Net als hij denkt, dat zijn speurtocht zonder resultaat blijft, doet hij toch nog een vondst. In een van de kastjes onder het aanrecht ligt een plasticzak van een Sparwinkel, met daarin proppen papier, die blijkbaar bij het opruimen van het huisje over het hoofd zijn gezien. Hij gaat aan de tafel zitten, vouwt ze één voor één open en strijkt ze glad. Op het papier staan, steeds in hetzelfde hoekige handschrift van Irmgard Konopka, flarden tekst, vol verbeteringen en doorhalingen.
‘Maak kapot wat jou kapot maakt.’ Het parool van de anarchisten mikt op rechtstreekse mobilisering van de basis, van jongeren in gevangenissen, tehuizen, in scholen en opleidingen. Het richt zich op hen die er het beroerdst aan toe zijn, appelleert aan intuïtief begrip. Het is een oproep tot rechtstreeks verzet, en berust op het inzicht dat er in het kapitalisme niets maar dan ook helemaal niets is wat mensen onderdrukt, kwelt, kwaad doet, dat niet…
…niet zo naïef zichzelf in de illegaliteit te plaatsen, praat de klassenjustitie naar de mond, verder niemand. Voor zover bedoeld wordt dat de legale mogelijkheden van communistische agitatie en propaganda, van organisatie, van politieke en economische strijd absoluut benut moeten worden en niet lichtvaardig op het spel gezet mogen worden, is deze opvatting juist. Maar dat wordt er helemaal niet bedoeld.
Bedoeld wordt dat de grenzen…
Roodfront is de verbinding tussen legale en illegale strijd, tussen nationale en internationale strijd, tussen politieke en bewapende strijd. Stadsguerrilla betekent: ondanks de zwakte van de revolutionaire krachten in de Bondsrepubliek en in West-Berlijn hier en nu revolutionair tussen beiden komen.
Ofwel je bent een deel van het probleem, of je bent een deel van de oplossing.
Dazwischen gibt es nichts.”
De laatste zinnen zijn in de kantlijn driedubbel aangestreept. Hij stopt de papieren terug in de plasticzak, en deponeert die, bij zijn vertrek, in een van de vuilnisemmers aan de weg. Ofwel je bent een deel van het probleem, of je bent een deel van de oplossing. Gerhard denkt aan het Bijbelwoord dat hier gespiegeld wordt. Wie niet met mij is, is tegen mij. Hij heeft geen idee wat ze bedoelt met wat ze geschreven heeft. Hij bedenkt dat hij het nog een week zal aanzien. Daarna zal hij Bödel bellen om hem te zeggen dat hij de zaak uit handen geeft.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten