vrijdag 12 mei 2023

291. Naar Warschau

[Wat voorafging]

Het is inmiddels zes december. Zondag. De feestdag van Sint Nicolaas, en Willy Brandt is zich er scherp van bewust dat hij op weg is met de cadeautjes. Op het toilet in het regeringsvliegtuig kijkt hij in de spiegel. Hij heeft ondanks zijn doorgroefde kop weinig weg van een Sint Nicolaas, denkt hij. Zijn hoofd gaat echt steeds meer op een ui lijken. Het is of zijn voorhoofd uitdijt, omhoogschiet uit zijn gezicht, zodat het tanige haar op zijn kruin steeds misplaatster lijkt. Het wekt wel de indruk dat er in dat voorhoofd het een en ander omgaat. In ieder geval wordt dat vaak gezegd, zelfs in de pers. In werkelijkheid is zijn brein natuurlijk in steeds toenemende mate een carrousel van clichés aan het worden, een ramp voor een intuïtieve politicus als hij, die afhankelijk is van invallen.
Brandt draait de kraam van de wastafel open en gooit een handvol water over zijn gezicht. Daarna tast hij met dichte ogen naar de donzige handdoek en droogt zich af. Er is geen twijfel mogelijk, denkt hij, hij is een middelbare man. En de vraag is: wat is het nut van een middelbare man? Politiek is de vraag niet relevant. Maar op het persoonlijke vlak is het als filosofisch vraagstuk niet zonder relevantie. Op zeven-en-vijftig staat de teller. Aan de creditzijde kun je boeken dat iemand op die leeftijd in grove lijnen wel een idee heeft van hoe de wereld in elkaar zit. Aan de andere kant, de fysieke conditie is bepaald niet meer je dat, met een rug die verkloot is, en een prostaat die flink is opgezwollen, misschien goedaardig, maar in ieder geval zodanig dat plassen een hemeltergende operatie is, met soms tot overmaat van ramp ook nog een verplichte vervolgoefening. ‘Vroeger piste ik over het kanaal,’ denkt hij, clichéman als hij is, ‘nu pis ik over mijn schoenen.’
Een gezwollen prostaat, dat moet je waarschijnlijk in verband zien met de eigendunk, denkt hij vervolgens. Die wordt er met de jaren ook niet minder op. En een verklote rug, dat moet wel het gevolg zijn van meer dan dertig jaar lang uit alle macht jezelf, je politieke ideeën en je politieke partij boven water houden in het klotsen van de tijdgeest. Iets wat hem tot dusver overigens goed lukt. Wat eigenlijk steeds beter lijkt te lukken. Maar je moet je misschien afvragen of dat niet het gevolg is van steeds gemakkelijker drijven, onder invloed van een dalend soortgelijk gewicht.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...