zaterdag 10 juni 2023

320. Bolivia

[Wat voorafging]

Andrea Tielmeyer is rond acht uur de eerste van de slapers in het refter die wakker wordt. Het is nog donker, maar er begint al een smoezelige schemering door te breken. Andrea staat op en strijkt de kleren glad waarin ze heeft geslapen. Ze trekt haar schoenen aan. Daarna zoekt ze zich, tussen de matrassen, voorzichtig, om de anderen niet wakker te maken, een weg naar de keuken. Daar brandt een peertje boven de keukentafel. Anna zit er, gehuld in een berg gordijnen, met het hoofd op haar armen, te slapen.
Stil glipt Andrea door de keuken, en maakt de achterdeur open. Het heeft die nacht gesneeuwd. En niet zo’n beetje. In het grijze ochtendlicht hangt er een bijna onzichtbare mist over de witheid van het achtererf, die vijftig, zestig meter verder overgaat in een muur van witgepruikte zwarte dennen. Voorzichtig zet ze een voet in de smetteloze sneeuw. En nog een. Ze maakt een spoor van voetstappen om het sombere, lage gebouw. Tot ze een ander spoor ontmoet, dat van de andere kant komt, en dat naar het schuurtje leidt dat tegen een van de vleugels van het gebouw leunt. Vrijwel onmiddellijk hoort ze ook het geluid. Regelmatige doffe klappen. Mehmet Schneider, Anna’s nieuwe partner, staat hout te hakken. Achter hem, tegen de wand van het schuurtje, lig de houtvoorraad, stammetjes, keurig afgezaagd op dezelfde lengte. Voor hem het hakblok, waarop hij, met een koppige regelmaat, bijna haastig, steeds opnieuw met zijn linkerhand een stammetje zet, waarna hij het klooft. Naast het hakblok ligt een slordige stapel brandhout.
‘Wat ben je aan het doen?’ zegt ze.
Hij stopt met zijn werk, en veegt het zweet van zijn voorhoofd.
‘Andrea, he?’ zegt hij, ‘Jij bent toch de vriendin van, hoe heet hij ook weer?’
‘Ik weet niet over wie je het hebt,’ zegt ze nuffig.
‘Sorry,’ zegt Schneider. Hij laat de bijl in de sneeuw vallen en gaat op het hakblok zitten.
‘Ben je kwaad?’ zegt ze.
‘He?’
‘Je slaat zo hard.’
‘Ik denk na,’ zegt Schneider.
‘Waarover?’
‘Tieten en konten,’ zegt hij.
‘Weet je wel hoe vroeg het is?’ zegt ze.
Ze heeft onmiddellijk hekel aan haar eigen truttigheid.
Maar het lijkt hem niets te kunnen schelen. ‘Het is bijna licht,’ zegt hij.
‘Wil je koffie?’
Hij kijkt op zijn polshorloge. ‘Ja, maak maar.’



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...