Ze rijdt naar Bad Rothenfelde en belt naar Roland Krämer.
‘Ik moet je spreken,’ zegt ze
Krämer, aan de andere kant van de lijn, zwijgt even.
‘Kan het niet over de telefoon?’ zegt hij dan.
‘Nee, het kan niet over de telefoon.’
‘Je wilt me ontmoeten? Waar?’
‘Ik kom naar je toe.’
‘Is dat veilig?’
‘Het moet,’ zegt ze gedecideerd
Krämer denkt kennelijk na. Hij schat de situatie in.
‘Ja,’ zegt hij tenslotte. ‘Kom maar. Nu?’
‘Nu.’
Ze legt de hoorn neer en loopt terug naar haar auto.
‘Ik moet je spreken,’ zegt ze
Krämer, aan de andere kant van de lijn, zwijgt even.
‘Kan het niet over de telefoon?’ zegt hij dan.
‘Nee, het kan niet over de telefoon.’
‘Je wilt me ontmoeten? Waar?’
‘Ik kom naar je toe.’
‘Is dat veilig?’
‘Het moet,’ zegt ze gedecideerd
Krämer denkt kennelijk na. Hij schat de situatie in.
‘Ja,’ zegt hij tenslotte. ‘Kom maar. Nu?’
‘Nu.’
Ze legt de hoorn neer en loopt terug naar haar auto.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten