vrijdag 14 juli 2023

354. Gerhard

[Wat voorafging]

Pas na het middaguur zijn ze bij de flat in Raderthal. Er is kennelijk geen bewaking aanwezig. Irmgard Konopka rijdt de Volkswagen pal voor de ingang, en botst daarbij nog een keer met haar voorwiel tegen de stoeprand. Hij stapt uit. Kijkt haar nog eens aan, maar ze staart voor zich uit. Hij duwt het portier in het slot.
Ze rijdt weg.
Gerhard vist de sleutel van de flat uit zijn broekzak, en gaat naar binnen. De brievenbus in de hal is leeg. Als hij de betonnen trap oploopt naar de eerste verdieping, zijn de echo’s harder dan normaal, maar dat kan zijn omdat er een halfverborgen, zeurende hoofdpijn achter zijn voorhoofd knaagt. Hij treft de flat aan in de staat waarin hij hem op 7 december heeft achtergelaten. De resten van de lunch staan nog op tafel, met eromheen de kranten die hij heeft doorgewerkt om erachter te komen of er iets bekend is gemaakt over het ongeluk van Lopez. Hij veegt ze bij elkaar en stopt ze in de vuilnisbak. De afwas zet hij in de gootsteen en hij neemt een aspirientje.
Daarna pakt hij de telefoon. Hij moet Winckelmann bellen. Uitleggen waarom hij dinsdag niet is komen opdagen. Wat de reden is waarom hij hem wilde spreken.
‘Gerhard,’ zegt hij als de man uit Düsseldorf de telefoon oppakt.
‘O godverdomme,’ zegt Winckelmann. ‘Emmerich! Wat verschrikkelijk’
‘Wat is er?’ zegt hij.
‘Heb je het nog niet gehoord?’
Gerhard zwijgt.
‘Je vrouw,’ zegt Winckelmann. ‘Magda.’
‘Magda?’
‘Een ongeluk.’
‘Ik snap het niet?’
‘Ik heb vanmorgen al geprobeerd je te bellen.’
‘Wat bedoel je, een ongeluk?’
‘Een treinongeluk,’ zegt Winckelmann. ‘In het Broicherwald.’
‘Waar?’
‘Het Broicherwald.’
‘Sorry, ik versta het niet.’
‘Er is daar een spoorlijn,’ zegt Winckelmann. ‘Enkelspoor. Alleen nog in gebruik voor vrachtvervoer. Je vrouw heeft naar het schijnt een ochtendwandeling gemaakt. In het Broicherwald. Op een bosweg, die die spoorlijn kruist. Een onbewaakte overweg…’
‘Wanneer?’ zegt Gerhard.
‘O Emmerich, godverdomme, een kans van één op honderdduizend. Er rijden daar nauwelijks treinen. Een paar keer per dag. En net toen zij overstak. Iets na tienen. De machinist kon natuurlijk niet stoppen.’
Gerhard zwijgt.
‘Ze moet in gedachten zijn geweest. Niet hebben opgelet. Er was ook iets aan de hand. Ik moet dat nog nagaan, maar het schijnt dat er een villa in brand heeft gestaan in Mülheim. Is het mogelijk dat dat haar huis is geweest?’
‘Ja,’ zegt Gerhard boos. ‘Ja, het is niet onmogelijk dat dat haar huis was.’
Hij legt de hoorn op de haak.

donderdag 13 juli 2023

353. Gerhard

[Wat voorafging]


Het draait er natuurlijk toch op uit dat hij met haar naar bed gaat. Het komt door het praten, denkt Gerhard verbitterd. Praten en praten. En praten. En niets zeggen. Een heleboel gejank van haar kant, en hij hield het zelf om een of andere reden ook niet droog. Het eind van het liedje is dat ze naar een motel rijden, waar ze een kamer huren. En zich helemaal suf neuken.
Eigen schuld, dikke bult.
Maar iets oplossen doet het niet. De volgende ochtend, bij het ontbijt dat ze op hun kamer laten serveren, zijn ze nog net zozeer vreemden voor elkaar als altijd. Zij de linkse journaliste die op oorlogspad is gegaan. En hijzelf haar hond. Gerhard gunt Konopka nauwelijks de tijd om van het ontbijt te eten wat ze wil, zozeer windt ze hem op, zoals ze naast hem in de kussens zit, achter de sluier van haar geverfde haren, waarvan de uitgroei al duidelijk zichtbaar is.
Haar geur!
Hij pakt het dienblad met eten en zet dat, met rinkelende koffiekopjes en al, ruw op de grond. Maar als ze klaar zijn, zij met haar gezicht in de lakens, hij op zijn rug liggend, met zijn ogen op het plafond gericht, is het weer net zoals ervoor.
‘Zo zie je maar weer,’ zegt hij.
‘Wat?’
‘Mannen hebben alleen interesse in seks.’
‘Denk je echt?’
Hij kijkt naar haar zonder zijn hoofd te bewegen. ‘Niet in politiek in ieder geval,’ zegt hij grimmig.
‘Daar vergis je je in.’
‘Niet in politiek,’ herhaalt Gerhard.
‘Alles is politiek,’ zegt ze.
‘Seks ook?’
Ze zwijgt.
‘En wat is dan de politieke betekenis?’
‘Waarvan?’
‘Van dit?’
“We zijn kwetsbare dieren,’ zegt ze.
‘We zijn achterlijke idioten,’ zegt hij kwaad.
‘Dat ook, ja.’
‘Vol waanideeën.’
Ze zwijgt weer.
‘En nu? Je brengt me terug?’ zegt hij.
‘Naar Keulen,’ zegt ze.
Ze draait zich om en staat op.
Ze wast zich.
Ze begint haar spullen in te pakken.
‘En dan?’ zegt hij.
Ze luistert niet.
‘Jij stort je in het terrorisme,’ zegt hij sarcastisch. ‘Jullie voeren aanslagen uit. Met je blote handen. Tot de maatschappelijke onrust zo groot wordt dat de gezagsstructuren verkruimelen, in elkaar storten. En er gloort een nieuwe dageraad.’
‘En jij pleegt een aanslag op Brandt,’ zegt ze verstrooid.
‘Denk je?’
Ze lacht.
‘Nee, dat zie ik niet voor me,’ zegt ze.



dinsdag 11 juli 2023

352. Magda

[Wat voorafging]

Als ze weer wakker wordt, is het dag. Er piept licht door de kieren van het zware gordijn. Magda staat zachtjes op. Ze voelt weer aandrang. Sophie slaapt nog steeds. Na de plas gaat Magda, zo naakt als ze is, voor de toilettafel zitten, en kijkt in de spiegel. Ze ziet er vreselijk uit. Maar hoe dan ook, ze zijn dit te boven gekomen. De jongens zijn bij de oude mevrouw Kirchhoff. Dat is niet goed, maar voorlopig zijn ze in ieder geval veilig. Eerst dit allemaal afhandelen. Met de politie praten. Bij het huis kijken.
Magda’s blik valt op het blad van de toilettafel. Leeg, op een klein donker flesje na, dat ze herkent als Sophies luminalflesje. Ze is er op de een of andere manier in geslaagd de tabletten mee te nemen. Gedachteloos pakt ze het flesje op, en kijkt er naar.
En ziet onmiddellijk wat er gebeurd is.
Het flesje was gisteravond, toen ze samen een tabletje hebben genomen, bijna vol. Nu is het halfleeg.
Magda staat zo ruw op dat de stoel waar ze zat omvalt. Sophie beweegt niet. Ze ligt in bed met het gezicht naar haar toe, een vage glimlach om haar bleke lippen. Magda onderdrukt een gil. Ze pakt Sophies arm, die willoos neervalt.
‘Sophie, Sophie!’,
Ze geeft haar klapjes op de wangen.
Buigt zich over haar heen.
Luistert naar een ademhaling die er niet is.
Prutst aan een ooglid tot dat openklapt en een weggedraaide oogbal laat zien…

De receptionist die Magda en Sophie die nacht heeft ontvangen, heeft zijn dienst er op zitten. Hij is vervangen door een jongeman van Turkse afkomst, die om tien voor negen zijn eerste kop koffie zit te drinken, als er een blanke vrouw van een jaar of veertig van de trap afkomt, waarschijnlijk een van de twee dames die vannacht in het hotel onderdak hebben gevonden na een brand. Ze ziet er normaal uit. Sportieve kleren, een broek en een truitje, onder een openhangende winterjas. Een sjaal om. Hij denkt later dat ze sportschoenen droeg, gympen of zo.
Ze groet hem verstrooid als ze langs zijn balie loopt.
Hij groet terug en kijkt naar haar heel fatsoenlijke achterwerk als ze door de draaideur het hotel verlaat.



351. Magda

[Wat voorafging]

Een reuzenkamer, met een groot tweepersoonsledikant, een zithoek, een bureau en een kleine toilettafel met een spiegel. Er is een badkamer annex toilet. De gordijnen zijn dicht. De verwarming is waarschijnlijk pas aangezet, het is nog stervenskoud.
Ze gaan op het bed zitten en kijken toe hoe de politieagenten spulletjes binnenbrengen. Hun handtassen. Een paar fotoboeken, die blijkbaar ook uit de brand zijn gered. En een grote stapel kleren en jassen.
Als de agenten klaar zijn en hun lawaai is weggestorven, neemt Magda de deken van Sophies schouders. Ze trekt haar de plasticjas uit die ze nog steeds aanheeft, en ze neemt haar mee naar de badkamer, waar ze douche aanzet. Ze kleedt Sophie, die nog steeds onbedwingbaar rilt, helemaal uit, en zet haar onder de sluier van warm water die uit de douchekop sproeit.
Vervolgens loopt ze terug naar de kamer, en ruimt de kleren die daar op een stapel zijn gelegd min of meer op. De fotoboeken en de handtassen legt ze op het bureau. En slaat het dekbed open.
Als ze klaar is, gaat ze in de douche kijken .
‘Ben je een beetje warm nu?’
Sophie knikt met een gezicht dat glimt van de douchetranen.
Naast de douche hangen grote witte badhanddoeken. Magda pakt er een en wrijft Sophie tot ze gloeit. Daarna neemt ze haar bij de hand en leidt haar als een bruid naar het bed. Als ze zelf heeft gedoucht, ligt Sophie te slapen. Zachtjes loopt Magda naar de andere kant van het bed. Ze glijdt onder het dekbed en blijft op haar rug liggen, haar armen naast haar hoofd, haar ogen op het plafond gericht. Na enkele ogenblikken tast ze naar het lichtkoord, boven zich.
Zodra het licht uitgaat, draait Sophie zich om en nestelt zich tegen haar aan.
‘Stil maar,’ mompelt Magda. ‘Stil maar.’
Later gaat ze uit bed om te plassen. Als ze terugkomt, lijkt Sophie te slapen. Ze kruipt naast haar en valt vrijwel onmiddellijk zelf ook in slaap.



maandag 10 juli 2023

350. Magda

[Wat voorafging]

Om half drie wordt Magda wakker door het geluid van sirenes en het loeien van de vlammen. Het stinkt naar rook. Wat er volgt is een nachtmerrie, maar dan in het echt. Ze springt uit bed en rent de gang op, waar ze tegen Sophie aanloopt die, in haar nachtpon, de jongens uit hun slaapkamers sleurt. Op hetzelfde moment verschijnen boven aan de trap de zwarte helmen met glinsterende insignes van de brandweer. Mannen, gehuld in glimmende uniformen, als soldaten in een sciencefictionfilm, grijpen de kinderen, grijpen Sophie, grijpen haarzelf, en dragen hen door de dichte rook waarin hier en daar al vlammen opspelen, de trap af, de gang door en het huis uit. Tot ze hoestend en proestend en met tranende ogen buiten staan, in een onnatuurlijke gloed van kunstlicht. Brandweerauto’s. Mannen die met slangen heen en weer rennen, en die hier en daar al bezig zijn water op het huis te spuiten. Politieauto’s, op de stoep geparkeerd en dwars over de straat. Zenuwachtige agenten. En een steeds verder aangroeiende haag van pikzwarte toeschouwers.
Uit het niets komen ambulancebroeders tevoorschijn, die de jongens overnemen van de brandweermannen, en ook zelf worden ze naar een ambulance geduwd. Paniek, paniek, paniek. Ze krijgen een plasticjas aangetrokken, en er worden dekens uitgedeeld. Een grote, dreigende brandweerman zet handtassen bij hen neer, die blijkbaar uit het vuur gered zijn.
En daar verschijn ook Sophies moeder. Ze worstelt zich krijsend en slaand door de haag toeschouwers, en stort zich onmiddellijk op de jongens, die zich snikkend aan haar omhelzingen overgeven.
Het draait er op uit dat mevrouw Kirchhoff met Ludo en Bernd richting haar huis verdwijnt. Sophie en Magda blijven achter in de motregen, Sophie bevend weggedoken in Magda’s armen. Ze kijken wezenloos naar de bluswerkzaamheden, die voorspoedig lijken te verlopen. Tot een van de agenten zich over hen ontfermt.
‘Wat moeten we nou, mevrouw?’ zegt hij tegen Magda.
Ze kijkt angstig op.
‘U kunt niet terug in huis, dat snapt u natuurlijk.’
Met een trillende onderlip bevestigt Magda dat ze dat snapt.
‘Zullen we u maar ergens naar toe rijden waar u de rest van de nacht kunt doorbrengen?’
De luminal houdt nog steeds koppig een sluier over Magda’s bewustzijn getrokken. Ze snapt nauwelijks wat de agent tegen haar zegt. Maar hij heeft het goed met haar voor, dat is duidelijk.
‘We zullen u naar een hotel brengen, zodat u nog een paar uur rust heeft. Morgen praten we verder over hoe het is afgelopen. En we moeten u natuurlijk nog een heleboel vragen stellen over hoe dit heeft kunnen gebeuren. Maar dat kan wachten. De brandweer is nog uren bezig met nablussen. Daarna kan er pas een onderzoek worden ingesteld.’
Gehoorzaam lopen Magda en Sophie met de man mee naar zijn auto, een van de groenwitte funkauto’s die de gemeentepolitie van Mülheim in gebruik heeft. Twee ernstige agenten rijden met hen naar Hotel Vogt, aan de rand van de stad. Zo’n groot lomp staketsel van een gebouw dat in de oorlog op de een of andere manier aan de vernietiging is ontsnapt. De mensen van het hotel zijn blijkbaar gebeld, want als ze er aankomen, staat de receptionist hen op te wachten, een tamelijk haveloze man met een gezicht met grote jukbeenderen en een verwarde bos grijs haar.
Hij is wel vriendelijk. Hij loopt voor hen de trap op, naar een grote slaapkamer.
‘Is dit…’ zegt hij, terwijl hij de deur voor hen opendoet.



zondag 9 juli 2023

349. Magda

[Wat voorafging]

Sophie huilt die avond tranen met tuiten, maar Magda denkt stiekem dat er toch ook wel positieve kanten aanzitten. Penny is al zo lang onuitstaanbaar. Ze is gewoon jaloers, dat is zo langzamerhand wel duidelijk. En als je het van haar kant bekijkt, dan is dit misschien gewoon het beste. Deze chaotische huishouding in Mülheim staat Penny’s ontwikkeling alleen maar in de weg. Waar ze ook heen is, het is vast en zeker een betere plaats om haar boek af te maken, en om haar plek in de grote wijde wereld te vinden. Die avond, na haar uitbundige huilbui, laat Sophie zich knuffelen en ze valt uiteindelijk op de bank in haar armen in slaap.
Maar de donderdag is weer een anticlimax. Wat gaat de stemming hier in huis toch onbedaarlijk heen en weer! Het begint ermee dat Sophie de jongens thuishoudt. Magda hoort geschrokken hoe ze met school belt om te vertellen dat ze allebei niet lekker zijn. Wat gewoon niet waar is. Wat Sophie van plan is, blijkt pas die middag. Nadat ze de jongens de hele ochtend schandalig heeft vertroeteld en ze bij het middageten heeft getrakteerd op luxe broodjes, laat ze die middag, bij de thee, de bom barsten. Ze roept de jongens bij zich, in de huiskamer, en vertelt ze, terwijl Magda sprakeloos toekijkt, dat pappa en mamma gaan scheiden. Dat ze niet terug gaan en dat ze in ieder geval de komende tijd met zijn drieën bij tante Magda wonen. De portee van wat ze vertelt lijkt de jongens totaal te ontgaan. Ze reageren ongeduldig en nors op wat Sophie vertelt, en ergeren zich zichtbaar aan Sophies vertoon van opgekropte emoties. Maar die avond kan Ludi niet in slaap komen. Hij huilt tot na tienen, en roept steeds als Sophie of Magda hem proberen te troosten dat hij naar pappa wil. Bernd slaapt door het hele drama heen zonder een krimp te geven.
Magda is nogal geschokt door de manier waarop Sophie zonder met haar te overleggen de situatie in huis op scherp heeft gesteld, maar ze slaagt er die hele dag in zich te beheersen, en ook die avond levert ze loyaal haar bijdrage aan het indammen van Ludo’s plotselinge paniek. Maar als het boven eindelijk stil is, houdt ze het niet langer.
‘O Sophie, lieverd, waarom deed je dat nou?’
‘Deed ik wat?’ zegt Sophie stuurs.
‘Waarom heb je het niet eerst overlegd!’
Sophie mokt.
‘Dit is toch iets wat ons alle twee aangaat.
‘Maar ik ben toch de moeder.’
‘Maar zo plotseling. En zo hard. Zo ben je helemaal niet.’
‘Zo ben ik geworden,’ zegt Sophie stijf. ‘Ik moet wel.’
Het loopt uit op een lang, ingrijpend gesprek, waarin een boel dingen worden gezegd die misschien beter niet gezegd konden worden. Maar er zit ook een heleboel dwars. Dat blijkt wel. Aan beide kanten. Ze praten tot in de kleine uurtjes, tot ze doodop zijn en hun hoofden suizen. Aan het eind leggen ze het bij.
Als ze, na enen, naar bed gaan, nemen ze allebei één van Sophies luminals. De volgende dag wordt er weer veel van hen gevraagd.



zaterdag 8 juli 2023

348. Magda

[Wat voorafging]

Als december eenmaal goed en wel is begonnen, denkt Magda even dat de ergste crisis voorbij is. Sinterklaas is goed verlopen. De jongens waren dolblij met de stortvloed van cadeautjes die ze voor hen hadden ingepakt. Ze vroegen niet naar hun vader. En na sinterklaas gingen ze weer naar school. Herr Dr. Weininger heeft al een tijdlang niets van zich laten horen en Sophies moeder hebben ze naar het zich laat aanzien definitief van zich afgeschud. Het beeld van Hans-Peter die dronken op straat stond te schreeuwen is al aan het vervagen, wordt naar de achtergrond gedrongen door andere, plezieriger gebeurtenissen. Sophie is nog steeds een beetje lusteloos, maar dat wordt iedere dag beter. Ze went aan haar toekomst, zoals Penny het noemt. Penny zelf werkt hard aan haar boek en in de dagelijkse omgang lijken de scherpe randjes van haar boosheid er een beetje af te gaan. Pais en vree, denkt Magda soms hoopvol. Pais en vree. Er lijkt weinig reden om er niet in te geloven dat alles uiteindelijk in pais en vree zal eindigen.
Maar woensdag is het weer Penny die roet in het eten strooit. Het is laat in de middag. Magda heeft een stoofschotel in de oven staan, en is in de huiskamer gaan zitten, waar ook Sophie is met de jongens. Ludi zit te tekenen met waskrijt, wat hem niet bijzonder goed afgaat. Ludi is, daar kun je lang of kort over praten, maar feiten zijn feiten, wat achter in zijn ontwikkeling. Wat er ontstaat is niet veel meer dan een warboel van krassen.
Bernd is er niet tevreden mee. ‘Wat is dat nou weer,’ zegt hij laatdunkend.
‘Het is wat het is,’ zegt Ludi verdedigend.
‘Maar wat is het?’ houdt Bernd aan. ‘Ik vind het gewoon stom gekras.’
‘Het is geen stom gekras,’ roept Ludi boos.
‘Het is…’ begint Bernd met stemverheffing.
‘Het is Leonardo da Vinci,’ zegt Ludi triomfantelijk. ‘En hij zit vast aan zijn spinnenwiel.’ Hij aarzelt even. ‘En hij kan niet bij zijn schilderij komen,’ voegt hij er aan toe.
‘Het is prachtig!’ zegt Magda.
Maar Bernd barst uit in een schadelijk gelach en Ludi begint te gillen en stort zich met zwaaiende armen en benen op hem. Terwijl de jongens woedend vechten en Magda ze uit elkaar probeert te trekken, stormt Penny de kamer binnen.
‘En nou is het genoeg,’ gilt ze. ‘Nou is het echt genoeg.’
De jongens houden als bij toverslag op met vechten en kijken naar Penny.
Ook Magda draait zich om.
‘Hoe kan ik in deze chaos in vredesnaam werken!’
‘O Penny,’ zegt Sophie verontschuldigend.
Maar Penny is niet te paaien. Ze verlaat de kamer en knalt de deur achter zich dicht. En deze keer is het ernst, want een paar uur later komt er een taxi voorrijden, en Penny sleept met veel kabaal koffers en dozen van de trap, en laadt die met hulp van de chauffeur in de kofferruimte en op de achterbank van de auto.
Als de stoofschotel klaar is, zijn ze nog maar met zijn vieren.



414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...