Half zes is het inmiddels. Zeker tot tien over half zes blijft Fischler onbeweeglijk achter zijn bureau zitten. Verpletterd. Vernederd. Razend van woede.
Tenslotte staat hij op.
Hij loopt naar de kapstokkast en haalt zijn regenjas van de hanger.
Trekt hem aan.
Doet het licht achter zich uit.
Loopt de gang op.
Op de kamer van Gerda Pfau brandt nog licht. De deur staat open. Fischler kijkt naar binnen, en ziet dat Gerda over een archiefkast gebogen staat, bladerend tussen de hangmappen.
Later verbeeldt hij zich dat hij haar groet.
‘Goedenavond, Fräulein Pfau,’ zegt hij.
De Pfauin schrikt op.
‘Goedenavond, Herr Fischler.’
‘Wilt u afsluiten als u weggaat?’
‘O, ja Herr Fischler. Ja natuurlijk Herr Fischler.’
dinsdag 31 januari 2023
maandag 30 januari 2023
204. Een beetje gekloot
Diezelfde dag, tegen vijven, besluit Fischler dat het zo echt niet langer kan. Hij trekt de telefoon over zijn bureau naar zich toe en draait het nummer in Wiesbaden. Tot zijn stomme verbazing krijgt hij ditmaal vrijwel onmiddellijk Bödel zelf aan de lijn.
‘Met Fischler. Ik weet niet of u het hebt gehoord?’
‘Dat weet ik ook niet,’ zegt Bödel.
‘Pohl,’ zegt Fischler.
‘Zegt me niets.’
Fischler barst los in een woedende tirade, waarin al zijn opgekropte frustratie van de laatste week naar buiten komt. Bödel luistert zonder hem te onderbreken. Tot Fischler klaar is. En geschrokken van zichzelf naar de hoorn in zijn hand kijkt.
‘En?’ zegt de stem van Bödel.
Hij klinkt een beetje ver weg. Of hij niet helemaal goed luistert. Of hij tijdens het telefoongesprek stukken zit door te kijken. Maar dat valt Fischler nauwelijks op.
‘Het gaat zo echt niet langer,’ zegt hij.
Het is even stil aan de andere kant. Dan zegt Bödel, duidelijk articulerend, en met zijn mond beslist niet te ver van de hoorn: ‘Ja man, zeg nou eindelijk eens, wat wil je dat ik doe?’
‘Haal Gerhard van die opdracht af,’ krast Fischler.
‘Ik heb het volste vertrouwen in Emmerich Gerhard.’
‘Ik heb een veel betere man hier op mijn bureau,’ zegt Fischler een beetje wanhopig.
‘Wie?’
‘Gerd Kaminsky?’
Even is het stil aan de andere kant van de lijn. Dan barst Bödel in lachen uit. ‘Kaminsky?’ zegt hij.
‘Ja, Kaminsky.’
‘Zei je echt Kaminsky?’
‘Wat is er,’ vraagt Fischler verontrust.
‘Weet je niet hoe dat zit?’
‘Pardon?’
Bödel slikt hoorbaar een nieuwe lachbui weg. ‘Kaminsky is een Oost-Duitse agent, mein Lieber. Die is geïnfiltreerd.’
‘Kaminsky?’ stamelt Fischler.
‘Hoe is het mogelijk,’ zegt Bödel. ‘Heb je dat zelf bedacht?’
‘Het wordt ook gesteund uit de Commissie van toezicht,’ zegt Fischler moeizaam.
‘Daar heb je het toch verdomme niet besproken!’
‘Ze kwamen er zelf mee.’
‘Ze?’
‘Von Hohenfels, Udo von Hohenfels, die voor de FDP…’
Bödel begint opnieuw te lachen.
‘Wat is er?’ piept Fischler
‘Von Hohenfels. Beste jongen. Von Hohenfels en Kaminsky. Kaminsky en Von Hohenfels.’
‘Nee toch!’ zegt Fischler ontzet.
‘Ja toch, mijn vriend. Ja toch. Die worden allebei betaald door de Stasi.’
Bödel begint opnieuw te bulderen van het lachen.
Hij zegt niets meer.
Fischler legt de hoorn op de haak.
‘Met Fischler. Ik weet niet of u het hebt gehoord?’
‘Dat weet ik ook niet,’ zegt Bödel.
‘Pohl,’ zegt Fischler.
‘Zegt me niets.’
Fischler barst los in een woedende tirade, waarin al zijn opgekropte frustratie van de laatste week naar buiten komt. Bödel luistert zonder hem te onderbreken. Tot Fischler klaar is. En geschrokken van zichzelf naar de hoorn in zijn hand kijkt.
‘En?’ zegt de stem van Bödel.
Hij klinkt een beetje ver weg. Of hij niet helemaal goed luistert. Of hij tijdens het telefoongesprek stukken zit door te kijken. Maar dat valt Fischler nauwelijks op.
‘Het gaat zo echt niet langer,’ zegt hij.
Het is even stil aan de andere kant. Dan zegt Bödel, duidelijk articulerend, en met zijn mond beslist niet te ver van de hoorn: ‘Ja man, zeg nou eindelijk eens, wat wil je dat ik doe?’
‘Haal Gerhard van die opdracht af,’ krast Fischler.
‘Ik heb het volste vertrouwen in Emmerich Gerhard.’
‘Ik heb een veel betere man hier op mijn bureau,’ zegt Fischler een beetje wanhopig.
‘Wie?’
‘Gerd Kaminsky?’
Even is het stil aan de andere kant van de lijn. Dan barst Bödel in lachen uit. ‘Kaminsky?’ zegt hij.
‘Ja, Kaminsky.’
‘Zei je echt Kaminsky?’
‘Wat is er,’ vraagt Fischler verontrust.
‘Weet je niet hoe dat zit?’
‘Pardon?’
Bödel slikt hoorbaar een nieuwe lachbui weg. ‘Kaminsky is een Oost-Duitse agent, mein Lieber. Die is geïnfiltreerd.’
‘Kaminsky?’ stamelt Fischler.
‘Hoe is het mogelijk,’ zegt Bödel. ‘Heb je dat zelf bedacht?’
‘Het wordt ook gesteund uit de Commissie van toezicht,’ zegt Fischler moeizaam.
‘Daar heb je het toch verdomme niet besproken!’
‘Ze kwamen er zelf mee.’
‘Ze?’
‘Von Hohenfels, Udo von Hohenfels, die voor de FDP…’
Bödel begint opnieuw te lachen.
‘Wat is er?’ piept Fischler
‘Von Hohenfels. Beste jongen. Von Hohenfels en Kaminsky. Kaminsky en Von Hohenfels.’
‘Nee toch!’ zegt Fischler ontzet.
‘Ja toch, mijn vriend. Ja toch. Die worden allebei betaald door de Stasi.’
Bödel begint opnieuw te bulderen van het lachen.
Hij zegt niets meer.
Fischler legt de hoorn op de haak.
zondag 29 januari 2023
203. Democratische legitimatie
Later die middag, tegen vier uur, zit Gutschein op zijn kamer. Hij is in opdracht van Fischler bezig een persbericht op te stellen, dat is bedoeld om de aandacht af te leiden van de aanslag in Kleefeld. Een overzicht van politiek gemotiveerde gewelddaden in de hele Bondsrepubliek, gedurende de maand oktober. Veel valt er eigenlijk niet te melden en nieuws is er niet bij. Sinds de spectaculaire aanslag van 22 september, de ‘Dreischlag’ waarbij het Roodfront tegelijkertijd drie banken heeft overvallen, is het stil geweest aan het politieke front. Gutschein kan zich nauwelijks voorstellen dat wat hij te melden heeft veel belangstelling zal wekken op de redacties waar het persbericht terecht zal komen.
Als hij even peinzend achteroverleunt, gaat de deur van zijn kamer aarzelend open.
Gerda Pfau komt binnen.
‘Stoor ik, Herr Gutschein?’
‘Nee, komt u binnen.’
‘Het is eigenlijk dat…’
Ze kijkt hulpzoekend om zich heen.
‘Weet u, ik vind het zo erg allemaal.’
‘Wat vind u erg?’
‘Al dat geklets, hier op het bureau.’
‘Gaat u even zitten.’
Ze gaat zitten als een schoolmeisje, met twee handen haar jurk uitstrijkend voor ze zich op de stoelzitting laat zakken. ‘En wat er allemaal over Herr Gerhard wordt gezegd!’
‘Zoals?’
‘Hij is geen moordenaar. Dat ze zulke dingen kunnen denken.’
Gutschein haalt zijn schouders op, en gaat daar niet op in.
‘Hij is een heel verbitterde man. Ik denk dat hij veel nare dingen heeft meegemaakt.’
‘Zoals?’
‘Hij heeft zijn vrouw verloren…’
‘Zijn vrouw verloren?’
‘Zijn vrouw verloren?’ echoot een stem achter hen. Gutschein kijkt op en ziet Hahn in de deuropening staan, een sigaret in zijn mond, en een map in zijn handen. Ook Gerda Pfau kijkt om.
‘Het is echt zo, hoor,’ zegt ze verschrikt.
‘Ach nee, dat is kletsplaat,’ zegt Hahn. ‘Die is bij de feministen gegaan.’
‘Nee toch.’
‘Reken maar,’ grijnst Hahn. ‘Zij is Magda Gerhard, van de Kinderladen in Mülheim. De vriendin van Sophie Kirchhoff.’
‘Sophie Kirchhoff?’ zegt Gutschein. ’Wie is dat?’
‘Onbevredigd vrouwtje,’ zegt Hahn.
‘Waar heb je het over?’
‘Speurwerk,’ zegt Hahn tevreden. Hij legt de map die hij bij zich heeft op Gutscheins bureau. ‘Dienstbericht,’ zegt hij, ‘van de politie in Mülheim. Proces-verbaal van een verklaring van de man van die Kirchhoff. Een zekere Dreyfuss. Konopka, weet je wel, Irmgard Konopka, die is vorige maand in Mülheim geweest. Ten huize van mevrouw Magda Gerhard. Ik heb het document maar even opzij gelegd. Het is misschien niet zo handig om onze Herr Gerhard daarmee lastig te vallen.
‘Nee, meneer Hahn,’ zegt de Pfauin angstig. ‘Dat wil ik echt niet horen.’
Ze schuift haastig haar stoel naar achteren en vlucht Gutscheins werkkamer uit.
‘Getikt,’ zegt Hahn.
‘Wat wil je?’ zegt Gutschein onvriendelijk.
‘Ik weet niet,’ zegt Hahn. Maar ik dacht aan dat persbericht van je.’
Hij grijnst. ‘Misschien kun jij er iets mee?’ zegt hij.
Als hij even peinzend achteroverleunt, gaat de deur van zijn kamer aarzelend open.
Gerda Pfau komt binnen.
‘Stoor ik, Herr Gutschein?’
‘Nee, komt u binnen.’
‘Het is eigenlijk dat…’
Ze kijkt hulpzoekend om zich heen.
‘Weet u, ik vind het zo erg allemaal.’
‘Wat vind u erg?’
‘Al dat geklets, hier op het bureau.’
‘Gaat u even zitten.’
Ze gaat zitten als een schoolmeisje, met twee handen haar jurk uitstrijkend voor ze zich op de stoelzitting laat zakken. ‘En wat er allemaal over Herr Gerhard wordt gezegd!’
‘Zoals?’
‘Hij is geen moordenaar. Dat ze zulke dingen kunnen denken.’
Gutschein haalt zijn schouders op, en gaat daar niet op in.
‘Hij is een heel verbitterde man. Ik denk dat hij veel nare dingen heeft meegemaakt.’
‘Zoals?’
‘Hij heeft zijn vrouw verloren…’
‘Zijn vrouw verloren?’
‘Zijn vrouw verloren?’ echoot een stem achter hen. Gutschein kijkt op en ziet Hahn in de deuropening staan, een sigaret in zijn mond, en een map in zijn handen. Ook Gerda Pfau kijkt om.
‘Het is echt zo, hoor,’ zegt ze verschrikt.
‘Ach nee, dat is kletsplaat,’ zegt Hahn. ‘Die is bij de feministen gegaan.’
‘Nee toch.’
‘Reken maar,’ grijnst Hahn. ‘Zij is Magda Gerhard, van de Kinderladen in Mülheim. De vriendin van Sophie Kirchhoff.’
‘Sophie Kirchhoff?’ zegt Gutschein. ’Wie is dat?’
‘Onbevredigd vrouwtje,’ zegt Hahn.
‘Waar heb je het over?’
‘Speurwerk,’ zegt Hahn tevreden. Hij legt de map die hij bij zich heeft op Gutscheins bureau. ‘Dienstbericht,’ zegt hij, ‘van de politie in Mülheim. Proces-verbaal van een verklaring van de man van die Kirchhoff. Een zekere Dreyfuss. Konopka, weet je wel, Irmgard Konopka, die is vorige maand in Mülheim geweest. Ten huize van mevrouw Magda Gerhard. Ik heb het document maar even opzij gelegd. Het is misschien niet zo handig om onze Herr Gerhard daarmee lastig te vallen.
‘Nee, meneer Hahn,’ zegt de Pfauin angstig. ‘Dat wil ik echt niet horen.’
Ze schuift haastig haar stoel naar achteren en vlucht Gutscheins werkkamer uit.
‘Getikt,’ zegt Hahn.
‘Wat wil je?’ zegt Gutschein onvriendelijk.
‘Ik weet niet,’ zegt Hahn. Maar ik dacht aan dat persbericht van je.’
Hij grijnst. ‘Misschien kun jij er iets mee?’ zegt hij.
zaterdag 28 januari 2023
202. Democratische legitimatie
‘Weet je,’ zegt Drechsler peinzend, ‘ik heb me in haar verdiept he, in Irmgard Konopka…’ Hij zwijgt even. Denkt na. ‘Dat is een fascinerende persoonlijkheid, weet je.’
‘Dat zal wel,’ zegt Gutschein onverschillig.
‘Die was eind jaren vijftig al actief in de anti-atoombeweging.’
‘Goed voor haar.’
‘En in de studentenbeweging. En in de vrouwenbeweging. En ze was getrouwd met Stuhl, de uitgever van Gerade Nun. Je kunt je bijna niet voorstellen hoe dat heeft kunnen gebeuren, dat ze in de illegaliteit terecht is gekomen. Je zou bijna denken, die is gedwongen.’
‘Gedwongen?’
‘Laat maar,’ zegt Drechsler. ‘Ik sla een beetje door. Maar schrijven kan ze. Ik heb voor mijn rapport heel wat van haar gelezen, weet je. Onderbouwde stukken. En ze weet er steeds een persoonlijke draai aan te geven Ze kent haar linkse literatuur. En ze weet het toe te passen. Ze weet het op een of andere manier, wat zal ik zeggen, ze weet het relevant te maken. Heb je het stuk gezien dat ze heeft geschreven ter verdediging van het Roodfront? Ik citeer daar uit in mijn portret. Dat is heel hartstochtelijk, weet je, dat is, dat is eigenlijk een schreeuw om aandacht. Wil je nog wat horen? Hier.’
Hij trekt met enige moeite een verfrommeld pamflet uit zijn binnenzak, en bladert even voor hij begon te lezen.
‘Dat zal wel,’ zegt Gutschein onverschillig.
‘Die was eind jaren vijftig al actief in de anti-atoombeweging.’
‘Goed voor haar.’
‘En in de studentenbeweging. En in de vrouwenbeweging. En ze was getrouwd met Stuhl, de uitgever van Gerade Nun. Je kunt je bijna niet voorstellen hoe dat heeft kunnen gebeuren, dat ze in de illegaliteit terecht is gekomen. Je zou bijna denken, die is gedwongen.’
‘Gedwongen?’
‘Laat maar,’ zegt Drechsler. ‘Ik sla een beetje door. Maar schrijven kan ze. Ik heb voor mijn rapport heel wat van haar gelezen, weet je. Onderbouwde stukken. En ze weet er steeds een persoonlijke draai aan te geven Ze kent haar linkse literatuur. En ze weet het toe te passen. Ze weet het op een of andere manier, wat zal ik zeggen, ze weet het relevant te maken. Heb je het stuk gezien dat ze heeft geschreven ter verdediging van het Roodfront? Ik citeer daar uit in mijn portret. Dat is heel hartstochtelijk, weet je, dat is, dat is eigenlijk een schreeuw om aandacht. Wil je nog wat horen? Hier.’
Hij trekt met enige moeite een verfrommeld pamflet uit zijn binnenzak, en bladert even voor hij begon te lezen.
Het is nutteloos om wat juist is uit te willen leggen aan de verkeerde mensen. Dat hebben we lang genoeg gedaan. De bevrijding van Christian Staüberle hoeven we niet uit te leggen aan de intellectuele zwetsers, aan de schijtebroeken, aan degenen die alles beter weten. We moeten ons richten tot de in potentie revolutionaire delen van het volk. Dat wil zeggen tot hen die ons onmiddellijk begrijpen, omdat ze zelf ook gevangenen zijn. Die niet geven om het geklets van de linksen, omdat die nooit de daad bij het woord gevoegd hebben. Die het beu zijn!
‘Ja, ja,’ zegt Gutschein ironisch. ‘Die het beu zijn. De vraag is alleen, hoe zit het met de democratische legitimatie.’
‘Democratische legitimatie,’ antwoordt Drechsler, ‘wat is dat? Weet jij wat dat is?’ Hij lacht verachtelijk. ‘Weet jij wat democratie is? Dat is toch allemaal Scheisse.’
donderdag 26 januari 2023
201. Democratische legitimatie
[Wat voorafging]
In het werkoverleg die middag worden geen woorden vuilgemaakt aan de gebeurtenissen in Kleefeld. Maar het onderwerp is nog lang niet uitgeput. Na de vergadering lopen Drechsler en Gutschein even naar buiten om een luchtje te scheppen. Het is druilerig weer, dus ze doen hun regenjassen aan, maar als ze eenmaal buiten zijn, wordt het droog, en ze besluiten een eindje om te lopen. Het wordt een stevige wandeling, die hen uiteindelijk in het stadspark brengt, bij de vijver, waar een paar eenzame eenden in het water roeien dat is bedekt met een strooisel van gevallen bladeren. Er is op dit tijdstip van de dag nauwelijks publiek in het park. Ver weg een paar vrouwen met kinderwagens waarvan de kap is opgezet. Bij een prullenbak tussen twee banken staat een tamelijk haveloos uitgedoste zwerver in het afval te plukken. ‘Heimatvertriebener,’ grinnikt Drechsler. Als de twee zijn kant op wandelen, kijkt de man schichtig op en loopt een beetje zijwaarts gekeerd weg. De zon breekt door, en Drechsler en Gutschein laten zich op een van de banken zakken.
‘Dus het was wel degelijk Konopka die erachter zat,’ zegt Gutschein
‘Hoe bedoel je?’ zegt Drechsler op zijn hoede.
‘Ik dacht dat er twijfel was of die kidnappingszaak überhaupt iets met het Roodfront te maken had.’
‘O nee,’ zegt Drechsler, ‘dat is wel zeker. Je hebt gehoord wat Weiss wist te vertellen. Er waren Roodfrontmensen bij betrokken. Stefan Bauschwitz. Jürgen Blech. Die zijn gedocumenteerd als leden van de beweging. Die worden ook gezocht.’
‘En Irmgard Konopka,’ zegt Gutschein.
‘Nee,’ zegt Drechsler. ‘Dat is helemaal niet bewezen.’
‘Niet bewezen? Ik dacht dat die Maas en die Schneider de ontvoering hebben uitgevoerd in opdracht van Irmgard Konopka.’
‘Het is mogelijk,’ zegt Drechsler. ‘Maar ik dacht niet dat dat al bewezen was.’
‘Jij denkt van niet?’
‘Het zou me verbazen,’ zegt Drechsler. 'Het is niet haar stijl. Ik kan het me eigenlijk niet voorstellen.’
‘En die aanslag bij Pohl?’
‘Dat al helemaal niet. Ik geloof zelfs niet dat het Roodfront geweest is. Waarom zouden die de showroom van een of andere criminele autohandelaar opblazen?’
‘Wraak,’ zegt Gutschein.
‘Dat zal dan eerder wraak zijn van die Schneider. Misschien…’
‘Ja?’
‘Misschien denkt hij dat die Pohl hem erbij heeft gelapt,’ zegt Drechsler.
‘Misschien hééft die Pohl hem er wel bijgelapt,’ zegt Gutschein.
200. Liebknechtstrasse
‘Hannah Maas,’ zegt Drechsler gretig, ‘wat denk je, kan zij er iets mee te maken hebben?’
‘Met die aanslag?’ zegt Hahn op gezaghebbende toon. ‘Nee, dat was de infiltrant. Dat is toch duidelijk. Dat was die, hoe heet hij ook weer.’
‘Mehmet Schneider,’ zegt Weiss behulpzaam.
‘Het is toch allemaal zonneklaar,’ herneemt Hahn. ‘Onze Herr Gerhard heeft die Schneider gerekruteerd, als infiltrant in het Roodfrontgebeuren.’ Hij kijkt Weiss aan. ‘Dinsdag heeft hij explosieven besteld.’
‘Slagpijpjes,’ zegt Weiss.
‘Een proefbestelling meende onze mislukkeling,’ grijnst Hahn. ‘Nou, we hebben gezien hoe de proefneming is uitgevallen.’
Hij maakt zijn sigaret uit, en kijkt op zijn horloge. ‘Oef,’ schrikt hij, ‘al half tien. Düsseldorf wacht. En ik moet nog kopieën maken.’ Hij staat haastig op en verlaat de keuken.
‘Maar die Hannah…’ begint Drechsler peinzend.
‘Weet je,’ zegt Weiss, ‘ik ben vorige week nog even in Hannover geweest. Praatje maken op de kerkelijk bureau. Campe, je weet wel. En die Hannah Maas he, die is verdwenen.’
Hij kijkt Drechsler veelbetekenend aan.
‘Die is spoorloos verdwenen,’ benadrukt hij.
‘Met die aanslag?’ zegt Hahn op gezaghebbende toon. ‘Nee, dat was de infiltrant. Dat is toch duidelijk. Dat was die, hoe heet hij ook weer.’
‘Mehmet Schneider,’ zegt Weiss behulpzaam.
‘Het is toch allemaal zonneklaar,’ herneemt Hahn. ‘Onze Herr Gerhard heeft die Schneider gerekruteerd, als infiltrant in het Roodfrontgebeuren.’ Hij kijkt Weiss aan. ‘Dinsdag heeft hij explosieven besteld.’
‘Slagpijpjes,’ zegt Weiss.
‘Een proefbestelling meende onze mislukkeling,’ grijnst Hahn. ‘Nou, we hebben gezien hoe de proefneming is uitgevallen.’
Hij maakt zijn sigaret uit, en kijkt op zijn horloge. ‘Oef,’ schrikt hij, ‘al half tien. Düsseldorf wacht. En ik moet nog kopieën maken.’ Hij staat haastig op en verlaat de keuken.
‘Maar die Hannah…’ begint Drechsler peinzend.
‘Weet je,’ zegt Weiss, ‘ik ben vorige week nog even in Hannover geweest. Praatje maken op de kerkelijk bureau. Campe, je weet wel. En die Hannah Maas he, die is verdwenen.’
Hij kijkt Drechsler veelbetekenend aan.
‘Die is spoorloos verdwenen,’ benadrukt hij.
woensdag 25 januari 2023
199. Liebknechtstrasse
In de keuken is men al een heel stuk verder met het onderzoek. Weiss en Hahn zijn allebei kort na acht uur op het kantoor gearriveerd. Ze zijn dadelijk na binnenkomst naar de postkamer gesneld, om het dienstbericht over de aanslag in Kleefeld te bestuderen. Ze zitten inmiddels met Drechsler de ins en outs te bespreken.
‘Een proefbestelling,’ zegt Hahn minachtend. ‘Nou, we hebben dus gezien waar dat op is uitgelopen.’
Weiss lacht zenuwachtig.
‘Wat weten we eigenlijk over die Pohl,’ vraagt Drechsler.
‘Pff,’ zegt Hahn. Hij kijkt Weiss aan, die in dezen zijn informatiebron is. ‘Een kleine crimineel, een verklikker voor de Verfassungsschutz.’
‘Ik weet dat van Udo Hayek uit Keulen,’ zegt Weiss ijverig. ‘Ik voetbal met hem. Hij is prima op de hoogte van die ontvoering. Hij heeft de dossiers gezien. Die Heinz Pohl, dat is een crimineel, die als tipgever werkt voor de Veiligheidsdienst. De autoshowroom is een façade, al schijnt hij daar goed geld mee te verdienen. Maar hij is ook betrokken bij drugshandel. Meer als financier dan als handelaar. En ze verdenken hem van seksuele misdrijven.’
‘Homo?’ zegt Hahn, sigaret in de mondhoek.
Weiss schudt het hoofd. ‘Meer met kleine meisjes,’ zei hij met een vies gezicht. ‘Er is zelfs sprake van dat hij die Hannah Maas, je weet wel, dat vrouwtje dat bij de kidnapping betrokken was, dat hij die verkracht heeft. Ze zou aangifte hebben gedaan.’
‘Een proefbestelling,’ zegt Hahn minachtend. ‘Nou, we hebben dus gezien waar dat op is uitgelopen.’
Weiss lacht zenuwachtig.
‘Wat weten we eigenlijk over die Pohl,’ vraagt Drechsler.
‘Pff,’ zegt Hahn. Hij kijkt Weiss aan, die in dezen zijn informatiebron is. ‘Een kleine crimineel, een verklikker voor de Verfassungsschutz.’
‘Ik weet dat van Udo Hayek uit Keulen,’ zegt Weiss ijverig. ‘Ik voetbal met hem. Hij is prima op de hoogte van die ontvoering. Hij heeft de dossiers gezien. Die Heinz Pohl, dat is een crimineel, die als tipgever werkt voor de Veiligheidsdienst. De autoshowroom is een façade, al schijnt hij daar goed geld mee te verdienen. Maar hij is ook betrokken bij drugshandel. Meer als financier dan als handelaar. En ze verdenken hem van seksuele misdrijven.’
‘Homo?’ zegt Hahn, sigaret in de mondhoek.
Weiss schudt het hoofd. ‘Meer met kleine meisjes,’ zei hij met een vies gezicht. ‘Er is zelfs sprake van dat hij die Hannah Maas, je weet wel, dat vrouwtje dat bij de kidnapping betrokken was, dat hij die verkracht heeft. Ze zou aangifte hebben gedaan.’
Abonneren op:
Posts (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
Vrijdag 9 oktober 1970. Berlijn. We zijn in de woning aan de Gierkeplatz van Rudolf Otto Boot-Jürgens. Professor Doktor. Emeritus. Boot-Jürg...
-
[Wat voorafging] Het Roodfront, de Staüberle-Konopka-groep, is voor het Bureau van Emmerich Gerhard een hoge, misschien wel de hoogste prior...