit mishandeld. Hij heeft nooit een vinger naar haar uitgestoken. Hij verloor gewoon zijn belangstelling. Wat helemaal niet raar is. Want ze is uiteindelijk natuurlijk gewoon…
Een stomme trut.
Die wil winkelen als ze zich ongelukkig voelt.
Zo banaal.
Wan hoeveel reden heeft ze uiteindelijk om zich ongelukkig te voelen? Wat ontbreekt haar?
Ze heeft een huis. Haar alimentatie. Een plaats in de samenleving. Vriendinnen.
Ze is dus helemaal niet ongelukkig.
Ze is…
Ze is ontevreden.
‘Ben ik ontevreden?’ zegt ze tegen Penny.
Die kijkt op uit haar boek. ‘Mmm,’ zegt ze.
‘Ja he?’ zegt Magda.
Ze kijkt om zich heen. Bijna de hele afwas is opgeruimd. Alleen de pannen staan nog in het afdruiprek. Ze droogt ze vluchtig af, stapelt ze op de beproefde manier in elkaar, en duwt ze ruw in de kast boven het fornuis.
‘Misschien ben je bezorgd,’ zegt Penny, maar half geïnteresseerd.
Magda liefkoost haar vluchtig, terwijl ze terugloopt naar haar werk.
‘Lees maar,’ zegt ze.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten