Piekeren is niet iets dat Norbert Gutschein vreemd is. Al lang geleden heeft hij voor zichzelf uitgemaakt dat het er gewoon bij hoort. Piekeren is, voor een historicus, die immers niet alleen tot taak heeft kennis te nemen van historische feiten, maar die zich daar ook een mening over moet vormen, een onmisbare eigenschap. Een beroepsdeformatie, die hij heeft meegenomen in het leven van alledag - ook al is die daar maar al te vaak knap hinderlijk. Doorsneemensen piekeren veel minder dan historici, en zijn daardoor geneigd zijn contemplatieve geaardheid te interpreteren als besluiteloosheid, of nog erger, als gebrek aan gezond verstand. Toch hecht Gutschein aan zijn piekerzucht, en eerlijk gezegd is het voor hem een van de aantrekkelijke aspecten van zijn baan bij het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden dat die zijn beschouwelijke aard alle ruimte biedt. Sterker nog, hij weet wel bijna zeker dat in deze ambtelijke omgeving zijn neiging tot piekeren hem zelfs een zeker aanzien verschaft. Misschien niet bij Weiss en Hahn, die alles minachten wat niet in hun kraam te pas komt. Maar wel bij de anderen. Bedachtzaam, heeft Fischler hem wel eens genoemd.
Wat allemaal goed en wel is, maar in de periode na de aanslag in Kleefeld dreigt het gepieker uit de hand te lopen. Het begint een obsessie te worden. Wanneer is dat begonnen? Eigenlijk al sinds begin november, sinds op het kantoor van de Sicherungsgruppe het gerucht is doorgedrongen dat hun coördinator, Emmerich Gerhard, betrokken is bij een poging om een infiltratie uit te voeren in de extreem linkse Roodfrontbeweging. Gutschein heeft daar ernstige bedenkingen bij. Niet zozeer omdat hij sympathie heeft, of zelfs maar begrip, voor de denkbeelden die uit de groep van Christian Staüberle en Eva Richter de openbaarheid bereiken. Dat vindt allemaal weinig weerklank bij zijn in wezen conservatieve aard. Wat hem verontrust is de rol van de Sicherungsgruppe. Hij wordt gedwongen zich af te vragen welke middelen in een rechtsstaat mogen worden ingezet om radicalisme als dat van de Roodfrontgroep te bestrijden. Wat het allemaal nog ingewikkelder maakt, is dat over de operatie van hun Herr Gerhard op het kantoor officieel vrijwel niets bekend is. Wat de bureaumedewerkers weten, is grotendeels, wat!, vrijwel volledig, te danken aan de naspeuringen en speculaties van Hahn en Weiss. Die misschien wel even dubieus zijn als de activiteiten waarvan ze Gerhard verdenken.
vrijdag 31 maart 2023
donderdag 30 maart 2023
263. Op kantoor
[Wat voorafging]
Toeval of niet, maar de dag nadat de berichten over de aanslag in Kleefeld in de kranten verschenen, meldde dr. Adalbert Fischler, de directeur van het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden, zich ziek. Op het kantoor veroorzaakte dit nogal wat verwarring, deels omdat ook Fischlers secretaresse, de teergevoelige Gerda Pfau, die dinsdagochtend al voor half negen belde om te melden dat ze migraine had, en niet kon komen werken. Nu de directeur en zijn secretaresse en ook Herr Gerhard afwezig zijn, is naar de mening van Norbert Gutschein op het kantoor van de Sicherungsgruppe Gerd Kaminsky de eerstleidinggevende. Kaminsky geeft er echter geen blijk van dat hij van plan is die rol op zich te nemen. De kleine senior-onderzoeker komt iedere dag stipt om half negen binnen, en sluit zich dan op in zijn kantoor. Zijn enige geregistreerde activiteiten zijn incidentele telefoontjes, uitgaande meestal, maar een enkele keer ook inkomend. Wat hij verder uitvoert is onduidelijk. Slapen, zeggen Alois Hahn en Ronald Weiss, die de tuinkamer met hem delen, honend. Stiekem drinken. Norbert Gutschein is eerder geneigd de aanwezigheid van Kaminsky als ‘somber broedend’ te omschrijven, al heeft hij weinig gelegenheid om het fenomeen met eigen ogen waar te nemen: Gutschein is zelden op de werkkamer van Weiss en Hahn, en hij komt daar ook niet graag. Op welke onderwerpen Kaminsky zit te broeden is moeilijk voorstelbaar.
Het wegvallen van de leidinggevenden heeft als gevolg dat vanaf 17 november de werkzaamheden van het coördinatiepunt vrijwel tot stilstand komen. Er treedt een toestand in van lethargie, van verlamming, of misschien moeten we zelfs spreken van anarchie. Het is een toestand waarbij Norbert Gutschein zich heel onbehaaglijk voelt. Werkoverleg vindt niet meer plaats. Hahn en Weiss zitten tegenwoordig het grootste deel van de dag in de keuken samen te zweren. Drechsler heeft zich teruggetrokken in het souterrain, bij de Xeroxmachine, en wijdt zich aan studie, niet alleen van de denkbeelden van de Roodfrontgroep, maar van de hele buitenparlementaire oppositie, nu en in het verleden. Gutscheins eigen voornemen, om lezingen te houden voor politieorganisaties in de Bondsrepubliek, wil maar niet van de grond komen. Eigenlijk is hij inmiddels vervallen tot een somber gepieker, dat in ieder geval hemzelf op een onaangename manier doet denken aan dat van Kaminsky.
Toeval of niet, maar de dag nadat de berichten over de aanslag in Kleefeld in de kranten verschenen, meldde dr. Adalbert Fischler, de directeur van het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden, zich ziek. Op het kantoor veroorzaakte dit nogal wat verwarring, deels omdat ook Fischlers secretaresse, de teergevoelige Gerda Pfau, die dinsdagochtend al voor half negen belde om te melden dat ze migraine had, en niet kon komen werken. Nu de directeur en zijn secretaresse en ook Herr Gerhard afwezig zijn, is naar de mening van Norbert Gutschein op het kantoor van de Sicherungsgruppe Gerd Kaminsky de eerstleidinggevende. Kaminsky geeft er echter geen blijk van dat hij van plan is die rol op zich te nemen. De kleine senior-onderzoeker komt iedere dag stipt om half negen binnen, en sluit zich dan op in zijn kantoor. Zijn enige geregistreerde activiteiten zijn incidentele telefoontjes, uitgaande meestal, maar een enkele keer ook inkomend. Wat hij verder uitvoert is onduidelijk. Slapen, zeggen Alois Hahn en Ronald Weiss, die de tuinkamer met hem delen, honend. Stiekem drinken. Norbert Gutschein is eerder geneigd de aanwezigheid van Kaminsky als ‘somber broedend’ te omschrijven, al heeft hij weinig gelegenheid om het fenomeen met eigen ogen waar te nemen: Gutschein is zelden op de werkkamer van Weiss en Hahn, en hij komt daar ook niet graag. Op welke onderwerpen Kaminsky zit te broeden is moeilijk voorstelbaar.
Het wegvallen van de leidinggevenden heeft als gevolg dat vanaf 17 november de werkzaamheden van het coördinatiepunt vrijwel tot stilstand komen. Er treedt een toestand in van lethargie, van verlamming, of misschien moeten we zelfs spreken van anarchie. Het is een toestand waarbij Norbert Gutschein zich heel onbehaaglijk voelt. Werkoverleg vindt niet meer plaats. Hahn en Weiss zitten tegenwoordig het grootste deel van de dag in de keuken samen te zweren. Drechsler heeft zich teruggetrokken in het souterrain, bij de Xeroxmachine, en wijdt zich aan studie, niet alleen van de denkbeelden van de Roodfrontgroep, maar van de hele buitenparlementaire oppositie, nu en in het verleden. Gutscheins eigen voornemen, om lezingen te houden voor politieorganisaties in de Bondsrepubliek, wil maar niet van de grond komen. Eigenlijk is hij inmiddels vervallen tot een somber gepieker, dat in ieder geval hemzelf op een onaangename manier doet denken aan dat van Kaminsky.
woensdag 29 maart 2023
262. Metzger
‘Ik wil je wat zeggen, chef,’ gaat Metzger verder. ‘Er zijn een boel dingen in dit land, daar zijn we niet blij mee. We houden niet zo van veranderingen. We zijn, laat ik het zo zeggen, eerder een beetje conservatief. Maar als jullie de rooien willen aanpakken, chef, dat wil ik ook zeggen, dan kun je op ons rekenen. Dan staan we achter je. Door dik en dun.’
De rooien.
‘Die Brandt, chef, dat is een catastrofe. Die heeft Duitsland in de uitverkoop gedaan. Oostpolitiek, ja, ja. Op de televisie en in de kranten doen ze daar opgewonden over, maar hoe denkt je dat de gewone Duitser dat vindt?’
‘Ik weet niet waar je het over hebt.’
De spotschoolhouder werpt hem een lepe blik toe. ‘Het gaat om een aanslag op Brandt, he?’ zegt hij.
‘Pardon?’
Metzger glimlacht sereen.
‘Hoe kom je daar in vredesnaam bij?’
De man tikt tegen zijn voorhoofd. ‘Nadenken, chef. Deduceren en combineren.’
‘En wat heb je gecombineerd?’
‘Er zit hier een groep in het Rijnland, die jij van wapens voorziet. En het uiteindelijke doel is de Bondskanselier uit te schakelen. En die Staüberle en Konopka, die lui, die krijgen de schuld in de schoenen geschoven.’
Gerhard kijkt hem stomverbaasd aan. ‘Wat een ontzettend gelul.’
‘Ja, dat moet je wel zeggen natuurlijk. In laatste instantie is het natuurlijk een politieke onderneming. Maar dat is voor ons geen probleem. In laatste instantie zijn wij zelf ook politiek. Niet zo direct zichtbaar misschien. Maar dat is niet onze schuld. Dat zijn die, je weet wel, die kiesdrempels. Veel mensen hebben een verkeerd idee over waar wij voor staan. Maar als het puntje bij het paaltje komt, zijn er echt een heleboel die het met onze opvattingen eens zijn. En vooral daarom zeggen wij: ja, Brandt moet weg. En ja, als wij een steentje kunnen bijdragen, dan zullen wij daar niet voor terugschrikken. Dat wilde ik je eigenlijk zeggen, chef. Daarom ben ik hier. Wij staan aan jullie kant. En als het er op aan komt, als het echt ingewikkeld wordt, dat je dan weet dat je op ons kunt rekenen.’
Hij zwijgt, en kijkt Gerhard indringend, bijna een beetje hoogdravend aan.
Die zwijgt terug.
‘Maar dat weet je wel he? Dat weet je al lang.’
‘Donder op,’ zegt Gerhard.
Hij zet twee, drie stappen. Hij trekt Metzger uit zijn stoel. Hij sleurt hem naar de deur, en gooit die achter hem dicht.
Even later ziet hij, vanachter zijn raam, hoe de man buiten komt. Met veel lef. De tuinstoel is weg. Die is waarschijnlijk al verdwenen in de kofferbak van een van de auto’s. Metzger groet een vrouw, die met een hond aan de lijn voorbij komt. Hij maakt een gebaar naar de auto’s die verder in de straat staan, de taxi van Kasinke en de andere auto. Daarna stapt hij in zijn eigen voertuig.
De auto’s rijden langzaam, tergend langzaam weg.
De rooien.
‘Die Brandt, chef, dat is een catastrofe. Die heeft Duitsland in de uitverkoop gedaan. Oostpolitiek, ja, ja. Op de televisie en in de kranten doen ze daar opgewonden over, maar hoe denkt je dat de gewone Duitser dat vindt?’
‘Ik weet niet waar je het over hebt.’
De spotschoolhouder werpt hem een lepe blik toe. ‘Het gaat om een aanslag op Brandt, he?’ zegt hij.
‘Pardon?’
Metzger glimlacht sereen.
‘Hoe kom je daar in vredesnaam bij?’
De man tikt tegen zijn voorhoofd. ‘Nadenken, chef. Deduceren en combineren.’
‘En wat heb je gecombineerd?’
‘Er zit hier een groep in het Rijnland, die jij van wapens voorziet. En het uiteindelijke doel is de Bondskanselier uit te schakelen. En die Staüberle en Konopka, die lui, die krijgen de schuld in de schoenen geschoven.’
Gerhard kijkt hem stomverbaasd aan. ‘Wat een ontzettend gelul.’
‘Ja, dat moet je wel zeggen natuurlijk. In laatste instantie is het natuurlijk een politieke onderneming. Maar dat is voor ons geen probleem. In laatste instantie zijn wij zelf ook politiek. Niet zo direct zichtbaar misschien. Maar dat is niet onze schuld. Dat zijn die, je weet wel, die kiesdrempels. Veel mensen hebben een verkeerd idee over waar wij voor staan. Maar als het puntje bij het paaltje komt, zijn er echt een heleboel die het met onze opvattingen eens zijn. En vooral daarom zeggen wij: ja, Brandt moet weg. En ja, als wij een steentje kunnen bijdragen, dan zullen wij daar niet voor terugschrikken. Dat wilde ik je eigenlijk zeggen, chef. Daarom ben ik hier. Wij staan aan jullie kant. En als het er op aan komt, als het echt ingewikkeld wordt, dat je dan weet dat je op ons kunt rekenen.’
Hij zwijgt, en kijkt Gerhard indringend, bijna een beetje hoogdravend aan.
Die zwijgt terug.
‘Maar dat weet je wel he? Dat weet je al lang.’
‘Donder op,’ zegt Gerhard.
Hij zet twee, drie stappen. Hij trekt Metzger uit zijn stoel. Hij sleurt hem naar de deur, en gooit die achter hem dicht.
Even later ziet hij, vanachter zijn raam, hoe de man buiten komt. Met veel lef. De tuinstoel is weg. Die is waarschijnlijk al verdwenen in de kofferbak van een van de auto’s. Metzger groet een vrouw, die met een hond aan de lijn voorbij komt. Hij maakt een gebaar naar de auto’s die verder in de straat staan, de taxi van Kasinke en de andere auto. Daarna stapt hij in zijn eigen voertuig.
De auto’s rijden langzaam, tergend langzaam weg.
dinsdag 28 maart 2023
261. Metzger
Gerhard loopt naar boven, Metzger op gepaste afstand achter hem. Hij ontsluit de deur van de flat, en trekt zijn jas uit. Metzger staat in de deuropening en kijkt oplettend om zich heen.
‘Mmm,’ zegt hij. ‘Verrassend, chef.’
‘Ga zitten.’
‘Ik zou gedacht hebben aan iets zakelijks. Of iets sportiefs. Halters, misschien wel fitnessapparatuur.’
‘Zeg wat je op je hart hebt man, en sodemieter dan op. ‘
Metzger laat zich in een van de fauteuils zakken.
‘Sodemieter, weet je wat dat is, een sodemieter?’
‘Ja, dat weet ik.’
‘Dat is een homo, chef.’
‘Goed,’ zegt Gerhard. ‘Ter zake.’
Hij schenkt zich een glas whisky in en loopt naar het raam.
Metzger kijkt hem berekenend aan. ‘Je bent druk, chef. Je bent overal in Duitsland, tegenwoordig.’
‘Zoals?’
De sportschoolhouder haalt een notitieboekje tevoorschijn, en bladert dat door. ‘Düsseldorf natuurlijk,’ zegt hij. ‘En Kleefeld, Harsum, Berlijn. Hannover.’
Gerhard draait zich abrupt om.
‘We houden een oogje op je, chef,’ zegt Metzger verontschuldigend. ‘Vooral nu je met van die gevoelige zaken bezig bent. Mag ik ook wat drinken?’
‘Je mag niks drinken,’ zegt Gerhard.
‘Mmm,’ zegt hij. ‘Verrassend, chef.’
‘Ga zitten.’
‘Ik zou gedacht hebben aan iets zakelijks. Of iets sportiefs. Halters, misschien wel fitnessapparatuur.’
‘Zeg wat je op je hart hebt man, en sodemieter dan op. ‘
Metzger laat zich in een van de fauteuils zakken.
‘Sodemieter, weet je wat dat is, een sodemieter?’
‘Ja, dat weet ik.’
‘Dat is een homo, chef.’
‘Goed,’ zegt Gerhard. ‘Ter zake.’
Hij schenkt zich een glas whisky in en loopt naar het raam.
Metzger kijkt hem berekenend aan. ‘Je bent druk, chef. Je bent overal in Duitsland, tegenwoordig.’
‘Zoals?’
De sportschoolhouder haalt een notitieboekje tevoorschijn, en bladert dat door. ‘Düsseldorf natuurlijk,’ zegt hij. ‘En Kleefeld, Harsum, Berlijn. Hannover.’
Gerhard draait zich abrupt om.
‘We houden een oogje op je, chef,’ zegt Metzger verontschuldigend. ‘Vooral nu je met van die gevoelige zaken bezig bent. Mag ik ook wat drinken?’
‘Je mag niks drinken,’ zegt Gerhard.
maandag 27 maart 2023
260. Metzger
Als hij bij de flat aankomt, tegen negen uur ‘s avonds, zit Metzger op hem te wachten. Voor de ingang van de flat. Onbeschaamd, in een dikke winterjas op een kampeerstoeltje.
‘Br,’ zegt Metzger. ‘Koude wacht.’
‘Wat doe je hier?’
Metzger springt lenig overeind.
‘Nee, gekheid natuurlijk. Stuntje. De jongens hebben dit voor me klaar gezet toen je er aan kwam.’
Gerhard kijkt om zich heen. Aan de stoep voor de flat staat een nieuwe Mercedes. Verderop in de straat de taxi van Kasinke, waar een hand wordt opgestoken. Verderop nog een auto.
‘Je houdt wel van een beetje theater,’ zegt hij.
‘Je moet toch wat,’ zegt Metzger. Hij heeft alvast een hand op de deurknop gelegd. ‘Wat doen we?’
‘Wat doen we wat?’
‘Nodig je me niet uit?’
‘Je wilt met me praten?’
‘Natuurlijk.’
‘Ik kan me niet voorstellen wat wij te bespreken hebben,’ zegt Gerhard.
‘Daar kon je je wel eens in vergissen,’ zegt Metzger veelbetekenend.
‘Nou, kom dan maar even mee.’
‘Br,’ zegt Metzger. ‘Koude wacht.’
‘Wat doe je hier?’
Metzger springt lenig overeind.
‘Nee, gekheid natuurlijk. Stuntje. De jongens hebben dit voor me klaar gezet toen je er aan kwam.’
Gerhard kijkt om zich heen. Aan de stoep voor de flat staat een nieuwe Mercedes. Verderop in de straat de taxi van Kasinke, waar een hand wordt opgestoken. Verderop nog een auto.
‘Je houdt wel van een beetje theater,’ zegt hij.
‘Je moet toch wat,’ zegt Metzger. Hij heeft alvast een hand op de deurknop gelegd. ‘Wat doen we?’
‘Wat doen we wat?’
‘Nodig je me niet uit?’
‘Je wilt met me praten?’
‘Natuurlijk.’
‘Ik kan me niet voorstellen wat wij te bespreken hebben,’ zegt Gerhard.
‘Daar kon je je wel eens in vergissen,’ zegt Metzger veelbetekenend.
‘Nou, kom dan maar even mee.’
zondag 26 maart 2023
259. Naar huis
[Wat voorafging]
Masochist als altijd, rijdt Gerhard ook nog van Rühle naar Hannover. Als hij daar is, tegen het vallen van de avond, weet hij al niet meer wat hem bezielde. Hij zet zijn auto in een ondergrondse parkeergarage, en laat zich door een lift naar boven transporteren. Met de handen in zijn jaszakken, een vinger door de ring van zijn sleutelbos, begint hij door het centrum te dwalen. Het is inmiddels vijf uur geweest. Vrijwel donker, maar op deze donkere vrijdagavond zijn de etalages feestelijk verlicht, met al de eerste kerstversieringen. De tekenen van de onstuimig groeiende welvaart zijn overweldigend. Op de trottoirs verdringen zich mensen, massa’s mensen. Mannen. Vrouwen. Kinderen. Tussen het winkelpubliek opvallend veel jeugd, Hannover is een studentenstad. Jongens met lange haren. Met snorren. Met van die belachelijke bakkenbaarden. Meisjes, meisjes, meisjes. Iedereen kijkt naar meisjes, heeft Irmgard Konopka ooit tegen hem gezegd. Jongens kijken naar meisjes. Meisjes kijken naar meisjes. Mannen kijken naar meisjes. Vrouwen. Zelfs homo’s kijken naar meisjes. En de meisjes lachen. En zwaaien. Ze zijn zich ervan bewust dat ze het middelpunt zijn van het universum. En de mannen… Lopen doelloos door de straten. Kijken in etalages die vol liggen met artikelen die niet voor hen bedoeld zijn. Zoeken naar feiten die er niet zijn.
Plotseling ziet hij tussen het zich anoniem voortbewegende winkelpubliek, voor de enorme etalages van een C&A, een kleur, een beweging. Bomberjack. Halflang donkerbruin haar. Een ogenblik aarzelt hij. Het flitsen van ogen. Ziet zij hem ook? Hij heft een arm op en begint te rennen. Steekt over tussen de lichten van de auto’s. De vrouw draait zich om. En duikt onder in de menigte. Als hij voor de C&A staat, is ze verdwenen. Hij kijkt om zich heen en vloekt. Hij gaat zijn auto ophalen. En rijdt naar zijn flat.
Masochist als altijd, rijdt Gerhard ook nog van Rühle naar Hannover. Als hij daar is, tegen het vallen van de avond, weet hij al niet meer wat hem bezielde. Hij zet zijn auto in een ondergrondse parkeergarage, en laat zich door een lift naar boven transporteren. Met de handen in zijn jaszakken, een vinger door de ring van zijn sleutelbos, begint hij door het centrum te dwalen. Het is inmiddels vijf uur geweest. Vrijwel donker, maar op deze donkere vrijdagavond zijn de etalages feestelijk verlicht, met al de eerste kerstversieringen. De tekenen van de onstuimig groeiende welvaart zijn overweldigend. Op de trottoirs verdringen zich mensen, massa’s mensen. Mannen. Vrouwen. Kinderen. Tussen het winkelpubliek opvallend veel jeugd, Hannover is een studentenstad. Jongens met lange haren. Met snorren. Met van die belachelijke bakkenbaarden. Meisjes, meisjes, meisjes. Iedereen kijkt naar meisjes, heeft Irmgard Konopka ooit tegen hem gezegd. Jongens kijken naar meisjes. Meisjes kijken naar meisjes. Mannen kijken naar meisjes. Vrouwen. Zelfs homo’s kijken naar meisjes. En de meisjes lachen. En zwaaien. Ze zijn zich ervan bewust dat ze het middelpunt zijn van het universum. En de mannen… Lopen doelloos door de straten. Kijken in etalages die vol liggen met artikelen die niet voor hen bedoeld zijn. Zoeken naar feiten die er niet zijn.
Plotseling ziet hij tussen het zich anoniem voortbewegende winkelpubliek, voor de enorme etalages van een C&A, een kleur, een beweging. Bomberjack. Halflang donkerbruin haar. Een ogenblik aarzelt hij. Het flitsen van ogen. Ziet zij hem ook? Hij heft een arm op en begint te rennen. Steekt over tussen de lichten van de auto’s. De vrouw draait zich om. En duikt onder in de menigte. Als hij voor de C&A staat, is ze verdwenen. Hij kijkt om zich heen en vloekt. Hij gaat zijn auto ophalen. En rijdt naar zijn flat.
zaterdag 25 maart 2023
258. Naar huis
Gerhard draait zich om, en laat zijn blik enige tijd door het venster over het Weserlandschap dwalen. De rivier loopt als een zilveren lint door de weilanden. Daarachter in de verte de wazige, een beetje rossige heuvels. Na enige tijd draait hij zich om en begint het huisje te doorzoeken. De huiskamer. De open haard, die heeft gebrand, maar uit de asresten valt zonder forensisch team niets op te maken. De keuken. De koelkast, die leeg is, op een aangebroken pak oud brood na. Achter de deur in de rechterwand treft hij een slaapkamer aan, met een groot tweepersoonsbed, dat niet is opgemaakt. Een van de kussens is beslapen, het dekbed is aan één kant opgeslagen, en laat een glimp zien van een verkreukeld laken. Naast het bed, op de grond, ligt een stapel stripboekjes, die hij vluchtig doorbladert. Onder het bed ligt in het stof een bierflesje, dat is weggerold. De zolderetage lijkt niet in gebruik te zijn geweest. Er staan alleen twee onopgemaakte bedden.
Net als hij denkt, dat zijn speurtocht zonder resultaat blijft, doet hij toch nog een vondst. In een van de kastjes onder het aanrecht ligt een plasticzak van een Sparwinkel, met daarin proppen papier, die blijkbaar bij het opruimen van het huisje over het hoofd zijn gezien. Hij gaat aan de tafel zitten, vouwt ze één voor één open en strijkt ze glad. Op het papier staan, steeds in hetzelfde hoekige handschrift van Irmgard Konopka, flarden tekst, vol verbeteringen en doorhalingen.
De laatste zinnen zijn in de kantlijn driedubbel aangestreept. Hij stopt de papieren terug in de plasticzak, en deponeert die, bij zijn vertrek, in een van de vuilnisemmers aan de weg. Ofwel je bent een deel van het probleem, of je bent een deel van de oplossing. Gerhard denkt aan het Bijbelwoord dat hier gespiegeld wordt. Wie niet met mij is, is tegen mij. Hij heeft geen idee wat ze bedoelt met wat ze geschreven heeft. Hij bedenkt dat hij het nog een week zal aanzien. Daarna zal hij Bödel bellen om hem te zeggen dat hij de zaak uit handen geeft.
Net als hij denkt, dat zijn speurtocht zonder resultaat blijft, doet hij toch nog een vondst. In een van de kastjes onder het aanrecht ligt een plasticzak van een Sparwinkel, met daarin proppen papier, die blijkbaar bij het opruimen van het huisje over het hoofd zijn gezien. Hij gaat aan de tafel zitten, vouwt ze één voor één open en strijkt ze glad. Op het papier staan, steeds in hetzelfde hoekige handschrift van Irmgard Konopka, flarden tekst, vol verbeteringen en doorhalingen.
‘Maak kapot wat jou kapot maakt.’ Het parool van de anarchisten mikt op rechtstreekse mobilisering van de basis, van jongeren in gevangenissen, tehuizen, in scholen en opleidingen. Het richt zich op hen die er het beroerdst aan toe zijn, appelleert aan intuïtief begrip. Het is een oproep tot rechtstreeks verzet, en berust op het inzicht dat er in het kapitalisme niets maar dan ook helemaal niets is wat mensen onderdrukt, kwelt, kwaad doet, dat niet…
…niet zo naïef zichzelf in de illegaliteit te plaatsen, praat de klassenjustitie naar de mond, verder niemand. Voor zover bedoeld wordt dat de legale mogelijkheden van communistische agitatie en propaganda, van organisatie, van politieke en economische strijd absoluut benut moeten worden en niet lichtvaardig op het spel gezet mogen worden, is deze opvatting juist. Maar dat wordt er helemaal niet bedoeld.
Bedoeld wordt dat de grenzen…
Roodfront is de verbinding tussen legale en illegale strijd, tussen nationale en internationale strijd, tussen politieke en bewapende strijd. Stadsguerrilla betekent: ondanks de zwakte van de revolutionaire krachten in de Bondsrepubliek en in West-Berlijn hier en nu revolutionair tussen beiden komen.
Ofwel je bent een deel van het probleem, of je bent een deel van de oplossing.
Dazwischen gibt es nichts.”
De laatste zinnen zijn in de kantlijn driedubbel aangestreept. Hij stopt de papieren terug in de plasticzak, en deponeert die, bij zijn vertrek, in een van de vuilnisemmers aan de weg. Ofwel je bent een deel van het probleem, of je bent een deel van de oplossing. Gerhard denkt aan het Bijbelwoord dat hier gespiegeld wordt. Wie niet met mij is, is tegen mij. Hij heeft geen idee wat ze bedoelt met wat ze geschreven heeft. Hij bedenkt dat hij het nog een week zal aanzien. Daarna zal hij Bödel bellen om hem te zeggen dat hij de zaak uit handen geeft.
Abonneren op:
Posts (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
Vrijdag 9 oktober 1970. Berlijn. We zijn in de woning aan de Gierkeplatz van Rudolf Otto Boot-Jürgens. Professor Doktor. Emeritus. Boot-Jürg...
-
[Wat voorafging] Het Roodfront, de Staüberle-Konopka-groep, is voor het Bureau van Emmerich Gerhard een hoge, misschien wel de hoogste prior...