Pagina's

dinsdag 28 februari 2023

233. Gerhard

[Wat voorafging]

Als hij terug is in Keulen, belt hij een escortservice en zet daarna de orkeststukken van Berg op. Het meisje is er al voor vier uur. Hij laat haar binnen en ziet hoe ze opmerkzaam om zich heen kijkt. Het matzwart en -wit van de wanden in zich opneemt en het meubilair. De tafels van zwart glas, de indirecte verlichting.
Ze is niet lang. Stevig gebouwd, en heeft halflang donker haar.
Ze trekt haar jas uit en laat haar verleidelijkheid bewonderen.
‘Je mag me Gerhard noemen,’ zegt hij.
‘Dat is goed,’ zegt ze, zonder een eigen naam te noemen. ‘Wat is dat voor muziek die je op hebt staan?’
‘Alban Berg.’
‘Ah,’ zegt ze. ‘Tweede Weense school.’
‘Pardon?’ zegt hij verbaasd.
‘Ik ben muziekstudente.’
‘Ken je zijn muziek?’
Ze maakt een grimas. ‘Ik heb erover gelezen,’ zegt ze.
Mooi?
Ze haalt haar schouders op.
Hij neemt haar jas aan, en hangt die aan de kapstok.
‘Je verdient er dus wat bij?’ zegt hij.
‘Of is dat verboden,’ zegt ze.
Hij voelt zich op het verkeerde been gezet. In de hoek gedreven door dit jonge vlees. ‘Nee, nee,’ zegt hij. ‘Maar ik dacht, zo in de middag, het is wel een rare tijd.’
Ze haalt haar schouders op. ‘Mensen hebben op de raarste tijden behoefte aan gezelschap,’ zegt ze.
‘Ik bedoel…’ zegt hij.
O, wat onhandig.
‘Op van die ongewone tijden zullen jullie wel niet veel te doen hebben,’ zegt hij lam.
‘Dan zijn er ook minder meisjes,’ zegt ze.
‘Maar gelukkig ben jij er.’
Ze kijkt hem nu koket aan. ‘Anders was er wel iemand anders geweest,’ zegt ze.
‘Ik ben blij dat jij er bent,’ zegt hij steeds onhandiger. Hij pakt haar bij de arm en draait haar om, om haar van achteren te bekijken. ‘Je bent mooi,’ zegt hij.
Ze lacht gevleid.
‘Kan ik je niet houden?’
‘Idioot.’
De muziek is gestopt. Hij loopt naar de pick-up om de plaat om te draaien.
‘Of laten we anders op vakantie gaan.’
‘Dat is zeker een grapje.’
‘Weg van de beslommeringen van alle dag. In Zuid-Italië is het nog mooi weer.’
‘Je weet niet waar je over praat,’ zegt ze. Maar ze aarzelt. Ze weet ineens niet meer of hij het niet meent. ‘Dat kost een bom duiten, hoor.’
‘Maar kan het?’
‘Hoezo, kan het?’
‘Ik neem aan dat je deel uitmaakt van een organisatie.’
‘Ik bepaal zelf wat ik doe.’
‘Zeg het maar.’
‘Wat?’
‘Hoeveel?’
‘300 DM,’ zegt ze zonder aarzelen.
‘Voor een week?’
‘Voor een dag.’
‘Maak er vierhonderd van,’ zegt Gerhard.
‘Wat een klets,’ zegt het meisje. Ze kijkt hem onderzoekend aan. ‘Of heb je heel veel geld?’ Ze denkt even na. ‘Ben je soms politiek?’ zegt ze dan.
‘Niet politiek,’ zegt hij nors.
Ze krabbelt haastig terug. ‘Neem me niet kwalijk. Business?’
‘Ik heb gewoon behoefte aan vakantie.’
‘Wanneer?’
‘Nu.’
‘Jij bent echt gek.’
Hij grijpt naar de telefoon, maar ze legt haar hand op de hoorn.
‘Doe maar niet, darling,’ zegt ze.
Hij pakt haar bovenarm en kust die. Ze trekt haar arm terug, en lacht. Haar geur. De nabijheid van haar vrouwenvlees is bedwelmend. Maar hij bedwingt zich en duwt haar tegen de tafel. Hij moet zorgen dat ze niet definitief de overhand krijgt.
‘Je moet niet denken dat ik aardig ben,’ zegt hij waarschuwend.
‘O darling, nee, dat denk ik helemaal niet,’ zegt ze.

maandag 27 februari 2023

232. Gerhard

[Wat voorafging]

‘Verschrikkelijk he,’ zegt Penny. ‘En ook zo ongewoon. Je hoort dat niet vaak, ambtenaren met een drankprobleem. Hij is hartstikke labiel, weet u. Toen Irmgard Konopka hier geweest was, hoorde hij dat op het gemeentehuis. Zulke dingen gaan zo snel de rondte. En hij was totaal buiten zichzelf. Zelfs de buren hebben kunnen horen hoe hij tegen haar tekeer ging. En de volgende dag…’
‘Irmgard Konopka?’ zegt Gerhard ongelovig.
Penny’s ogen vliegen geschrokken heen en weer tussen hem en Magda.
‘Of eigenlijk natuurlijk Sabine Mehling,’ zegt ze haastig.
‘Is Konopka hier geweest?’
‘Ze is een vriendin,’ zegt Magda benauwd.
‘Die wordt gezocht,’ snauwt Gerhard. ‘Weet je dat niet? Dat is de meest gezochte terroriste van Duitsland.’
Terroriste zegt hij.
‘Maar ik ken haar al zo lang…’
‘Ik ken haar al zo lang.’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Jullie zijn zeker een beetje gek geworden hier,’ zegt hij. ‘Was ze alleen? Wie waren er bij haar?’
‘Ze was alleen.’
‘Wanneer?’
Vier weken geleden… Vorige maand…
Gerhard telt terug. Oktober. Eind oktober.
‘Konopka is in Berlijn,’ zegt hij.
Magda krimpt ineen en draait zich om.
‘Heb je haar sinds die keer nog gezien?’
‘Nee, nee, ik heb haar niet meer gezien. En ik weet ook niet waar ze is.’
Hij kijkt haar aan, en staat op.
Ze is hem nog net zo vreemd als ze altijd geweest is.
‘Wat doe je?’ zegt ze.
‘Ik ga.’
‘Maar hij sláát haar,’ zegt ze wanhopig. ‘Hij misbruikt haar.’
‘Er zijn er wel meer die hun vrouw misbruiken,’ zegt hij. Hij knoopt omzichtig zijn jas dicht. ‘Het probleem is natuurlijk dat zoiets bijna niet te bewijzen is.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Ze doet aangifte. Als ze daar al toe te bewegen is. En hij ontkent het.’
‘Ja maar…’ zegt ze met een klein stemmetje.
‘En het enige wat je ermee bereikt, is dat het allemaal nog veel erger wordt.’
‘En hij mishandelt de kinderen.’
‘Hij zal wel heel ongelukkig zijn’, zegt Gerhard.
‘Wat een afschuwelijke dooddoener,’ zegt Magda woedend.
Gerhard draait zich om en loopt naar de keukendeur.
Maar daar stopt hij. Hij draait zich opnieuw om. ‘Ze moet scheiden,’ zegt hij. ‘Er zit niets anders op. Ik zal je het nummer van een advocaat geven.’
Hij zoekt in zijn binnenzak, maar hij heeft vergeten zijn portefeuille bij zich te steken.
‘Ik stuur het je,’ zegt hij. ‘En het is misschien verstandig dat ze met de kinderen hierheen komt. Weet je wat, ik bel de advocaat zelf. Dan neemt hij maandag contact met je op om te bespreken wat er het best gedaan kan worden.’



zondag 26 februari 2023

231. Gerhard

[Wat voorafging]

De reden van al dat gedrink is dat Dreyfuss een mislukkeling is, zegt Magda bitter. Dat kun je wel nagaan. Al bijna veertig, en referendaris bij de gebouwendienst. Dan ben je geen succes toch? Dan heb je geen carrière gemaakt. En dan maar zuipen.
Magda kijkt Gerhard met grote ogen aan.
Maar hij negeert dat.
Een heel rare man is Dreyfuss, gaat ze verder. Altijd sarcastisch. En hij had zoiets naars over zich. Zo iets duisters. Alsof hij een geheim verborg, had iemand van de vrouwenraad wel eens gezegd. Maar dat geeft hem toch niet het recht zijn vrouw te mishandelen. En zijn kinderen…
‘Vrouwenraad?’ onderbreekt Gerhard haar. ‘Wat voor vrouwenraad?’
Ze kijkt hem wantrouwend aan.
‘De vrouwenraad hier in Mülheim,’ zegt ze ontoeschietelijk. Ja, er is hier een vrouwenraad. Ja, ze zit in het bestuur. Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat om Sophie. Die zo lief is, zo zachtaardig. Zo kwetsbaar.
‘Je bent sentimenteel.’ zegt Gerhard.
‘Denk je?’ zegt Magda weifelend.
Hij lacht een geheimzinnig lachje. ‘Mag ik nog een kop koffie?’ zegt hij. ‘Nu ik hier toch ben.’
‘Maar wat moeten we doen?’
‘Luister,’ zegt hij….
Maar hij wordt onderbroken doordat Penny op kousenvoeten de keuken binnen komt. Ze kijkt de grote, cynische man, die in zijn regenjas aan tafel zit, nieuwsgierig aan. Dus dat is Herr Gerhard. Ze loopt naar hem toe, en geeft hem een hand.
‘Ik weet niet of Magda het heeft gezegd,’ zegt ze. ‘Ik ben Penelope Escher. Ik woon hier in huis. Tijdelijk.’
‘Ik heb hem alles verteld,’ zegt Magda.



zaterdag 25 februari 2023

230. Gerhard

[Wat voorafging]

Het huis Am Kuhlendahl lijkt nauwelijks veranderd. Hoogstens ziet het dak met het bemoste riet er nog wat twijfelachtiger uit dan vroeger. En de tuin wat meer verwilderd. Gerhard loopt het tuinpad op en belt. Magda doet open en kijkt hem aarzelend aan, zich kennelijk afvragend of ze hem moet kussen of juist niet. Ze ziet er uit als een appel, denkt hij, die al een beetje over zijn top is. Te glanzend, te blozend. Ze wrijft nerveus in haar handen. Hij loopt zijwaarts langs haar heen, het huis in. De vestibule met de geelachtige tegeltjes. De huiskamer. Hier is het allemaal erg veranderd. Van het nette, kleinburgerlijke interieur dat hij zich herinnert resteert weinig. Overal liggen stapels boeken, stapels papier. Een strijkplank, met daarnaast een wasmand vol was. Vazen met al lang verwelkte bloemen. Er liggen nog net geen matrassen op de grond, denkt Gerhard schamper. Maar hij zegt er niets van.
‘Zullen we naar de keuken gaan,’ zegt Magda timide. ‘Daar zitten we meestal.’
Even later zit hij aan de grote houten keukentafel, terwijl Magda bezig is bij een borrelend en puffend koffieapparaat.
‘Wat is er in vredesnaam aan de hand?’ zegt hij. 
Magda schenkt koffiekopjes in.
‘Suiker?’ vraagt ze. ‘Room?’
Weer even later zit ze tegenover hem, hand aan het schoteltje, maar zonder dat ze aanstalten maakt om te drinken.
‘Hij sláát haar,’ zegt ze. ‘En hij misbruikt haar.’
Gerhard sipt van zijn koffie. En wacht op de spraakwaterval, die onvermijdelijk moet komen. 
Hij, dat is uiteraard Sophies man. Hans-Peter Dreyfuss heet hij. Hij werkt voor de gemeente. Bij de gebouwendienst. Een overheidsdienaar nota bene. Dat verwacht je toch niet van zo iemand. Nee, het is al jaren bezig. Niemand vermoedde iets. Al hadden ze het eigenlijk moeten weten. Sophie had zo vaak ongelukjes in huis. Ze maakten daar wel eens grapjes over. Ze hadden haar wel eens ‘de pechvogel’ genoemd. Maar zonder ooit iets te vermoeden. Ze had natuurlijk last van lage bloeddruk. En ze viel wel eens flauw.
‘En daarom sloeg hij haar? zegt Gerhard onvriendelijk.
Nee, dat kwam natuurlijk omdat hij dronk, zegt Magda naïef. Dat was eigenlijk wel bekend, hoor. En als Sophie weer eens zei dat ze ziek was, nou ja, nu begreep je dat wel. Maar dat het tot zulke excessen leidde…



vrijdag 24 februari 2023

229. Gerhard

[Wat voorafging]

De affaire met Pohl sterft na woensdag een stille dood in de pers, en de inbraak in Harsum baart buiten de regionale kranten weinig opzien. Meyer van het Bundesamt laat niets meer van zich horen. Gerhard, in zijn flat in Raderthal, luistert naar muziek. Hij heeft een overvloed aan tijd om na te denken. En te wachten op onverwachte telefoontjes.
Op vrijdagmorgen gaat zijn toestel over.
‘Ja?’
‘Emmerich?’
Het is Magda.
‘Wat is er aan de hand?’ zegt hij botter dan eigenlijk de bedoeling was.
‘Er is een probleem met Sophie,’ zegt ze met een klein stemmetje.
‘Sophie?’
‘Sophie. Je kent haar wel.
‘Nee,’ zegt hij.
‘Ze is ons bruidsmeisje geweest.’
‘Dat kind?’
‘Ze is inmiddels tweeëndertig,’ zegt Magda. ‘En het gaat niet goed met haar.’
Hij denkt even na. ‘Wat moet ik daarmee?’
‘Kom je alsjeblieft?’
‘Komen?’
‘Alsjeblieft.’
‘Waar woon je eigenlijk?’
‘In Mülheim.’
‘Am Kuhlendahl?’ zegt Gerhard. ’Zo, je hebt het huis dus aangehouden.’
‘Daar gaat het nu niet om,’ zegt Magda nerveus.
Hij laat zich ompraten en rijdt naar Mülheim.



donderdag 23 februari 2023

228. Onvrijheid

[Wat voorafging]

Het is of Penny het aanvoelt. Als Magda thuiskomt, zit ze op haar kamer te studeren en ook de hele volgende ochtend blijft ze als een muis in haar holletje. Tegen elf uur gaat Magda naar boven. Penny is bezig uittreksels te maken.
‘Wist je het?’ zegt ze met dichtgeknepen stem.
Penny kijkt op uit haar boeken. ‘Wist ik wat?’
‘Van Sophie?’
Penny knikt.
‘Hoe lang al?’
‘Sinds altijd natuurlijk.’
‘O lieverd,’ zegt Magda verschrikt.
‘Wil je me met rust laten,’ zegt Penny, ‘ik ben druk.’
Magda loopt de trap af.
Zij wist het ook al lang.
En nu ze weet wat ze eigenlijk al zo lang wist, is ze ook niet langer ontevreden of rusteloos. Deze situatie kan niet langer blijven bestaan, denkt ze. Ze moet iets doen. Al weet ze nog niet wat. Het enige wat ze kan bedenken is: Emmerich. Een rare gedachte, natuurlijk, maar wie is er anders die haar kan helpen om dit op te lossen.
Maar hoe moet ze met Gerhard in contact komen? Ze heeft hem sinds ze drie jaar geleden zijn gescheiden niet meer gezien. Ze weet niet eens waar hij woont. Hun enige contact is de bankoverschrijving van haar alimentatie, één keer per maand. Ze haalt er een rekeningafschrift bij. Maar dat helpt haar natuurlijk niet verder. 
Uiteindelijk belt ze met haar bank, en krijgt een heel aardige, jonge bankbediende aan de telefoon, die haar ook vaak helpt aan de balie.
‘Mevrouw Gerhard,’ zegt ze.
‘Goedemorgen, mevrouw Gerhard,’ zegt de jongeman beleefd.
‘Ik heb een vraag voor u. Het is een beetje ingewikkeld. Maar ik ontvang, zoals u misschien wel weet, maandelijks een bedrag, een alimentatie, van mijn ex-man. Dat komt van…’
Ze kijkt op het bankafschrift dat voor haar lag, en noemt het nummer van de bankrekening dat daar staat vermeld.
‘Ja?’ zei de jongeman. ‘Maar wat wilt u? Moet het geld naar een andere rekening worden overgemaakt?’
Magda aarzelt. ‘Kan dat?’ vroeg ze. ‘Ik bedoel, zonder zijn toestemming?’
‘Nee, dat moet wel aan Herr Gerhard worden doorgegeven.’
‘Hoe gaat dat?’
‘Dat kunt u zelf doorgeven. Als hij ermee akkoord gaat, verandert hij de betaalopdracht.’
Magda knikt, en frutselt aan het boekje met bankafschriften dat voor haar op tafel ligt.
‘Maar ik weet niet,’ zegt ze, ‘ik heb het contact verloren.’
‘Ja, dat is lastig.’
‘Maar misschien kunt u mij helpen?’
De jongeman aarzelt. ‘Dat kunnen we niet doen, mevrouw.’
Maar ze houdt aan.
‘Ja, het rekeningnummer is er inderdaad een van onze bank,’ zegt de jongeman tenslotte.
‘Dan hebt u zijn gegevens toch in uw administratie?’
‘Maar mevrouw, echt…’
‘Het is heel belangrijk,’ zegt ze wanhopig.
‘Het spijt me enorm, mevrouw, maar dat zou tegen alle regels zijn.’
‘Ik heb eigenlijk alleen het telefoonnummer nodig.’
‘Ja, dat…’
‘Eigenlijk is het een zaak van leven of dood.’
Het lijkt niet goed denkbaar dat hij dat aannemelijk zal vinden. Maar hij is niet tegen haar vrouwelijke hulpeloosheid opgewassen. Blijkbaar is hij, terwijl zij praat al aan het zoeken geweest.
‘Hebt u een pen?’ zegt hij met gedempte stem.
Hij geeft haar het adres. En het telefoonnummer. Het kengetal van Keulen, en daarna zes cijfers.
‘Mag ik dat even herhalen,’ zegt ze.
Maar dat gaat de bankbediende te ver.
‘Ik wens u verder nog een prettige middag,’ zegt hij haastig.
En hij belt af.

woensdag 22 februari 2023

227. Onvrijheid

[Wat voorafging]

Ze lopen een heel stuk zonder iets te zeggen. Ze bereiken de bosrand, bij het oude enkelspoor. Ze steken over bij de voetgangersoversteek, en lopen het bos aan de overkant in. Alsof ze begonnen zijn aan een wandeling zonder eind. Die hen verder en verder weg voert. Het Broicherwald uit. Het heuvelland in van Westfalen. En verder en verder. Tot ze aan de zee staan.
Waar je niet verder kunt.
‘Maar Irmgard…’ begint Sophie.
‘Waarom doet ze dat in vredesnaam?’
‘Wat?’
‘De illegaliteit.’
‘Nee, dat moet je niet zeggen,’ zegt Sophie beslist. ‘Dat is haar keus Dat moet je respecteren. Er zijn er die er voor kiezen de dingen stapje voor stapje te veranderen, van binnenuit als het ware. Maar zij kiest er voor om zich te verzetten.’
‘Maar kiest ze daarvoor?’
‘Wat bedoel je?’
‘Kies je daarvoor? Of word je als het ware gekozen? Kunnen we kiezen, denk je? Ik had Gerhard gekozen. Al weer een hele tijd geleden. Maar heb ik hem gekozen? Of werd ik gewoon gekozen? Ik bedoel, je kiest wel voor iets, maar dan denk je toch niet, dat kies ik nu voortaan voor altijd? Je kiest toch niet voor een idee? Je kiest voor… Je kiest voor de werkelijkheid. En dan verandert de werkelijkheid. En dan moet je toch eigenlijk opnieuw kiezen?’
‘O lieveling,’ zegt Sophie.
Ze stopt en trekt Magda met geweld naar zich toe, zodat ze opeens voor haar komt te staan. Ze slaat haar armen om haar schouders en drukt haar tegen zich aan. De tranen lopen over haar wangen en maken ook Magda’s wangen nat.
Ze is zo vrouwelijk dat het hartverscheurend is.
‘O lieveling,’ zegt ze. ‘Ik ben zo ongelukkig.’


dinsdag 21 februari 2023

226. Onvrijheid

[Wat voorafging]

Magda rijdt naar de plek waar ook Irmgard een aantal weken geleden haar auto heeft neergezet. Ze zijn de enige auto op de parkeerplaats. Het regent helemaal niet hard. Het miezert. Magda en Sophie slaan de kraag op van hun regenjas, en Magda haalt de rode paraplu uit de kofferbak. Als ze arm in arm lopen, passen ze net onder het scherm.
Ze lopen het bos in, langs de zelfde boslaan waar Magda indertijd met Irmgard Konopka heeft gelopen. Sophie houdt haar arm stevig omklemd. Drukt hem tegen zich aan. Ze lopen zwijgend langs de bekende paden. Het bos is kletsnat. Bladeren zitten er bijna niet meer aan de bomen. En het ruikt bijna ondraaglijk bosachtig. Ze zijn helemaal alleen.
Tot haar eigen verbazing begint Magda te huilen.
‘Magda, wat is er?’
‘Eigenlijk niets,’ snift ze.
‘Is er iets gebeurd?’
‘Nee, helemaal niets.’
Sophie lijkt haar nog iets vaster te omklemmen, en ze merkt dat ze ongewild terugklemt.
Ze lopen.
Als klitten.
‘Ben je gelukkig?’ vraagt Magda.
Sophie knikt ernstig.
‘Ja logisch ook,’ zegt Magda. ‘Met twee lieve kinderen. En Hans-Peter.’
‘Hans-Peter heeft promotie gemaakt,’ zegt Sophie.
‘O wat fijn.’
‘Hij is nu Referendaris I.’
‘Met loonsverhoging?’
‘Zijn eindschaal is nu veel gunstiger.’
‘Weet je, ik ben zo ontevreden,’ lacht Magda, half getroost, door haar tranen heen. ‘Soms wordt het me echt even te veel.’
Sophie zwijgt.
‘Weet je, geen man, geen kinderen… Ach, ik ben ook gek natuurlijk.’ Ze schudt het hoofd. ‘Ik ben zo alleen,’ zegt ze met een klein stemmetje. ‘En tussen ons gaat het ook niet goed.’
‘Maar lieverd,’ fluistert Sophie, ‘hoe kom je daar nou bij?’
‘Nee, het is gewoon zo.’
Sophie schudt beslist haar hoofd.
‘En het komt allemaal door Irmgard.’



maandag 20 februari 2023

225. Onvrijheid

[Wat voorafging]

Magda gaat haar auto uit de garage halen, en rijdt naar Sophies huis. Ze stopt aan de stoeprand, en Sophie komt al naar buiten, weggedoken in een regenjas, want het is nog steeds niet droog.
‘Gaat Penny niet mee?’ vraagt ze.
‘Die studeert.’
Sophie schuift naast haar en trekt het portier dicht.
Ze start.
‘Wat fijn he,’ zegt Sophie.
‘Wat fijn?’
‘Ik ben zo blij dat ze weer bezig is haar studie op te pakken.’
‘O,’ zegt Magda. ‘Ik weet niet zeker of het haar studie is, hoor. Ik denk wel eens dat Penny al een tijd geleden met haar studie is gestopt.’
‘Nee toch?’ zegt Sophie. ‘Dat dacht ik niet hoor.’
Magda zwijgt, en stuurt aandachtig door de straten van Mülheim.
‘Wanneer is ze dan gestopt?’
Vorig jaar? Twee jaar geleden?
‘Ik kan het me niet voorstellen,’ zegt Sophie weifelend. ‘Ze werkt zo hard.’
‘Ze wil een boek schrijven.’
‘Een boek?’ zegt Sophie opgelucht. ‘Nou zie je wel.’
Ze rijden Mülheim uit.
‘Weet je,’ zegt Sophie, ‘ik heb eigenlijk niet zoveel zin om te winkelen.’
Magda kijkt opzij, en Sophie lacht verontschuldigend.
‘Wat gaan we dan doen?’ zegt Magda.
‘Misschien een eindje wandelen?’
‘Het regent.’
‘Heb je geen paraplu?’
‘Ja, die ligt achterin de auto.’
‘Nou dan, een herfstwandeling. Laten we naar het Broicherwald gaan. Daar zijn we al zo lang niet geweest.’



zondag 19 februari 2023

224. Onvrijheid

[Wat voorafging]

Sophie heeft nooit veel met Penny opgehad. En omgekeerd was het niet anders. Die twee accepteerden elkaar. Omwille van haar. Omdat ze allebei in zekere zin haar vriendinnen waren. Maar het was duidelijk dat ze elkaar niet lagen. Sophie was als ze er was altijd vriendelijk tegen Penny. Maar een beetje op een neerbuigende, een beschermende manier. Magda had vaak gemerkt dat ze zich eigenlijk ergerde aan de studente uit Düsseldorf, met haar vreemde mengeling van goede bedoelingen en slonzigheid. En al helemaal aan haar cynische uitvallen. Penny van haar kant had Sophie altijd zo ongeveer genegeerd.
Maar na het bezoek van Irmgard Konopka is dat op een geheimzinnige manier veranderd. Zolang Irmgard er was, was Penny werkelijk onuitstaanbaar. Ze klampte zich aan haar vast als een klit. Ze eiste haar helemaal voor zich op. Eigenlijk was Irmgard daar niet goed mee omgegaan natuurlijk. Ze had het zich laten aanleunen. Ze was er op ingegaan. Ja toch? Het was bijna…
Het was bijna of ze blij was met de aandacht van dit vijftien jaar jongere meisje.
En toen was Irmgard plotseling verdwenen.
Tijdens die walgelijke film van Pasolini.
En Sophie was helemaal verkikkerd geraakt op Penny.
Al was dat natuurlijk een rare manier van zeggen.
Maar het leek er wel bijna op.
En Penny op Sophie.
Of niet.
Of wel.
Penny is bijna niet te doorgronden.
Magda loopt naar de telefoon in de huiskamer, en belt Sophie.
‘Sophie Kirchhoff?’
‘Sophie, lieverd, heb je tijd?’
‘Tijd waarvoor?’
‘Ik wilde naar Düsseldorf rijden. Even kijken voor winterkleren. Ik heb niets meer dat nog toonbaar is.’
‘Nu?’
‘Nou ja…’
‘Nou ja,’ zegt Sophie daardoorheen, ‘waarom niet.’
‘Als de kinderen…’
‘De jongens blijven over. Die komen pas na vier uur van school.’



zaterdag 18 februari 2023

223. Onvrijheid

[Wat voorafging]

Misschien is ze alleen maar onrustig. Ze is de laatste weken steeds onrustig. Eigenlijk al sinds het onverwachte bezoek van Irmgard. En haar geheimzinnige verdwijning tijdens de vertoning van die afschuwelijke film van Pasolini. ‘Elektrificerend’, noemde Lydia Pötzger het. Wat bedoelde ze daarmee? Ze bedoelde misschien dat er door Irmgards bezoek een soort stroomstoot door de Mülheimer vrouwenbeweging was gegaan. Want dat was echt zo. Als je erop terugkeek, dan leek het wel of de vrouwen op een gewelddadige manier in aanraking waren gekomen met een andere wereld. Met andere wetten, andere waarheden. Andere verantwoordelijkheden ook. Een echtere wereld misschien wel. Een wereld waarin er geen doekjes om werden gewonden. In tegenstelling tot de alledaagse Mülheimer wereld waarin juist overal doekjes om gewonden werden. Net zo lang tot niemand meer in de gaten had dat er doekjes gewonden werden. En toen was Irmgard Konopka komen opdagen, en had laten zien hoe de werkelijkheid eruit zag zonder doekjes. Een naakte werkelijkheid.
Van vervreemding.
En onderdrukking.
En ontaarding.
Eigenlijk is door Irmgard alles veranderd.
Al was dat natuurlijk niet haar bedoeling.
Magda had plotseling gevoeld dat ze oud was.
Wat de waarheid was.
Dat doekje had Irmgard weggetrokken.
En ook bij Sophie was er een doekje weggetrokken.
Dat was nog wel het vreemdste.


vrijdag 17 februari 2023

222. Onvrijheid

[Wat voorafging]

Dingen kopen, denkt Magda. Kleren. Een winterjurk, waar ze hard aan toe is. Wat er in de kast hangt, is allemaal oud. 
Een heleboel nog uit de tijd in Hamburg.
Waar het altijd koud en winderig is.
Iets nieuws heeft ze nodig. Iets voor de winter, maar anders. Ze werpt een wantrouwende blik in de spiegel die in de keuken boven het aanrecht hangt. Iets leuks. Iets waarin ze er goed uitziet. Ook al is dat misschien helemaal fout. Want in feite is er goed uit zien natuurlijk een uiting van de vrouwelijke seksualiteit. Vergelijkbaar met dat haantjesgedrag dat mannen vaak tentoonspreiden. Ze weet niet meer wie dat gezegd heeft. Irmgard? Nee, waarschijnlijk een van de vrouwen uit Hamburg. Er goed uitzien, dat is een teken dat je seksueel beschikbaar bent. Dat je gedekt wilt worden. En dat is bij haar natuurlijk absoluut niet het geval. Na de affaire met Haase heeft ze besloten dat seks voor haar nu definitief een boek is dat ze uit heeft. Een boek dat haar al met al weinig plezier heeft bezorgd. Om over geluk maar te zwijgen. Geluk, als ze dat kent, heeft ze het leren kennen in de vrouwenbeweging. Geluk - ze veegt met een vluchtig, bijna geërgerd gebaar de haarlokken opzij die over haar voorhoofd vallen – geluk, dat heeft met rechtvaardigheid te maken. Met de strijd voor rechtvaardigheid. De strijd van vrouwen om te worden aanvaard als volwaardige en gelijkberechtigde menselijk wezens. Als meer dan dieren die mechanische functies uitvoeren. En al helemaal als die mechanische functies bestaan uit het grootbrengen van de kinderen die uit je lijf gegroeid zijn en het doen van de huishouding. En ‘s avonds in bed toestaan dat je man als een zombie op je kruipt.
Of je misschien zelfs mishandelt.
Ze schudt haar hoofd om die gedachte kwijt te raken.
Emmerich heeft haar nooit mishandeld. Hij heeft nooit een vinger naar haar uitgestoken. Hij verloor gewoon zijn belangstelling. Wat helemaal niet raar is. Want ze is uiteindelijk natuurlijk gewoon…
Een stomme trut.
Die wil winkelen als ze zich ongelukkig voelt.
Zo banaal.
Wan hoeveel reden heeft ze uiteindelijk om zich ongelukkig te voelen? Wat ontbreekt haar?
Ze heeft een huis. Haar alimentatie. Een plaats in de samenleving. Vriendinnen.
Ze is dus helemaal niet ongelukkig.
Ze is…
Ze is ontevreden.
‘Ben ik ontevreden?’ zegt ze tegen Penny.
Die kijkt op uit haar boek. ‘Mmm,’ zegt ze.
‘Ja he?’ zegt Magda.
Ze kijkt om zich heen. Bijna de hele afwas is opgeruimd. Alleen de pannen staan nog in het afdruiprek. Ze droogt ze vluchtig af, stapelt ze op de beproefde manier in elkaar, en duwt ze ruw in de kast boven het fornuis.
‘Misschien ben je bezorgd,’ zegt Penny, maar half geïnteresseerd.
Magda liefkoost haar vluchtig, terwijl ze terugloopt naar haar werk.
‘Lees maar,’ zegt ze.


donderdag 16 februari 2023

221. Onvrijheid

[Wat voorafging]

Eigenlijk wil Magda Gerhard de deur uit. Eigenlijk wil ze absoluut de auto pakken en naar Düsseldorf rijden, of naar Keulen, of zonodig naar Duisburg. Om daar door de winkelstraten te lopen en in de etalages te kijken. En dan naar binnen te glippen en dingen te kopen.
Maar het is géén weer.
Ze denkt aan iets dat Irmgard Konopka ooit tegen haar heeft gezegd. ‘Waarom winkelen we? Winkelen is bevrijding. Ook al is die bevrijding maar tijdelijk. En ook al werpt die bevrijding ons des te wreder terug in onze gevangenschap.’ Of zei ze ‘onvrijheid’? Waarschijnlijk het laatste. Onvrijheid is een filosofisch woord. En gevangenschap, dat klinkt wel erg melodramatisch.
Magda loopt als een kip zonder kop door het huis. Ze zet dingen recht, verschuift dingen. Ze schudt kussens op en trekt kleedjes recht. De afwas! Ze begint het bestek en het vaatwerk af te drogen dat in het afdruiprek staat te wachten, en bergt het op met luid gekletter en geklep van deurtjes.
‘Wat heb je toch?’ zegt Penny, die bij het fornuis met een sigaret in haar hand in een boek zit te lezen.
Ze heeft haar studie over de positie van de vrouw in het Ruhrgebied weer opgepakt. Gisteravond heeft ze er Magda uitgebreid over onderhouden. ‘Weet je,’ zei ze, ‘eigenlijk was het allemaal zo slecht nog niet.’ Al in de achttiende eeuw waren er aanwijzingen dat de vrouw hier in het westen van Duitsland verbazend zelfstandig was. Er werd natuurlijk, vooral in de hogere standen, volop getrouwd om dynastieke redenen, maar daarbij gold de onvrijheid net zo goed voor de jongens als voor de meisjes. Van wat je noemt gedwongen huwelijken was hier geen sprake. Er waren documenten die er op wezen dat meisjes heel vrij waren in de omgang. Dat ze uit konden gaan, met andere meisjes, of zelf in gemengde gezelschappen. En na het huwelijk was de plaats van de Rijnlandse vrouw ook echt niet uitsluitend achter het aanrecht. Ze praatte volwaardig mee over familieaangelegenheden, en had daar vaak een belangrijke stem in het kapittel. Er waren zelfs vrouwen geweest die bestuurlijke functies hadden bekleed.
‘Om maar te zwijgen over de machtige positie van de oudere mater familias,’ voegde Penny daar met een ondeugend lachje aan toe. Maar Magda hield het niet langer, en was de bijkeuken ingevlucht, waar de was nu wel lang genoeg had gedraaid.


woensdag 15 februari 2023

220. Metzger

[Wat voorafging]

Die avond wordt hij thuis gebeld door Metzger.
‘Hoe ken je mijn nummer?’ blaft hij.
‘Maar chef,’ zegt de sportschoolhouder op verwijtende toon. ‘Wie kent je nummer niet?’
Hij wil boos over Kasinke beginnen. Maar Metzger is hem voor.
‘Het gaat niet goed met het meisje, chef.’
‘Welk meisje?’
‘Je mag raden.’
Hij is niet op zijn hoede.
‘Je hebt het toch niet over mevrouw Konopka?’ zegt hij boos.
Het is even stil aan de andere kant van de lijn, en Gerhard vervloekt zijn loslippigheid.
‘Konopskaya?’ zegt Metzger geïnteresseerd. ‘Kent u die? O, ja, natuurlijk.’ Hij zwijgt weer even. ‘Maar die is toch bij de terroristen beland?’ Nee, chef, met die lui heeft Metzger niets te maken. ‘Het gaat over je meisje in Mülheim.’
Magda.
‘Wat is er met haar.’
‘Ik weet het niet,’ chef, zegt Metzger. ‘Ik weet het niet. Maar het gaat niet goed. Ze kwam iedere week in de sportschool, weet je. Heel zuinig op haar conditie.’ Maar nu heeft de sportschoolhouder haar al minstens drie weken niet meer gezien.
‘Weet je wat,’ zegt Gerhard boosaardig, ‘misschien is het goed als je je aandacht besteedt aan die fijne Anita van je. En ik zou het op prijs stellen als je me niet meer op dit nummer belt.’
Hij wacht niet op een reactie, en legt de hoorn op de haak.
En wacht daarna nog zeker drie minuten met de hand in de buurt van de telefoon of Metzger terugbelt. Maar dat doet hij niet.

dinsdag 14 februari 2023

219. Impasse

[Wat voorafging]

In dit stadium van de gebeurtenissen had het Emmerich Gerhard natuurlijk al lang duidelijk moeten zijn dat zijn operatie is mislukt. Hij had zijn liaison moeten opdoeken en hij had Bödel moeten opbellen om verslag uit te brengen van zijn wederwaardigheden. Hij doet echter noch het één, noch het ander. Hij stapt in zijn auto en rijdt naar zijn flat in Keulen. Daar aangekomen, zet hij muziek op, en drinkt teveel smerige whisky. Hij bladert lusteloos in Drechslers essay over Konopka. Feiten, feiten, feiten. Maar ook, hier en daar, een spoor van een gefascineerdheid die hij herkent. Drechsler is natuurlijk een flikker, denkt hij, maar hij heeft, zoals zoveel flikkers, zijn capaciteiten. Wat dat betreft zijn het net joden.
Gerhard begraaft zich in zelfbeklag.
Tot hij zich in de loop van de middag vermant. Hoe lang heeft hij nu al zijn conditie verwaarloosd? Hij trekt zijn trainingspak aan, en gaat naar buiten. In drie kwartier legt hij, ondanks steken in de milt, in het park twee keer zijn gebruikelijke traject af. Tegen half vijf zit hij uit te hijgen op een bankje bij de ingang. Het hardlopen heeft het gewenste effect gehad en volledige ontspanning teweeg gebracht.
Terwijl hij terugloopt naar huis, ziet hij aan de andere kant van de straat een man, een onwaarschijnlijk lange jongeman, een reus met knokige ledematen, die op zijn gemak hardlopend een vrouw op een fiets bijhoudt. De vrouw heeft een kind in een zitje op het stuur. Ze geeft er geen blijk van dat ze de hardloper zelfs maar opmerkt. En ook het kind heeft in het geheel geen aandacht voor de man.
Thuisgekomen doucht hij uitgebreid, voor hij gaat eten.


maandag 13 februari 2023

218. Impasse

[Wat voorafging]

Als Gerhard in Harsum aankomt, heeft de politie van Hildesheim het onderzoek nog niet afgerond. Hij laat zich door een geüniformeerde agent naar de man brengen die de leiding heeft. Die accepteert zijn legitimatie als vanzelfsprekend, en begint onmiddellijk over de Roodfrontconnectie. Blijkbaar is het gerucht over de verhuizing van de Staüberle-Konopka-mensen hier al gemeengoed.
De rechercheur noemt de naam van Staüberle zelf.
Staüberle? Wat voor bewijzen heeft hij?
Niet echt veel, erkent de man. Meer een optelsom van aanwijzingen. De inbraak is uitgevoerd door meer dan één dader. Twee, of waarschijnlijk drie personen. Professioneel. Met een loper. De inbrekers droegen kennelijk handschoenen, want er zijn nergens vingerafdrukken aangetroffen. Nee, documenten op zich zijn er niet ontvreemd. Wel alle stempels die op het gemeentehuis aanwezig waren. En een apparaat waarmee pasfoto’s op de officiële manier op persoonsbewijzen kunnen worden bevestigd.
Er is een dressoirkast geforceerd in de burgemeesterskamer, waar de helft van een fles dure Franse cognac is leeggedronken. Courvoisier, zegt de rechercheur. En het is bekend dat dat het lievelingsmerk is van Christian Staüberle. Dacht hij.
Gerhard laat zich naar de burgemeesterskamer leiden, en kijkt even toe terwijl de politiemensen zich bezig houden met het veilig stellen van sporen die ze waarschijnlijk voor een groot deel al zelf verknoeid hebben, of aan het verknoeien zijn. Hij drentelt even rond en voelt zijn woede groeien. Na een tijd wijst hij op de cognacfles, die op het dressoir staat, met de dop ernaast.
‘Laat maar onderzoeken,’ zegt hij.
‘Er is al naar gekeken,’ zegt een rechercheur. ‘Er zitten geen vingerafdrukken op.’
‘Dan zoeken we naar een mondafdruk,’ zegt Gerhard boosaardig.
‘Denkt u echt?’
Maar hij heeft zich al omgedraaid en loopt weg.
De rechercheurs kijken elkaar even besluiteloos aan. Hoe kunnen ze de halfvolle cognacfles veilig stellen zonder hem af te sluiten. En als ze de dop erop doen, hoe kunnen ze dan voorkomen dat een eventuele mondafdruk verloren gaat.
Uiteindelijk laten ze speciaal voor de fles een team van experts aanrukken uit Wiesbaden. Die fotograferen de fles van alle kanten en deponeren hem vervolgens met een speciale tang in een plasticzak om mee te nemen.


zaterdag 11 februari 2023

217. Impasse

[Wat voorafging]

Maar woensdag wordt hij ‘s ochtends al voor half elf opgebeld door Karl. Er heeft zich een ontwikkeling voorgedaan, meldt de jongen opgewonden. Het Roodfront heeft weer toegeslagen. Er is die nacht ingebroken in het gemeentehuis in Harsum.
Harsum?
Tussen Hannover en Hildesheim.
Wat is er gestolen?
Karl weet het niet precies. Documenten? Stempels? Dat soort zaken denkt hij.
‘Heb je een dienstbericht? Wacht, ik kom er aan.’
Een echt dienstbericht is er niet. Het was een mededeling van Weiss, die deze ochtend de koerierdienst voor zijn rekening had genomen. Hij heeft Karl verteld dat de politie in Hildesheim de zaak in onderzoek heeft. Er was daar een jonge leidinggevende, die de overtuiging koesterde dat deze inbraak de signatuur droeg van de Roodfrontgroep. De man had laten opbellen naar de Sicherungsgruppe voor nadere informatie.
Die men hem niet kon geven.
Gerhard bedankt Karl en rijdt over de A2 300 km naar het oosten. In ieder geval is Schneiders signatuur duidelijk, denkt hij. De jongen had, toen Gerhard hem instrueerde, laten merken dat de Roodfrontgroep belangstelling had voor documenten. Harsum is niet ver van Rühle. Misschien zat de rechercheur uit Hildesheim, hoe onwaarschijnlijk zijn gissing ook leek, dicht bij de waarheid.



216. Impasse

[Wat voorafging]

Dinsdagmorgen belt Gerhard naar de Recherche in Oberhausen. Dehmel is weinig toeschietelijk. Blijkbaar heeft het nieuws van de aanslag hem ook bereikt en heeft hij conclusies getrokken. Toch is hij niet echt onwelwillend. Ja, ja, zegt hij, de surveillance is vrijdag na Gerhards telefoontje hervat. Maar Schneider heeft zich niet meer op het adres aan de Ebertstrasse vertoond. Het lijkt allemaal tamelijk zinloos.
‘We gaan er in,’ zegt Gerhard.
Maar dat is natuurlijk mosterd na de maaltijd. Als de politie Oberhausen, tegen de middag, als de hoeren net op zijn, dus onder veel verontwaardigd gekakel, het café binnenvalt om Schneiders kamer te doorzoeken, zijn daar nauwelijks nog sporen van zijn aanwezigheid te vinden. Het bed is afgehaald, de dekens en lakens opgevouwen. Alle rommel is opgeruimd. Zelfs de kalender uit ‘68 hangt niet meer aan de wand. De bergplaats onder het vloerkleed, waar Schneider zijn drugsgeld bewaarde, is leeg.
Tegen vier uur is Gerhard bij zijn steunpunt in Düsseldorf. Daar heeft Hannes dienst. De jongen is beleefd en behulpzaam. Gerhard meent iets van terughoudendheid te bemerken, maar dat is misschien paranoia. Hij neemt zorgvuldig alle dienstberichten door die Bonn die dag en de dag tevoren heeft bezorgd. Hij verdiept zich langdurig in het portret van Konopka dat Drechsler heeft opgesteld, in de vergeefse hoop daar aanknopingspunten in te vinden die van nut zijn.
Aan het eind geeft hij Hannes de documenten terug, en tekent voor de inzage.
‘Een penibele zaak,’ zegt hij.
De jongen knikt. ‘Ja meneer.’
‘We zullen nog een tandje bij moeten zetten.’
‘Ik weet niet, meneer…’
‘Maak je geen zorgen,’ zegt hij. ‘Je zult zien, aan het eind komt alles op zijn pootjes terecht.’
‘Verandert er nog iets meneer?’
Nee, schudt Gerhard. Voorlopig verandert er niets. Maar de hoogste waakzaamheid is geboden. Hij aarzelt even. ‘Jullie hebben mijn thuisnummer, he?’
Hannes knikt, en grijpt naar de bureaula.
‘Alleen bij belangrijke gebeurtenissen,’ zegt Gerhard.
Maar voorlopig is dat niet aan de orde natuurlijk.
Denkt hij.



vrijdag 10 februari 2023

215. Impasse

[Wat voorafging]

Tot overmaat van vreugde, komt later die ochtend ook Rochus Winckelmann nog aan de telefoon.
‘Nou moet het godverdomme niet gekker worden,’ zegt die zonder omwegen. ‘Klopt het dat jij zelf knalpijpjes hebt geleverd aan die infiltrant van je?’
‘Hoe kom je daarbij?’
‘Waar haal je het idee vandaan?’
Gerhard zwijgt.
‘Je bent godverdomme medeplichtig!’
‘Het was onderdeel van de operatie,’ zegt Gerhard kil.
‘Je bent gek.’
‘Ik handelde overeenkomstig mijn instructies.’
Er valt een stilte aan de andere kant van de lijn.
‘Ja goed,’ zegt de man uit Keulen tenslotte. ‘Maar toch…’
‘Maar toch?’
‘Het spijt me, Emmerich, zegt Winckelmann. ‘De zaak is nu in handen van de het bureau van Meyer. Wij hebben er onze handen van afgetrokken.’
Wat overigens niet betekent - en dat is dan weer een meevaller - dat het steunpunt in Düsseldorf niet langer operationeel kan blijven. Handen ervan af betekent kennelijk niet dat Winckelmann niet graag een vinger in de pap houdt. En er is zelfs nog een sprankje goed nieuws. Deibel in Hannover heeft toegezegd dat de politie daar de zaak niet op de spits zal drijven.
Winckelmann belt af met de belofte hem op de hoogte te houden van ontwikkelingen.
Die avond kijkt Gerhard televisie. Hij komt terecht bij het zoveelste debat over de Oostpolitiek. Ditmaal met Rainer Barzel, de oppositieleider van het CDU.
Zijn blik blijft landerig hangen bij het kuise decolleté van de gespreksleidster.
Zijn hand ligt zoals gewoonlijk werkeloos in zijn kruis.



donderdag 9 februari 2023

214. Impasse

[Wat voorafging]

‘Maar je denkt dus dat het aannemelijk is dat het Roodfront bezig is zijn operaties uit te breiden naar het westen?’
‘Ik denk niets,’ zegt Gerhard. Maar er was onderzoek gaande.
‘Er is ook sprake van infiltratie…’ zegt de man voorzichtig.
Gerhard denkt even na.
‘U zult begrijpen dat ik zoiets niet kan bevestigen en ook niet ontkennen. Wilt u nog meer weten?’
‘Ja, ja,’ zei de man, toch een beetje van zijn stuk gebracht. ‘Deze recente aanslag, in Kleefeld.’ Hij wil weten of die ook voorwerp van onderzoek is van de Federale Recherche.
Nee, dat onderzoek wordt gedaan door de plaatselijke politie. Maar als daar informatie uit naar voren komt die wijst op een politieke dimensie, dan wordt dat uiteraard gecommuniceerd met het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden. En met de Veiligheidsdienst. Nee, zulke aanwijzingen zijn er nog niet. Nee, dat was allerminst zeker. Ja, de Federale Recherche volgt het onderzoek nauwlettend.
Als ze klaar zijn over Kleefeld, aarzelt de SPD-man een ogenblik. Dan vraagt hij op gedempte toon of er hier misschien sprake is van een clandestiene operatie.
Gerhard kijkt geschrokken naar de hoorn.
‘Wat voor operatie?’ vraagt hij dan.
Tja, ja, binnen de partij is bekend dat er in het verleden…
‘Dat was in het verleden,’ snauwt Gerhard. En: Als dat al ooit bestaan heeft, dan kan hij verzekeren dat het al jaren niet meer bestaat. Heeft u nog meer vragen?
De man lacht spijtig en maakt een eind aan het gesprek.



woensdag 8 februari 2023

213. Impasse

[Wat voorafging]

Op maandag hebben de kranten grote koppen en er zijn zelfs al analyses. Het is inmiddels bekend dat er anso is gebruikt. Een aanslag dus. Er worden verbanden gelegd met links extremisme, maar alleen in vage bewoordingen. Roodfront wordt genoemd, maar meer ook niet.
Om twaalf uur die ochtend wordt Gerhard gebeld door Fischler, die zich nauwelijks nog laat afschepen. Het telefoongesprek eindigt met dreigementen. Maar die laat hij langs zijn koude kleren afglijden.
Verontrustender is een telefoontje dat hij krijgt van een regionale SPD-afgevaardigde, iemand die hij vagelijk kent. ‘Emmerich,’ zegt de man. Maar hij maakt geen toespeling op zijn partijlidmaatschap. Hij wil met hem spreken, zeg hij, ‘in zijn coördinerende functie’. Gerhard vraagt hem contact op te nemen met zijn directeur, dr. Adalbert Fischler.
Nee, nee, zegt de SPD-man, hij moet hém hebben.
Gerhard is gedwongen zich te onderwerpen aan een uitgebreide ondervraging. Is het correct dat de Federale Recherche onderzoek instelt naar politiek gemotiveerde gewelddaden?
Ja, dat is de taakstelling van de Sicherungsgruppe.
‘Politiek gemotiveerde gewelddaden,’ zegt de man. Dan is natuurlijk ook de organisatie van Christian Staüberle en Irmgard Konopka onderwerp van onderzoek? De zogenaamde Roodfrontgroep? Is het juist dat er aanwijzingen zijn dat Staüberle en Konopka bezig zijn nieuwe operatiebases te stichten in de westelijke bondslanden?
Daar heeft de Federale Recherche geen concrete aanwijzingen voor, zegt Gerhard.
‘Maar er zijn geruchten...’
‘Ja, dat klopt,’ zegt Gerhard kortaf. Maar die zijn niet bevestigd.



dinsdag 7 februari 2023

212. Meyer

[Wat voorafging]

Maar zo gemakkelijk komt hij er niet van af. Op zaterdagmorgen - hij heeft net de eerste berichten over de aanslag bij Pohl in de ochtendkranten gelezen - krijgt Gerhard een telefoontje van het Bundesamt für Verfassungsschutz. Het federaal bureau van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Meyer.
‘Wat is dit godverdomme voor gekloot?’ kraakt zijn stem.
‘Pardon?’
‘Zijn jullie helemaal van de pot gerukt!’
Ze hebben kennelijk met Winckelmann gesproken, en de puzzelstukjes aan elkaar gelegd. 
Het geschreeuw is misschien bedoeld als intimidatie want tijdens het gesprek dat ze voeren bindt Meyer al snel in. Eén ding moet echter duidelijk zijn, zegt hij met nadruk. In het vervolg van deze operatie wordt er niet meer samengewerkt met het Landesamt in Düsseldorf. En al helemaal niet meer met de reguliere politie.’
Gerhard zwijgt.
‘Wij nemen de zaak over.’
‘U bedoelt?’
‘Wij nemen de infiltrant over,’ snauwt Meyer.
Gerhard grijnst zuur tegen de hoorn van de telefoon.
‘Dan zullen jullie hem eerst moeten opsporen,’ zegt hij.
‘Hoe bedoelt u?’


maandag 6 februari 2023

211. Stront

[Wat voorafging]

Van Winckelmann komt hij minder gemakkelijk af.
‘En nu?’ zegt de man van de veiligheidsdienst, als ze weer in de auto zitten, op weg terug naar Düsseldorf.
‘En nu wat?’
‘Ik weet niet wat je van plan was, maar één ding lijkt me wel duidelijk, het heeft niet gewerkt.’
Gerhard haalt zijn schouders op.
‘Je informant heeft amok gemaakt.’
‘Dat weet ik niet.’
‘Nou, ik weet het wel. Heb je nog contact met hem? Weet je waar hij zich bevindt?’
Gerhard zwijgt.
‘Wat is nu de volgende stap?’ houdt Winckelmann aan. ‘Gaan we nu alle opsporingsmiddelen inzetten? Gaan we er hard in?’
Gerhard lacht minachtend. ‘Waar?’ zegt hij. ‘Bij dat meisje?’
‘Dat meisje is verdwenen,’ zegt Winckelmann.
Gerhard knikt. ‘De politie Hannover heeft er een zootje van gemaakt,’ zegt hij.
‘Bij Pohl hoeven we niet te zijn,’ zegt Winckelmann. ‘Wat blijft er over? Oberhausen. En dat zomerhuisje, waar was het ook weer, in Rühle. En we hebben die lijfwachten…’
‘Die hebben er waarschijnlijk niets mee te maken.’
‘…en we kunnen zijn klanten aan de tand voelen.’
Gerhard tuit zijn lippen.
‘Het komt goed,’ zegt hij.
Winckelmann ontploft. ‘Wat komt goed?’ schreeuwt hij. ‘Wat komt goed, godverdomme?’
‘Hij komt terug.’
‘Hij komt terug?’
‘Het was een proefproject,’ zegt Gerhard. ‘Hij wil laten zien dat hij zelf de touwtjes in handen heeft.’

zondag 5 februari 2023

210. Stront

[Wat voorafging]

Nee, moet Gerhard toegeven, als hij op het bureau van de Verfassungsschutz is gearriveerd. Nee, Schneider had zich aan de surveillance van de Recherche in Oberhausen weten te onttrekken.
Hoe had dat kunnen gebeuren?
Wat is er aan de hand?
Wat er aan de hand is? Zo ongeveer alles. Schneider heeft zijn woede jegens Pohl in daden omgezet. Op de een of andere manier is hij er in geslaagd de showroom van de autohandelaar op te blazen.
‘Waarschijnlijk anso,’ zegt Winckelmann woedend. Anso! Hoe is dat in godsnaam mogelijk?
‘Waarom denk je dat het Schneider is?’
‘Ja, wie anders?’ schreeuwt Winckelmann. Of denkt Gerhard dat het meisje het heeft gedaan, die Hannah Maas?
Ze rijden spoorslags naar Hannover. Naar Kleefeld, het plaatsje waar de autoshowroom van Pohl staat. Daar lijkt het, tegen middernacht, op een verstoord mierennest. De wijde omgeving afgezet. Overal schijnwerpers. Auto’s van kijklustigen, kriskras in de berm geparkeerd. En een rechercheteam, dat druk bezig is sporen veilig te stellen. Op de plaats delict treffen ze Deibel van de Recherche in Hannover. Het is de eerste keer dat Gerhard hem persoonlijk ontmoet. Winckelmann stelt hen aan elkaar voor.
‘Nou, bedankt,’ zegt Deibel.
Gerhard zwijgt.
‘Ik hoor dat jij hiervoor verantwoordelijk bent,’ dringt de man uit Hannover aan.
‘Klets niet,’ zegt Gerhard.
‘Wat is dit voor belachelijk project?’
‘Heb je al sporen?’ zegt Gerhard.
Deibel bindt in. ‘We zijn bezig,’ zegt hij.
‘Maar jullie weten al zeker dat het anso was?’
Deibel bestookt hem met een spervuur van vragen.
Maar Gerhard houdt de boot af.


zaterdag 4 februari 2023

209. Stront

[Wat voorafging]

Gerhard pakte de telefoon en belde naar de Wehrmacht-kapitein van wie Bödel hem het nummer had gegeven.
‘Slagpijpjes? Jazeker,’ zei die dienstwillig. ‘Wat voor slagpijpjes had Herr Gerhard op het oog?’
‘Doe maar de simpelste,’ zei Gerhard. Wanneer konden ze geleverd worden? Vanmiddag?
Geen probleem.
Hij gaf de man het adres van het steunpunt, en instrueerde Karl om de pijpjes nog dezelfde dag af te leveren. In Oberhausen. Ja, aan het café waar Schneider een kamer huurde.
In de praktijk werd het donderdagmorgen voor de Wehrmacht leverde, maar het pakje werd nog dezelfde ochtend doorgeleverd. Hij had het afgegeven aan de bar van het café, meldde Hannes. Vrijdagmorgen was Gerhard weer in Oberhausen, en hoorde daar tot zijn ergernis dat het observatieteam na woensdag de surveillance had afgebroken. Ze waren een hele dag op hun post gebleven, zei Dehmel, maar de vogel was kennelijk gevlogen.
Ja, ja.
En vrijdagavond was de bom gebarsten. Letterlijk en figuurlijk. Gerhard werd tegen negenen op zijn thuisadres gebeld door Rochus Winckelmann, van de Verfassungsschutz in Düsseldorf. Waar was zijn informant?
‘Wat is er aan de hand?’
‘Stront!’ zei Winckelmann. ‘Je kunt maar het beste als de sodemieter hierheen komen.’


vrijdag 3 februari 2023

208. Stront

[Wat voorafging]

Toen Gerhard een half uur later ter plaatse was, wist de man inmiddels meer. De observant moest vanmorgen in alle vroegte zijn vertrokken, zei hij. Of misschien vannacht al.
‘De geobserveerde,’ zei Gerhard.
‘Ja, ja,’ zei de man een tikje geërgerd. Maar wat was nu de bedoeling?
‘Wachten,’ zei Gerhard.
‘Tot wanneer?’
‘Tot hij terugkomt.’
Maar Schneider kwam niet terug, niet die dag en ook de volgende dag niet.
En dat was misschien slecht nieuws.
Aan de andere kant, er was ook goed nieuws. Tenminste, dat meende Karl, de medewerker van dienst die hij de volgende ochtend op het operatiecentrum aantrof. Hij meldde met een van opwinding dichtgeknepen stem, dat er al de avond tevoren, bij de eerste controle van de brievenbus, een bericht was aangetroffen.
Hij liet het zien.
Een verkreukeld vodje, waarop met onhandige blokletters een bestelling werd opgegeven.

TWEE DETONATORS (SLAGPIJPJE)

Gerhard draaide het briefje om, maar de achterkant was leeg. Kennelijk had zijn infiltrant er niet aan gedacht de plaats op te geven waar de bestelling moest worden afgeleverd.
‘Prachtig nieuws, he?’ zei Karl.
Gerhard perste zijn lippen opeen, en knikte.
‘Dit is toch van onze infiltrant?’ zei Karl, plotseling onzeker. Hij keek Gerhard vragend aan, maar die reageerde niet.
‘Het ziet er naar uit dat hij aan de slag is gegaan,’ zei Karl. ‘Wat zou de bedoeling zijn?’
‘Waarschijnlijk is het een proefbestelling,’ zei Gerhard.
Aha.
Maar we gaan leveren natuurlijk.

donderdag 2 februari 2023

207. Stront

[Wat voorafging]

Het is uitgedraaid op een ramp, denkt Emmerich Gerhard. En hij had het kunnen zien aankomen. In feite is er vanaf vorige week maandag veel te veel misgegaan. Niet eens zozeer bij de rekrutering van Schneider. Die is redelijk volgens het boekje verlopen. Maar later ‘s avonds, die ellendige Kasinke, dat was duidelijk een voorbode van wat hem nog te wachten stond. Hij kon verdomme niet eens zeker weten dat de taxichauffeur hem eerder die dag niet was gevolgd naar dat hoerenkot van Schneider. Niet dat dat erg waarschijnlijk was. Maar je moest met de mogelijkheid rekening houden.
De volgende dag, dinsdag, begon het feest echt. Vanaf de ochtend. Hij ging bij de Recherche in Oberhausen langs.
‘Bewaking? Hoezo bewaking?’ zei Dehmel. ‘Jij hebt het toch overgenomen?’
Toen dat misverstand uit de wereld was, duurde het nog tot in de middag voor het observatieteam weer ter plaatse was. Hijzelf was toen bij het Ilse-meisje, dat op dat tijdstip dienst had op ‘het steunpunt’, zoals ze het noemden.
‘Een brievenbus?’ had het kind verbaasd gevraagd. ‘Helemaal in Oberhausen?’
Hij legde het uit.
‘En daar moeten we iedere avond controleren?’
‘Jazeker.’
‘Maar dat was niet de opdracht.’
‘Dat wordt de opdracht.’
‘Maar wanneer moet dat dan gebeuren?’
Uiteindelijk werd er na lang onderhandelen afgesproken dat degene die op een willekeurige dag tot 20.00 uur dienst had, zijn post een half uur eerder mocht verlaten. De telefoon moest dan natuurlijk een half uur eerder worden doorgeschakeld naar de medewerker die aan de beurt was om telefoontjes buiten diensttijd aan te nemen.
Voor alle zekerheid gaf Gerhard het meisje opdracht een protocol op te stellen voor de taken die de liaisonmedewerkers hadden uit te voeren, en dat ter goedkeuring aan hem voor te leggen vóór ze het voor haar collega’s vermenigvuldigde. Ook de afspraken voor het contact met de Sicherungsgruppe moesten in dat protocol worden vastgelegd. Hij keek met een half oog door het dagboek dat, sinds het steunpunt operationeel was, werd bijgehouden. Voor de zondag was er alleen genoteerd wie er dienst hadden gedaan. Maar hij zag tot zijn genoegen een notitie in Ilses keurige meisjeshand dat ze die ochtend de Sicherungsgruppe gebeld had. Minder tevreden was hij over de afspraken die gemaakt waren.
‘Weiss en Hahn, he?’ zei hij sceptisch. ‘Enfin, we zullen zien.’
Net op dat moment ging de telefoon.
Het was voor hem. De rechercheur die Dehmel naar Schneiders onderkomen had gestuurd. ‘Goed dat ik u zelf tref,’ zei de man. De kwestie was namelijk dat de auto van de observant, toen de surveillance werd hervat, niet op zijn gewone plaats stond.
De observant?
‘Schneider?’ zei de rechercheur behoedzaam.
‘Godverdomme,’ zei Gerhard.



woensdag 1 februari 2023

206. Kanzleramt

[Wat voorafging]

Willy Brandt houdt niet van lange dagen, vooral eigenlijk omdat hij er toch al zo veel maakt. Hij is dus weinig gecharmeerd als Hans-Dietrich Genscher van coalitiegenoot FDP, zijn minister van Binnenlandse Zaken, tegen vijf uur belt, en zegt dat hij hem dringend moet spreken. Hij is verrast. Het komt zelden voor dat Genscher buiten de kabinetsvergaderingen contact met hem zoekt, en als dat gebeurt, wil hij doorgaans bij voorkeur gesprekstijd voorafgaand aan, of in aansluiting op het kabinetsberaad. Al naar gelang het onderwerp natuurlijk.
Een onderwerp voor het overleg noemt Genscher niet. Kennelijk is dat niet telefonabel. Met tegenzin gaat Brandt akkoord met een afspraak om zeven uur ‘s avonds in het Kanzleramt.
Hij ontvangt Genscher in de grote zaal, waar de kabinetsvergaderingen worden gehouden. Hij gaat niet op de voorzittersstoel zitten, maar aan de hoek van de tafel, zodat de FDP-minister aan de andere kant van de hoek kan aanschuiven.
Brandt steekt een sigaret op en leunt achterover.
‘Ik dacht dat je cigarillo’s rookte,’ zegt Genscher vilein.
‘Cigarillo’s, sigaretten, al naar het uitkomt.’
Genscher lacht zijn geniepige lachje.
‘Wat is het Hans-Dietrich?’
‘Een beetje gekloot.’
‘Zo?’
‘Ik krijg berichten over een infiltratiepoging bij de subversieven.’
‘Bij welke subversieven?’
‘Dat Roodfrontgebeuren.’
‘Mm,’ zegt Brandt ontevreden.
‘Het gaat uit van een bureau van het Kriminalamt. De zogenaamde Sicherungsgruppe.’
‘Sicherungsgruppe, he,’ herhaalt Brandt, de naam op zijn gehemelte proevend.
‘Iets nieuws. Een coördinatiepunt voor politiek gemotiveerde gewelddaden.’
‘Ja?’
‘Het is een beetje wildwest allemaal.’
‘Kriminalamt toch? Federale Recherche. Dat lijkt me duidelijk jouw zaak.’
‘Volgens mij heeft het te maken met Sectie Vier,’ zegt Genscher.
‘Sectie Vier?’ zegt Brandt verrast.
‘Dus dan snap je wel…’
‘Maar Sectie Vier, dat bestaat toch al jaren niet meer.’
Genscher trekt een zuinig gezicht. ‘Is het denkbaar dat Sectie Vier weer tot leven is gewekt?’ zegt hij.
‘Zonder dat de minister van binnenlandse zaken daarvan op de hoogte is?’
‘Je weet maar nooit.’
‘In ieder geval zonder dat de premier er weet van heeft.’
‘Daar kan ik op vertrouwen?’
‘Ja, godverdomme.’
‘Dat wilde ik graag even horen.’
‘Maar wat is het precies?’ zegt Brandt. Hij legt zijn benen op de vergadertafel. ‘Nu wil ik ook het naadje van de kous weten.’
Genscher zucht. ‘Ik zal open kaart met je spelen,’ zegt hij.
Hij schuift een notitie naar de Bondskanselier toe.
‘Ik heb deze informatie van een partijlid, hier uit het Rijnland,’ zegt hij. ‘Het ziet er allemaal niet goed uit.’