Op de terugweg naar Keulen besluit Gerhard in een opwelling langs Rühle te rijden. Hij vergist zich een paar keer in afslagen, en bereikt het dorp uiteindelijk via Hameln en Bodenwerder, dezelfde route die hij een maand eerder heeft gereden. Het is bewolkt maar droog. Sinds de laatste keer dat hij de rit heeft gemaakt is de wereld veranderd. De bomen hebben hun blad nu volledig verloren. De velden zien er koud uit en hulpeloos. Op de weg van Rühle naar de locatie van het huisje, meent hij een glimp op te vangen van de vrouw die hem de vorige keer de weg heeft gewezen. De afslag mist hij deze keer niet. Maar hij rijdt door, iets meer dan een kilometer, tot een plek, bij een afslag naar links, waar hij zijn auto kan parkeren achter de takkenwarboel van een meidoornstruik.
Met de handen in de zakken van zijn regenjas loopt hij terug. Aan de teerweg, bij de oprit, staan twee vuilnisbakken, die kennelijk door de vuilophaal zijn geleegd. Door de kale takken van de struiken is het huisje nu vanaf de weg goed zichtbaar. Hij ziet dat het niet zonder charme is. Een beetje cottage-achtig, gelegen in een kom, die aan één kant open is naar de rivier. Bij de rivier ziet hij de contouren van een roeiboot, die hij de vorige keer, in het donker, niet heeft opgemerkt. De boot is op de kant getrokken en zorgvuldig afgedekt met donkerbruin zeildoek, waar de roeiriemen, als de armen van een dode man, half onderuit steken.
Op het erf staan geen auto’s. En is er opgeruimd. Geen zwerfvuil. Geen bierkratjes. De luiken zijn dicht. De deuren afgesloten. Het lijkt er op dat het huisje definitief is verlaten. Bij de voordeur grabbelt hij in de zak van zijn colbert tot hij zijn pennenset vindt. Na twee of drie vergeefse pogingen klikt de deur open. Hij snuift de geur op. Hij gaat met kloppend hart naar binnen.
Daar is het donker. Gerhard stommelt door de huiskamer, en vindt op de tast de ramen, met daarachter de luiken. Het raam open, de vergrendeling van de luiken opzij. Er stroomt licht binnen, waarin een ruime, lage kamer zichtbaar wordt, met tegen de achterwand zowel een oliekachel als een open haard. Een eenvoudige zithoek, met een televisie en een radiotoestel. Een keukentafel, met stoelen. Een aanrecht. Een koelkast. Een open trap, die naar een zolderverdieping lijkt te leiden. In de rechterwand wacht een deur.
vrijdag 24 maart 2023
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
[Wat voorafging] Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. D...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten