Pagina's

woensdag 31 mei 2023

310. Een politieke factor

[Wat voorafging]

Het meest verontrustend zijn de geruchten die de omloop doen. Kranz is degene die Konopka ervan op de hoogte brengt. ‘Frau Anna,’ zegt hij, ‘die aanslag…’
‘Welke aanslag?’
‘Die aanslag op Brandt…’
‘Ik volg je niet.’
‘U weet wel,’ zegt hij, ‘dat idee van Schneider. Gaat dat nu toch gebeuren?’
‘Nee natuurlijk niet.’
‘Ze zeggen anders van wel.’
‘Wie zeggen van wel.’
Kranz maakt een weids gebaar. ‘Iedereen,’ zegt hij.
‘Iedereen?’
‘Nou ja, niet in het open natuurlijk. Ze weten allemaal hoe u daar over denkt.’
‘Die aanslag, dat is onzin, Uwe,’ zegt ze. ‘Met dat soort dingen houden wij ons niet bezig.’
‘Nee, dat dacht ik al,’ mompelt hij.
En hij komt er niet meer op terug.
Maar haar gedachten gaan natuurlijk onvermijdelijk naar Mehmet Schneider. Ze heeft de blonde Rijnlander in Rühle in feite buiten spel gezet. Hoe is het mogelijk dat het idee van de aanslag nu toch weer de kop opsteekt! Heeft Schneider de zaak buiten haar om toch met Eva besproken? Konopka spreekt Raabe aan over wat Kranz haar verteld heeft. Maar Raabe slaat nauwelijks aan. ‘Brandt?’ vraagt hij. ‘Dat doet de ronde?’ Maar dat heeft ze toch van de hand gewezen? Nee, hij heeft geen flauw idee waar dat vandaan komt. Van Eva? Maar hoe dan? Aha. Ja, misschien. Ja, als Eva dat te weten is gekomen, dat zou alles verklaren. Maar dan weet inmiddels de halve Bondsrepubliek er van.
Dan heeft Anna een probleem, he?
Konopka klapt dicht.
En Raabe wijdt zich monkelend weer aan zijn eigen bezigheden.


dinsdag 30 mei 2023

309. Een politieke factor

[Wat voorafging]

Meer komen ze pas te weten als vanaf zes uur de andere groepsleden uit Berlijn binnendruppelen. Helmut Schöngeist arriveert als eerste, in het gezelschap van Teeny. Schöngeist is bleek en stil, maar Teeny is opgefokter dan Konopka haar ooit eerder heeft gezien. Ze rijdt in Konopka’s donkergroene Volkswagen, die een lelijke schuurplek heeft opgelopen op het voorspatbord. Maar Teeny wuift dat weg. ‘Ongelukje,’ zegt ze. ‘Niet belangrijk.’
Hans en Gretel zelf arriveren pas tegen acht uur. In een BMW, met een kofferbak vol geld. Ze verdwijnen onmiddellijk met Liliane naar haar vrienden - die natuurlijk doodsbang zijn, maar het uiteindelijk niet aandurven de revolutionaire kopstukken onderdak te weigeren. De laatste Berlijners zijn Andrea Tielmeyer en Herbert Schultz, twee nieuwe gezichten. Zij komen per vliegtuig, maar ze verdwalen op weg van het vliegveld naar het Hauptbahnhof, en kunnen pas ‘s avonds laat worden opgepikt.
Paniek, paniek, paniek. De bungalow in Wörth blijkt een duurbetaald krot, met maar drie bedden en sanitaire voorzieningen die nauwelijks die naam mogen hebben. Hans en Gretel blinken uit door afwezigheid. De groepsleden zijn onhandelbaar. Raabe is niet in staat leiding te geven, Teeny is permanent door het dolle heen en Schöngeists apathie is zorgwekkend. Andrea en Herbert zitten ieder in een eigen hoek te mokken. Ze kunnen het slecht met elkaar vinden.
Na de eerste nacht, die de meeste groepsleden rillend, in dekens gewikkeld, op de vloer doorbrengen, vertrekt Uwe Kranz met Bauschwitz naar Colmbach, om de NSU op te halen en matrassen en dekens uit de safehouses in Heidelberg, Manderscheid en Keulen. Die avond wordt er een Matratzenlager ingericht en kan er eindelijk fatsoenlijk worden geslapen. Maar de stemming wordt er niet beter op. Maandag probeert Konopka een scholing te organiseren, maar daar is geen belangstelling voor. Er wordt wel veel in groepjes gepraat. En geschreeuwd.



maandag 29 mei 2023

308. Een politieke factor

[Wat voorafging]

Het eind van het liedje is dat Raabe met zijn gevolg afdruipt naar vrienden van Liliane, een echtpaar met twee jonge kinderen, dat doceert aan de universiteit. Konopka zelf en Kranz slapen die nacht in een hotel, waar ze tot in de kleine uurtjes monopoly spelen. De volgende ochtend staan ze om negen uur opnieuw bij het afgesproken verzamelpunt op het Hauptbahnhof. Bauschwitz verschijnt daar al tegen tienen. Hij is die nacht met de auto uit Berlijn vertrokken. Wanneer de anderen komen? Hij weet het niet. Er is in Berlijn nog iets gaande. Maar daar is niet iedereen bij betrokken. Waar worden ze ondergebracht?
Opnieuw ruzie. Geschreeuw. Tot Konopka daar een eind aan maakt en met Kranz vertrekt om iets te regelen. En dat lukt ook nog. Via een makelaar weet ze een vakantiebungalow te huren in Wörth, een kilometer of vijftig ten zuidoosten van de stad.
Als ze halverwege de middag terugkomen bij het Hauptbahnhof is daar van de andere groepsleden nog niemand gearriveerd. Bauschwitz zit met Raabe, Liliane en Astrid bier te drinken in de stationsrestauratie. De sfeer is nog steeds om te snijden. Zelfs Bauschwitz heeft het virus opgelopen. Ja, snauwt hij, hij heeft naar Berlijn gebeld. Ze zijn op weg. Maar het nieuws is niet goed. Hans heeft met Schöngeist en onduidelijke ‘anderen’ die ochtend een overval uitgevoerd op een bankfiliaal. Er is daarbij veel geld buitgemaakt, maar er is ook het een en ander misgegaan.



zondag 28 mei 2023

307. Een politieke factor

[Wat voorafging]

In Frankfurt verlopen de zaken in eerste instantie soepeler dan ze had verwacht. Ze vinden zelfs tijd om naar de middagvoorstelling van een film te gaan en iets te eten, voor ze om kwart over acht het café Am Westend binnenkomen waar, precies zoals afgesproken, vertegenwoordigers van de PLO op hen wachten. Van een van de tafeltjes staat een gezette, ongeveer dertigjarige man op, met intelligente bruine ogen. Hij komt snel en zelfverzekerd op hen af en troont hen mee naar de andere twee heren van het gezelschap. Baardige mannen, goedgekleed, die er uit zien als geslaagde handelaars in tweedehands goederen – geen antiquairs misschien, maar beslist ook geen ordinaire uitdragers. 
Glad zijn ze wel. Konopka onderhandelt taai en boos over de paar handvuurwapens die ze aan de beweging kunnen leveren, en sluit de onderhandelingen uiteindelijk met succes af. Maar als zij en Kranz tegen elven, op het laatst afgesproken tijdstip, op het Frankfurter Hauptbahnhof arriveren, breekt daar onmiddellijk de pleuris uit. Karsten Raabe is inmiddels in het gezelschap is van zijn vriendin Liliane en van een nurks hippie-meisje, een nieuw groepslid dat luistert naar de naam Astrid. Liliane en Astrid zijn die middag als kwartiermakers aangekomen uit Berlijn. Raabe is in een duivels humeur. Kwart over elf, schreeuwt hij, op zijn horloge tikkend. Kwart over elf.
Konopka verontschuldigt zich. Het lukte echt niet eerder.
‘En hoe moet het nu? snauwt hij. Er is hier niets, weet je, helemaal niets. Terwijl morgen…
‘Ja, ja, bitst Konopka.
‘Waar moeten de Berlijners worden ondergebracht?
‘Weet ik veel.’ Konopka is lichamelijk en geestelijk bekaf, en niet in staat de discussie over te doen die ze gistermiddag ook al gevoerd heeft. Kranz bemoeit zich ermee. ‘Er is toch plaats genoeg,’ brengt hij onhandig in het midden. ‘We hebben het huisje in Rühle. Er is een huis in Hannover.’ En er kunnen mensen in Keulen ondergebracht worden. En in Heidelberg. En je hebt ook het weekendhuisje van Louis, zegt hij Konopka aankijkend. In Manderscheid. Dat is heel comfortabel.
Konopka wendt zich af, maar Raabe legt een hand op haar arm, en schreeuwt haar kwaad in het gezicht. ‘Er is niets geregeld, Anna. Er is niets geregeld godverdomme!!’ Liliane probeert hem te kalmeren, maar hij is helemaal door het lint. De afspraak was toch duidelijk? Of niet soms? De twintigste. De twintigste. En in Frankfurt. Daar zouden ze zich verzamelen. Om er te discussiëren en de strategische lijnen uit te zetten waarlangs ze verder te werk zouden gaan. Op basis van Anna´s voorstellen. Dat was de afspraak. He? Van Anna´s voorstellen. Maar er zijn natuurlijk ook geen voorstellen.

zaterdag 27 mei 2023

306. Een politieke factor

[Wat voorafging]

Als ze aankomen in Colmbach loopt het helemaal uit de hand. Konopka stapt met een sigaret in de mond uit Kranz’ busje, en loopt naar de blauwe NSU, die als enige personenwagen tussen een paar vrachtwagencombinaties op de parkeerplaats staat. Ze heeft de autosleutels al uit haar handtas gehaald, als uit een zijstraat een groenwitte Funkwagen van de Landespolizei komt aanrijden. De agenten stappen uit en houden haar aan. Ze vragen naar haar papieren. Ze trapt haar sigaret uit op de stoep, en zoekt, met de autosleutels nog in haar hand, zenuwachtig in haar handtas. De autopapieren. Het paspoort. Het portret van Sabine Mehling, dat maar vaag op haar lijkt. De agenten bekijken de papieren wantrouwend. Ze vragen uitleg. Ja, zegt ze, ze is onderwijzeres. Nee, ze werkt niet. Ze heeft ziekteverlof. De auto is van een kennis. Nou ja, geen kennis, ze heeft hem geleend van iemand anders. Een kennis van een kennis eigenlijk. Ze steekt een nieuwe sigaret op. Ze rammelt met de autosleutels. De agenten nemen haar, ondanks haar protesten, mee naar hun auto, en zetten haar op de achterbank, terwijl ze via de radio inlichtingen inwinnen. Kranz kijkt toe vanachter zijn stuur. Hij heeft zijn motor uitgezet, en kauwt op de lucifer, die hij, sinds hij met roken is gestopt, vrijwel permanent in zijn mond heeft. Hij beweegt niet. De lucht klaart op. Het lijkt ineens bijna lente. Er fietsen kinderen voorbij, lachend en pratend. Bij een huis, een eindje verderop, gaat aan de zijkant een deur open. Een vrouw met een schort om verschijnt op de binnenplaats, en begint een mat uit te kloppen. De agenten praten over ditjes en datjes. Irmgard Konopka doet het portier open en stapt uit. ‘Ik ga even een stukje wandelen,’ mompelt ze over haar schouder. Haastig klikt ze weg op haar hoge hakken. De agenten, overdonderd, aarzelen een ogenblik voor ze achter haar aan gaan en haar, voor ze bij Kranz kan instappen, insluiten en bij de arm nemen. Kranz maakt geen enkele beweging om tussenbeide te komen.
Uiteindelijk loopt het goed af. Als de centrale zich meldt, blijkt dat ze niets hebben over Sabine Mehling, en de NSU is niet geregistreerd als gestolen. De agenten verontschuldigen zich en vertrekken. De NSU blijft staan en ze rijden in Kranz' busje naar Frankfurt. Ze is zo bang geweest als nog nooit eerder in haar leven, en ze is nog een hele tijd niet in staat een samenhangend gesprek te voeren. Ze zit bevend en zwaar ademend naast de rossige monteur, en probeert, terwijl ze de ene sigaret na de andere rookt, haar zelfbeheersing terug te vinden.


vrijdag 26 mei 2023

305. Een politieke factor

[Wat voorafging]

De droom is een verwerking, beseft Konopka, van de penibele omstandigheden waarin ze verkeren. Op 19 en 20 november zullen de groepsleden uit Berlijn naar Frankfurt komen, en ze is er weliswaar in geslaagd op diverse plekken in de bondslanden groepen medestanders te mobiliseren en veilige huizen te organiseren, maar juist op de plaats waar de groepsleden zullen samenkomen, in Frankfurt, is niets geregeld, een tekortkoming die Karsten Raabe, een dag tevoren in Rühle neergestreken, haar in woedende bewoordingen onder ogen heeft gebracht.
En dan is er ook nog de belachelijke gotspe met Schneider, die, na het echec bij Dethlingen, ditmaal op de proppen is gekomen met een vage groep subversieven in het Rijnland die de Roodfrontgroep niet alleen alle wapens kunnen leveren waaraan ze behoefte hebben, maar die hen ook willen meeslepen in wilde plannen voor een aanslag op Willy Brandt.
Irmgard Konopka heeft gedaan wat onder de omstandigheden het enig juiste was, ze heeft Schneiders voorstellen keihard van de hand gewezen. Maar daarmee is de zaak niet afgedaan. Want Schneiders voorstel roept natuurlijk een zwerm vragen op die in aanwezigheid van Kranz en Raabe niet gesteld konden worden. Vragen over de politieke identiteit van de mensen die Schneider dit krankzinnige voorstel hebben gedaan. Waar zitten ze? Hoe kent hij ze? Heeft het te maken met zijn drugzaken? Weten Eva en Hans hier vanaf?
Bovendien, hoe je het ook wendt of keert, de behoefte binnen de beweging aan wapens is, zoals Raabe niet heeft verzuimd te benadrukken, maar al te reëel. Konopka zelf heeft een vuurwapen. Hans, Eva. En de groep Lösch heeft de hand weten te leggen op een paar Spaanse Llama-pistolen, maar die zijn voor zover ze weet geconfisqueerd bij Lösch’ arrestatie. Verder zijn er twee of drie luchtbuksen, maar dat is het wel zo’n beetje. De bewapening is een serieus probleem. Ze heeft de kwestie niet voor niets bij Roland Krämer, haar Oost-Duitse contactpersoon, ter sprake gebracht. Krämer beloofde haar een contact met PLO-vertegenwoordigers die konden helpen. Ook in Frankfurt. Morgenavond, in een café Am Westend. Hoe ze het moet klaarspelen daar te  verschijnen bij alle problemen rond de aankomst van de Berlijners kan ze zich maar nauwelijks voorstellen.
Konopka keert zich om en om in het grote tweepersoonsbed waarin ze tegenwoordig godzijdank alleen ligt, en schudt verwoed haar hoofdkussen op, maar ze blijft uren wakker voor ze uiteindelijk tegen de ochtend in slaap valt.
Als ze wakker wordt, maakt Raabe al aanstalten om naar Frankfurt te vertrekken, waar hij de eerste Berlijners zal opvangen, en zal proberen haar falen zo goed en kwaad als het gaat te verhelpen. Tegen elf uur is ook Irmgard Konopka zelf klaar om te vertrekken. Het plan is dat ze met Kranz naar het nabijgelegen Colmbach zal rijden, om daar de NSU op te pikken die ze een week geleden op een parkeerplaats hebben achtergelaten, om vervolgens met twee auto’s naar Frankfurt te rijden.
Schneider moet in Rühle blijven.
Van Schneider nemen ze afscheid.


donderdag 25 mei 2023

304. Een politieke factor

[Wat voorafging]

Zijn de radicalen geen politieke factor? En weten we precies wat daar omgaat?
Brandt vergist zich. In wat er bij de Roodfrontbeweging omgaat hebben de autoriteiten nauwelijks inzicht. En een politieke factor is de beweging, ondanks al haar amateurisme, en hoewel ze zich in de diepste impasse bevindt sinds haar ontstaan, wel degelijk. Zelfs het scherpste politieke vernuft kan zich niet voorstellen hoe belangrijk, hoe verstikkend die politieke factor in de komende jaren zal worden.
Als Brandt in Warschau is, hebben de groepsleden zich van hun oorspronkelijke basis in Berlijn verplaatst naar Frankfurt, om precies te zijn naar een flat in het stadsdeel Sachsenhausen, waar ze wanhopige, en naar het zich laat aanzien vergeefse pogingen doen om door strategische discussie hun actiedoelen te verhelderen en een weg uit te stippelen om die doelen te bereiken.
Hoe zijn ze in deze flat terecht gekomen? Laten we de gebeurtenissen even volgen vanaf 18 november, toen Konopka, Raabe, Kranz en Schneider voor het laatst in het huisje in Rühle sliepen. Irmgard Konopka wordt die nacht wakker uit een worsteldroom. Ze heeft zulke dromen vaker, maar dit keer is de keten van worstelingen die ze doorstaat onafzienbaar en uitzichtloos. Ze vecht grimmig en vastberaden, tot ze zich realiseert dat ze zich onder water bevindt. De paniek slaat toe en ze wordt wakker. Ze heeft overvloedig gezweet. De lakens zijn kletsnat. Spartelend en zuchtend beseft ze eerst niet waar ze is. Maar al snel dringt de werkelijkheid tot haar door. Rühle. Het grote bed in de slaapkamer. In de huiskamer ligt Raabe op een veldbed. Schneider en Uwe Kranz slapen op zolder. Ze probeert op haar horloge te kijken. Vier uur? Nee, nog niet half twee. De droombeelden spoken nog door haar hoofd. Ze beginnen al te verleppen, maar de betekenis is overduidelijk.



woensdag 24 mei 2023

303. Aftermath

[Wat voorafging]

‘De NPD is een relict,’ zegt Brandt koppig. ‘Het is het verleden. Dat slijt langzaam. Maar waar het om gaat, dat is het heden. De mensen weten dat. Waar het om gaat is vrijheid en democratie. Stabiele welvaart. Een Bondsrepubliek die onlosmakelijk deel is van een krachtige Europese gemeenschap; die een betrouwbare partner is in het Atlantische bondgenootschap. Een Bondsrepubliek die streeft naar normalisering van de betrekkingen met de landen in het oosten van Europa. Dat is wat mensen echt interesseert. Dat is waar ons voordeel ligt. En vergis je niet, Bahr, waar hun voordeel ligt, dat is iets waar mensen een scherp gevoel voor hebben. Dat is de speld in de hooiberg die ze onder alle omstandigheden feilloos weten te vinden.

Ze zijn zo laat in Bonn dat hij niet meer naar huis gaat. In de Bondskanselarij, in zijn kanseliersbed, tussen de geurige lakens, denkt Brandt verwarde gedachten over zijn ruzie met Rut, en over de aanleiding, de verhouding die hij moest opbiechten met een van de meisjes van het secretariaat. Hij verlangt naar een vrouw. Een aardige, meegaande vrouw die er geen probleem mee heeft dat hij, behalve zijn seksuele behoeftes, ook nog andere dingen aan het hoofd heeft. Een leuk Pools meisje bijvoorbeeld, dat een beetje Duits verstaat. Maar zoiets is natuurlijk niet in de service van de kanselarij inbegrepen.


dinsdag 23 mei 2023

302. Aftermath

[Wat voorafging]

Brandt kijkt naar Guillaume, die een kleine verzorgde man is van een jaar of vijfenveertig. Een beetje kleurloos. Typisch een bureaucraat, maar een nuttige. Guillaume knikt. 22 december. In Berlijn. Dat moet te regelen zijn.
‘Als de buitenparlementaire oppositie geen roet in het eten gooit,’ zegt Bahr.
‘Zoals?’
‘De anarchisten. Het Roodfront.’
‘Die laten we in de gaten houden,’ zegt Brandt met enigszins dubbele tong. Hij schenkt zijn glas bij uit een van de flessen die op het bijzettafeltje zijn uitgestald.
‘U drinkt teveel, Willy,’ zegt Guillaume bezorgd.
Brandt kijkt hem geërgerd aan, maar schuift zijn whiskyglas weg.
Even later, nipt hij er toch weer aan. ‘De radicalen zijn geen politieke factor,’ zegt hij. ‘En we weten precies wat daar omgaat.’
‘Vergeet dat maar,’ zegt Bahr bokkig. ‘De NPD is er beter geïnfiltreerd dan onze eigen mensen.’
‘De NPD is ook geen politieke factor.’ zegt Brandt.
‘Dat is een stokpaardje,’ zegt Bahr scherp. ‘En een onderschatting. Ik heb je daar al eerder voor gewaarschuwd. Veel mensen denken zo. Jij laat je misleiden doordat ze relatief weinig stemmen krijgen.’


maandag 22 mei 2023

301. Aftermath

[Wat voorafging]

Die avond, in het vliegtuig terug naar huis, wordt er opgewonden van gedachten gewisseld. De stemming is bijna uitgelaten. Walter Scheel, die doorgaans op het wantrouwende af terughoudend is, omhelst eerst Brandt zelf en vervolgens zelfs Egon Bahr. Daarna drinken, drinken, en opgewonden praten. Tot Brandt alle journalisten wegbonjourt, en het grootste deel van de delegatie, voor een beraad en petit comité, met Bahr en met Günther Guillaume, die voor Brandt de contacten met de partij onderhoudt. Brandt heeft door de dag heen nogal wat alcohol tot zich genomen, en is inmiddels op zijn minst aangeschoten. En hij rookt onafgebroken de elegante kleine sigaartjes waaraan hij inmiddels definitief de voorkeur geeft boven sigaretten.
Ze komen te spreken over het Partijcongres van 10 januari, over ‘Nieuwe verhoudingen in Europa’. Bahr wil het congres naar voren halen, zodat Brandt het dividend kan opstrijken van dit nieuwe succes van zijn Oostpolitiek. Maar naar welke datum? Bahr is ervan overtuigd dat het congres nog voor de kerst kan plaatsvinden. Ze trekken agenda’s en vinden 22 december. Een dinsdag. Waar? In Bonn? ‘Daar komen alle lijnen samen,’ zegt Brandt. ‘Tenminste als het goed is.’ Maar Bahr dringt krachtig aan op Berlijn. Daar was het oorspronkelijke congres gepland. Dat is de plek waar de SPD zijn congressen organiseert. Im Schaufenster des Westen.



zondag 21 mei 2023

300. Stram door de knieën

[Wat voorafging]

Van een gedachtewisseling, uitgebreid, of zelfs maar beknopt, komt natuurlijk niets terecht. Die middag hebben ze een kruisweg te volbrengen, waarvan de eerste etappe hen naar het monument voert voor de onbekende soldaat, een gepleisterde triomfboog ergens in het centrum van de stad. Militaire ervaring heeft Brandt niet, al heeft hij na de oorlog een tijdlang een officiersrang gehad in het Noorse leger, en kent hij het onaangename gevoel van de grove stof van een uniform dat niet op maat is gemaakt. Maar je kunt zeggen dat hij strijdt aan het front van de internationale ontspanning. Een soldaat voor de vrede. Hij stapt uit de auto, en wacht tot ook de andere officials op de stoep staan, in de koude motregen van deze decemberochtend. Daarna loopt hij naar de vlam die brandt in de beschutting van de middelste boog en blijft daar staan, terwijl de krans wordt neergelegd en journalisten hun foto’s maken. Hij strijkt over zijn tanige haren. Als het geroezemoes achter hem verstomt, knikt hij onwillig. De gedachte die zich opdringt is dat alle soldaten moeten sterven, en dat hijzelf, ondanks zijn verrotte rug, ondanks zijn gezwollen prostaat, ondanks zijn scheldpartijen met Rut, ook maar al te sterfelijk is.
Dat gevoel verlaat hem niet tijdens de korte rit naar hun tweede stop, een verregend plantsoen tussen nieuwbouwflats, waar het monument staat voor de opstand in het getto. Als hij opnieuw moet uitstappen, heeft hij al bijna tranen in zijn ogen van zelfmedelijden. Met Cyrankiewicz naast zich legt hij de voorgeschreven route af. Een paar meter van het monument blijven ze staan, terwijl er namens de Bondsregering een krans wordt gelegd. Hij buigt, en stapt naar voren. Plotseling dringt zich uit de diepte van zijn ellende een inval aan hem op, die hij nooit zou hebben gehad als hij er niet zo ellendig aan toe was. Een ongewoon schitterende combinatie van wat hij voelt, van wat menselijk is en politiek handig. In een flits bekijkt hij de inval nog eens van alle kanten. Dan zakt hij stram door de knieën. En knielt. Stijf rechtop. In zijn zwarte winterjas. Voor de menora. De Davidster. De bronzen mensen die zich met plechtige gezichten ontworstelen aan een stenen trapezium.
Het geroezemoes zwelt aan. De camera’s klikken.

zaterdag 20 mei 2023

299. Stram door de knieën

[Wat voorafging]

Iets anders wat Brandt hoort, en daar kan hij zich onmogelijk in vergissen, is een verlangen naar ondersteuning in materiële zin. De cadeautjes waarop zijn regering is voorbereid. In zijn antwoord slaagt hij erin begrip te suggereren voor de deplorabele staat van de Poolse economie, zonder het kind bij de naam te noemen, en zonder meer toezeggingen te doen dan binnen zijn regering is overeengekomen. De woorden vloeien hem als honing van de lippen. Er vallen hem zelfs nog allerlei zinswendingen in, die bij de voorbereiding in Bonn helemaal niet aan de orde zijn geweest, maar die hij in deze, hem uiteindelijk toch heel welgezinde ambiance zonder aarzelen toevoegt aan wat hij in zijn aantekeningen heeft staan. ‘Mijn regering aanvaardt de uitkomsten van de geschiedenis.’ ‘Geweten zowel als verstand brengen ons tot de conclusies zonder welke wij hier niet heen gekomen waren.’ ‘Bovenal horen de grenzen minder te scheiden, minder pijn te doen.’ Luisteren de Polen ook aandachtig naar wat hem eigenlijk beweegt? Als dat zo is, nemen ze niet veel waar wat hen zou kunnen verontrusten. Hij blijft heel dicht bij zichzelf. Het politieke beest brult, maar daarachter zet de koele analyticus alles keurig in rijtjes. Of achter de analyticus de mens de gelegenheid heeft de indrukken die hem bestormen en de gevoelens die dat oproept, tot zich door te laten dringen, weet hij eigenlijk niet.


vrijdag 19 mei 2023

298. Stram door de knieën

[Wat voorafging]

De volgende ochtend is het vroeg dag. De Duitse delegatie ontbijt een beetje gedesorganiseerd. Zelf zit Brandt, zoals altijd, om zeven uur aan de ontbijttafel om sinaasappelsap, koffie en, met lange tanden, tenminste twee broodjes naar binnen te werken. Scheel is er om half acht, tegen de tijd dat ook de andere delegatieleden de ontbijtzaal beginnen te bevolken. Zijn adviseur Egon Bahr komt pas opdagen als de auto’s voor het ochtendprogramma al voorstaan. Hij drinkt staande een kop koffie en neemt een vuist vol broodjes mee naar beneden, die hij al lopend begint op te schrokken.
De ondertekening van het verdrag verloopt voorspoedig. Na afloop, bij de lunch, steken zowel Cyrankiewicz als Gomoelka een anderhalf uur durende Oostblokspeech af, in het Pools, met een tolk die Brandt in de nek ademt met de Duitse vertaling. Hij laat zijn blikken langs de leuke Poolse meisjes dwalen die hen bedienen, en spreekt er zelfs een aan, maar ze verstaat nauwelijks Duits. Ondertussen luistert hij aandachtig. Politieke speeches zijn voor deze ervaren liefhebber puzzelplaatjes, waarin je kunt proberen net die paar woorden te vinden die zinspelen op, of kunnen gelden als verhullingen van wat er werkelijk in de spreker omgaat. Wat hij vindt is divers. Een vermoeden van teleurstelling of zelfs gepikeerdheid dat de Bondsrepubliek toch prioriteit heeft gegeven aan het verdrag met de Russen, waarachter een maar al te realistisch bewustzijn schuilgaat dat Rusland in deze regionen nu eenmaal de dienst uitmaakt. Is er iets te merken van wrok jegens een grootmacht die de Polen na de oorlog een paar honderd kilometer naar het westen heeft geschopt? Die het Poolse officierenkorps vrijwel heeft uitgeroeid? Die aan het eind van de oorlog de opstand in Warschau heeft laten doodbloeden, terwijl het Rode Leger op zijn reet zat? De Russen zijn een hard volk. Maar ook de Polen tonen in het stoïcisme waarin ze hun gekwetstheid verbergen een formidabele hardheid.
Wat onbuigzaam kunnen mensen zijn!


donderdag 18 mei 2023

297. Stram door de knieën

[Wat voorafging]

Als het vliegtuig landt is het over vieren en het begint in Warschau al te schemeren. Tegen de tijd dat Brandt kan uitstappen is het vrijwel donker. Er valt een ijskoude motregen. Er zijn booglampen, die het platform beschijnen met hun doorwasemd licht, maar niet genoeg. Een oostblokvliegveld op een druilerige decemberavond. Deprimerender kan niet. In de deur van het vliegtuig knoopt Brandt zijn lange winterjas tot de kin toe dicht en hij daalt met de moed der wanhoop de vliegtuigtrap af.
Beneden, op het beton, staan partijleider Gomoelka en president Cyrankiewicz hem op te wachten, met achter zich, exact volgens protocol, een schaar zwarte oostblokvogels. Handen schudden. Een lastig zinnetje in het Pools uitspreken. Lopen. Cyrankiewicz, die persoonlijk zijn rug dekt. Daarachter Gomoelka, Scheel, Bahr, en Duckwitz, die de vooronderhandelingen grotendeels voor zijn rekening heeft genomen. Daar weer achter een schaar Polen. En tenslotte het schorriemorrie van de overige delegatieleden. Er wacht hem een erehaag van soldaten met de gebruikelijke, maar altijd angstaanjagende strakke gezichten. Er is een vlag die gegroet moet worden, met franjes die doen denken aan rafelranden. Polen ten voeten uit. De algehele malaise is van dien aard dat hij een snik moet onderdrukken. Daarna de auto’s in. Wolga’s hier, in plaats van Mercedessen, maar niet minder log. Cyrankiewicz naast zich, ditmaal, en niet Scheel, die in de tweede auto zit. In de auto een ongemakkelijk zwijgen, omdat Brandt geen Pools spreekt, en hij geen idee heeft of de man naast hem aanspreekbaar is in het Duits of desnoods het Engels. Hij zoekt even naar de povere zinnetjes Russisch die hij ter beschikking heeft, maar besluit daarvan af te zien, ook om zijn lotgenoot niet onnodig te kwetsen.
Ze bereiken de overdonderende barokweelde van het slot Wilanow, de plek waar de Duitse delegatie zal worden ondergebracht. Cyrankiewicz wendt zich tot hem met een vermoeid lachje, en vraagt in heel aanvaardbaar Duits wat hij ervan vindt.
‘Mooi,’ zei Brandt. ‘Oud?’
‘Het is na de oorlog weer opgebouwd,’ zegt de president op verontschuldigende toon. ‘In ‘42 is het door de Wehrmacht grotendeels vernietigd.’
Brandt incasseert dat met een ernstig gezicht.
‘Morgen, na de ceremonie van de verdragsondertekening, is er gelegenheid om uitgebreider van gedachten te wisselen,’ zegt Cyrankiewicz.
Wat misschien wishful thinking is.


woensdag 17 mei 2023

296. Naar Warschau

[Wat voorafging]

Ondertussen denkt Brandt vooral aan Stoph. Aan de ontmoeting in maart, die eigenlijk de eerste concrete stap was in deze hele campagne, die vooral tot doel had de Oost-Duitsers te dwingen zich vast te bijten in een eis tot wederzijdse erkenning die hun hun politieke bewegingsvrijheid zou kosten. Het bezoek aan de DDR was voor Brandt een triomf, met een treinreis langs juichende mensenmassa’s die zijn naam scandeerden. In het hotel waar hij logeerde had hij aan het raam moeten komen, en hij had een poging moeten doen om het enthousiasme van de mensen te temperen. De besprekingen met de Oost-Duitsers konden daarna eigenlijk niet meer mislukken. Stoph was zelfs zo onnozel geweest de Berlijnse muur in het openbaar een ‘daad van menselijkheid’ te noemen. Een buitenkansje waar hij gretig gebruik van had gemaakt. Zelf had hij beleefd, maar onwrikbaar vastgehouden aan het standpunt dat al door de vorige regering was ingenomen. Geen erkenning van de DDR. Geen gezamenlijke aanvraag van lidmaatschap van de Verenigde Naties. ‘De Duitse eenheid kan alleen door zelfbeschikking van de Duitsers tot stand komen.’ Tegelijkertijd was hij in financieel opzicht genereus, in de veilige wetenschap dat veel van de investeringen uiteindelijk zouden terugstromen in de kassen van de Bondsrepubliek. Hij maakte van iedere gelegenheid gebruik om te scoren. Dat er bij het tegenbezoek in mei, in Kassel, een chaos was ontstaan door demonstraties, zowel van links als van rechts, was onaangenaam, maar het kon worden weggelachen, en als het Stoph en zijn mensen op een of andere manier hoop had gegeven op voordeel, dan was die hoop inmiddels wel ijdel gebleken. De Bondsrepubliek had ook zijn problemen, bedenkt Brandt, maar hij heeft duizend keer liever deze problemen dan die van Herr Stoph.
Hij kijkt op zijn horloge, en drukt zijn sigaartje uit.
‘Het is tijd heren,’ zegt hij. ‘Over een kwartiertje gaan we landen.’

__________________________________________________

- Lees: Terroristenbestrijding vanaf het begin

- Lees: Een bijdrage aan de strijd


Lees iets anders:

- De dame van de camelia’s

- Zwanen van Nederland

- Andere gedichten


__________________________________________________

dinsdag 16 mei 2023

295. Naar Warschau

[Wat voorafging]

Waar het allemaal om draait is natuurlijk de verhouding met ‘die andere staat in Duitsland.’ Maar dat spreekt Brandt niet uit. Hij benadrukt de geopolitieke aspecten. ‘Als Duitsland en de Sovjet-Unie een vredesverdrag sluiten,’ zegt hij, ‘dan moet u dat ook zien als een signaal van het Kremlin naar de VS, en naar de Europese mogendheden, dat de Sovjet-Unie geen oorlogszuchtige bedoelingen heeft.’
‘Maar hoe staat het er inmiddels mee?’
‘Waarmee?’
‘Het verdrag is nog niet geratificeerd.’
‘Het zal geratificeerd worden,’ zegt Brandt, terwijl hij met een sigaartje in de mondhoek in een stapel papieren bladert die een assistent hem overhandigt. Hij geeft de papieren terug en knikt.
‘Onlangs heeft Herr Scheel met Gromyko gesproken.’
‘Ja, ja,’ knikt Scheel. ‘Dat was eind oktober. In de Taunus.’
‘Daar is weinig over bekend.’
Brandt en Scheel kijken elkaar aan. ‘Dat is allemaal onderdeel van het proces,’ zegt Brandt. ‘Dat heeft er allemaal toe bijgedragen dat wij nu onderweg zijn naar Warschau.’
Maar ook over dat onderwerp is hij terughoudend.
‘Ja,’ zegt hij. ‘De erkenning van de Oder-Neisse-grens. Dat is hard voor veel mensen. Vooral voor mensen die hun thuisland verloren hebben. Maar de realiteit is soms hard. Wat de vaderen verloren hebben, kunnen wij niet terugwinnen met mooie woorden of juridische scherpslijperij.’ Dat zijn woorden die ze kunnen herkennen, want hij heeft al in het begin van het jaar uitspraken gedaan van dezelfde strekking. Maar hij werkt het uit. In zekere zin heeft de erkenning van deze politieke realiteit al in Moskou plaatsgevonden, zegt hij. Dat is nu eenmaal niet anders, bij de bestaande politieke verhoudingen. Maar je kunt het verdrag met de Polen niet zien als een simpele appendix bij wat met de Russen is overeengekomen. Het is een noodzakelijk beginpunt voor stappen om de verhouding met andere entiteiten in Oost-Europa te normaliseren. En bovenal, dit verdrag verheldert de grondslagen op basis waarvan tussen Duitsland en Polen tot normalisering van de betrekkingen kan worden gekomen. ‘Het is vanuit ons gezichtspunt een aanvaarding van de erfenis van de geschiedenis,’ zegt hij. ‘Dat is de essentie. De rest is technische uitwerking.’
Enzovoort, enzovoort.



maandag 15 mei 2023

294. Naar Warschau

[Wat voorafging]

Later, de plaspauze is tot een goed einde gebracht, en de laatste voorbespreking met zijn delegatie afgerond, mengt Brandt zich, in het gezelschap van Walter Scheel, opnieuw tussen de journalisten. Geen ondervraging dit keer, maar een informeel gesprek, met een sigaartje en een glas whisky. Wat komt ter sprake? Oostpolitiek, Oostpolitiek. Uiteraard het verdrag dat onlangs is gesloten in Moskou. Heel relaxt. Dat is allemaal goed verwerkt.
‘De Russen zijn echt ongelofelijk,’ zegt hij. ‘Toen ik in augustus in Moskou was…’ Hij onderbreekt zichzelf. ‘Dat was overigens een drama op zich,’ zegt hij. ‘Dat weet u nog wel. Scheel hier, belde om me te vragen mijn vakantie te onderbreken. Ik zat met Rut en de kinderen in Noorwegen. Maar ze wilden per se dat ik er zelf bij zou zijn om het verdrag te ondertekenen.’
‘Ze vertrouwden het toch niet helemaal.’
‘Nee, nee, het was een kwestie van publiciteit. Dat hadden ze goed gezien.’
‘Ze wilden dat de nummer één zelf in Moskou was.’
‘Yep.’ Brandt barst in lachen uit. ‘Maar dat wilde ik niet vertellen,’ gaat hij verder. ‘Wat ik wilde vertellen, Brezjnev, die was er ook bij. Ik weet niet, kennen jullie die eigenlijk? Ja, precies. De secretaris-generaal. Een coming man. Die vond me geloof ik wel interessant. En hij zag de kans schoon om zichzelf een treetje hoger te manoeuvreren. Want hij gaf te kennen dat hij het op prijs zou stellen om afzonderlijk met mij te spreken. Hij stak uiteindelijk een toespraak af van twee uur. Twee uur, mijne heren. Helemaal voorgelezen van een stapel papier die hij voor zich had liggen. Ik antwoordde hem zo goed en zo kwaad als het ging. En toen had hij in tweede termijn nog zo’n toespraak. Maar dat is nog niet alles.’ Brandt knijpt zijn ogen tot spleetjes. ‘Aan het eind kwam hij bij me staan en vroeg vertrouwelijk of ik wel wist dat ik binnen de partij niet alleen vrienden had. Maar in ieder geval kon ik vertrouwen op, hij haalde een briefje uit de zak van zijn colbert en las gewichtig twee namen voor die ik hier maar niet zal herhalen. U zou er misschien weet ik wat van denken.’
Hij barst opnieuw in lachen uit, en Scheel lacht mee als een boer die kiespijn heeft.



zondag 14 mei 2023

293. Naar Warschau

[Wat voorafging]

De reis naar Warschau is op deze zesde december begonnen met de gewone optocht van Mercedessen naar Frankfurt. Brandt was rustig en zelfverzekerd, ondanks de oorverdovende ruzie die hij eerder die ochtend heeft gehad met Rut. Hij heeft er zich mentaal bij neergelegd dat hun huwelijk bezig is ineen te storten, al is het verval voor zover hij weet, tot dusver niet aan de façade af te zien. Vanuit de auto, leek er in ieder geval geen vuiltje aan de lucht. De vlaggen wapperden. De zon scheen zowaar een beetje. Boven de auto’s dwarrelde, toen de stoet zich in beweging zette, een rommelige vlucht duiven. Brandt zelf zat uiteraard in de voorste auto, naast zijn minister van buitenlandse zaken Walter Scheel, die zich bezig hield met het doornemen van een stapel documenten. De eerste kilometers reden ze langzaam, door de straten van Bonn, waar sporadisch mensen stopten met hun bezigheden om naar de regeringsauto’s te wuiven. Daarna draaiden ze de snelweg op, en maakten meer vaart. De logistiek was zo perfect als je van Duitsers mocht verwachten. Om 12.15 u reden de eerste van de begeleidende motoren het vliegveld op. Om 12.20 u stopte Brandts auto voor de wachtende regerings-Boeing, een vliegtuig dat zo volmaakt in de roomkleurige verf was gezet, dat het van enige afstand leek of het hierheen was gereden uit een banketbakkerij.
Inmiddels vliegen ze al bijna een uur. Het begin van de vlucht heeft Brandt gebruikt om de meereizende journalisten in staat te stellen hem te interviewen. Niet lang. Een half uurtje heeft hij, voor de deur staand van het officiële deel van het vliegtuig, samen met Scheel, de te verwachten vragen over het verdrag met Polen beantwoord. Hij was ontspannen, bijna joviaal, altijd op zijn gemak in de omgang met het journaille waar hijzelf tenslotte, lang geleden, heel lang geleden, tot op zekere hoogte ook zelf deel van heeft uitgemaakt. Toen zijn ondervragers zich begonnen te herhalen, maakte hij er een eind aan, want de druk op zijn blaas begon hinderlijk te worden. Toen hij zich omdraaide en naar de klink van de deur greep, had een van de journalisten, iemand die hij niet kende, zijn naam geroepen.
‘Herr Brandt, Willy Brandt, alstublieft, een bak.
Hij maakte een afwerend gebaar. ‘Nee, nee.’
Ze zeggen dat u er wel duizend kent.’
Hij deed de deur open.
‘Eén bak. ‘
Een ogenblik aarzelde hij. Toen draaide hij zich om.
‘Ken je die van die vent die een ijsbeer wilde schieten?’
‘Nee, alsjeblieft,’ zei Walter Scheel preuts, ‘dat is zo’n smerige.’
‘O, je kent hem?’
‘Je doet het er om he,’ riep een van de journalisten.
Brandt brulde van het lachen.
Hij liet Scheel voorgaan, sloot de deur achter zich en stapte het toilet in.

zaterdag 13 mei 2023

292. Naar Warschau

[Wat voorafging]

Brandt knikt zichzelf toe. Al met al ligt de charme van de middelbare man misschien juist in het afnemen van zijn soortelijk gewicht. Hoe ouder, hoe lichter. Net als Sint Nicolaas. En de kiezers zien dat ook. Als ze hem niet al beminnen - en er zijn er steeds meer die dat doen - dan lijken ze in ieder geval, met het verstrijken van de tijd, eigenlijk al sinds zijn aantreden als minister van buitenlandse zaken in de vorige regering, steeds minder een hekel aan hem te hebben. Hij verdient sympathie voor de natie, aanzien, en uiteindelijk zelfs geld.
In ieder geval is het hem gelukt sinds zijn aantreden als Bondskanselier, eind ‘69, een flink deel van zijn buitenlandpolitieke agenda te realiseren. In maart heeft hij bij een bezoek aan de DDR zijn Oost-Duitse counterpart, die ellendige Willi Stoph, weten vast te pinnen in een positie die onontkoombaar moet leiden tot afbrokkeling van politieke steun. Stophs tegenbezoek, in mei, is, ondanks een boel gesodemieter met demonstranten, geen moment echt uit de hand gelopen. In augustus heeft hij goede sier gemaakt in Moskou. In mindere mate misschien bij de Russische president, Kosygin, die een maar al te bekend type apparatsjik bleek te zijn, maar met Leonid Brezjnev, de secretaris-generaal, die de coming man is, heeft het op een socialistisch-realistische manier onmiskenbaar geklikt. De man had op zijn manier gevoel voor humor.
En nu is hij onderweg naar Warschau, voor wat, als je de gevoeligheden in aanmerking neemt, zowel thuis als in Polen, het misschien wel penibelste onderdeel is van zijn missie. Maar wel een onderdeel dat, als hij het met succes weet te bekronen, geweldige perspectieven biedt voor het aanknopen c.q. verbeteren van relaties met de andere landen in Oost-Europa. En voor het verhogen van de politieke druk op de machthebbers in die andere staat in Duitsland.

vrijdag 12 mei 2023

291. Naar Warschau

[Wat voorafging]

Het is inmiddels zes december. Zondag. De feestdag van Sint Nicolaas, en Willy Brandt is zich er scherp van bewust dat hij op weg is met de cadeautjes. Op het toilet in het regeringsvliegtuig kijkt hij in de spiegel. Hij heeft ondanks zijn doorgroefde kop weinig weg van een Sint Nicolaas, denkt hij. Zijn hoofd gaat echt steeds meer op een ui lijken. Het is of zijn voorhoofd uitdijt, omhoogschiet uit zijn gezicht, zodat het tanige haar op zijn kruin steeds misplaatster lijkt. Het wekt wel de indruk dat er in dat voorhoofd het een en ander omgaat. In ieder geval wordt dat vaak gezegd, zelfs in de pers. In werkelijkheid is zijn brein natuurlijk in steeds toenemende mate een carrousel van clichés aan het worden, een ramp voor een intuïtieve politicus als hij, die afhankelijk is van invallen.
Brandt draait de kraam van de wastafel open en gooit een handvol water over zijn gezicht. Daarna tast hij met dichte ogen naar de donzige handdoek en droogt zich af. Er is geen twijfel mogelijk, denkt hij, hij is een middelbare man. En de vraag is: wat is het nut van een middelbare man? Politiek is de vraag niet relevant. Maar op het persoonlijke vlak is het als filosofisch vraagstuk niet zonder relevantie. Op zeven-en-vijftig staat de teller. Aan de creditzijde kun je boeken dat iemand op die leeftijd in grove lijnen wel een idee heeft van hoe de wereld in elkaar zit. Aan de andere kant, de fysieke conditie is bepaald niet meer je dat, met een rug die verkloot is, en een prostaat die flink is opgezwollen, misschien goedaardig, maar in ieder geval zodanig dat plassen een hemeltergende operatie is, met soms tot overmaat van ramp ook nog een verplichte vervolgoefening. ‘Vroeger piste ik over het kanaal,’ denkt hij, clichéman als hij is, ‘nu pis ik over mijn schoenen.’
Een gezwollen prostaat, dat moet je waarschijnlijk in verband zien met de eigendunk, denkt hij vervolgens. Die wordt er met de jaren ook niet minder op. En een verklote rug, dat moet wel het gevolg zijn van meer dan dertig jaar lang uit alle macht jezelf, je politieke ideeën en je politieke partij boven water houden in het klotsen van de tijdgeest. Iets wat hem tot dusver overigens goed lukt. Wat eigenlijk steeds beter lijkt te lukken. Maar je moet je misschien afvragen of dat niet het gevolg is van steeds gemakkelijker drijven, onder invloed van een dalend soortgelijk gewicht.


donderdag 11 mei 2023

290. Juristerei

[Wat voorafging]

‘Hoe lang denk jij dat dit gaat duren?’ zegt Sophie na een tijdje.
‘Je kunt zo lang blijven als je wilt.’
‘Maar kan dat wel?’ zegt Sophie. ‘Misschien kan ik beter mijn moeder…’
‘Je moeder staat hier helemaal buiten,’ zegt Magda vinnig.
Ze zwijgen weer.
Buiten klinkt een geluid. Een gerammel. Alsof er een vuilnisemmer wordt omgeschopt.
Magda staat op en liep naar het raam. Voorzichtig trekt ze het gordijn een stukje opzij. Er loopt iemand over de stoep. Voorbij het huis, en verder, tot hij door de heg aan het gezicht wordt onttrokken. Even later komt hij terug. Hij loopt raar. Hij slingert een beetje. Of hij op het punt staat om te vallen. Pas als hij in het licht de straatlantaarn komt, een eind voorbij het huis, herkent Magda hem.
Hans-Peter.
Hij is dronken.
Hij treuzelt een poosje, bij een vuilnisemmer die hulpeloos op de stoep ligt.
Dan draait hij zich om.
Achter zich voelt Magda een beweging. Sophie komt bij haar staan, en trekt het gordijn verder open. Hans-Peter Dreifuss loopt terug, tot hij midden voor het huis Am Kuhlendahl staat. Daar steekt hij een vuist op.
‘Potten,’ schreeuwt hij. ‘Potten. Vieze vuile potten.’
Hij zet een stap in de richting van het huis, maar het is of hij tegen een onzichtbare, verende wand oploopt, en hij wankelt weer achteruit, tot hij struikelt over de stoeprand, en op handen en voeten op straat terecht komt. Ze horen hem onduidelijk sputteren en snikken, tot er een buurman bij komt staan, die hem helpt op te staan, en die met hem wegloopt naar links.
Sophie staat het lijkbleek aan te kijken.
Magda slaat haar armen om haar heen en drukt haar hard tegen zich aan.
Of ze haar kind is.

woensdag 10 mei 2023

289. Juristerei

[Wat voorafging]

En dan is het ook nog bijna Sint Nicolaas, en er kan natuurlijk geen sprake van zijn om dat over te slaan. De jongens moeten toch al zoveel missen. Magda heeft Sophie vorige week meegesleept naar het centrum om inkopen te doen, en dat is wel een beetje uit de hand gelopen. Het plan is om wat kleine cadeautjes te kopen voor de jongens, maar als de vrouwen thuiskomen en de auto uitladen, moeten ze drie keer lopen voor ze al hun aankopen in de veilige haven hebben.
Die vrijdagavond gebruiken ze om de cadeautjes in te pakken. Penny doet niet mee. Zij is op de een of andere manier helemaal in haar wiek geschoten, wat ze uit door gemopper over de rommel in huis, scherpe opmerkingen tegen de jongens, en aan tafel door stijf rechtop, zonder iets te zeggen, haar bord leeg te eten. Na het eten verdwijnt ze naar boven. Om aan haar boek te werken, zegt ze.
Nou ja!
Het inpakken valt tegen. Sophie en Magda beginnen eraan, als de jongens naar bed zijn. Maar eigenlijk hebben ze er geen van beiden veel zin in. Ze halen de cadeaus van de vliering boven de bijkeuken, waar ze waren opgeborgen, en beginnen zwijgend de teddyberen, een hippe speelgoedtelefoon, een garage, boeken, en wat ze verder nog allemaal hebben aangeschaft in Sint-Nicolaaspapier te wikkelen. Op de achtergrond staat de televisie aan. Een actualiteitenprogramma, waarin wordt ingegaan op het bezoek dat Bondskanselier Willy Brandt dit weekend aan Polen brengt. Oostpolitiek. Oder-Neisse-grens. Harde, zelfverzekerde mannenstemmen die voors en tegens, voordelen en nadelen tegen elkaar afwegen. Om tien uur heeft Sophie er genoeg van, ze zet de televisie uit. Daarna zitten ze zwijgend bij elkaar, en kijken naar de hoop kleurige pakjes die ze hebben gefabriceerd.
‘Penny is boos,’ zegt Sophie uiteindelijk weifelend.
‘Geef haar eens ongelijk,’ zegt Magda.
‘Het is haar scheiding toch niet,’ zegt Sophie.
‘Maar daarom hoeft ze het toch niet leuk te vinden.’
‘Denk je…’ begint Sophie weifelend. Ze zwijgt. ‘Meneer Weininger is wel heel attent,’ zegt ze dan.
‘Meneer Weininger is een prutser,’ zegt Magda kwader dan ze eigenlijk wil.
‘Ja he? Advocaten hebben er ook belang bij, he, om een zaak ingewikkeld te maken.’
‘Dat bedoel ik niet,’ zegt Magda.
‘O,’ zei Sophie.
Ze zwijgen.

dinsdag 9 mei 2023

288. Juristerei

[Wat voorafging]

Magda loopt naar de keukenkast, en zoekt op de bovenste plank naar de rol biscuits, waarvan ze zeker weet dat ze die daar bewaart. De advocaat loopt achter haar aan, en legt zijn hand vertrouwelijk op haar heup. ‘Ik vraag me af,’ zegt hij op meevoelende toon, ‘ik vraag me af of deze hele procedure niet te veel voor haar is.' 
Magda verstart.
‘Ja maar,’ zegt ze.
‘Ik vraag me af…’ herhaalt hij, terwijl zijn hand achter de band van haar rok glijdt, ‘u bent een sterke, zelfstandige vrouw,’ zegt hij. ‘U weet wat er in de wereld te koop is.’ Zijn hand glijdt langs de rand van haar rok naar voren en raakt haar buik aan.
Ze voelt duidelijk zijn erectie tegen haar billen.
Zijn hand bereikt haar schaamhaar.
Hij zucht.
‘O lieve hemel,’ zegt ze.
‘Nee,’ zegt hij. ‘Nee, niet verder dan dit. Daarvoor heb ik teveel respect voor u.’





maandag 8 mei 2023

287. Juristerei

[Wat voorafging]

De volgende dag is Weininger al om elf uur present. Ditmaal zijn zowel Sophie als Penny thuis. De advocaat komt handenwrijvend binnen en schaart zich in hun midden.
‘Het valt mee, lieve dames, zegt hij. ‘Het valt mee.’
‘Wat valt mee?’ zegt Penny ongerust.
‘Ik heb vanmorgen contact gehad met mijn confrater,’ zegt de advocaat, ‘en ik kan u meedelen dat zijn cliënt zich erbij neerlegt dat de zorg voor de kinderen voorlopig aan Frau Dreifuss wordt toevertrouwd.’
‘De zorg voor de kinderen?’ roept Penny verontwaardigd.
Ze werpt een blik op Sophie, die nauwelijks laat merken dat wat er gezegd werd tot haar is doorgedrongen.
‘O, lieve mevrouw Dreifuss,’ zegt de advocaat bezorgd.’ Dit soort zaken is zo ingewikkeld.’ Hij werpt een snelle blik op Magda, die er blozend bij zit. Daarna legt hij geduldig nog een keer uit wat hij haar gisteren al verteld heeft.
Als hij klaar is, heeft Sophie nog steeds geen vin verroerd. Haar gezicht is onbewogen. Alleen haar vingers friemelen.
‘Wat vind jij, Sophie?’ zegt Penny.
He?
Penny buigt zich voorover en pakt haar hand. Ze begint stapje voor stapje de boodschap van de advocaat nog een keer uit te leggen.
Magda staat op en liep naar de keuken. De advocaat volgt haar. In de keuken gooit Magda de koffie weg, die al sinds half tien staat te pruttelen, en begint verse koffie te zetten. De advocaat staat achter haar. ‘Ik maak me zorgen, Frau Gerhard’, fluistert hij. ‘Ik maak me ernstige zorgen.’ Zijn adem is fris, pepermuntig; gedistingeerd, zoals zijn uiterlijk. ‘Weet u zeker dat Frau Dreifuss tegen deze situatie is opgewassen?’
Magda draait zich om. ‘Wat bedoelt u?’ zei ze.
‘Ze ziet er niet goed uit.’
‘Het gaat haar niet in de koude kleren zitten,’ zegt Magda, pinniger dan eigenlijk haar bedoeling is.
‘Ze ziet er helemaal niet goed uit.’


286. Juristerei

[Wat voorafging]

Hij legt haar de details uit. De stapjes die gezet moeten worden. De rechtbanken die een rol gaan spelen. Het duizelt Magda. Ze bedenkt wel tien keer hoe ongelukkig het uitkomt dat juist nu Penny er niet is. En net zo vaak hoe blij ze is dat Sophie dit allemaal niet hoeft te horen. Maar Herr Weininger is erg geduldig. En meevoelend. Natuurlijk, zegt hij. Hij begrijp het maar al te goed. Dit zijn zulke nare dingen. Dit is echt een beetje een hel, waar ze doorheen moeten. Maar er zijn een heleboel mensen die door deze hel zijn gegaan. En die uiteindelijk blij zijn dat ze het gedaan hebben. En ja, natuurlijk, hij heeft heel goed gezien hoe die arme mevrouw Dreifuss lijdt onder deze situatie. En het is maar goed dat ze door twee zulke lieve en verstandige vriendinnen wordt opgevangen. Ze moeten de moed niet laten zakken, want het ziet er misschien op de korte termijn allemaal somber uit, maar hij kan Frau Gerhard verzekeren, als je in staat was op wat langere termijn te kijken, dan zou je zien dat hun zaak zeker niet kansloos is. In tegendeel zelfs. Hij heeft er het volste vertrouwen in dat er uiteindelijk een bevredigende, een heel bevredigende regeling uit de bus zal komen.
Het is al vier uur geweest, en de jongens komen dadelijk thuis van school. Magda laat Herr Weininger uit. Bij de voordeur draait de advocaat zich om. Hij legt een arm om Magda’s schouders en knijpt daar zachtjes in, terwijl hij zich over haar oor buigt en op gedempte toon zei: ‘U moet volhouden, Frau Gerhard, u moet volhouden. Dan beloof ik u dat alles goed komt.’

zondag 7 mei 2023

285. Juristerei

[Wat voorafging]

Die middag komt gelukkig Doktor Weininger. Penny is er niet. Die heeft na het vertrek van de oude mevrouw Kirchhoff haar fiets gepakt om boos naar de Kindergarten te rijden. Sophie is op bed gaan liggen. Dat is niet erg, zegt Weininger. Dat is helemaal niet erg. Hij komt alleen maar even langs om poolshoogte te nemen. Magda knikt en biedt hem thee aan. Hij accepteert en gaat in de stoel bij de kachel zitten, met het theekopje op zijn schoot.
‘Nare dingen, mevrouw Gerhard, nare dingen.’
‘Het gaat toch allemaal wel goed,’ zegt Magda ongerust.
‘Jazeker,’ zei de advocaat snel. Jazeker. Het verzoek tot scheiding is inmiddels bij het Landesgericht ingediend. Nu is het voorlopig een kwestie van afwachten.
Hoe lang de procedure zal duren?
O mevrouw Gerhard, daar is in dit stadium echt geen zinnig woord over te zeggen. ‘Een scheidingsprocedure, dat kan veel tijd kosten, zeker als de echtgenoten het niet eens zijn over de dingen die geregeld moeten worden.’
Magda kijkt hem ongerust op. ‘Zoals?’ zei ze.
De alimentatie… Het gezag over de kinderen…
Het gezag over de kinderen?
‘Jazeker, dat zijn allemaal kwesties die spelen.’ Het probleem, Frau Gerhard, dat kan hij onder vier ogen wel zeggen, is dat Herr Dreifuss zich uiteindelijk toch niet bij een scheiding wenst neer te leggen. Weininger heeft vorige week vrijdag een eerste verkennende bespreking gehad met zijn confrater die namens Sophies echtgenoot optreedt. En die maakte hem kenbaar dat Dreifuss zich wil verzetten. Hij overweegt om de schuld voor een eventuele scheiding bij Frau Dreifuss te leggen.
‘Frau Kirchhoff,’ sputtert Magda benauwd.
‘Verlating, Frau Gerhard,’ zegt de advocaat zwaarwichtig.
En hij betwist ook de zeggenschap over de kinderen.
‘Maar hij kan zelf toch niet…’ begint Magda.
‘Inderdaad Frau Gerhard,’ antwoordt de advocaat. ‘In de praktijk is dat natuurlijk geen optie. Dat ziet mijn confrater ook wel. Hij spreekt daar natuurlijk niet over, maar we weten inmiddels dat Herr Dreifuss een drankprobleem heeft. Een tamelijk ernstig drankprobleem. En, ik weet niet of u daarvan op de hoogte bent, maar er zijn ook complicaties op zijn werkplek. Toch wel serieuze complicaties, naar het schijnt.’
‘Maar hoe moet dat dan?’
De advocaat zucht. ‘Het zal er wel op uitdraaien,’ zegt hij, ‘dat er een voorlopige voorziening getroffen moet worden, een voorlopige beslissing van de rechter over zaken waarover de partijen het niet eens kunnen worden. Een tijdelijke zorgregeling. Een alimentatie. De vraag die zich opdringt is of wij de heer Dreifuss voorlopig het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning moeten toestaan.’



zaterdag 6 mei 2023

284. Juristerei

[Wat voorafging]

Vanochtend komt mevrouw Kirchhoff voor de derde keer. Maar dit keer grijpt Penny in. Ze stelt zich voor. ‘Penelope Escher’, zegt ze nuffig, en ze schuift mee aan in de huiskamer, zo koud en hooghartig als ze maar kan. Een paar minuten hoort ze het geweeklaag aan. Dan onderbreekt ze haar botweg. ‘Ja, ja,’ zei ze. ‘En uw dochter. Wat denkt u daarvan?’
Sophie werpt haar een trage, apathische blik toe.
‘Hoe denkt u dat het met haar is? Hoe leuk denkt u dat het is, he, onder één dak te moeten leven met een dronkaard. Die zijn handen niet thuis kan houden. Maar dat doet er niet toe, he? Zolang de buren maar niet klagen.’
‘Pardon?’ zegt mevrouw Kirchhoff.
‘Zal ik eens zeggen wat ik van u denk,’ zegt Penny.
‘Nee!’ zegt Sophie.
Maar Penny laat zich niet tegenhouden. ‘Ik denk dat u een slechte moeder bent,’ zegt ze. ‘Ik denk dat u een waardeloze moeder bent. Voor mij bent u een toonbeeld van de harteloze, liefdeloze moeders die al zo lang proberen dit land tot een liefdeloze hel te maken.’ Mevrouw Kirchhoff, in opperste verontwaardiging, opent haar mond. Maar Penny geeft haar de kans niet. ‘En ik zeg u mevrouw Kirchhoff, ik zeg u, dat moet nu maar eens over zijn. De wereld is veranderd, hoor. We doen het hier niet meer zoals u gewend bent. En die benepenheid, die kleinburgerlijke benepenheid, van u, en van die waardeloze schoonzoon van u, he, daar vegen we onze kont aan af, mevrouw Kirchhoff. Daar vegen we onze kont aan af.’
Ze is overeind gekomen. Het hondje blaft en doet schijnuitvallen naar haar kuiten, Maar daar trekt ze zich niets van aan.
‘Voor ons, mevrouw Kirchhoff,’ zegt ze, ‘bent u passé. Helemaal passé. U bent een representant van alles waar we tegen zijn in dit huis. En we zouden het op prijs stellen als u uw dochter met rust laat.’
Magda zit doodstil, ze voelt hoe haar gezicht is bevroren in een uitdrukking van afgrijzen. Sophies gezicht vertoont geen enkele uitdrukking, maar haar vingers friemelen rustelozer dan ooit. Mevrouw Kirchhoff grijnst haar tanden bloot.
‘Mooi,’ zegt ze. ‘Mooi. Dat is in ieder geval duidelijk. Dan weten we hoe de vlag erbij hangt.’ Ze staat op, stram, en richt haar blik op Magda. ‘Ik heb medelijden met u, mevrouw,’ zegt ze kil. ‘Ik zie nu in wat voor situatie u zichzelf hebt gebracht. En mijn dochter.’
Ze draait zich om en loopt naar de deur.
‘Doet u geen moeite,’ zegt ze, zonder om te kijken. ‘Ik kan zelf mijn jas pakken. Kom Tom, kom Tom, we gaan.’



vrijdag 5 mei 2023

283. Juristerei

[Wat voorafging]

In het weekend begon ook de oude mevrouw Kirchhoff zich met de scheiding te bemoeien. De hondenfokster is een oude vrouw geworden, haar witte haar in een knotje, maar haar rug is nog net zo recht, haar postuur bijna net zo fors als vroeger. Honden fokt ze niet meer, maar ze heeft tegenwoordig een kleine Franse buldog, die naar de naam Tom luistert. Kort nadat Magda weer in Mülheim is gaan wonen, heeft die haar een beleefdheidsbezoekje gebracht. Erg hartelijk is ze niet ontvangen, en van een tegenbezoek is het nooit gekomen. Maar nu meent mevrouw Kirchhoff kennelijk dat de omstandigheden een initiatief van haar kant nodig maken. Op zondagochtend, tegen half twaalf belt ze aan bij het huis Am Kuhlendahl. Magda doet open. Ze reageert verrast op de vrouw die met haar hondje aan de deur staat, maar mevrouw Kirchhoff kijkt onaangedaan over haar schouder de vestibule in, alsof ze met één blik alle listen en lagen die haar hier gelegd kunnen worden wil doorgronden. Eenmaal binnen trekt ze haar jas uit en maakt de riem van haar hondje los. In de huiskamer werpt ze een afkeurende blik om zich heen en gaat daarna in de fauteuil zitten die Magda gebruikt als ze televisie wil kijken. Sophie is stilletjes, bijna bedeesd binnengekomen, en gaat tegenover haar zitten.
‘Och, och,’ zegt mevrouw Kirchhoff. ‘Het is toch wat.’
Penny werpt een blik om de hoek van de keukendeur en trekt zich snel terug.
Sophie zwijgt, en Magda begint zenuwachtig theekopjes op de tafel te zetten.
‘Die arme Hans-Peter,’ zegt mevrouw Kirchhoff preuts. ’Hij heeft het toch al zo moeilijk.’ ‘Besef je wel wat je hem aandoet!’ ‘En hij werkt ook al niet meer.’ Nee, ziekteverlof. Sinds vorige week woensdag is hij met ziekteverlof. Hij hield het op zijn werk echt niet meer uit. En hij drinkt ook te veel. Veel te veel.
Die dinsdag is ze er weer, dezelfde tijd, dezelfde ceremonie. En ook wat ze haar dochter te zeggen heeft, is van hetzelfde laken een pak. Terwijl haar buldog kwispelend met zijn hele achterlijf door de kamer dribbelt, bespaart ze Sophie geen enkel detail.



donderdag 4 mei 2023

282. Juristerei

[Wat voorafging]

Sinds die donderdag is de advocaat een regelmatig bezoeker in het huis Am Kuhlendahl. Zijn houding is veranderd. Hij lijkt echt mee te leven, en houdt de vrouwen persoonlijk van de kleinste ontwikkelingen in hun zaak op de hoogte. Magda kan zich niet aan de indruk onttrekken dat hij heimelijk nogal van Sophie is gecharmeerd. Sophie zelf lijkt daar weinig van te merken. In eerste instantie was het alsof de beslissing om te gaan scheiden haar nieuwe energie heeft gegeven. Ze was dinsdag, vrijwel onmiddellijk nadat Weininger afscheid had genomen, ook zelf vertrokken, om wat ze dacht nodig te hebben uit haar echtelijk huis te halen. Daarna had ze Bernd en Ludi van school gehaald, die dolenthousiast waren dat ze bij tante Magda gingen logeren. Maar de volgende dag, na het bezoek aan het politiebureau, en na Weiningers aanvankelijke bericht dat Dreifuss niets van de scheiding wilde weten, bleef er van Sophies doortastendheid weinig over. Magda’s vriendin zat de hele middag in een stoel in de huiskamer, zonder iets te zeggen, zonder te reageren op wat Magda en Penny tegen haar zeiden, in haar schoot kijkend, waar haar vingers op een zenuwslopende manier met een zakdoekje friemelden. Om vier uur was Penny gedwongen om met Magda’s auto naar het centrum van de stad te rijden, om de jongens uit school te halen.
Inmiddels zijn ze bijna een week verder. Het is 3 december, koud en regenachtig, en in het grote huis Am Kuhlendahl zijn de lichten de hele dag aan, niet alleen in de warme, dampige woonkeuken, maar ook in de huiskamer, waar de televisie staat, en waar zich, nu er hier zoveel mensen wonen, een steeds groter deel van het huiselijk leven afspeelt. Met Sophie gaat het nog steeds niet goed. Overdag is ze lusteloos, ze bladert wat in een boek of een tijdschrift of ze zit werkeloos, met haar zakdoekje friemelend, voor zich uit te staren. ‘s Nachts slaapt ze allerbelabberdst, en ze spookt door het huis, niet alleen om bij Bernd en Ludi te kijken, vaak vindt Magda, als ze ‘s morgens opstaat, in de huiskamer of in de keuken de lectuur waarin Sophie tijdens de nachtelijke uren heeft zitten bladeren. Penny gaat na het weekend met haar naar de dokter. Die schrijft haar slaappillen voor, maar de pillen leiden er toe dat ze overdag zo mogelijk nog moedelozer is dan tevoren.



woensdag 3 mei 2023

281. Juristerei

[Wat voorafging]

De agent die de aangifte opneemt is niet erg behulpzaam. Hij gedraagt zich heel formeel, bijna wantrouwend. Sinds wanneer vindt de mishandeling plaats? vraagt hij. Zijn er getuigen? Magda en Penny doen hun verhaal. De agent schrijft het een en ander op. Maar al tijdens het vertellen krijgt Magda het gevoel dat hun getuigenis eigenlijk maar weinig gewicht in de schaal legt. Op aandringen van Penny wordt Sophie meegenomen naar een kamertje, waar een vrouwelijke agent kijkt naar de blauwe plekken op haar armen en op haar ribbenkast. Maar die stelt vast dat je eigenlijk niet kunt spreken van duidelijke tekenen van geweld. Het bezoek aan het politiebureau is echt een verschrikking. De agent suggereert zelfs dat Sophie haar aangifte misschien beter niet kan doorzetten. ‘Mevrouwtje,’ zegt hij paternalistisch, ‘waar begint u aan. Natuurlijk, het is niet altijd koek en ei in een huwelijk. Maar dit soort stappen, dat leidt alleen maar tot ellende. Het lijkt een oplossing, maar echt, gelooft u mij, ik spreek uit ervaring, het leed is niet te overzien.’

Van dat soort opmerkingen heeft Herr Doktor Weininger zich na zijn eerste bezoek zorgvuldig onthouden. Die zet zich na dinsdag met volle overtuiging in voor Sophies zaak. Op woensdagmiddag al maakt hij voor de tweede keer zijn opwachting in het huis Am Kuhlendahl, ditmaal om te vertellen dat hij telefonisch contact heeft gehad met Sophies man. Dreifuss wees de scheiding in eerste instantie af, en wilde er niets mee te maken hebben. Maar dat was een natuurlijke reactie, benadrukt de advocaat, je kon eigenlijk niet anders verwachten. En Hans-Peters tegenwerking duurt gelukkig ook niet lang. Al op donderdag belt Weininger om te vertellen dat hij heeft gesproken met de jurist die namens Sophies echtgenoot zal optreden.




dinsdag 2 mei 2023

280. Juristerei

[Wat voorafging]

Er ontstaat een moeizaam gesprek, waarin de advocaat, steeds aarzelend, voortdurend bezwaren opwerpend, uiteindelijk met hetzelfde advies komt dat ook Gerhard de vrijdag daarvoor al heeft gegeven. Als de situatie echt onhoudbaar is, dan is het misschien het beste als Frau Kirchhoff voorlopig ergens anders intrekt. Leven haar ouders nog? Ja, de oude mevrouw Kirchhoff leeft nog, en woont nog steeds, niet ver van dat van Magda, in hetzelfde huis waar Sophie in de oorlog is opgegroeid. Maar nee, nee, inwoning bij mevrouw Kirchhoff, dat is echt geen reële mogelijkheid, zeggen de vrouwen eendrachtig. Het alternatief, dat Sophie zou intrekken bij Magda, wekt bij de advocaat weinig enthousiasme. Maar hij is uiteindelijk bereid onder ogen te zien dat er weinig anders opzit.
‘Met de kinderen?’ vraagt hij voorzichtig.
‘Met de kinderen, ja,’ snauwt Penny bijna.
Ook met die beslissing stemt Weininger maar schoorvoetend in.
Als hij, na twaalven, vertrekt, is er afgesproken dat Sophie nog diezelfde dag het hoognodige uit de echtelijke woning zal halen, en dat ze voorlopig met Bernd en Ludi in het huis Am Kuhlendahl zal trekken. Doktor Weininger zal, eveneens diezelfde dag nog, contact opnemen met Hans-Peter Dreyfuss om hem ervan op de hoogte te stellen dat zijn vrouw van hem wenst te scheiden. Penny en Magda zullen verder zo snel mogelijk met Sophie naar de politie gaan om aangifte te doen van mishandeling.


maandag 1 mei 2023

279. Juristerei

[Wat voorafging]

Het misverstand laat zich maar moeilijk uit de weg ruimen, en als dat eenmaal gelukt is, lijkt het wel of de advocaat zich persoonlijk beledigd voelt. Hij begint Sophie te ondervragen, op een geërgerde toon, bijna of ze een verdachte is van een misdrijf.
‘Dus u wilt scheiden,’ vraagt hij.
Sophie kijkt Penny hulpzoekend aan.
‘Ja natuurlijk wil ze scheiden,’ zegt die.
‘Dat zou ik graag van mevrouw zelf horen,’ zegt de advocaat.
Sophie knikt bedeesd.
De advocaat knikt terug. En begint een serie vragen op haar af te vuren. Sophie, haar blik vast op Magda gericht, geeft hem gedwee antwoord. Als hem duidelijk wordt wat de aanleiding is voor Sophies scheidingswens, wordt zijn gezicht strakker. ‘Hebt u aangifte gedaan van mishandeling? vraagt hij. ‘Bent u onlangs nog mishandeld?’ ‘Hebt u getuigen?’ ‘Hoe lang speelt deze kwestie al?’
Pas na geruime tijd komen de kinderen ter sprake. ‘Twee zonen?’ Weiningers gezicht krijgt een uitdrukking van maar nauwelijks verborgen afschuw. ‘Ja, ja,’ zegt hij. ‘Ja, ja.’ Dat zag er niet best uit. Dit was een buitengewoon penibele situatie. Ja, ja. Dit soort kwesties, daarbij had je doorgaans alleen maar verliezers.
Het draait er op uit dat Weininger Sophie, zij het niet met zoveel woorden, aanraadt zich maar bij de situatie neer te leggen. Maar dat laat Penny niet op zich zitten. ‘Wat is dit nu voor onzin,’ roept ze. Is dit wat Herr Gerhard hem gevraagd heeft te doen? Dan kan hij maar beter weer vertrekken.
Maar dat is natuurlijk ook niet de bedoeling.