‘Rond!’ schreeuwt Hahn als hij de volgende ochtend zijn werkkamer binnenkomt.
Weiss kijkt op van het dossier waarin hij zit te lezen.
‘Rond?’
‘Sst,’ zegt Hahn, met een gebaar naar Kaminsky, die in zijn eigen kamer ook opkijkt. Hij wenkt en Weiss schuift zijn stoel achteruit en volgt hem naar de keuken. Daar vertelt Hahn, zonder overigens zijn contactpersoon te noemen, wat hij te weten is gekomen.
‘Ik heb het rond,’ zegt hij. ‘Het is precies zoals ik dacht. Een clandestiene operatie. Onze vriend Emmerich Gerhard, de mislukkeling, de moordenaar, gaat een aanslag uitvoeren. En op wie? Weet je op wie?’
Weiss kijkt hem vragend aan.
‘Op Willy.’
‘Willy?’
‘Willy Brandt.’
Ademloos vertelt hij het hele verhaal zoals dat zich in zijn brein heeft gevormd.
‘Mijn god!’ zegt Weiss ademloos. ‘En wat nu?’
‘Dit is nieuws, he,’ zegt Hahn tevreden. ‘Dit moet gedeeld worden. Wie zijn er allemaal op kantoor?’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten