zondag 21 mei 2023

300. Stram door de knieën

[Wat voorafging]

Van een gedachtewisseling, uitgebreid, of zelfs maar beknopt, komt natuurlijk niets terecht. Die middag hebben ze een kruisweg te volbrengen, waarvan de eerste etappe hen naar het monument voert voor de onbekende soldaat, een gepleisterde triomfboog ergens in het centrum van de stad. Militaire ervaring heeft Brandt niet, al heeft hij na de oorlog een tijdlang een officiersrang gehad in het Noorse leger, en kent hij het onaangename gevoel van de grove stof van een uniform dat niet op maat is gemaakt. Maar je kunt zeggen dat hij strijdt aan het front van de internationale ontspanning. Een soldaat voor de vrede. Hij stapt uit de auto, en wacht tot ook de andere officials op de stoep staan, in de koude motregen van deze decemberochtend. Daarna loopt hij naar de vlam die brandt in de beschutting van de middelste boog en blijft daar staan, terwijl de krans wordt neergelegd en journalisten hun foto’s maken. Hij strijkt over zijn tanige haren. Als het geroezemoes achter hem verstomt, knikt hij onwillig. De gedachte die zich opdringt is dat alle soldaten moeten sterven, en dat hijzelf, ondanks zijn verrotte rug, ondanks zijn gezwollen prostaat, ondanks zijn scheldpartijen met Rut, ook maar al te sterfelijk is.
Dat gevoel verlaat hem niet tijdens de korte rit naar hun tweede stop, een verregend plantsoen tussen nieuwbouwflats, waar het monument staat voor de opstand in het getto. Als hij opnieuw moet uitstappen, heeft hij al bijna tranen in zijn ogen van zelfmedelijden. Met Cyrankiewicz naast zich legt hij de voorgeschreven route af. Een paar meter van het monument blijven ze staan, terwijl er namens de Bondsregering een krans wordt gelegd. Hij buigt, en stapt naar voren. Plotseling dringt zich uit de diepte van zijn ellende een inval aan hem op, die hij nooit zou hebben gehad als hij er niet zo ellendig aan toe was. Een ongewoon schitterende combinatie van wat hij voelt, van wat menselijk is en politiek handig. In een flits bekijkt hij de inval nog eens van alle kanten. Dan zakt hij stram door de knieën. En knielt. Stijf rechtop. In zijn zwarte winterjas. Voor de menora. De Davidster. De bronzen mensen die zich met plechtige gezichten ontworstelen aan een stenen trapezium.
Het geroezemoes zwelt aan. De camera’s klikken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...