Pagina's

vrijdag 30 juni 2023

340. Hahn

[Wat voorafging]

Maar goed, het gaat er om uit te dokteren hoe het zit met die schijtoperatie van Gerhard. En in dat onderzoek gaat Hahn, naar hij hoopt, een belangrijke stap zetten. Zijn aanknopingspunt is de Herr Dreyfuss die op, hij bladert in zijn aantekeningen, die op 16 november in hun onderzoek is opgedoken. Dreyfuss is gehuwd met ene Sophie Kirchhoff, die bevriend is met Magda Gerhard, die op haar beurt de ex-vrouw is van het hoofdonderwerp van hun naspeuringen. Dreyfuss heeft bij de politie verklaard over contacten tussen enerzijds Sophie en Magda, anderzijds Irmgard Konopka. De man heeft daarmee een hoogst interessant verband gelegd. De vraag is nu of hij, bij ondervraging, met nog meer komt. Zoals bijvoorbeeld een complementaire relatie tussen Dreyfuss, Sophie, Magda en extreem rechtse organisaties. Wie weet, misschien is de man zelf een nazi.
Vervuld van ambitieuze plannen voor de ondervraging komt Hahn op 10.43 op het station Mülheim aan, waar hij een ogenblik talmt bij de taxistandplaats. Zo ergerlijk dat hij geen eigen vervoer heeft! En een reiskostendeclaratie zit er voor dit uitstapje niet in, dat begrijpt hij wel.
Uiteindelijk loopt hij door naar het busstation, waar hij een bus vindt die hem naar het woonadres van Dreyfuss vervoert.

donderdag 29 juni 2023

339. Hahn

[Wat voorafging]

Het sluiten van het coördinatiepunt is een goede zaak. Het ontslaat Weiss en Hahn van de verplichting om naar Düsseldorf te reizen als er dienstberichten op het bureau binnenkomen die betrekking hebben op Roodfront - wat overigens vanaf het begin een lachwekkende opdracht was. Maar de sluiting is niet de enige interessante ontwikkeling. Ook Gerda Pfau is na drie weken ziekte weer ten tonele verschenen. Heel geheimzinnig. Eergisteren, dinsdag, heeft Weiss haar gespot. Reines Zufall. In de hoerenbuurt van Keulen. Een tasje onder haar arm, en gekleed in een lange, viltachtige winterjas. Ze had haast en keek op noch om en toen Weiss haar groette, had ze hem alleen stom aangekeken en haar pas versneld. Maar de volgende ochtend is ze op haar gewone tijd weer op kantoor verschenen. Toen Hahn zelf tegen elf uur arriveerde zag hij dat ze zich had ingeschreven om 8.15. Hij is natuurlijk onmiddellijk gaan kijken, zonder zich zelfs de tijd te gunnen voor een kop koffie. De Pfauin zat op haar gewone plaats, achter haar zorgvuldig opgeruimde bureau, met alleen de interne mededelingen van de laatste weken voor zich. Ze glimlachte zwakjes toen hij haar groette. Erg spraakzaam was ze niet. Nee, ze was beter. Geen woord over wat haar had gescheeld. Toen hij haar vroeg of het soms iets te maken had met de ziekte van Fischler (brutaal!), schudde ze het hoofd, en boog zich over het bovenste van de a4’tjes die voor haar lagen. Maar toen hij haar confronteerde met haar ontmoeting met Weiss raakte ze in paniek.
’Nee, nee’, zei ze hoofdschuddend. En toen hij aandrong: ‘Er is iets aan de hand.’
Toen hij verder aandrong voelde ze zich om de een of andere reden gedwongen te vertellen dat ze bij Gerhard langs was geweest.
Waarom?
Ze haalde haar schouders op. ‘Hij was er niet,’ zei ze.
Wat hij al wist, via Weiss.
Meer kreeg hij er niet uit.
‘Ja,’ zei Weiss toen hij het hem vertelde. ‘Jammer dat ze zo schuw is, want uiteindelijk is het een lekker wijf.’
‘Die geeft toch niet om mannen,’ zei hij laatdunkend.
‘Een pot?’
‘Eerder een non,’ zei hij. ‘Kun je je voorstellen dat die een kerel in haar armen heeft.’
‘Oef,’ kreunde Weiss, terwijl hij naar zijn kruis tastte.
‘Af hond,’ snauwde hij.



woensdag 28 juni 2023

338. Hahn

[Wat voorafging]

Op 10 december reist Alois Hahn, zonder de moeite te nemen langs kantoor te gaan om zich in te schrijven, van zijn huisadres aan de Adolfstrasse in Bonn naar Mülheim. Hij neemt daarvoor de trein die om 9.22 vertrekt van het Hauptbahnhof, met een overstap in Düsseldorf om 10.09. In de eersteklascoupé van de trein zet hij zijn aktentas op de schoot en haalt het notitieblok tevoorschijn,  waarop hij sinds eind oktober punctueel alle gebeurtenissen bijhoudt rond de operatie die Emmerich Gerhard van het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden uitvoert, buiten het kantoor om, en naar alle waarschijnlijkheid niet tot genoegen van dr. Fischler, de directeur. Hahn schroeft de dop van zijn vulpen, en noteert in zijn sterk vooroverhellende, maar verzorgde, bijna gotisch ogende handschrift, de datum en het tijdstip. Daarna, terwijl de trein zich met wat lijkt op regelmatige, steeds sneller wordende rukjes in beweging zet, schroeft hij de dop weer op de pen en bergt die op. Het notitieblok laat hij op zijn schoot liggen, en hij leunt achterover.

Hahn is niet ontevreden. ‘Het net sluit zich,’ heeft hij vorige week tegen Weiss gezegd. En hij heeft gelijk gekregen. Weiss is er zonder veel moeite in geslaagd te achterhalen wie de eigenaar was van de nieuwe Mercedes die hij op 29 november heeft waargenomen bij de flat van Gerhard. Metzger heet de man. Een miljonair naar het schijnt. Hij is eigenaar van een keten van sportscholen, waarover bij de politie niets belastends bekend is. Maar Kasinke, de andere geïdentificeerde persoon, werkt voor een taxibedrijf dat banden onderhoudt met Metzgers sportscholen. Ze voeren er regelmatig ritten voor uit, zowel voor de hoofdvestiging in Keulen als voor vestigingen elders. En het taxibedrijf wordt wel degelijk in verband gebracht met de Nationalpartei Deutschland. Bij de vestiging in Frankfurt werken NPD’ers als Backofen en Kessler, beide ex-politiemensen die uit de dienst zijn ontslagen.
Gerhard, Roodfront, NPD, het verband is zonneklaar. Nu gaat het erom een bevestiging te krijgen, en uit te vinden wie er in deze operatie aan de touwtjes trekken. En er is haast bij. Want de hele puinhoop is in beweging aan het komen. Zoals wel bleek toen maandag het bericht kwam dat de operatiebasis in Düsseldorf was gesloten. Hahn nam zelf het telefoontje van Ilse aan.
‘Nee,’ zei ze, ‘Schluss, afgelopen. Ze hebben de stekker er uit getrokken.’
‘Maar waarom?’ zei hij.
‘Gewoon,’ had het meisje geantwoord. ‘Mislukt.’
Ja, aan mijn hoela. Het werd te heet.
‘Dat staat nog maar te bezien,’’ zei hij.
‘Hoe bedoel je,’ antwoordde ze, maar hij groette haar spottend en gooide de hoorn op de haak.



dinsdag 27 juni 2023

337. Paranoia

[Wat voorafging]

Donderdag hakt Gerhard de knoop door. Hij reist naar Keulen, en neemt de bus naar Raderthal. Hij benadert zijn flat omzichtig. Maar er is niets wat zijn aandacht trekt. Geen jongemannen, of vrouwen in beige regenjassen. Geen opvallende auto's. Om 13.28 u krijgt hij zijn flat in het vizier. Niemand op straat. Op de parkeerplaats alleen een paar bekende auto’s.
Aan de stoep voor de ingang van zijn flat staat een Volkswagen.
Een donkergroene Volkswagen kever.
Hij ziet onmiddellijk wie er achter het stuur zit.


maandag 26 juni 2023

336. Paranoia

[Wat voorafging]

Als Gerhard om kwart voor elf over de Königsallee loopt, onder de kale linden, passeert hij de jongeman van de Dransdorfer Straße, die onder de luifel van een van de winkels de krant staat te lezen. Even later ziet hij de vrouw in de beige regenjas de straat oversteken. De regenjas is een typische beginnersfout. Hij maakt rechtsomkeert, knikt tegen de jongeman met de krant en schiet een Kaufhaus in. Hij wandelt tussen de schappen door en verschuilt zich achter een display met zonnebrillen, die in dit seizoen een merkwaardig misplaatste indruk maken. Maar het is natuurlijk de tijd dat mensen hun wintersportvakantie plannen.
Als zowel de jongeman als de vrouw zijn gepasseerd, draait Gerhard zich om en verlaat de winkel. Een ogenblik kijkt hij aarzelend om zich heen. Zum Kron is hiervandaan nog maar een paar honderd meter. Maar het is te riskant. Hij slaat een zijstraat in, doorkruist een luxe winkelcentrum en pakt uiteindelijk op de Berlinerstrasse een bus naar het station. Vandaar reist hij terug naar zijn hotel.
Hij blijft er de rest van de dag en de woensdag. Hij leest kranten, kijkt televisie en wijst de toenaderingspogingen van de goedhartige eigenaars stuurs van de hand. Behalve een groepje bouwvakkers dat vóór zes uur weg is en vóór vier uur weer terug, is hij de enige gast. Hij rookt weer zwaar en brengt de meeste tijd door op zijn kamer, vanwaar hij, met de radio voortdurend aan, de omgeving zorgvuldig in het oog houdt. Blijkbaar is hij er in geslaagd zijn achtervolgers, wie dat ook zijn, van zich af te schudden. Maar houdbaar is deze situatie natuurlijk niet. Gerhard vervloekt de onachtzaamheid, die hem ertoe heeft gebracht die maandag de deur uit te lopen zonder zijn colbert aan te trekken. Hij heeft geen papieren bij zich, en mist zijn notitieboekje met telefoonnummers.





zondag 25 juni 2023

335. Paranoia


[Wat voorafging]

Als hij een half uur later de deur uit gaat om sigaretten te halen, slaat de paranoia toe. Een auto aan de stoep in de Dransdorfer Straße, met achter het stuur een jongeman die ongeïnteresseerd voor zich uit zit te staren. Later, bij de kiosk, opnieuw jongemannen die ostentatief niets staan te doen. Een jonge vrouw in een modieuze beige regenjas die aan haar paraplu staat te morrelen. Als er een bus stopt, stapt Gerhard impulsief in, en koopt een kaartje. Er stapt niemand anders in.
Hij laat zich naar het station vervoeren, waar hij een tijd doelloos ronddrentelt, koffie drinkt, en uiteindelijk besluit een treinkaartje te kopen naar Osnabrück. Daarvandaan neemt hij de bus naar het familiehotel waar hij een paar weken geleden heeft gegeten. Am Waldstuben. Hij huurt er een kamer op de eerste etage, aan de voorkant. Voor een week, met de mededeling dat hij moet werken aan een belangrijk rapport. En dat hij niet gestoord wil worden.
De volgende ochtend is zijn paniek weggeëbd. Hij ontbijt vroeg, kijkt een krant door - weinig interessant nieuws - en reist naar Düsseldorf voor zijn afspraak met Rochus Winckelmann. Het weer is nog steeds slecht, en het landschap dat op zijn reis aan hem voorbijtrekt spiegelt de stemming van kalme melancholie die zich van hem heeft meester gemaakt. Wat hij precies wil bereiken met zijn gesprek met Winckelmann staat hem maar vaag voor ogen. Het enige is dat de behoefte om zijn nieuwe inzicht in de achtergrond van deze operatie met iemand te delen onweerstaanbaar is.
Maar het komt er niet van.



zaterdag 24 juni 2023

334. Paranoia

[Wat voorafging]

De rest van Gerhards dag gaat voorbij met wachten op een telefoontje van Pressler. Met ongedurig ronddrentelen in de flat, roken, uit het raam kijken, de kranten doorbladeren. Denken. Uiteindelijk haalt hij zijn notitieboekje tevoorschijn en zoekt het nummer op van Rochus Winckelmann in Düsseldorf.
Die is aanwezig, en reageert geschrokken als Gerhard zich meldt.
‘O Emmerich,’ zegt hij. ‘Wat een beroerde zaak.’
‘Jullie hebben er genoeg van, he?’
‘Spiess heeft de stekker er uit getrokken. Hij zei dat er geen rendement was.’
‘Dat heeft hij aardig geschoten.’
‘Ja, wat dacht je,’ zegt Winckelmann verdedigend, ‘dat wij niet volgen wat daar gebeurde.’
‘Daar gebeurde helemaal geen fluit,’ zegt Gerhard boos. ‘En vorige week was het steunpunt het halve weekend onbemand.’
‘Onbemand?’ zegt Winckelmann. ‘Daar moet ik dan een notitie van maken.’
‘Doe maar niet,’ zegt Gerhard. ‘Het maakt niet uit.’
‘Ja maar het is niet de mentaliteit die wij verwachten…’
‘Het zijn maar broekjes,’ zegt Gerhard.
‘Het is allemaal misgelopen, he.’
‘Ik weet het niet,’ zegt Gerhard.
Hij zwijgt. Winckelmann zwijgt.
‘Het lijkt er op dat het op een ander niveau terecht is gekomen,’ zegt Gerhard.
‘Zo?’
‘Wil je nog een keer met me praten?’
‘Waarover?’
‘Over infiltraties.’
‘Heeft dat nog zin?’
‘Over hoe dat wordt aangestuurd, en waar dat op kan uitdraaien. Waar dat uiteindelijk op kan uitdraaien.’
‘Ik weet het niet,’ zegt Winckelmann aarzelend. ‘Denk je dat…’
‘Niet over de telefoon.’
‘Je wilt praten?’
‘Ja.’
‘Hm,’ zegt de man van de Binnenlandse Veiligheidsdienst onwillig. Maar uiteindelijk stemt hij toe in een gesprek. ‘Morgenochtend,’ zegt hij. ‘Maar ik heb weinig tijd. Om elf uur? Dan kan ik wel een half uur vrijmaken.’
‘Op kantoor?’
‘Nee, niet op kantoor. Ken je Zum Kron?’
‘In Düsseldorf?’
‘Aan de Königsallee.’
‘Ik zal er zijn,’ zegt Gerhard.



vrijdag 23 juni 2023

333. Kladderadatsch

[Wat voorafging]

Als Gerhard terug is in de flat in Raderthal, belt hij naar Wiesbaden. Op Bödels rechtstreekse nummer wordt niet opgenomen. Na een paar vergeefse pogingen, draait hij het nummer van het secretariaat. Daar beantwoordt Marianne de telefoon, een secretaresse met wie hij al eerder heeft gesproken.
‘O nee,’ zegt ze verschrikt. ‘Herr Bödel is afwezig. Wist u dat niet? Hij is op vakantie.’
‘Op vakantie? Tot wanneer?’
‘Tot het eind van de maand,’ zegt het meisje spijtig. ‘Hij maakt een cruise in het Caraïbische gebied. Met zijn vrouw.’
Is Bödel telefonisch bereikbaar?
Nee, nee. O nee, dat was moeilijk.
Wie vervangt hem?
Ja, dat is ook lastig. ‘Ik weet niet. Maar Herr Adalbert Fischler, van de Sicherungsgruppe in Bonn, misschien kan die u helpen? Zal ik u zijn telefoonnummer geven?’
‘Dat is niet nodig,’ zegt Gerhard.
Hij denkt even na. Bödels secretaris. Hoe heette hij? Pressler.
‘Geef me Pressler maar,’ zegt hij.
‘Herr Pressler? Een ogenblikje, ik verbind u door.’
Maar de verbinding komt niet tot stand. Na enige tijd komt Marianne opnieuw aan de telefoon. Ze put zich uit in verontschuldigingen. ‘O, Herr Gerhard, het spijt me zo verschrikkelijk. Herr Pressler is niet bereikbaar. Zal ik hem vragen of hij u terugbelt?’
Gerhard legt de hoorn op de haak, en denkt na.
Maar hij ziet geen oplossing.


donderdag 22 juni 2023

332. Kladderadatsch

[Wat voorafging]

Geschokt en boos legt Gerhard de hoorn op de haak. Hij trekt zijn jas aan en stapt in zijn auto om naar het steunpunt in Düsseldorf te rijden. Daar treft hij tot zijn verbazing alle drie de liaisonmedewerkers aan. Karl en Hannes zijn druk bezig de stellages af te breken die ze de vorige maand hebben opgebouwd. Het bed is weer uit elkaar gehaald, en het bureau is teruggezet op de plaats waar Gerhard het had geparkeerd voor ze hun entree maakten. De archiefdozen liggen netjes op een stapel bij Ilse, die, met een sigaret in de mond, aan een marinegrijze shredder zit te morrelen.
‘Wat is hier aan de hand?’ zegt hij.
‘O Herr Gerhard,’ zegt Karl geschrokken. ‘We verwachtten u niet.’
‘Wat zijn jullie aan het doen?’
Karl kijkt hulpzoekend om zich heen. ‘Bent u niet op de hoogte?’
‘Het steunpunt is opgeheven, meneer,’ zegt Ilse.
‘Wie heeft dit bedacht?’
‘Dat weten wij niet, meneer,’ zegt Hannes. ‘Daarover moet u de Verfassungsschutz bellen. Herr Winckelmann? Of misschien zijn baas? Commissaris Spiess?’
Gerhard draait zich op zijn hakken om en pakt de deurkruk.
‘O wacht, ‘ zegt Ilse. ‘Herr Gerhard?’
Hij stopt en draait zich opnieuw om.
‘Wat moeten we doen met de Roodfrontdossiers?’
Hij aarzelt.
‘Ze zijn van u natuurlijk,’ zegt ze. ‘Maar we kunnen ze ook meenemen als u dat wilt? Of we kunnen ze door de shredder doen?’ Ze klopt op het apparaat naast haar.
‘Ja, dat is goed,’ zegt Gerhard.



woensdag 21 juni 2023

331. Kladderadatsch

[Wat voorafging]

De volgende dag hebben de kranten niets te melden over een ongeluk op een parkeerterrein in Dortmund, en als Gerhard na het weekend opnieuw kranten koopt, staan die vol over de reis van Brandt naar Warschau en over het verdrag met Polen. De SPD heeft zijn partijcongres naar voren gehaald, van 20 januari naar 22 december, om optimaal te profiteren van het dividend van dit nieuwe succes van Brandts Oostpolitiek. Over het lot van Lopez nog steeds geen woord.
Terwijl Gerhard in zijn flat aan de ontbijttafel het nieuws doorneemt, gaat de telefoon.
Ene Ludo Pabst, van Die Zeit. Een gehaaide jongeman. Hij begint met de vraag of het klopt dat Herr Gerhard werkt voor het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden. Gerhard is niet op zijn hoede en laat zich verleiden de vraag te beantwoorden.
Maar wat doet dat Coördinatiepunt precies? vraagt de journalist.
‘Er wordt informatie verzameld over politiek gemotiveerde gewelddaden,’ antwoordt Gerhard onwillig.
Wat voor gewelddaden? Acties van anarchistische groepen? ‘Van Roodfront?’
Gerhard bevriest. Maar hij kan moeilijk terug en bevestigt dat.
‘En operaties?’
‘Hoezo operaties?’
Kan het zijn dat het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden zich ook bezig houdt met operaties tegen de subversieve organisaties?
‘Wij verzamelen alleen informatie,’ zegt Gerhard stijf.
De jongen mompelt wat en begint dan over de aanslag op Pohl. Zijn informatie, zegt hij, is dat de springstof die bij die aanslag is gebruikt is geleverd via het Coördinatiepunt. In het kader van een infiltratie in de Roodfrontorganisatie. Kan Herr Gerhard dat bevestigen?
Gerhard kijkt naar de hoorn van de telefoon, terwijl hij tot zich laat doordringen wat daar gezegd is. Kennelijk ligt de hele treurige janboel op straat. En onmiddellijk realiseert hij zich wat de implicatie is. Er is gelekt. Ergens in het vervloekte circus om hem heen is gelekt. En het is duidelijk waar dat op zal uitdraaien.
‘Dat is baarlijke nonsens,’ zegt hij.
Als er in een organisatie een infiltrant wordt geplaatst, zegt de journalist geduldig, dan is het natuurlijk belangrijk dat die een positie verwerft. Een manier om dat te bewerkstelligen is om via de infiltrant wapens te leveren aan zo’n organisatie. Dat is wel vaker vertoond.
‘Waarom neemt u geen contact op met de directeur van het Coördinatiepunt,’ zegt Gerhard kwaad. ‘Die kan u ongetwijfeld alle informatie geven die u nodig hebt.’
‘Herr Fischler is niet bereikbaar,’ zegt de journalist. ‘En u bent? De coördinator?’
‘Belt u anders met het Bundeskriminalamt,’ zegt Gerhard. ‘Het coördinatiepunt valt onder het BKA.’
‘De cruciale vraag,’ zegt de journalist, ‘is of dit een wettige operatie is.’
‘Klaus Bödel,’ blaft Gerhard. ‘Dat is de president.’
‘Wie geeft er opdracht voor zo’n operatie? Hoe wordt dat politiek afgedekt.’
‘Die kan u alle informatie geven.’



dinsdag 20 juni 2023

330. De totale incompetentie

[Wat voorafging]

Op de motorkap van de auto worden de koffertjes naast elkaar gezet. Lopez legt een stuk papier op de motorkap, dat ze samen even bekijken. Daarna telt hij bankbiljetten uit, die hij aan Schneider overhandigt. Schneider haalt een aantal plastic zakjes tevoorschijn, die Lopez zorgvuldig opbergt.
Gerhard stapt uit de dekking van de trucks.
‘Mooi,’ zegt hij. ‘Goed dat ik je tref.’
‘Wie is dat?’ zegt Lopez geschrokken.
Gerhard loopt met de handen in de zakken van zijn regenjas naar Schneider toe.
‘We hadden een afspraak,’ zegt hij. ‘Maar daar lijkt niet veel van terecht te komen.’
‘Shit,’ zegt Schneider. ‘De man van het BKA!’
‘We moeten daar nog eens goed over praten.’
Schneiders blik glijdt opzij, en Gerhard ziet uit zijn ooghoek hoe Lopez instapt en uithaalt met zijn koffer. Hij blokkeert de slag met zijn elleboog, draait zich om, en geeft de Uruguayaan een knietje. De man schreeuwt, struikelt achteruit en slaat met zijn hoofd op het voetstuk van de lichtmast. Het is een gemene val. Zijn achterhoofd stuitert tegen de betonrand voor het op de grond belandt. De Uruguayaan blijft bewegingsloos liggen. Er komt bloed uit zijn neus en uit zijn mond.
Het ziet er beroerd uit.
Terwijl Gerhard zich over hem heen buigt, hoort hij hoe Schneider zich uit de voeten maakt. Het portier van de BMW klapt dicht, en de auto trekt op, met brullende motor en piepende banden. En verdwijnt tussen de vrachtwagens.
De totale incompetentie heeft de eindzege behaald.



maandag 19 juni 2023

329. De totale incompetentie

[Wat voorafging]

Op vrijdag verandert Lopez’ routine. Gerhard post vanaf tien uur ‘s ochtends bij zijn woning - een verrassing, de drugsdealer bewoont een aardig eengezinshuis aan een Hollands aandoende straat in Margarethenhöhe. De man is thuis, dat lijdt weinig twijfel. Zijn auto staat voor de stoep geparkeerd, en in het huis is beweging zichtbaar. Maar hij laat zich de hele dag niet zien. Pas ‘s avonds, tegen negen uur, komt hij naar buiten, met in zijn rechterhand het zwarte plastic koffertje dat hij gebruikt bij zijn transacties. Hij stapt in zijn auto en rijdt weg, snel en doelbewust.
Zijn bestemming is een parkeerplaats voor vrachtwagens, aan de rand van een industrieterrein bij Dortmund. Lopez stopt, en stapt uit. Met de koffer in de hand verdwijnt hij tussen de trucks, die in hun vakken op het weekend staan te wachten.
Gerhard volgt.
Lopez loopt snel en zonder een ogenblik te aarzelen tussen de trucks door, naar het midden van de parkeerplaats, waar een weegstation is. Daar staat, onder een lichtmast, een zwarte BMW. Gerhard ziet hoe Lopez de hand met het koffertje opheft. En alsof dat een signaal is, gaat het portier van de BMW open.
Schneider stapt uit. Hij laat zien dat ook hij een koffertje heeft.



zondag 18 juni 2023

328. De totale incompetentie

[Wat voorafging]

Terug in zijn auto kijkt Gerhard de surveillancerapporten vluchtig door en gooit ze daarna op de achterbank. Hij klikt zijn dashboardkastje open en haalt, met het onrustige gevoel dat hij zich overgeeft aan een obsessie, de lijst tevoorschijn van de adressen die Schneider heeft bezocht toen hijzelf hem op 9 november bij zijn ronde langs zijn klanten was gevolgd.
Een laatste kans. Nog één poging voor hij de handdoek in de ring gooit. Hij rijdt de adressen een voor een af, maar hij beseft al voor hij zijn ronde heeft voltooid dat dit niets zal opleveren. Dus kiest hij er een uit, een commune, die gevestigd is in een morsig, met graffiti volgekladderd kraakpand. Hij zet zijn auto op een strategisch punt, en begint een lange wacht.
Pas op woensdag heeft hij beet. Vroeg in de middag stopt er pal voor de deur van het kraakpand een grijze Ford Taunus, met achter het stuur Manuel Lopez. De Uruguayaan claxonneert twee keer en op dat signaal komt er vrijwel onmiddellijk een bleke, bebaarde langharige door de voordeur naar buiten. De man schuift naast Lopez op de voorbank van de auto. De transactie vindt snel en zakelijk plaats. Binnen vijf minuten stapt de hippie weer uit en glipt terug de voordeur in. De Uruguayaan voert nog een paar onduidelijke manipulaties uit - misschien houdt hij een administratie bij - en trekt daarna op.
Gerhard volgt hem.
En blijft hem volgen bij zijn ronde langs zijn klanten, zonder dat er veel opzienbarends gebeurt. De volgende dag herhaalt hij zijn exercitie, terwijl hij bozer en bozer wordt, eerder op zichzelf dan op Lopez, die onverstoorbaar zijn werk doet.



zaterdag 17 juni 2023

327. De totale incompetentie

[Wat voorafging]

Gerhard haalt zijn auto op en rijdt woedend naar het Polizeiamt in Oberhausen, waar Dehmel in zijn rommelige kantoor aan de telefoon zit. Gerhard kijkt even toe, maar al snel verliest hij zijn geduld, hij draait zich om en laat zijn vinger langs de stoffige wetboeken glijden die tegen de wand staan. Tot Dehmel de hoorn op de haak legt.
‘Emmerich.’
‘De surveillancerapporten,’ zegt Gerhard.
‘Welke surveillancerapporten?’
‘Die Schneider-zaak, je weet wel…’
Dehmel trekt een zuinig gezicht.
‘Ik heb je hulp nodig.’
Dehmel maakt een afwerend gebaar. ‘Ik weet van niks,’ zegt hij.
Gerhard perst zijn lippen op elkaar. ‘O,’ zegt hij. ‘Staat de zaak er zo voor.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Je hebt je handen ervan afgetrokken.’
‘Waar vanaf?’ zegt Dehmel.
Gerhard klakt geërgerd met zijn tong. ‘Hè man, toe nou,’ zegt hij. ‘Ik heb echt even je hulp nodig.’
‘Ben je er nog steeds mee bezig?’
‘Losse eindjes,’ zegt Gerhard.
‘Losse eindjes, losse eindjes…’
‘Ik neem aan dat je me niet twee mensen ter beschikking kunt stellen?’
‘Je moet naar Düsseldorf gaan,’ zegt Dehmel ernstig. ‘Naar de Verfassungsschutz.’ Maar hij zoekt al tussen de rommel op zijn bureau, en overhandigt Gerhard na enig zoeken de rapporten die zijn opgemaakt door de observatieteams die begin november zonder veel succes hebben geprobeerd Schneider in het oog te houden.

vrijdag 16 juni 2023

326. Treppke

[Wat voorafging]

Ze slaat een blad om in haar dossiermap.
Gerhard kijkt onbewogen op het papier dat ze voor zich heeft.
‘Clandestiene operaties?’ zegt ze op vragende toon.
Gerhard verkilt. ‘Ik weet niet?’ zegt hij.
‘Sectie Vier,’ zegt ze. ‘Dat is een semilegale organisatie die heeft bestaan tot 1966. En die heeft gefunctioneerd, tenminste vanaf 1955. Of nog eerder?’
‘Ik ben niet gemachtigd om daar mededelingen over te doen,’ zegt Gerhard.
‘Sectie Vier had tot doel kwesties op te lossen van criminele of van politieke aard die niet langs de normale juridische weg konden worden afgehandeld,’ gaat ze verder. Formeel maakte de sectie deel uit van de Verfassungsschutz, maar de facto functioneerde ze volledig zelfstandig. ‘Sectie Vier is in de loop van de jaren herhaaldelijk in opspraak gekomen, maar dat is steeds politiek afgedekt. Uiteindelijk zijn deze activiteiten gestaakt. Een belangrijk probleem was dat er voor de operaties herhaaldelijk gebruik werd gemaakt van medewerkers die later niet van onbesproken gedrag bleken.’ Ze kijkt Gerhard aan, maar die maakt geen aanstalten om te reageren.
‘Zeg maar neonazi’s,’ zegt Treppke.
Gerhard reageert nog steeds niet.
‘Metzger, Kasinke, Schulze... Zeggen die name u iets?’
Gerhard staat op.
‘Het spijt me,’ zegt hij. ‘Ik denk dat we klaar zijn.’
‘Pardon?’
Gerhard knoopt zijn regenjas dicht.
‘Als u meer over Sectie Vier wilt weten,’ zegt hij, ‘raad ik u aan contact op te nemen met de president van het Kriminalamt. Klaus Bödel. Die kan u ongetwijfeld op de hoogte brengen van wat u gerechtigd bent te weten.’

donderdag 15 juni 2023

325. Treppke

[Wat voorafging]

Ze maakt haar tas open en haalt er een vulpen uit, en een dossiermap die ze voor zich op tafel legt en openmaakt. ‘We willen graag even heel precies met u doornemen wat er gebeurd is,’ zegt ze.
‘Hier?’
Ze knikt, en het volgende half uur doet ze precies wat ze beloofde. Het Bundesamt heeft niet stilgezeten, en lijkt inmiddels nauwkeurig op de hoogte te zijn. Frau Treppke neemt de geschiedenis van de infiltratie stap voor stap met hem door. Het verhoor van Pohl. De conclusies die hij daaruit getrokken heeft. Het verhoor van Hannah Maas. Dat van Schneider. Diens rekrutering als informant. Zijn vrijlating. Ze is er zelfs van op de hoogte dat Gerhard heeft gezorgd dat Schneider het vuurwapen terugkreeg dat bij zijn arrestatie in beslag was genomen.
En dan de definitieve rekrutering. Op 9 november, zegt ze, met haar vinger bij de betreffende passage in haar Vorlage. Op Schneiders kamer, op de bovenverdieping van een onderwereldcafé aan de Friedrich Ebertstrasse in Oberhausen. Daar is Schneider te kennen gegeven dat hij niet alleen zal optreden als informant, maar dat hij voor het Kriminalamt de Roodfrontbeweging moet manipuleren.
Gerhard haalt zijn schouders op.
Schneider gaat het Roodfront wapens leveren, zegt Treppke, zodat hij binnen de beweging een informatiepositie verwerft die hem waardevol maakt voor het Kriminalamt. Uiteindelijk is het natuurlijk de bedoeling dat hij informatie gaat verstrekken die het wettig gezag in staat stelt de beweging uit te schakelen.
‘Dat is juist,’ zegt Gerhard.
‘Maar dat is anders gelopen,’ zegt de vrouw, terwijl ze met haar vulpen een aantekening maakt in haar dossiermap.
‘Misschien,’ zegt Gerhard voorzichtig.
‘Op 10 november meldt Schneider dat hij wil beschikken over detonators,’ gaat de vrouw tegenover hem onbewogen verder. Die worden geleverd, en op 13 november wordt met behulp van deze detonators een aanslag gepleegd op het autobedrijf van de heer Pohl in Kleefeld. Het motief is naar alle waarschijnlijkheid wraak. Schneider ging er van uit dat Pohl verantwoordelijk voor zijn arrestatie bij zijn poging tot kidnapping, eerder die maand. Na de aanslag heeft de politie van Oberhausen een inval gedaan in de woonruimte waar Schneider tot dat moment verbleef. Maar dat was geen succes. Schneider is na de dertiende van het toneel verdwenen.
Gerhard bevestigt dat.
‘Dat is, laat eens kijken, ruim twee weken geleden,’ zegt Treppke.
Gerhard knikt.
‘En sindsdien hebt u geen contact meer met uw infiltrant gehad?’
Gerhard haalt zijn schouders op.
‘De conclusie moet al met al zijn dat deze operatie mislukt is.’
’Waarschijnlijk wel,’ zegt Gerhard.
‘Maar is dit alles wat hierover te zeggen valt?’ zegt ze.
‘Ik begrijp niet wat u bedoelt.’
‘Ik zou u graag nog wat vragen stellen,’ zegt ze.



woensdag 14 juni 2023

324. Treppke

[Wat voorafging]

Punctueel als altijd, is Gerhard om tien voor twaalf ter plaatse. Meyer is kennelijk nog niet gearriveerd. Gerhard bestelt koffie aan de bar, en neemt zijn kopje mee naar een van de zitjes voor het raam. Hij drinkt zijn koffie en kijkt door de beregende ruit naar buiten. Om twaalf uur precies komt er een vrouw binnen. Ergens in de veertig, niet onknap, met een glimmend opgemaakt gezicht, en kortgeknipt donker haar. Ze draagt een modieuze trenchcoatachtige regenjas, over haar schouder hangt een grote beige tas, bijna van het formaat van een aktetas. Ze weet blijkbaar precies wat ze wil, want ze schuift zonder aarzeling bij hem aan.
‘Gerhard?’ zegt ze.
‘Pardon?’
‘Ik wil ook graag koffie.’
Hij knikt, en steekt twee vingers op naar de man achter de bar.
‘Meyer is verhinderd,’ zegt de vrouw. Ze tilt een hand boven het tafeltje en wacht tot hij die schudt.
‘Gudrun Treppke,’ zegt ze.
‘Gudrun Treppke.’
Ze zwijgt even, terwijl de barman twee kopjes koffie voor hen neerzet.
‘We wilden toch graag even met u praten,’ zegt ze dan.
‘Is er iets te bespreken?’
‘Een heleboel,’ zegt ze.
‘Ik heb niet veel te melden,’ zegt hij.
Ze pakt haar koffiekopje, en blaast erover voor ze voorzichtig met uitgestoken dameslippen een slokje neemt. ‘Dat is de vraag,’ zegt ze. Ze zet het kopje neer en veegt verstrooid met haar vinger langs de vlek die haar lipstick heeft achtergelaten. ‘Vindt u het erg als ik u wat vragen stel?’
‘U gaat uw gang maar.’



dinsdag 13 juni 2023

323. Treppke

[Wat voorafging]

Als Gerhard bijna klaar is, hoort hij de buitendeur. Hannes komt haastig het kantoor binnenlopen - het is of hij heeft geraden dat er bezoek is.
‘Herr Gerhard,’ stamelt hij.
Gerhard zwijgt.
‘Ik werd opgehouden,’ zegt Hannes onhandig.
Gerhard schuift de dossiers op een stapel.
‘Ja, sorry,’ zegt Hannes. ‘Het is allemaal een beetje uit de hand gelopen.’
‘Ik zoek een dossierstuk over Schneider,’ zegt Gerhard. ‘Het surveillancerapport van de politie in Oberhausen.’
‘Het surveillancerapport?’ zegt Hannes dom. ‘Is dat er?’
Gerhard schudt zijn hoofd. ‘Laat maar,’ zegt hij.
Hij vraagt naar het dienstrooster van die week, tekent het af, en staat op.
De telefoon gaat over. Ze schrikken allebei.
Hannes reikt naar het apparaat, maar bevriest halverwege de beweging.
Pak nou maar op, gebaart Gerhard.
De jongen neemt de hoorn van de haak en luistert.
‘Het is voor u,’ zegt hij.
Het is een of andere klojo van het Bundesamt für Verfassungsschutz. ‘Herr Meyer wil u spreken,’ zegt hij.
‘In Düsseldorf?’ zegt Gerhard verward.
‘In Keulen.’
‘Wanneer?’
‘Hij kan u om twaalf uur te woord staan.’ Nee, niet op kantoor. De man noemt de plaats. Een koffiebar tegenover het station.
Gerhard knikt en legt de hoorn op de haak.

maandag 12 juni 2023

322. Treppke

[Wat voorafging]

Na zijn terugkeer uit Berlijn is Emmerich Gerhard nog dagenlang in de greep van een intens gevoel van onbehagen. Wat bezielt hem? Eerst een zinloze reis naar Berlijn om nadere informatie in te winnen over een aanslag die misschien bewijst dat het Roodfront nog niet volledig in het niets is opgegaan, maar waarvan bij voorbaat vaststaat dat er onmogelijk een verband kan zijn met de infiltrant die, ondanks zijn blatante incompetentie, hem zo moeiteloos door de vingers is geglipt. Dat natuurlijk in de eerste plaats. Maar het was maar het begin van een serie flaters, die niets met Schneider te maken hebben, maar die alleen Gerhards eigen incompetentie genadeloos aan het licht hebben gebracht. Het stompzinnige gesprek dat hij met Klug heeft gevoerd. Hij was niet alleen hemeltergend loslippig, maar hij slaagde er zelfs in te suggereren dat Irmgard Konopka degene is om wie het in deze stompzinnige infiltratie-job draait. Klaus Bödel zou trots op hem zijn, als het hem ter ore kwam. En hij zou zich een ongeluk lachen als hij ooit zou horen - wat gelukkig niet zou gebeuren - van zijn bedevaart naar Rühle en Hannover en van de vlaag van verstandsverbijstering waarin hij, op een duistere herfstavond in Hannover, meende tussen een horde winkelende spitsburgers Irmgard Konopka te bespeuren. Over geoefende waarnemers gesproken!
Op maandagmorgen, nog steeds in de greep van zijn zelfhaat, rijdt Gerhard naar het kantoor van het steunpunt in Düsseldorf. Als hij er om half tien aanbelt, wordt er niet open gedaan. Hij opent de deur met zijn sleutel, en gaat naar binnen. Het kantoor dat de stagiairs hebben ingericht ziet er tiptop uit. De Roodfrontdossiers zijn inmiddels allemaal verwerkt, en keurig opgeborgen in archiefdozen, die in chronologische volgorde in de stellages staan. Het logboek is bijgehouden, maar niet verder dan tot zondag. De enige meldingen zijn de tijdstippen waarop de medewerkers binnenkwamen, de tijdstippen waarop de koeriers uit Bonn hun opwachting maakten, en de tijdstippen waarop de medewerkers vertrokken om de brievenbus te controleren. Gerhard pakt de archiefdozen die betrekking hebben op de dagen rond 9 november uit de stellage. Hij schudt de dossiers er uit, en begint die door te nemen.



zondag 11 juni 2023

321. Bolivia

[Wat voorafging]

De groepsleden ontbijten gezamenlijk, in het refter, pas tegen negen uur, en met het brood en de koffie die Raabe en Kranz de dag tevoren in Bad Rothenfelde hebben gehaald. Irmgard Konopka eet niet mee. Ze komt alleen haar portie halen, om op haar kamer te eten. Op de terugweg uit het refter komt plotseling  Schneider tevoorschijn. Hij heeft haar sinds de aankomst van de anderen stelselmatig vermeden, maar nu tikt hij haar op de schouder als ze door de gang loopt. Ze draait zich om en kijkt hem verbaasd aan. ‘Wat is er?’ vraagt ze.
‘Ik wou zeggen…’
‘Ja?’
‘Het spijt me.’
‘Wat spijt je,’ vraagt ze verbaasd.
Maar hij gaat er niet op door. ‘Ik heb nagedacht,’ zegt hij.
Ze lacht. ‘Goed zo.’
‘Nee, echt.’
Ze knikt. ‘Je hebt nagedacht.’
‘We moeten hier weg.’
Ze is stomverbaasd. ‘Weg? Waar heb je het over?’
Hij kijkt haar dringend aan. ‘Dit is een ramp,’ zegt hij. ‘Dit loopt helemaal uit de hand.’
‘Er loopt niets uit de hand,’ zegt ze stijf.
‘Dit eindigt in moord en doodslag. Dat zie je toch wel.’
‘Nonsens.’
‘We moeten weg.’ Hij kijkt haar schuins aan. ‘Ik kan tickets boeken,’ zegt hij. ‘Naar Bolivia.’
Ze lacht ongelovig.
‘Ik heb geld, weet je.’
‘Het gaat helemaal niet om geld.’
‘Ik heb dertig mille opzij gelegd.’
‘Dertig mille!?’
‘We gaan in een hotel in La Paz,’ vervolgt hij dringend. ‘Dat is de hoofdstad. En dan steken we daar ons licht op.’
‘Wat bedoel je?’
‘De guerrilla.’
‘Welke guerrilla?’
‘In Bolivia…’
‘Er is geen guerrilla in Bolivia.’
‘Jawel.’
‘Che is dood.’
‘Nee, nee. Er is… Ik heb gehoord…’
‘Che is dood.’
‘Maar …’
‘Er is geen guerrilla in Bolivia.’
‘Maar er moet toch iets zijn,’ zeg hij boos.
Anna kijkt hem onderzoekend aan.
‘Ben je verliefd op me?’ zegt ze.
‘He?’
‘Je bent toch niet verliefd op me?’
Hij sluit het scherm vrijwel onmiddellijk. ‘Lul niet,’ zegt hij nors.
Anna bloost. ‘Oké, oké,’ zegt ze. Ze maakt een afwerend gebaar. ‘Het was maar een grapje.’
Hij draait zich om en loopt weg.
Ze roept hem niet terug.
Maar als ze het eten opheeft, glipt ze de achterdeur uit, naar haar auto.
Om half tien is ze onderweg.
Naar Keulen.

zaterdag 10 juni 2023

320. Bolivia

[Wat voorafging]

Andrea Tielmeyer is rond acht uur de eerste van de slapers in het refter die wakker wordt. Het is nog donker, maar er begint al een smoezelige schemering door te breken. Andrea staat op en strijkt de kleren glad waarin ze heeft geslapen. Ze trekt haar schoenen aan. Daarna zoekt ze zich, tussen de matrassen, voorzichtig, om de anderen niet wakker te maken, een weg naar de keuken. Daar brandt een peertje boven de keukentafel. Anna zit er, gehuld in een berg gordijnen, met het hoofd op haar armen, te slapen.
Stil glipt Andrea door de keuken, en maakt de achterdeur open. Het heeft die nacht gesneeuwd. En niet zo’n beetje. In het grijze ochtendlicht hangt er een bijna onzichtbare mist over de witheid van het achtererf, die vijftig, zestig meter verder overgaat in een muur van witgepruikte zwarte dennen. Voorzichtig zet ze een voet in de smetteloze sneeuw. En nog een. Ze maakt een spoor van voetstappen om het sombere, lage gebouw. Tot ze een ander spoor ontmoet, dat van de andere kant komt, en dat naar het schuurtje leidt dat tegen een van de vleugels van het gebouw leunt. Vrijwel onmiddellijk hoort ze ook het geluid. Regelmatige doffe klappen. Mehmet Schneider, Anna’s nieuwe partner, staat hout te hakken. Achter hem, tegen de wand van het schuurtje, lig de houtvoorraad, stammetjes, keurig afgezaagd op dezelfde lengte. Voor hem het hakblok, waarop hij, met een koppige regelmaat, bijna haastig, steeds opnieuw met zijn linkerhand een stammetje zet, waarna hij het klooft. Naast het hakblok ligt een slordige stapel brandhout.
‘Wat ben je aan het doen?’ zegt ze.
Hij stopt met zijn werk, en veegt het zweet van zijn voorhoofd.
‘Andrea, he?’ zegt hij, ‘Jij bent toch de vriendin van, hoe heet hij ook weer?’
‘Ik weet niet over wie je het hebt,’ zegt ze nuffig.
‘Sorry,’ zegt Schneider. Hij laat de bijl in de sneeuw vallen en gaat op het hakblok zitten.
‘Ben je kwaad?’ zegt ze.
‘He?’
‘Je slaat zo hard.’
‘Ik denk na,’ zegt Schneider.
‘Waarover?’
‘Tieten en konten,’ zegt hij.
‘Weet je wel hoe vroeg het is?’ zegt ze.
Ze heeft onmiddellijk hekel aan haar eigen truttigheid.
Maar het lijkt hem niets te kunnen schelen. ‘Het is bijna licht,’ zegt hij.
‘Wil je koffie?’
Hij kijkt op zijn polshorloge. ‘Ja, maak maar.’



vrijdag 9 juni 2023

319. Bad Rothenfelde

[Wat voorafging]

Een politiestaat, had ze gezegd, in laatste instantie een politiestaat. Schneider had zijn typerende schorre lachje laten horen. En het was natuurlijk onzin. Of toch niet? 
Paranoia. Hysterie. Ze is langzaam maar zeker een beetje gek aan het worden, denkt ze, in de krankzinnige situatie waarin ze zich heeft gemanoeuvreerd. Ze deugt niet voor deze illegaliteit. Ze kan niet tegen de chaos. Tegen de ordeloosheid. Tegen de manier waarop iedere poging die ze doet om orde te scheppen als vanzelf ontaardt in nieuwe chaos. In ergere chaos. Ze kan niet tegen de manier waarop Hans en Eva, vooral Eva, iedere zet die zij doet om in te kaderen, om richting te geven, om ideologisch te rechtvaardigen, nonchalant, bijna spelenderwijs beantwoorden met een tegenzet die de chaos bevestigt. Ze ontzenuwen haar. Ze moedigen haar aan om de beweging te onderbouwen, om een ideologisch kader te scheppen, en als ze dat probeert, logenstraffen ze het. Alsof dat juist de bedoeling is. Of ze gestraft moet worden. Waarschijnlijk…
Haar gedachten dwalen naar de geruchten over een aanslag op Brandt.
Waar kwam dat vandaan? Van Eva. Waarschijnlijk van Eva.
Maar hoe is dat mogelijk?
Of van Gerhard?
Nee, Gerhard kun je niet verdenken van verborgen agenda’s. Gerhard doet gewoon zijn werk. Hij is een politieman. Hij werkt bij de Federale Recherche, bij een of andere Sicherungsgruppe…
Maar de overheid houdt zich niet bezig met aanslagen…
Maar Gerhard heeft geprobeerd Schneider te rekruteren. 
En hij heeft als eerste Brandt ter sprake gebracht…
Gerhard! Om de chaos nog groter te maken. Om haar nog eens extra te straffen. 
Hoe lang heeft haar verhouding met Gerhard geduurd? Meer dan een jaar. Zeker. Wel tot in ‘68, denkt ze. Tot kort nadat zij en Stuhl uit elkaar gingen, en zij zelf, machteloos slachtoffer van haar politieke noodlot, in steeds radicaler vaarwater terecht kwam. In een steeds grotere chaos. In een steeds grotere gekte. Wat was de laatste keer geweest? Een of ander motel. Zo’n afgebladderde tent, in weer en wind. Een verschrikking. Een straf…
En hij had geen idee…
En nu was hij weer opgedoken…
Met dat verhaal over Brandt…
Met, met…
Nee.
Vergeet het maar. Vergeet het maar allemaal.



donderdag 8 juni 2023

318. Bad Rothenfelde

[Wat voorafging]

Maar van slapen komt, zoals zo vaak tegenwoordig, niet veel terecht. Konopka ligt tot vier uur ‘s nachts doodmoe op haar matras te woelen, worstelend met flarden van beelden uit de catastrofale weken die ze achter de rug hebben. Ze beseft dat ze er slecht aan toe is. Slechter dan ooit sinds ze zich bij het verzet heeft aangesloten. Slechter dan bij de training in Palestina, in mei. Slechter dan in de maanden dat ze in Berlijn ondergedoken zat. Slechter dan in het huisje in Rühle. Eigenlijk is het alleen maar bergaf gegaan, en compensatie, in de vorm van enige vooruitgang in de strijd, is er niet.
In het stikdonker van de vroege ochtend tast Irmgard Konopka naast zich, in haar kleren die op een hoop op de grond liggen. Ze trekt haar spijkerbroek aan, haar schoenen, een trui. Op de tast vindt ze de deur. Ze zoekt haar weg over de ijskoude tegels van de gang, naar waar ze weet dat de keuken is. Daar hebben Kranz en Raabe een gloeilamp van veertig watt in een fitting met een schakelaar gedraaid. Het is koud in de keuken. Steenkoud. De koudheid van wat dood is. Irmgard Konopka zoekt rond in het schamele licht van de gloeilamp, tot ze, ergens in een hoek, een stapel muf ruikende gordijnen vindt, waarschijnlijk achtergelaten toen het seminarie is opgedoekt. Ze pakt er één, twee, en slaat ze om zich heen.
Even later zit ze in het halfduister aan de keukentafel te roken. En na te denken. Schneiders bekentenis, in de auto hiernaartoe, heeft haar geschokt. Toen hij de naam noemde van de man van het Bundeskriminalamt die had geprobeerd hem te rekruteren, was er zelfs even een nauwelijks te beheersen golf van paniek door haar heen getrokken.
Emmerich Gerhard.



woensdag 7 juni 2023

317. Bad Rothenfelde

[Wat voorafging]

Irmgard Konopka wordt wakker uit een van haar nachtmerries. Een cascade van onsamenhangende beelden, die ermee eindigt dat ze op haar horloge kijkt en ziet dat de wijzerplaat op de kop staat. Terwijl ze nog slaapt, bedenkt ze dat ze het horloge verkeerd moet hebben omgedaan. Maar op het moment zelf dat ze haar ogen open doet, weet ze dat dit droombeeld zonder twijfel een afbeelding is van de dood.
Ze is alleen. 
Hoe laat is het? Nog nacht? Het is aardedonker. Er is geen geluid te horen. Waar is ze? Het seminarie. Het seminarie in Bad Rothenfelde. Gisteren zijn ze er aangekomen. Van dinsdag op woensdag heeft ze met Schneider in een hotel geslapen. Op woensdagmorgen waren ze al vroeg in de benen om het seminarie gaan bekijken. Wat ze vonden overtrof alle verwachtingen. Een oerlelijk toffelemoons gebouw, laag en horizontaal, opgetrokken in lichtgele en groengeglazuurde baksteen, en verschanst, diep in donkere Teutoburger naaldbossen. Van binnen was het gebouw kaal, met gestuukte wanden en gemetselde bogen, en in deze tijd van het jaar door en door koud.
Maar geschikt. Zonder twijfel geschikt. Ze belde naar Frankfurt, om te melden dat de groepsleden konden komen. En ze lieten er geen gras over groeien. Rond het middaguur arriveerden Eva en Hans, in het gezelschap van Raabe en zijn vriendin Liliane. Later druppelden ook de andere groepsleden binnen, Bauschwitz, Schöngeist, Teeny, en de nieuwe gezichten: Astrid, Andrea en Herbert Schultz. Uwe Kranz was de laatste. Die kwam uit Wörth, waar hij spullen had opgehaald uit de vakantiebungalow.
De intocht van de groepsleden ging gepaard met het gebruikelijke gekissebis. Teeny stampte rond en kankerde op alles en iedereen. Bauschwitz lag overhoop met Astrid, met wie hij zou moeten samenwerken. Andrea en Herbert Schultz, die ook als paar zouden gaan werken, keken elkaar niet aan. Schöngeist zweeg, bleek en verbeten.
Kranz noemde het onderkomen, toen hij arriveerde, een gribus, maar hij vertrok, ijverig als altijd, met Raabe naar Bielefeld, om daar in te slaan wat hij niet had meegenomen uit Wörth. Extra matrassen, kachels, lampen. En proviand natuurlijk. Terwijl de rest van de groep mokte of ruziede, sjouwden en zwoegden zij, en slaagden er uiteindelijk in om in het refter, dat als gemeenschappelijke ruimte gebruikt zou worden, bewoonbaar te maken. De stroomvoorziening werd in orde gebracht en er werden twee oliekachels geïnstalleerd. Een derde oliekachel werd neergezet in het voormalige appartement van de rector, dat bestemd was als huisvesting voor Hans en Eva. Zij hadden, gezien de ontberingen die ze zo lang hadden moeten doorstaan, het meeste recht op privacy. Pas laat in de avond werden er, bijna steels, voorzieningen getroffen zodat ook Anna, als zij dat wenste, ongestoord zou kunnen werken.
En slapen natuurlijk.



dinsdag 6 juni 2023

316. Een politiestaat


Als hij een sigaret voor haar heeft gedraaid, en aangestoken, zegt ze gedecideerd: ‘De groep gaat niet op het voorstel in. Maar dat wist je al.’ En ze dicteert hem de verdere voorwaarden. ‘Geen woord hierover binnen de groep,’ zegt ze. En zijn business, dat is verleden tijd. In het Ruhrgebied mag hij zich niet meer laten zien. Hij gaat ondergronds.
Hij knikt.
Ze rookt.
Maar plotseling wordt ze weer door wantrouwen bevangen.
‘Weet je zeker dat we niet gevolgd worden,’ zegt ze.
Ze tuurt in het achteruitkijkspiegeltje.
‘Nee, nee, dat is uitgesloten,’ zegt hij.
‘En je kleren, je spullen?’
‘Wat bedoel je?’
‘Microfoons. Radiosignalen.’
‘Ben jij gek. Dit is geen spionageroman.’
‘Nee,’ zegt ze. ‘Een politiestaat. In laatste instantie een politiestaat.’

maandag 5 juni 2023

315. Een politiestaat

[Wat voorafging]

Een tijdlang rijden ze zonder iets te zeggen.
Tot Schneider zijn keel schraapt. ‘En Brandt?’ zegt hij.
Konopka kijkt hem, plotseling weer wantrouwend, aan. ‘Je begint toch niet weer over dat Scheißidee?’ zegt ze.
Om een of andere reden breekt dat hem. Zijn ogen schieten vol tranen.
‘Wat heb je,’ zegt ze geschrokken.
‘Nog een erger Scheißidee dan je denkt,’ zegt hij.
Ze is onmiddellijk alert.
‘Wat bedoel je?’
Hij gooit de hele geschiedenis er uit. Ze luistert zwijgend toe, de ogen strak op de weg gericht, de handen zoals altijd krampachtig om het stuur. Tot hij klaar is.
‘Infiltrant!’ zegt ze.
Hij lacht beschaamd.
‘En die wapens?’
‘Dat is van de baan,’ zegt hij.
‘En Brandt?’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Het spijt me,’ zegt hij.
Ze denkt na. ‘Gerhard, he?’ zei ze.
Hij knikt. ‘Eentje van het BKA’ zegt hij. ‘Van de Federale Recherche.’ .
‘Emmerich Gerhard?’
‘Emmerich?’ zegt hij verbaasd. ‘Ik weet niet?’
‘Lang? Kort grijs haar? Een jaar of vijftig?’
Schneider haalt zijn schouders op.
Plotseling heeft ze een ingeving. ‘En Hans? En Eva?’ zegt ze. ‘Die ontvoering in Keulen, dat was toch niet een idee van Hans, he?’
‘Hoe haal je het in je hoofd.’
‘Ze weten hier niets van af?’
Hij schudde het hoofd.
‘En van Brandt?’
‘Ook niet.’
‘Hm,’ zegt ze. Ze kijkt hem achterdochtig aan.
‘Wat denk je?’
‘Een sigaret,’ zegt ze.


zondag 4 juni 2023

314. Een politiestaat

[Wat voorafging]

‘Weet je,’ zegt hij, ‘het knaagde.’ Hij is misschien ideologisch niet zo sterk, maar de strijd tegen het systeem, dat is hem ernst. Daar kan ze rustig van uit gaan.
Ze lacht. De zachtere gevoelens steken al weer de kop op.
‘Maar het ziet er niet goed uit, he?’ vervolgt hij
‘Dat valt wel mee,’ zegt ze snel.
‘Ze vechten elkaar de tent uit.’
‘Het hoort erbij. Dingen moeten uitgediscussieerd worden. En we boeken resultaten.’
‘Zoals?’
Ze haalt haar schouders op. Maar de verleiding om te praten is te groot. ‘In het voorjaar starten we een groot offensief,’ zegt ze. Met inschakeling van zoveel mogelijk medestanders. Propaganda. En agitatie. Op een breed front. Op universiteiten. Hogescholen. In bedrijven. ‘En er komen gecoördineerde acties. Waarmee we de repressie echt aanzienlijke schade kunnen toebrengen.’ Ze laat zich meeslepen door haar woorden, en begint een ideologische verhaal af te steken. ‘Arbeidsonrust, dat is essentieel,’ zegt ze. ‘We moeten er voor zorgen dat we de werkende mensen nu overtuigen van de gerechtvaardigdheid van onze strijd. We moeten ze laten zien hoe verstikkend de greep is van het systeem. Dat wat welvaart genoemd wordt, in feite een fooi is, waarmee ze worden afgekocht. Door de rijken, die zelf in hun jets over de oceaan vliegen, en zeilcruises maken over de Middellandse Zee.’
Retoriek, maar nu ze eenmaal aan het praten is, vloeien de woorden rijkelijk die ze twee weken lang niet over haar lippen heeft kunnen krijgen. Ze begint over klassejustitie. Over wantoestanden in de gezondheidszorg. Het gebrek aan inspraak en medezeggenschap in de bedrijven. De grondspeculatie. Hoe staat het met de emancipatie? Een minimumloon voor vrouwen? De abortuswetgeving? Kijk eens naar de pensioenfondsen. De miljarden die daar worden opgestapeld, waarvan maar een miniem deel ten goede komt aan de arbeiders die ze bijeen hebben gebracht. Denk aan, denk aan Vietnam. Aan Zuid-Amerika. Aan de bewapeningswedloop. Ze raakt zo begeesterd dat ze struikelt over haar woorden. ‘Wat we moeten bereiken,’ zegt ze, ‘is de bundeling van krachten van links. We moeten samenwerking tot stand brengen met alle echt progressieve organisaties. Studenten. Marxisten-leninisten. De maoïstische groeperingen…’
Schneider knikt.
Ze zwijgt.
Hij zwijgt.



zaterdag 3 juni 2023

313. Een politiestaat

[Wat voorafging]

De volgende ochtend vertrekken ze tegen tien uur. Ze rijden in de groene Volkswagen, waar Konopka, nu Teeny hem van Berlijn naar Frankfurt heeft gereden, weer over kan beschikken. Schneider is aanvankelijk zwijgzaam, ontoeschietelijk. Hij kijkt toe terwijl ze op haar gewone, harkerige manier haar weg zoekt naar de A5. Pas als ze op de snelweg zitten, doet hij zijn mond open.
‘We zijn weer in de markt, he?’ zegt hij met zijn kenmerkende, wat schorre stemgeluid.
Ze zwijgt wantrouwig.
Hij stoot haar aan. ‘Wat denk je?’ vraagt hij. ‘Een kwartje voor je gedachten!’
‘Geen kwartje waard,’ zegt ze.
‘Hm,’ zegt Schneider. Hij kijkt haar sluw aan. ‘Je begint marktgericht te denken.’
Konopka glimlacht zuur. ‘Hoe heb je ons gevonden?’ vraagt ze
‘Jullie gevonden?’ zegt Schneider. Hij maakt een gebaar van telefoneren. ‘Via Berlijn natuurlijk.’ Hij kijkt haar onderzoekend aan. ‘Wat heb je?’
Ze schudt het hoofd.
‘Je hebt er de pest in,’ zegt hij.
‘Wat heb je uitgevoerd?’ zegt ze.
Schneider haalt zijn schouders op. ‘Zaken,’ zegt hij.
‘Voor Hans en Eva?’
Maar daar moet hij om lachen. Welnee, zegt hij. Zijn eigen business.
’Wat voor business?’ zegt ze.
Hij grijnst en hangt een glad verhaal op over zijn drugsnetwerk in het Ruhrgebied. Hij heeft de distributie de laatste weken geperfectioneerd, zegt hij. Manny en Doll, zijn voormalige lijfwachten, runnen nu de zaken. De omzet is gestegen tot boven de tien kilo per week. En hij denkt er over nog verder uit te breiden…
‘Ja, ja,’ zegt ze. ‘En Roodfront?’
‘Hoezo Roodfront?’
‘Ik vraag me af, waarom ben je eigenlijk teruggekomen,’ zegt ze.
Hij haalt zijn schouders op. ‘Heimwee,’ zegt hij.
‘Heimwee?’
‘Zie je me als een drugshandelaar?’
‘Ik weet niet hoe ik je zie.’
Hij grinnikt en pakt zijn shag om een sigaret te draaien.
‘Doe mij er ook maar een,’ zegt ze.
‘Rook je geen Gauloises meer?’
Ze klopt zich op de borst om aan te geven dat ze last heeft van de zware tabak.


vrijdag 2 juni 2023

312. Een politieke factor

[Wat voorafging]

Tot overmaat van ramp duikt op zondag 6 december, Sinterklaasdag, toch Schneider weer op. Kennelijk komt hij niet onverwacht. Hans begroet hem hartelijk. Ze hebben zelfs even een onderonsje, met veel gegrijns, en quasi-speels gestomp. Maar daarna zoekt Schneider een plek ergens in een hoek van het vertrek. Konopka kijkt hij geen enkele keer aan. Als een geslagen hond, denkt ze. Hij zoekt aansluiting bij Herbert, die zich nog steeds een beetje als een buitenbeentje aan de rand van de groep beweegt. Het is een onmogelijke situatie, die godzijdank niet lang duurt. Al de volgende dag komt Liliane triomfantelijk terug van een bezoek aan vrienden. Ze heeft er iemand ontmoet die beschikt over de sleutels van een leegstaand gebouw, een seminarie ergens in het Teutoburgerwoud, een kilometer of zeven van Bad Rothenfelde. Hans is enthousiast. Een seminarie, dat bevalt hem. Hij heeft het katholicisme natuurlijk al lang achter zich, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Klasse, zegt hij. Er is nog een hoop te bespreken, en hier in Frankfurt is de sfeer daar eigenlijk niet geschikt voor. Ze kunnen hier sowieso niet veel langer blijven. Hij kijkt de kamer rond, laat zijn blik langs Eva glijden, en knikt tenslotte Konopka toe. ‘Anna, misschien is het goed als jij daar een kijkje neemt.’
Eva knikt.
‘En weet je wat, Mehmet, dat is toch je partner?’
Wat zegt Eva ervan, is het een goed idee als Anna hem meeneemt?


donderdag 1 juni 2023

311. Een politieke factor

[Wat voorafging]

Het geklets houdt aan. Konopka merkt het door de steelse blikken. Door de gesprekken die stilvallen als ze in de buurt is. Het maakt haar onzeker. En bitser dan ze eigenlijk wil. Langzaam maar zeker verandert het verblijf in Wörth in een hel. Een oplossing komt er pas na een week, als ze, ten einde raad, een ronde maakt langs vage kennissen in Frankfurt. Een van hen is een progressieve schrijver, die ze wel eens ontmoet heeft toen ze nog schreef voor Der Spiegel. De man woont in Sachsenhausen, een voorstad van Frankfurt, ten zuiden van de Main. Als ze bij hem aanbelt, wordt er open gedaan door een onbekende, een journalist, die haar vertelt dat de schrijver is verhuisd naar Zwitserland. In haar wanhoop houdt ze aan. Ze maakt zich bekend, en ze weet de man ertoe te brengen de groep onderdak te verlenen. Een dag later strijkt het hele gezelschap bij hem neer, de tien bewoners van de bungalow, maar ook Eva en Hans, die na een week te zijn ingekwartierd op voet van oorlog verkeren met Lilianes vrienden.
In de flat in Sachsenhausen wordt, in de dagen voordat Willy Brandt zijn bezoek aflegt aan de Poolse president Cyrankiewicz, eindelijk een begin gemaakt met de geplande strategische discussie. Maar dat leidt tot weinig. Terwijl hun gastheer, verbannen naar een logeerkamer, op zijn nagels zit te bijten, wordt de ruime huiskamer omgebouwd tot een Matratzenlager, waar twaalf kaders onder leiding van Hans en Eva in debat gaan. En blijven, dag in dag uit. Maar tot wat wordt beoogd, een uitwerking van de denkbeelden van de groep in coherente lijnen van praxis, wil het niet komen. Er worden wat afspraken gemaakt: ze gaan werken aan een voorjaarsoffensief, ze gaan zich verspreiden, ze gaan in paren opereren. Er wordt wat gefilosofeerd over logistieke kwesties. Maar verder blijft het gesprek steken op een theoretisch niveau. Of het schiet juist door in het persoonlijke. Hans is star en onuitstaanbaar betweterig, en Eva doet niet veel anders dan, ondoorgrondelijk glimlachend, de klitten uit haar haar kammen. Teeny raaskalt, nauwelijks door Liliane en Astrid af te remmen. Herbert Schultz ontpopt zich als een onuitstaanbare klier, altijd vissend naar complimentjes van de grote baas. Helmut Schöngeist heeft zich nu zo ver in zichzelf teruggetrokken dat hij onbenaderbaar is.
Zelf neemt Irmgard Konopka nauwelijks aan de debatten deel. Ze zit, daar is ze zich maar al te zeer van bewust, diep in de lappenmand. Ze rookt te veel. Ze is haar flair kwijt, haar zelfverzekerdheid. Ze weet geen inbreng te leveren, of zelfs maar te reageren op wat de anderen naar voren brengen. En als er zich al eens een gedachte opdringt, komt die er met horten en stoten uit, op een zo boze, verongelijkte toon dat Eva er als de kippen bij is om haar met een sneer de mond te snoeren.