zondag 5 maart 2023

238. Rühle

[Wat voorafging]

Ze lopen met zijn drieën naar de huiskamer en Konopka doet, terwijl Schneider bier drinkt en Kranz wantrouwig toekijkt, het relaas van de gebeurtenissen van de laatste weken. Schneider luistert met een half oor, en begint zodra hij kan over een kwestie die hij zelf ter sprake wil brengen. ‘Autopapieren,’ zegt hij, ‘identiteitspapieren.’ Daar heeft de groep behoefte aan. Toch? Ja toch? Hij heeft het daar wel eens eerder met Anna over gehad. Maar nu heeft hij daar nieuwe ideeën over. Tot dusver hebben ze in Berlijn gedacht dat ze dat soort documenten zelf kunnen vervaardigen. Maar dat is nog niet zo eenvoudig. Dan heb je matrijzen nodig. Apparatuur om watermerken in papier aan te brengen. Als het überhaupt mogelijk is.
Terwijl het ook veel eenvoudiger kan.
Irmgard Konopka luistert. Eerst sceptisch. Later met meer aandacht. Ze knikt bedachtzaam. Wat Schneider naar voren brengt, klinkt realistisch. Nog diezelfde middag maken ze een rondrit, kriskras door de omgeving van Rühle, tot ze in Freden vinden wat ze zoeken: een gemeentehuis dat is gevestigd in een neogotische villa in een klein park, enigszins terzijde van de huizen,. ‘s Nachts komen ze terug. Ze parkeren de auto buiten het stadje en sluipen als dieven langs de gevels, tot ze voor het gemeentehuis staan. Uwe Kranz maakt het deurslot open. Even later staan ze in de gang.
Maar daar stokt het. Ze kijken elkaar besluiteloos aan. Konopka is zelfs een beetje in paniek. Ze frutselt op haar gewone onhandige manier aan haar tasje en haalt een pistool te voorschijn dat ze Kranz in de handen duwt.
‘In je jaszak, Uwe,’ zegt ze. ‘Pas op, het is ontzekerd.’
‘Ontzekerd?’ zegt Schneider geschrokken.
‘Ik heb nog nooit geschoten,’ zegt Kranz.
‘Ik ook niet,’ zegt Konopka met een hulpeloos lachje.
‘Dit bevalt me niet,’ zegt Kranz. ‘Dit bevalt me helemaal niet.’ Hij draait besluiteloos op zijn hakken. Maar Schneider doorbreekt de impasse. ‘Schiet op,’ zegt hij scherp. Hij haalt de rubberhandschoenen tevoorschijn die ze speciaal voor dit doel hebben gekocht, en trekt ze aan. Konopka volgt zijn voorbeeld.
‘k heb ze niet bij me,’ zegt Kranz hulpeloos. ‘Ik heb mijn handschoenen in de auto laten liggen. Wacht. Wacht, ik ga ze halen.’
Als Konopka en Schneider een half uur later vijf vuilniszakken met paperassen naar buiten zeulen, staat Kranz met het pistool in zijn vuist bij de ingang op ze te wachten. Met schichtige ogen. Zwetend.

De monteur scheet in zijn broek van angst, zoals Schneider later niet nalaat op te merken. Maar een dag later revancheert hij zich. Als ze op dinsdagnacht een tweede inbraak uitvoeren, ditmaal in het gemeentehuis van Harsum, bij Hildesheim, is zijn bravoure bijna angstaanjagend. Ze maken zich meester van dozen vol stempels, en van een apparaat waarmee je op de officiële manier pasfoto’s op persoonsbewijzen kunt bevestigen. Kranz zelf dringt, in een roes van geldingsdrang en slaaptekort, de kamer van de burgemeester binnen, waar hij de dressoirkast openbreekt, en de helft van een fles Franse cognac leegdrinkt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...