maandag 10 juli 2023

350. Magda

[Wat voorafging]

Om half drie wordt Magda wakker door het geluid van sirenes en het loeien van de vlammen. Het stinkt naar rook. Wat er volgt is een nachtmerrie, maar dan in het echt. Ze springt uit bed en rent de gang op, waar ze tegen Sophie aanloopt die, in haar nachtpon, de jongens uit hun slaapkamers sleurt. Op hetzelfde moment verschijnen boven aan de trap de zwarte helmen met glinsterende insignes van de brandweer. Mannen, gehuld in glimmende uniformen, als soldaten in een sciencefictionfilm, grijpen de kinderen, grijpen Sophie, grijpen haarzelf, en dragen hen door de dichte rook waarin hier en daar al vlammen opspelen, de trap af, de gang door en het huis uit. Tot ze hoestend en proestend en met tranende ogen buiten staan, in een onnatuurlijke gloed van kunstlicht. Brandweerauto’s. Mannen die met slangen heen en weer rennen, en die hier en daar al bezig zijn water op het huis te spuiten. Politieauto’s, op de stoep geparkeerd en dwars over de straat. Zenuwachtige agenten. En een steeds verder aangroeiende haag van pikzwarte toeschouwers.
Uit het niets komen ambulancebroeders tevoorschijn, die de jongens overnemen van de brandweermannen, en ook zelf worden ze naar een ambulance geduwd. Paniek, paniek, paniek. Ze krijgen een plasticjas aangetrokken, en er worden dekens uitgedeeld. Een grote, dreigende brandweerman zet handtassen bij hen neer, die blijkbaar uit het vuur gered zijn.
En daar verschijn ook Sophies moeder. Ze worstelt zich krijsend en slaand door de haag toeschouwers, en stort zich onmiddellijk op de jongens, die zich snikkend aan haar omhelzingen overgeven.
Het draait er op uit dat mevrouw Kirchhoff met Ludo en Bernd richting haar huis verdwijnt. Sophie en Magda blijven achter in de motregen, Sophie bevend weggedoken in Magda’s armen. Ze kijken wezenloos naar de bluswerkzaamheden, die voorspoedig lijken te verlopen. Tot een van de agenten zich over hen ontfermt.
‘Wat moeten we nou, mevrouw?’ zegt hij tegen Magda.
Ze kijkt angstig op.
‘U kunt niet terug in huis, dat snapt u natuurlijk.’
Met een trillende onderlip bevestigt Magda dat ze dat snapt.
‘Zullen we u maar ergens naar toe rijden waar u de rest van de nacht kunt doorbrengen?’
De luminal houdt nog steeds koppig een sluier over Magda’s bewustzijn getrokken. Ze snapt nauwelijks wat de agent tegen haar zegt. Maar hij heeft het goed met haar voor, dat is duidelijk.
‘We zullen u naar een hotel brengen, zodat u nog een paar uur rust heeft. Morgen praten we verder over hoe het is afgelopen. En we moeten u natuurlijk nog een heleboel vragen stellen over hoe dit heeft kunnen gebeuren. Maar dat kan wachten. De brandweer is nog uren bezig met nablussen. Daarna kan er pas een onderzoek worden ingesteld.’
Gehoorzaam lopen Magda en Sophie met de man mee naar zijn auto, een van de groenwitte funkauto’s die de gemeentepolitie van Mülheim in gebruik heeft. Twee ernstige agenten rijden met hen naar Hotel Vogt, aan de rand van de stad. Zo’n groot lomp staketsel van een gebouw dat in de oorlog op de een of andere manier aan de vernietiging is ontsnapt. De mensen van het hotel zijn blijkbaar gebeld, want als ze er aankomen, staat de receptionist hen op te wachten, een tamelijk haveloze man met een gezicht met grote jukbeenderen en een verwarde bos grijs haar.
Hij is wel vriendelijk. Hij loopt voor hen de trap op, naar een grote slaapkamer.
‘Is dit…’ zegt hij, terwijl hij de deur voor hen opendoet.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...