Pagina's
maandag 31 juli 2023
371. Gutschein
Nu de coördinator er niet is.
Dat is gelijk tegen het zere been.
‘Coördinator? Welke coördinator?’
‘Herr Gerhard…’
‘Herr Gerhard,’ roept Kaminsky boos, ‘Herr Gerhard.’
‘Wat hebt u toch tegen Herr Gerhard?’ zegt Gutschein.
Alles!
‘Dat is toch een bekwame politieman.’
‘Vindt u dat? Vindt u dat echt?’
‘Ik heb altijd…’
‘Dat is een proleet meneer!’
‘Nou ja…’
‘Wat die man allemaal op zijn geweten heeft!’
‘Ik weet niet hoor,’ zegt Gutschein, met een kwaad geweten.
In feite is dit natuurlijk uitlokking.
‘Die man, dat is de beul van de dienst,’ zegt Kaminsky.
De beul? Van de dienst? Dit overtreft Gutscheins stoutste verwachtingen. Hij is perplex.
‘Dat weet u niet he. Maar het is een feit. Die man is jarenlang de beul van de dienst geweest. Een huurmoordenaar meneer. Iemand die “speciale opdrachten” uitvoerde. Sectie Vier, als u dat wat zegt. En wat voor speciale opdrachten dat waren, dat kunt u wel raden.’
Gutschein kijkt hem verward aan.
‘Aha,’ zegt Kaminsky. ‘Dat kunt u niet raden. Nou, laat ik u dan zeggen, meneer, dat Emmerich Gerhard de man is die verantwoordelijk was voor de liquidaties. Al sinds de jaren vijftig. Al daarvoor.’ Maar uiteindelijk is dat allemaal op niets uitgelopen, gaat hij verder. ‘Een mislukkeling,’ zegt hij. ‘Die mag zijn laatste jaren hier op kantoor slijten…’
‘Ja maar nu…’
‘Ja, ja,’ zegt Kaminsky. ‘Ik weet wat u bedoelt. Maar dat is toch belachelijk. Een liquidatieactie, tegen iemand als Irmgard Konopka, die toch, wat je er ook van denkt, een vooraanstaand iemand is, een van de briljantste persoonlijkheden in de Bondsrepubliek…’
‘Tegen mevrouw Konopka?’ zegt Gutschein lam.
‘Ja,’ zegt Kaminsky. ‘Wat dacht u anders?’
‘Er wordt gezegd,’ zegt Gutschein voorzichtig, ‘dat het misschien allemaal nog veel erger is.’
Kaminsky lacht zelfingenomen.
Werkelijk?
‘Ze zeggen dat ze het op de Bondskanselier gemunt hebben.’
Kaminsky kijkt hem even aan.
En barst dan uit in een smadelijk gelach.
zondag 30 juli 2023
370. Gutschein
‘En nu?’ vraagt Gutschein.
‘Hoezo en nu?’
‘Wat gaan jullie met die kennis doen?’
‘Wat wil je dat ik ermee doe?’ zegt Hahn een beetje beteuterd.
‘Je zult de bevoegde instanties op de hoogte moeten stellen, of niet?’
‘Ha,’ zegt Weiss. ‘Fischler? Die is er niet. En Kaminsky is dronken.’
‘Meld het maar in Düsseldorf,’ zegt Drechsler sarcastisch.
‘Düsseldorf?’
‘Het steunpunt.’
‘Dat bestaat niet meer,’ zegt Hahn.
‘Je moet ermee naar de politie,’ zegt Gutschein ernstig.
‘Welke politie?’ zegt Weiss.
‘Ja godverdomme,’ zegt Gutschein.
Maar Hahn schudt het hoofd. ‘Dit is inlichtingenmateriaal,’ zegt hij.
‘Ga dan naar de Verfassungsschutz,’ zegt Drechsler.
Maar daar moet Hahn niets van hebben. Hij schudt het hoofd. ‘Het is nog niet rijp,’ zegt hij.
‘Wat bedoel je?’
‘Er zijn nog open eindjes,’ ijvert Weiss.
‘We studeren er nog op,’ zegt Hahn pedant.
Drechsler knipoogt tegen Gutschein. ‘Jij doet toch die informatiebijeenkomsten?’ zegt hij.
‘Wat voor informatiebijeenkomsten,’ zegt Weiss wantrouwend.
‘Norbert Gutschein reist tegenwoordig de politiekorpsen in het land af.’
‘En wat is daar mee?’
‘Misschien kan hij het meenemen in zijn presentaties.’
Weiss reageert boos, maar het dringt al snel tot de heren door dat Drechsler een grapje maakte. Ze praten nog wat, ze grinniken nog wat, en het eindigt ermee dat ze samen de trap oplopen, naar de keuken, om koffie te drinken. Vreemd is dat, het lijkt wel of Hahns verhaal de verhoudingen op het kantoor aan de Liebknechtstrasse goed heeft gedaan.
zaterdag 29 juli 2023
369. Gutschein
‘Ik heb het rond,’ kraait de Hahn. ‘Ik heb het rond.
Wat is er aan de hand?
‘Ik heb het toch gezegd. Het maakt allemaal deel uit van iets groters.’
‘Nou, nou,’ zegt Drechsler kalmerend.
‘Man, je wilt het niet weten!’ roept Weiss.
Maar Hahn laat hem niet aan het woord komen. Dit wil hij zelf vertellen. ‘Die infiltratie,’ schreeuwt hij, ‘dat was gewoon onderdeel van een veel grotere operatie. Wil je het weten? Of niet? Zogenaamd he, zogenaamd hadden we een infiltrant. Maar in werkelijkheid was de hele zaak in scène gezet. Die infiltrant, dat was geen infiltrant, het was gewoon een contactpersoon.’
Hij kijkt Gutschein en Drechsler triomfantelijk aan.
Iemand die onder het mom van infiltratie wapens levert aan die Roodfrontlui, en andere benodigdheden. Maar het is een dekmantel. In werkelijkheid is het helemaal niet het Roodfront dat de aanslag moet uitvoeren. ‘Het was een Sectie Vier, weet je dat. Een Sectie Vier. Een liquidatiejob.’
Hij raaskalt nog een tijd door, maar de boodschap is wel duidelijk. Hahn en Weiss zijn tot de ontdekking gekomen dat Emmerich Gerhard is belast met het uitvoeren van de opdracht om iemand te liquideren.
‘Maar wie?’ zegt Drechsler, ongeduldig. Wie moet er geliquideerd worden.
Snapte hij dat niet? Dan was hij nog stommer dan Hahn dacht. ‘Wie? Brandt natuurlijk. Brandt. De bondskanselier. ‘
Poeh.
Dat is niet gering.
Drechsler en Gutschein kijken elkaar aan, en Drechsler knipoogt.
‘En we weten ook wanneer het moet gebeuren,’ zegt Weiss.
‘Dat denken we tenminste,’ zegt Hahn.
‘Maandag,’ zegt Weiss. ‘Of dinsdag. Uiterlijk woensdag.’
‘Weet je niet,’ zegt Hahn. ‘Dinsdag begint het grote SPD-congres. Brandt wil profiteren van het krediet dat is opgebouwd met zijn Oostpolitiek. Hij logeert natuurlijk in Berlijn. Dat zijn we nagegaan. In het Slot Bellevue...’
‘Berlijn. En daar zitten zij ook,’ zegt Weiss veelbetekenend.
‘Zij?’
‘De Staüberle-Konopka-bende.’
‘Zo, zo,’ zegt Drechsler ironisch.
vrijdag 28 juli 2023
368. Gutschein
Te beschermen nota bene!
Ze waren dagen lang niet on speaking terms.
Precies in die dagen was, heel verrassend, Gutscheins lang gekoesterde voornemen werkelijkheid geworden om informatiebijeenkomsten te gaan organiseren voor politiekorpsen in de bondslanden. Misschien had de ruzie met Saskia als katalysator gewerkt, maar misschien was het gewoon omdat de tijd rijp was. Gutschein had op zijn aanbod om over de terreurdreiging te spreken sinds begin november meer dan twintig positieve reacties ontvangen, uit allerlei regio's. Begin december begon hij telefonische contacten te leggen, en voor hij het wist was hij op reis naar Bremen, Oldenburg, Göttingen, Mannheim en zelfs Augsburg om zijn verhaal te gaan doen. En niet zonder succes. Wat hij te vertellen heeft vindt weerklank. Het gaat erin, zo te zeggen, als gods woord in een ouderling. Er komen tientallen vragen los, suggesties, zelfs tips, die allemaal geregistreerd en verwerkt moeten worden. Hij is er tussen zijn reizen razend druk mee.
donderdag 27 juli 2023
367. Krebs
‘Rond!’ schreeuwt Hahn als hij de volgende ochtend zijn werkkamer binnenkomt.
Weiss kijkt op van het dossier waarin hij zit te lezen.
‘Rond?’
‘Sst,’ zegt Hahn, met een gebaar naar Kaminsky, die in zijn eigen kamer ook opkijkt. Hij wenkt en Weiss schuift zijn stoel achteruit en volgt hem naar de keuken. Daar vertelt Hahn, zonder overigens zijn contactpersoon te noemen, wat hij te weten is gekomen.
‘Ik heb het rond,’ zegt hij. ‘Het is precies zoals ik dacht. Een clandestiene operatie. Onze vriend Emmerich Gerhard, de mislukkeling, de moordenaar, gaat een aanslag uitvoeren. En op wie? Weet je op wie?’
Weiss kijkt hem vragend aan.
‘Op Willy.’
‘Willy?’
‘Willy Brandt.’
Ademloos vertelt hij het hele verhaal zoals dat zich in zijn brein heeft gevormd.
‘Mijn god!’ zegt Weiss ademloos. ‘En wat nu?’
‘Dit is nieuws, he,’ zegt Hahn tevreden. ‘Dit moet gedeeld worden. Wie zijn er allemaal op kantoor?’
woensdag 26 juli 2023
366. Krebs
Maar Hahn onderbreekt hem. ‘Dat is wat jij weet?’ zegt hij.
Krebs zwijgt, en kijkt hem peinzend aan.
‘Hm...’ zegt hij.
‘Ja?’
‘Metzger he? Die sportscholen... Dat is natuurlijk wel een factor waar je rekening mee moet houden.
‘Ja?’
‘Een onderzoek, zei je? Wat voor onderzoek?’
‘Wij onderzoeken een infiltratie in die anarchistische organisatie, het Roodfront.’
‘Nee, nee,’ zegt Krebs beslist.
‘Irmgard Konopka, dat soort mensen.’
‘Nee, o nee.’
‘Een aanslag?’
‘Een aanslag?’ zegt Krebs, plotseling met meer interesse. ‘Zei je een aanslag?’ Hij buigt zich over zijn theekop en knikt herhaaldelijk. ‘Het zal toch niet waar zijn,’ knort hij.
‘Wat zal toch niet waar zijn.’
‘Een aanslag op Brandt?’ vraagt Krebs scherp.
‘Een aanslag op Brandt!?’ zegt Hahn perplex.
‘Dat is wat de ronde doet, he. En inderdaad, die Roodfrontvrienden van jou, dat zou daarbij een rol kunnen spelen. Een aanslag op de Bondskanselier, die in de schoenen wordt geschoven van Staüberle en Konopka. Ja, daarover doen geruchten de ronde. Niet heel concreet. Maar… Ja, uitgesloten is dat niet. Dat lijkt me zelfs heel goed denkbaar. Maar of dat realistisch is? Het zou natuurlijk wel een zegen zijn, he. Laten we wel wezen. Deze weerhaan. Deze revisionistische brekebeen…’
Hij zwijgt en kijkt Hahn scherp aan. ‘Niet door mijn jongens, dat kan ik je verzekeren. Die hebben heel andere interesses. Maar Metzger. Ja. En wie zei je ook weer, Kasinke? Ja, die zeker. Die zie ik daar zeker voor aan. Dat hoort bij de oude krijgers. Dat zit al jaren te popelen…’
‘En Gerhard?’
‘Wie?’
‘Emmerich Gerhard?’
‘Ken ik niet,’ zegt Krebs hoofdschuddend. ‘Maar interessant. Zeker interessant...’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Is dat het?’ zei hij ‘Is dat waar jullie naar op zoek zijn?’
dinsdag 25 juli 2023
365. Krebs
Hahn gebaart naar de ober dat hij een pils wil.
‘Wat doe jij tegenwoordig?’
‘Federale Recherche,’ zegt Hahn.
Krebs knikt minzaam.
‘En jij?’
‘Ik? Ik doe niet zo bar veel,’ zegt Krebs. ‘Ik observeer hoofdzakelijk.’
‘Hm...’
Ik observeer het reilen en zeilen in dit oord des verderfs.
Hahn grinnikt waarderend.
‘We blijven ons verbazen...’
‘Over de slechtheid van de mens,’ vult Hahn aan.
‘Vind jij niet dan?’
‘Afgrondelijk,’ zegt Hahn.
Ze praten daar even over door. De woekering van het kapitalisme. De immigratieproblematiek. De Volksgemeenschap. Tot Krebs daar genoeg van heeft.
‘Je wilde me spreken,’ zegt hij.
‘Zeker,’ zegt Hahn opgelucht.
‘Brand maar los.’
‘Het is een beetje een teer onderwerp,’ zegt Hahn.
‘Des te beter.’
‘NPD.’
‘En jij denkt dat ik daar iets van afweet?’
‘We zijn met een onderzoek bezig. Mag ik namen noemen?’
Krebs knikt plechtstatig, maar er is nu een glimp van belangstelling ontbrand in zijn diepliggende ogen.
‘Kasinke? Metzger?’
Er komt een uitdrukking van walging op Krebs gezicht.
‘Maar dat is vieux jeu, mon ami. Dat is zo vieux jeu!’
‘Weet je het zeker?’
‘Ja natuurlijk. Ja natuurlijk. Dat zijn ungebildete Leute Dat zijn… schandaalnazi’s.’
‘Zijn dat nazi’s?’
‘Nee, nee, zo bedoel ik dat niet. Dat zijn nationalisten, zeker. Ik zou zelfs durven zeggen volksnationalisten. Goede Duitsers, dat kun je ze te na geven. Mannen die in hun tijd hun steentje hebben bijgedragen. Maar nu…’
‘Fill me in,’ zegt Hahn.
‘Pardon?’
‘Wat weet je van ze?’
‘Wat weet ik van ze?’ zegt Krebs peizend. ‘Zoals ik zei, vieux jeu. Verongelijkt. Verburgerlijkt. Verprutst. Er is een nieuwe generatie naar voren getreden, weet je. Jongelui, militant, die niet bereid zijn zich bij de huidige toestand neer te leggen. Jongelui die actiegericht zijn. Kameradschaften, zegt je dat wat? Dat is het parool. Voor de toekomst…’
‘Ja, ja,’ zegt Hahn.
maandag 24 juli 2023
364. Krebs
[Wat voorafging]
Inmiddels is het woensdagmiddag, en Hahn heeft een afspraak met een oude vriend. Maximilian Krebs is net als Hahn zelf politicoloog. Maar een van een afwijkend type. Krebs heeft zich in zijn studietijd, net als alle politicologen in die dagen, bezig gehouden met de Kritik der politischen Ökonomie, maar waar anderen hun kennis doorgaans uit de tweede hand hadden, heeft Krebs zich maandenlang koppig beziggehouden met Marx’ oorspronkelijke tekst. Waarmee hij zich het onbetwiste recht verwierf zelfs bij de onnozele halzen die op de faculteit de dienst uitmaken, alles wat naar Marxisme zweemt voortaan minachtend terzijde te schuiven. Krebs is met lof afgestudeerd.Maar hij heeft zijn papieren nooit te gelde gemaakt. Na zijn doctoraal heeft de man voor zover Hahn weet nooit een echte baan gehad. Hij is journalist, wordt gezegd, maar Hahn heeft nog nooit een artikel van zijn hand onder ogen gehad. In ieder geval heeft hij altijd geld genoeg. Er zijn er die zeggen dat hij wordt betaald door de DDR, om onrust te creëren in de Bondsrepubliek. Maar dat lijkt Hahn sterk. Want veel onrust creëert Krebs niet. Hij is eerder een soort studeerkamerrevolutionair. Wel van de rechtse stempel. Hij ziet er, als Hahn hem ontmoet, altijd tiptop uit, zelfs een beetje overdreven. Bijna een karikatuur van een conservatief, in zijn donkerblauwe pak met pochet, over een gilet, zijn broek met altijd een haarscherpe vouw, en met pruillippen die een zweem van minachting uitdrukken. Zwaarwichtig, net zoals ook zijn postuur steeds zwaarwichtiger wordt. En zijn manier van zich uitdrukken. Een vrij walgelijke vent, al met al, maar een contact dat bij aangelegenheden als deze zijn waarde heeft.
De ontmoeting met Krebs vindt plaats in een lunchroom, op de markt in Bonn. Hahn is wat laat, dus gehaast als hij het etablissement betreedt. Krebs zit aan een tafeltje met achter zich een spiegelwand, die zijn rug dupliceert, met daar weer achter een replica van het interieur. Hahn treedt met uitgestoken hand op hem toe. Krebs reikt hem lui de pink aan van zijn linkerhand, terwijl hij met zijn rechterhand een wuivend gebaar maakt dat Hahn opvat als een uitnodiging om tegenover hem plaats te nemen. De man is weer dikker geworden, merkt hij op. Hij ziet eruit of hij al een eind in de veertig is.
‘Wat drink je?’
‘IJsthee,’ zegt Krebs op geaffecteerde toon.
Jezus!
zondag 23 juli 2023
363. Krebs
Het teleurstellende bezoek aan Dreyfuss heeft Alois Hahn al snel, al na het weekend, uit zijn geheugen gewist. Deze missie heeft niet plaatsgevonden. Dreyfuss is niet belangrijk. Hij is gewoon een oninteressante man. En er zijn andere zaken die Hahns aandacht opeisen. Want zijn radertjes hebben niet stilgestaan. De link met de neonazi’s, dat verdient echt nadere uitwerking.
Als Weiss maandag komt klagen dat Gerhard nu volledig van de radar verdwenen lijkt, knikt hij. ‘Verdwenen he?’ zegt hij.
‘Al een week,’ zegt Weiss. ‘Sinds dat steunpunt is gesloten, heeft niemand hem gezien. Ik ben wel vijf keer bij zijn flat wezen kijken. Zijn auto staat op de parkeerplaats. Maar van de man zelf geen spoor.’
‘Ja,’ zegt Hahn, ‘dat was te verwachten.’
‘Zelfs de buren weten van niets.’
‘De operatie is in een nieuw stadium,’ zegt Hahn.
‘Een nieuw stadium?’ zegt Weiss geschrokken.
‘We vergeten Gerhard voorlopig. We concentreren ons op de nazi’s,’ zegt Hahn.
‘Aha,’ zegt Weiss. ‘Zeg maar wat ik doen moet.’
‘Jij even niets,’ zegt Hahn zelfverzekerd. ‘Deze is voor mij.’
Hij heeft namelijk een plan. Hij ziet het haarscherp voor zich.
En hij voert het uit.
zaterdag 22 juli 2023
362. Gerhard
‘Ach, onze muziekliefhebber,’ zegt ze.
In eerste instantie herkent hij haar niet.
‘Gisela Schulmeyer,’ zegt ze. ‘Wij wonen in het appartement naast u.’
‘Gerhard,’ hoort hij zichzelf zeggen.
‘Niet dat we last van u hebben hoor,’ zegt Frau Schulmeyer verontschuldigend. ‘Maar we hebben natuurlijk wel gemerkt dat u van muziek houdt.’ Ze kijkt hem afwachtend aan, maar hij reageert niet. ‘En we dachten, mijn man dacht, dat u misschien geïnteresseerd zou zijn…’ Ze rommelt nerveus in haar handtas. ‘Mijn zoon is beroepsmusicus, weet u. Hij is de klavecinist van het omroeporkest van de WDR. Maar zijn hart ligt bij het orgel, natuurlijk.’
‘Ja, ja,’ zegt Gerhard ongeduldig.
‘Aanstaande week geeft hij een concert,’ gaat mevrouw Schulmeyer verder. ‘Het zou geweldig zijn als u daarbij aanwezig wilt zijn…’
Ze aarzelt.
‘Herr Gerhard,’ zegt ze. ‘Wat is er?’
‘Niets,’ zei Gerhard. ‘Vrijheid en democratie.’
Geschrokken deinst ze terug.
‘Vrijheid en democratie, mevrouw!’ gaat Gerhard verder. ‘Daar draait het allemaal om. Dat is de essentie van de liberale rechtsstaat. En om van vrijheid en democratie te kunnen genieten, moeten we het terrorisme bestrijden.’
‘Hoe bedoelt u?’
‘Het probleem is alleen dat het terrorisme niet bestaat.’
De vrouw kijkt hem ongerust aan. ‘Nee, nee,’ zegt ze. ‘Dat is zo natuurlijk…’
Ze knikt en draait zich om en loopt haastig verder.
Eenmaal in zijn flat, denkt Gerhard plotseling aan Metzger. Hij voelt in het borstzakje van zijn colbert. Het visitekaartje zit nog op zijn plaats. Hij trekt de telefoon naar zich toe en draait het nummer dat er op staat.
‘Metzger?’
‘Gerhard,’ zegt hij.
‘Met wie?’
Hij wacht.
‘Chef?’ zegt de stem van Metzger. ‘Chef? Ben jij het?’
vrijdag 21 juli 2023
361. Gerhard
Al gauw begint de tijd Gerhard lang te vallen. Hij kijkt een tijdje uit het raam, naar het park waar zich niets roert, waar zelfs in de bomen geen vogel beweegt. Hij ijsbeert heen en weer. Hij bladert in de hotelbijbel die bij de inventaris van zijn kamer hoort. Rond tien uur legt hij de bijbel weg, en hervat zijn geijsbeer. Het is nog steeds doodstil. Gerhard loopt naar de deur en luistert aan de panelen. Niets. Hij legt zijn hand op de deurklink. Die beweegt. De deur gaat open. Het is niet te geloven. Gerhard trekt de deur behoedzaam verder open. De gang is leeg. Rustig, de handen in de zakken, wandelt hij naar de trap. Naar beneden. Door de vestibule. De voordeur staat op een kier. Gerhard duwt, en de deur gaat krakend open. Hij loopt het bordes op. De trap af. Over de oprijlaan.
Aan de straat is een bushalte, waar binnen tien minuten een bus verschijnt met als bestemming Koblenz. Daar neemt hij de trein naar Keulen, en een bus naar Raderthal.
donderdag 20 juli 2023
360. Gerhard
‘Maar met welk doel?’
Hij vraagt het ronduit, en zijn ondervragers kijken elkaar peinzend aan.
En hakken de knoop door.
‘Onze Amerikaanse collega’s,’ zegt de hoofdondervrager, ‘zijn van mening dat uw operatie er in feite op was gericht om een van de kopstukken van het Roodfront uit te schakelen.’ Hij pauzeert even, en kijkt Gerhard diep in de ogen. ‘Irmgard Konopka.’
Gerhard fronst zijn wenkbrauwen.
‘Zelf denken wij daar anders over,’ vervolgt de man.
‘Kent u,’ zegt zijn collega, in zijn papieren rommelend, ‘kent u ene Kasinke? Horst Kasinke?’
Kent hij Schulze?
Kent hij Backofen? Kessler?
Kent hij Metzger? Stanislaus Metzger.
‘Of Stan, of Stanley, Stanko, Stasiek, Stach.’
Ze zagen hem daar meer dan een uur over door. Zonder bar veel te weten. Dat Kasinke hem heeft gevolgd, is hun niet bekend. Evenmin als dat Metzger hem eind november, na zijn terugkeer uit Berlijn, bij zijn flat heeft opgewacht. Sectie Vier, ja. Allemaal namen die ooit betrokken zijn geweest bij operaties van Sectie Vier. Maar Sectie Vier bestaat niet meer, benadrukt hij. Dat is verleden tijd. Rechtsradicalen? Dat is mogelijk. Maar dat is zijn zaak niet.
En hijzelf?
‘Ik ben lid van de SPD,’ zegt Gerhard onwillig.
‘Van de SPD?’
‘Slapend lid.’
En hij heeft geen rechtsradicale sympathieën?
Het wordt steeds duidelijker waar ze naar toe willen. Zo absurd als het is, het begint tot Gerhard door te dringen dat deze mannen van de Binnenlandse Veiligheidsdienst in alle ernst denken, dat hij bezig is, met Schneider en met de neonazi’s, een aanslag voor te bereiden op de Bondskanselier. Een aanslag die in de schoenen moet worden geschoven van de Staüberle-Konopka-beweging.
Terwijl de mannen tegenover hem vragen op hem blijven afvuren, wordt Gerhard bozer en bozer, maar hij verbergt zijn woede, terwijl hij de vragen, die steeds absurder worden, naar beste weten beantwoordt.
Het enige wat hij voor hen verborgen houdt is de link met Irmgard Konopka.
Maar die is niet aan de orde.
Dat is een privéaangelegenheid.
woensdag 19 juli 2023
359. Gerhard
‘Ja, naïef.’
Hij hoopte zijn operatie misschien alsnog te kunnen uitvoeren, als hij er in slaagde opnieuw contact met Schneider te leggen. Of in ieder geval de feiten vast te stellen. Zodat hij een eindrapport kon opstellen. En zijn opdracht teruggeven.
Op vrijdag 4 december, zegt Gerhard, is hij er in geslaagd Lopez te volgen naar de parkeerplaats die de heren noemden. Daar had de Uruguayaan een ontmoeting met Mehmet Schneider. Er is geld overgedragen, er zijn nieuwe drugs in ontvangst genomen. Hij is tussenbeiden gekomen. Er is gevochten. En er is een ongeluk gebeurd.
‘Niet zo fraai he?’
Schneider was zijn prioriteit.
‘Maar die is u opnieuw ontkomen,’ zegt de hoofdondervrager.
‘Wist u dat Lopez dood was?’ zegt zijn collega.
‘Nee.’
‘Wist u dat Lopez een agent was van de Amerikaanse geheime dienst?’
Gerhards mond valt open.
‘U was niet de enige die belangstelling had voor de persoon van Moritz Schneider.’
dinsdag 18 juli 2023
358. Gerhard
Dit keer gaat het er heel anders aan toe dan de dag tevoren. Aan het begin van de ondervraging brengt Gerhard het telefoontje van de journalist van Die Zeit ter sprake. Maandag jongstleden.
‘Ja?’
‘Dat ging over de operatie die ik uitvoerde,’ zegt hij. ‘Die jongeman was er tot in detail van op de hoogte.’
‘Hmhm.’
‘Ik begreep daaruit dat er gelekt was,’ zegt hij. ‘De zaak lag op straat.’
Hij weidt uit over de politieke implicaties. Ze laten hem rustig uitpraten, maar tonen niet de geringste belangstelling. ‘Ja, ja,’ zegt de oudste van zijn ondervragers. ‘ Sinds de oorlog is er veel veranderd, Herr Gerhard. Vrijheid en democratie. Transparantie. Dat is waar het nu om draait. Dat is wat hier nu moet wortelschieten.’
Gerhard zwijgt. Zijn ondervragers zwijgen.
Tot de jongste het woord neemt. Kent Herr Gerhard, zegt hij, terwijl hij in zijn papieren neust, kent hij Manuel Lopez?
Gerhard knikt, toch enigszins verbaasd.
Die kent hij?
‘Lopez was een van de lijfwachten van Mehmet Schneider,’ zegt Gerhard.
‘Dat is correct.’
‘Lopez is dood,’ zegt zijn collega.
‘Dat spijt me zeer,’ zegt Gerhard.
‘Zijn lichaam is aangetroffen…’
Gerhard luistert onbewogen.
‘Daar is u niets over bekend?’
Hij zwijgt.
‘Op maandagmorgen 1 december, nadat u een heel onbevredigend interview hebt gehad met mevrouw Gudrun Treppke van onze dienst, hebt u een bezoek gebracht aan Herr Kommissar Dehmel van de Recherche in Oberhausen. U hebt daar de rapporten opgevraagd van de surveillance die vanaf 3 november door de Recherche in Oberhausen op Moritz Schneider is uitgevoerd…’
Hij knikt.
‘Waarom?’
‘Losse eindjes,’ zegt hij.
‘Losse eindjes, wat voor losse eindjes,’ zei de hoofdondervrager.
‘Uw operatie was op dat moment beëindigd,’ zegt zijn collega.
‘Is dat zo?’
‘Uw operatie was mislukt. Dat hebt u zelf toegegeven, in uw gesprek met mevrouw Treppke.’
‘Dat is juist.’
‘Dus wat voor losse eindjes?’
Hij haalt onwillig zijn schouders op.
‘U wilt ons dat niet vertellen?’
‘Jawel,’ zegt hij. ‘Als u dat wilt weten, vertel ik u dat.’
maandag 17 juli 2023
357. Gerhard
‘U bent gewond?’
‘Wanneer is dat gebeurd? Bij uw aanhouding?’
‘Mijn vrouw is dood,’ zegt Gerhard.
Dat leidt tot enige verwarring. Een van zijn ondervragers verlaat het vertrek, en komt al na enkele minuten terug. Hij fluistert iets tegen zijn collega en de derde man.
‘Dat is verschrikkelijk,’ zegt de collega, ‘gecondoleerd.’
Verder maken ze er geen woorden aan vuil. Ze concentreren zich op de dagen na dinsdag.
‘Goed, op woensdag was u in uw hotel. Maar donderdag?’
Hij schudt het hoofd. ‘Niets,’ zei hij.
‘Op donderdag was u ook in uw hotel?’
Hij zwijgt.
‘U was niet in uw flat,’ zegt een van de twee. ‘We hadden daar permanente bewaking, en u bent er niet gesignaleerd. En op vrijdag ook niet. Tot u bent aangehouden,’ hij kijkt in zijn papieren, ‘om half drie,’ zei hij.
Gerhard grijnst pijnlijk.
‘Daarvoor was ik er ook,’ zegt hij.
‘Dat is onmogelijk.’
‘Want er was permanente bewaking,’ zegt Gerhard sarcastisch.
‘U wilt toch niet zeggen dat er géén bewaking was!’ snauwt de man.
‘Ik heb drie dagen in het bos gelopen, zegt Gerhard. ‘In dit trainingspak.’ Hij trekt aan de klamme stof van zijn broek.
Zijn ondervragers kijken elkaar aan, en ontwijken de blik van de zwijgende Amerikaan. De ondervraging wordt afgebroken. Een van de jongemannen die hem hebben aangehouden betreedt het vertrek en brengt Gerhard naar boven, naar de eerste verdieping, terwijl zijn ondervragers hun huiswerk gaan doen.
Het vertrek waar hij wordt ingesloten lijkt op een hotelkamer. Een vloerbedekking van oranje nylon, en een gestuukt plafond dat hint op een eerder, waardiger bestaan. De ramen kijken uit op het park om het huis. Met traliewerk. Geen tv, geen radio. Maar verder van alle gemakken voorzien. Er ligt zelfs een bijbel, dundruk, in een kaft van slap lichtbruin plastic, met alleen de tekst van het Nieuwe Testament. Aan een haakje in de kledingkast vindt hij zijn eigen pak, precies zoals hij het heeft achtergelaten voordat hij zijn trainingsronde ging maken. Hij is niet eens verbaasd. Het Bundesamt für Verfassungsschutz staat voor niets. Hij verwisselt opgelucht zijn trainingspak voor normale kleding.
zondag 16 juli 2023
356. Gerhard
Als Gerhard om half drie thuiskomt, met een gezwollen lip, schaafwonden en pijnlijke ribben, wachten ze hem op. Twee jongemannen, die een legitimatie laten zien van het Bundesamt für Verfassungsschutz.
‘Binnenlandse Veiligheidsdienst.’
Ze sluiten hem in en zeggen hem zich niet te verzetten maar gewoon mee te lopen. Ze brengen hem naar een zwarte Mercedes die om de hoek staat geparkeerd. Hij wordt op de achterbank geschoven, waar al een derde jongeman op hem zit te wachten, met een hand in de zak van zijn regenjas. Ze zijn kennelijk op het ergste voorbereid.
Ze rijden anderhalf uur. Eerst via de ringweg en de 61, richting Koblenz. Bij Waldorf slaan ze de Spessart in, via kleinere wegen. Al gauw is hij zijn oriëntatie kwijt. Om twintig over vier rijden ze de oprit in van een landhuis, dat half verscholen ligt tussen bosschages. Een van zijn begeleiders, de jongen naast de chauffeur, stapt uit en loopt de trap op naar de voordeur. Hij belt aan en wacht.
‘Waar zijn we?’ zegt Gerhard. ‘Ik ken dit niet.’
‘Het is van de Amerikanen,’ zegt de jongen die naast hem op de achterbank zit. ‘CIA.’
‘CIA?’
De jongen kijkt hem even schattend aan. ‘Ik zal mijn boekje wel te buiten gaan,’ zegt hij, ‘maar dit is een joint operation, zoals ze dat noemen.’
‘Een wat?’
‘Verfassungsschutz met CIA,’ zegt de chauffeur.
De voordeur is open gegaan. Er wordt kort gepraat met iemand binnen, die onzichtbaar blijft. Dan draait de jongen bij de voordeur zich om en maakt het gebaar dat ze kunnen komen.
zaterdag 15 juli 2023
355. Gerhard
Na vijftienhonderd meter, met rechts het lorkenbosje dat nog een schim van zijn felgele naalden heeft bewaard, staat een andere hardloper links in de berm. Een grote vent, net als hijzelf gekleed in een trainingspak. Als Gerhard hem passeert, staat hij met de rug naar hem toe, verdiept in het een of ander. Even verder, ook aan zijn linkerkant, ziet hij een liefdespaar, dat innig verstrengeld dieper het bos in loopt. In een flits realiseert Gerhard zich wat de hardloper staat te doen. Door een plotselinge walging bevangen, draait hij zich om. Hij loopt terug en schopt woedend naar de knieën van de man. Een van de karatetrappen die al jaren tot zijn basisrepertoire horen, een trap zoals die hij nog onlangs heeft uitgedeeld aan Kasinke, bedoeld om echt pijn te doen. Maar ditmaal niet. De man heeft hem zien aankomen en ontwijkt zijn voet met een nauwelijks merkbare buiging van zijn knieën terwijl hij zich in een vloeiende beweging omdraait, met een uitgestoken elleboog. Hij is veel te snel. Gerhard ziet nog een flits van zijn gezicht, een jongeman van een jaar of vierentwintig, met een grote vierkante kin. Dan komt de elleboog hard en oorverdovend in zijn gezicht terecht. Hij struikelt en valt ruggelings in de bladeren, terwijl de man woedend nog een paar keer op hem inschopt. Zijn hoofd, zijn nieren, zijn hulpeloos spartelende benen.
‘Achterlijke idioot.’
vrijdag 14 juli 2023
354. Gerhard
Ze rijdt weg.
Gerhard vist de sleutel van de flat uit zijn broekzak, en gaat naar binnen. De brievenbus in de hal is leeg. Als hij de betonnen trap oploopt naar de eerste verdieping, zijn de echo’s harder dan normaal, maar dat kan zijn omdat er een halfverborgen, zeurende hoofdpijn achter zijn voorhoofd knaagt. Hij treft de flat aan in de staat waarin hij hem op 7 december heeft achtergelaten. De resten van de lunch staan nog op tafel, met eromheen de kranten die hij heeft doorgewerkt om erachter te komen of er iets bekend is gemaakt over het ongeluk van Lopez. Hij veegt ze bij elkaar en stopt ze in de vuilnisbak. De afwas zet hij in de gootsteen en hij neemt een aspirientje.
Daarna pakt hij de telefoon. Hij moet Winckelmann bellen. Uitleggen waarom hij dinsdag niet is komen opdagen. Wat de reden is waarom hij hem wilde spreken.
‘Gerhard,’ zegt hij als de man uit Düsseldorf de telefoon oppakt.
‘O godverdomme,’ zegt Winckelmann. ‘Emmerich! Wat verschrikkelijk’
‘Wat is er?’ zegt hij.
‘Heb je het nog niet gehoord?’
Gerhard zwijgt.
‘Je vrouw,’ zegt Winckelmann. ‘Magda.’
‘Magda?’
‘Een ongeluk.’
‘Ik snap het niet?’
‘Ik heb vanmorgen al geprobeerd je te bellen.’
‘Wat bedoel je, een ongeluk?’
‘Een treinongeluk,’ zegt Winckelmann. ‘In het Broicherwald.’
‘Waar?’
‘Het Broicherwald.’
‘Sorry, ik versta het niet.’
‘Er is daar een spoorlijn,’ zegt Winckelmann. ‘Enkelspoor. Alleen nog in gebruik voor vrachtvervoer. Je vrouw heeft naar het schijnt een ochtendwandeling gemaakt. In het Broicherwald. Op een bosweg, die die spoorlijn kruist. Een onbewaakte overweg…’
‘Wanneer?’ zegt Gerhard.
‘O Emmerich, godverdomme, een kans van één op honderdduizend. Er rijden daar nauwelijks treinen. Een paar keer per dag. En net toen zij overstak. Iets na tienen. De machinist kon natuurlijk niet stoppen.’
Gerhard zwijgt.
‘Ze moet in gedachten zijn geweest. Niet hebben opgelet. Er was ook iets aan de hand. Ik moet dat nog nagaan, maar het schijnt dat er een villa in brand heeft gestaan in Mülheim. Is het mogelijk dat dat haar huis is geweest?’
‘Ja,’ zegt Gerhard boos. ‘Ja, het is niet onmogelijk dat dat haar huis was.’
Hij legt de hoorn op de haak.
donderdag 13 juli 2023
353. Gerhard
Het draait er natuurlijk toch op uit dat hij met haar naar bed gaat. Het komt door het praten, denkt Gerhard verbitterd. Praten en praten. En praten. En niets zeggen. Een heleboel gejank van haar kant, en hij hield het zelf om een of andere reden ook niet droog. Het eind van het liedje is dat ze naar een motel rijden, waar ze een kamer huren. En zich helemaal suf neuken.
Eigen schuld, dikke bult.
Maar iets oplossen doet het niet. De volgende ochtend, bij het ontbijt dat ze op hun kamer laten serveren, zijn ze nog net zozeer vreemden voor elkaar als altijd. Zij de linkse journaliste die op oorlogspad is gegaan. En hijzelf haar hond. Gerhard gunt Konopka nauwelijks de tijd om van het ontbijt te eten wat ze wil, zozeer windt ze hem op, zoals ze naast hem in de kussens zit, achter de sluier van haar geverfde haren, waarvan de uitgroei al duidelijk zichtbaar is.
Haar geur!
Hij pakt het dienblad met eten en zet dat, met rinkelende koffiekopjes en al, ruw op de grond. Maar als ze klaar zijn, zij met haar gezicht in de lakens, hij op zijn rug liggend, met zijn ogen op het plafond gericht, is het weer net zoals ervoor.
‘Zo zie je maar weer,’ zegt hij.
‘Wat?’
‘Mannen hebben alleen interesse in seks.’
‘Denk je echt?’
Hij kijkt naar haar zonder zijn hoofd te bewegen. ‘Niet in politiek in ieder geval,’ zegt hij grimmig.
‘Daar vergis je je in.’
‘Niet in politiek,’ herhaalt Gerhard.
‘Alles is politiek,’ zegt ze.
‘Seks ook?’
Ze zwijgt.
‘En wat is dan de politieke betekenis?’
‘Waarvan?’
‘Van dit?’
“We zijn kwetsbare dieren,’ zegt ze.
‘We zijn achterlijke idioten,’ zegt hij kwaad.
‘Dat ook, ja.’
‘Vol waanideeën.’
Ze zwijgt weer.
‘En nu? Je brengt me terug?’ zegt hij.
‘Naar Keulen,’ zegt ze.
Ze draait zich om en staat op.
Ze wast zich.
Ze begint haar spullen in te pakken.
‘En dan?’ zegt hij.
Ze luistert niet.
‘Jij stort je in het terrorisme,’ zegt hij sarcastisch. ‘Jullie voeren aanslagen uit. Met je blote handen. Tot de maatschappelijke onrust zo groot wordt dat de gezagsstructuren verkruimelen, in elkaar storten. En er gloort een nieuwe dageraad.’
‘En jij pleegt een aanslag op Brandt,’ zegt ze verstrooid.
‘Denk je?’
Ze lacht.
‘Nee, dat zie ik niet voor me,’ zegt ze.
dinsdag 11 juli 2023
352. Magda
Magda’s blik valt op het blad van de toilettafel. Leeg, op een klein donker flesje na, dat ze herkent als Sophies luminalflesje. Ze is er op de een of andere manier in geslaagd de tabletten mee te nemen. Gedachteloos pakt ze het flesje op, en kijkt er naar.
En ziet onmiddellijk wat er gebeurd is.
Het flesje was gisteravond, toen ze samen een tabletje hebben genomen, bijna vol. Nu is het halfleeg.
Magda staat zo ruw op dat de stoel waar ze zat omvalt. Sophie beweegt niet. Ze ligt in bed met het gezicht naar haar toe, een vage glimlach om haar bleke lippen. Magda onderdrukt een gil. Ze pakt Sophies arm, die willoos neervalt.
‘Sophie, Sophie!’,
Ze geeft haar klapjes op de wangen.
Buigt zich over haar heen.
Luistert naar een ademhaling die er niet is.
Prutst aan een ooglid tot dat openklapt en een weggedraaide oogbal laat zien…
De receptionist die Magda en Sophie die nacht heeft ontvangen, heeft zijn dienst er op zitten. Hij is vervangen door een jongeman van Turkse afkomst, die om tien voor negen zijn eerste kop koffie zit te drinken, als er een blanke vrouw van een jaar of veertig van de trap afkomt, waarschijnlijk een van de twee dames die vannacht in het hotel onderdak hebben gevonden na een brand. Ze ziet er normaal uit. Sportieve kleren, een broek en een truitje, onder een openhangende winterjas. Een sjaal om. Hij denkt later dat ze sportschoenen droeg, gympen of zo.
Ze groet hem verstrooid als ze langs zijn balie loopt.
Hij groet terug en kijkt naar haar heel fatsoenlijke achterwerk als ze door de draaideur het hotel verlaat.
351. Magda
Een reuzenkamer, met een groot tweepersoonsledikant, een zithoek, een bureau en een kleine toilettafel met een spiegel. Er is een badkamer annex toilet. De gordijnen zijn dicht. De verwarming is waarschijnlijk pas aangezet, het is nog stervenskoud.
Ze gaan op het bed zitten en kijken toe hoe de politieagenten spulletjes binnenbrengen. Hun handtassen. Een paar fotoboeken, die blijkbaar ook uit de brand zijn gered. En een grote stapel kleren en jassen.
Vervolgens loopt ze terug naar de kamer, en ruimt de kleren die daar op een stapel zijn gelegd min of meer op. De fotoboeken en de handtassen legt ze op het bureau. En slaat het dekbed open.
Als ze klaar is, gaat ze in de douche kijken .
‘Ben je een beetje warm nu?’
Sophie knikt met een gezicht dat glimt van de douchetranen.
Naast de douche hangen grote witte badhanddoeken. Magda pakt er een en wrijft Sophie tot ze gloeit. Daarna neemt ze haar bij de hand en leidt haar als een bruid naar het bed. Als ze zelf heeft gedoucht, ligt Sophie te slapen. Zachtjes loopt Magda naar de andere kant van het bed. Ze glijdt onder het dekbed en blijft op haar rug liggen, haar armen naast haar hoofd, haar ogen op het plafond gericht. Na enkele ogenblikken tast ze naar het lichtkoord, boven zich.
Zodra het licht uitgaat, draait Sophie zich om en nestelt zich tegen haar aan.
‘Stil maar,’ mompelt Magda. ‘Stil maar.’
Later gaat ze uit bed om te plassen. Als ze terugkomt, lijkt Sophie te slapen. Ze kruipt naast haar en valt vrijwel onmiddellijk zelf ook in slaap.
maandag 10 juli 2023
350. Magda
Uit het niets komen ambulancebroeders tevoorschijn, die de jongens overnemen van de brandweermannen, en ook zelf worden ze naar een ambulance geduwd. Paniek, paniek, paniek. Ze krijgen een plasticjas aangetrokken, en er worden dekens uitgedeeld. Een grote, dreigende brandweerman zet handtassen bij hen neer, die blijkbaar uit het vuur gered zijn.
En daar verschijn ook Sophies moeder. Ze worstelt zich krijsend en slaand door de haag toeschouwers, en stort zich onmiddellijk op de jongens, die zich snikkend aan haar omhelzingen overgeven.
Het draait er op uit dat mevrouw Kirchhoff met Ludo en Bernd richting haar huis verdwijnt. Sophie en Magda blijven achter in de motregen, Sophie bevend weggedoken in Magda’s armen. Ze kijken wezenloos naar de bluswerkzaamheden, die voorspoedig lijken te verlopen. Tot een van de agenten zich over hen ontfermt.
‘Wat moeten we nou, mevrouw?’ zegt hij tegen Magda.
Ze kijkt angstig op.
‘U kunt niet terug in huis, dat snapt u natuurlijk.’
Met een trillende onderlip bevestigt Magda dat ze dat snapt.
‘Zullen we u maar ergens naar toe rijden waar u de rest van de nacht kunt doorbrengen?’
De luminal houdt nog steeds koppig een sluier over Magda’s bewustzijn getrokken. Ze snapt nauwelijks wat de agent tegen haar zegt. Maar hij heeft het goed met haar voor, dat is duidelijk.
‘We zullen u naar een hotel brengen, zodat u nog een paar uur rust heeft. Morgen praten we verder over hoe het is afgelopen. En we moeten u natuurlijk nog een heleboel vragen stellen over hoe dit heeft kunnen gebeuren. Maar dat kan wachten. De brandweer is nog uren bezig met nablussen. Daarna kan er pas een onderzoek worden ingesteld.’
Gehoorzaam lopen Magda en Sophie met de man mee naar zijn auto, een van de groenwitte funkauto’s die de gemeentepolitie van Mülheim in gebruik heeft. Twee ernstige agenten rijden met hen naar Hotel Vogt, aan de rand van de stad. Zo’n groot lomp staketsel van een gebouw dat in de oorlog op de een of andere manier aan de vernietiging is ontsnapt. De mensen van het hotel zijn blijkbaar gebeld, want als ze er aankomen, staat de receptionist hen op te wachten, een tamelijk haveloze man met een gezicht met grote jukbeenderen en een verwarde bos grijs haar.
Hij is wel vriendelijk. Hij loopt voor hen de trap op, naar een grote slaapkamer.
‘Is dit…’ zegt hij, terwijl hij de deur voor hen opendoet.
zondag 9 juli 2023
349. Magda
Maar de donderdag is weer een anticlimax. Wat gaat de stemming hier in huis toch onbedaarlijk heen en weer! Het begint ermee dat Sophie de jongens thuishoudt. Magda hoort geschrokken hoe ze met school belt om te vertellen dat ze allebei niet lekker zijn. Wat gewoon niet waar is. Wat Sophie van plan is, blijkt pas die middag. Nadat ze de jongens de hele ochtend schandalig heeft vertroeteld en ze bij het middageten heeft getrakteerd op luxe broodjes, laat ze die middag, bij de thee, de bom barsten. Ze roept de jongens bij zich, in de huiskamer, en vertelt ze, terwijl Magda sprakeloos toekijkt, dat pappa en mamma gaan scheiden. Dat ze niet terug gaan en dat ze in ieder geval de komende tijd met zijn drieën bij tante Magda wonen. De portee van wat ze vertelt lijkt de jongens totaal te ontgaan. Ze reageren ongeduldig en nors op wat Sophie vertelt, en ergeren zich zichtbaar aan Sophies vertoon van opgekropte emoties. Maar die avond kan Ludi niet in slaap komen. Hij huilt tot na tienen, en roept steeds als Sophie of Magda hem proberen te troosten dat hij naar pappa wil. Bernd slaapt door het hele drama heen zonder een krimp te geven.
Magda is nogal geschokt door de manier waarop Sophie zonder met haar te overleggen de situatie in huis op scherp heeft gesteld, maar ze slaagt er die hele dag in zich te beheersen, en ook die avond levert ze loyaal haar bijdrage aan het indammen van Ludo’s plotselinge paniek. Maar als het boven eindelijk stil is, houdt ze het niet langer.
‘O Sophie, lieverd, waarom deed je dat nou?’
‘Deed ik wat?’ zegt Sophie stuurs.
‘Waarom heb je het niet eerst overlegd!’
Sophie mokt.
‘Dit is toch iets wat ons alle twee aangaat.
‘Maar ik ben toch de moeder.’
‘Maar zo plotseling. En zo hard. Zo ben je helemaal niet.’
‘Zo ben ik geworden,’ zegt Sophie stijf. ‘Ik moet wel.’
Het loopt uit op een lang, ingrijpend gesprek, waarin een boel dingen worden gezegd die misschien beter niet gezegd konden worden. Maar er zit ook een heleboel dwars. Dat blijkt wel. Aan beide kanten. Ze praten tot in de kleine uurtjes, tot ze doodop zijn en hun hoofden suizen. Aan het eind leggen ze het bij.
Als ze, na enen, naar bed gaan, nemen ze allebei één van Sophies luminals. De volgende dag wordt er weer veel van hen gevraagd.
zaterdag 8 juli 2023
348. Magda
Maar woensdag is het weer Penny die roet in het eten strooit. Het is laat in de middag. Magda heeft een stoofschotel in de oven staan, en is in de huiskamer gaan zitten, waar ook Sophie is met de jongens. Ludi zit te tekenen met waskrijt, wat hem niet bijzonder goed afgaat. Ludi is, daar kun je lang of kort over praten, maar feiten zijn feiten, wat achter in zijn ontwikkeling. Wat er ontstaat is niet veel meer dan een warboel van krassen.
Bernd is er niet tevreden mee. ‘Wat is dat nou weer,’ zegt hij laatdunkend.
‘Het is wat het is,’ zegt Ludi verdedigend.
‘Maar wat is het?’ houdt Bernd aan. ‘Ik vind het gewoon stom gekras.’
‘Het is geen stom gekras,’ roept Ludi boos.
‘Het is…’ begint Bernd met stemverheffing.
‘Het is Leonardo da Vinci,’ zegt Ludi triomfantelijk. ‘En hij zit vast aan zijn spinnenwiel.’ Hij aarzelt even. ‘En hij kan niet bij zijn schilderij komen,’ voegt hij er aan toe.
‘Het is prachtig!’ zegt Magda.
Maar Bernd barst uit in een schadelijk gelach en Ludi begint te gillen en stort zich met zwaaiende armen en benen op hem. Terwijl de jongens woedend vechten en Magda ze uit elkaar probeert te trekken, stormt Penny de kamer binnen.
‘En nou is het genoeg,’ gilt ze. ‘Nou is het echt genoeg.’
De jongens houden als bij toverslag op met vechten en kijken naar Penny.
Ook Magda draait zich om.
‘Hoe kan ik in deze chaos in vredesnaam werken!’
‘O Penny,’ zegt Sophie verontschuldigend.
Maar Penny is niet te paaien. Ze verlaat de kamer en knalt de deur achter zich dicht. En deze keer is het ernst, want een paar uur later komt er een taxi voorrijden, en Penny sleept met veel kabaal koffers en dozen van de trap, en laadt die met hulp van de chauffeur in de kofferruimte en op de achterbank van de auto.
Als de stoofschotel klaar is, zijn ze nog maar met zijn vieren.
vrijdag 7 juli 2023
347. Dreifuss
Na twee uur ‘s nachts is hij zover. In de bijkeuken pakt hij de 5-literjerrycan, die hij daar al dagenlang bewaart, en draagt die naar de achterbak van zijn auto. Daarna stapt hij in en rijdt naar het huis Am Kuhlendahl. Het is helemaal donker. Hij stapt uit en blijft op de stoep staan. Het motregent.
‘Vuile potten! schreeuwt hij. ‘Potten! Vuile tyfushoeren!’
Maar er komt geen reactie, noch uit de villa, noch uit de huizen van de buren.
Dus maakt hij de kofferbak open, en haalt de jerrycan tevoorschijn.
Hij maakt het hekje open en loopt waggelend de tuin in.
Hij sprenkelt de benzine.
Overal.
Over de struiken.
Over de perkjes met verlepte bloemen.
Over de rand van het rietdak.
Daarna loopt hij zuchtend en bevend achteruit, en zoekt in zijn zak tot hij een doosje lucifers vindt.
Als hij de lucifer van zich afgooit, rijst er onmiddellijk een muur van vlammen op.
Hij raakt in paniek en struikelt achteruit.
Vindt zijn auto. Stapt in.
En rijdt weg.
donderdag 6 juli 2023
346. In een donkergroene Volkswagen
‘En jij?’ vraagt Gerhard.
Ze perst haar lippen op elkaar. ‘Wil je het weten?’ zegt ze.
Hij zwijgt.
‘Ik ben gek,’ zegt ze. ‘Bij mij is het nog veel erger uit de hand gelopen.’
‘Wil je je aangeven?’
Ze kijkt hem aan. ‘Hoe kom je erbij,’ zegt ze.
‘Je gaat gewoon door?’
‘Wat moet ik anders?’
Ze lopen zwijgen verder over de verende dennennaalden.
‘Mislukte politieman ontmoet mislukte terroriste,’ zegt hij grimmig.
‘Denk je?’
‘Denk jij niet?’
‘Mislukt, geslaagd? Wat betekent dat?’ zegt ze. ‘Het zijn termen voor incidenten. Als je het van een hoger abstractieniveau bekijkt, is alles vloeibaar.’
‘De geschiedenis zal er over oordelen,’ zegt hij sceptisch.
‘Denk je niet?’
‘Zeker.’
‘O, Emmerich,’ zegt ze. Het is de eerste keer dat ze hem bij zijn voornaam noemt. ‘Wat een puinzooi,’ zegt ze, ‘wat een puinzooi.’
Hij zwijgt.
‘Weet je, vanmorgen stelde Mehmet Schneider me voor te emigreren. Naar Bolivia.’
‘En? Doe je het?’
‘Wat kan ik doen?’ zegt ze. ‘Wat kan ik in vredesnaam doen?’
Hij zwijgt.
‘Er zit geen lijn in. Er is geen lijn in te krijgen. Het is net een lawine. Het overkomt je. En in godsnaam, in godsnaam…’
Ze maakt haar zin niet af.
Hij pakt haar bij de schouder en trekt haar tegen zich aan.
Maar ze houdt zich zo stijf als een plank.
‘Dat is voorbij,’ zegt ze.
‘Nee,’ zegt Gerhard. ‘Het is niet voorbij.’
‘Alsjeblieft,’ zegt ze.
Ze maakt zich los uit zijn armen en loopt weg.
Hij steekt zijn handen in zijn jaszak en kijkt haar na.
Hij heeft een erectie van pure ontroering.
woensdag 5 juli 2023
345. In een donkergroene Volkswagen
‘Federale Recherche, he?’ zegt ze.
Hij knikt. ‘Sicherungsgruppe Bonn,’ zegt hij.
‘Sicherungsgruppe Bonn,’ herhaalt ze. Het is of ze de woorden op haar tong proeft.
‘Terrorismebestrijding,’ zegt hij. ‘Zo noemen ze het.’
Ze lacht zuur. ‘Zo noemen ze het?’
‘Politiek gemotiveerde gewelddaden.’
‘Ja,’ valt ze boos uit. ‘Aanslagen op de Bondskanselier en zo.’
Hij kijkt haar verbaasd aan. ‘Godverdomme,’ zegt hij. ‘Jij ook al?’
‘Hoe zo, jij ook al?’
‘Wat is dat voor idioot idee?’
‘Het doet de ronde,’ zegt ze. ‘En zeg me niet dat jij het niet in omloop hebt gebracht!’
‘Ik?’
‘Mehmet Schneider.’
‘Ja?’
‘Een aanslag op Brandt?’
‘O verdomme,’ zegt hij lam. ‘Dat was het helemaal niet.’
‘Nee,’ zegt ze. ‘Een infiltratiejob. Wapens leveren, en een informatiepositie verwerven. En het eind van het liedje is dat de hele groep wordt opgerold.’
Ze kijkt hem aan.
Hij knikt. ‘Ze wilden het hoog opspelen.’
‘Wie wilden het hoog opspelen?’
‘Ik weet het niet,’ zegt Gerhard onwillig. ‘Het was een dienstopdracht.’
‘Bödel?’
Hij knikt.
‘Maar wie gaf Bödel de opdracht?’
Gerhard haalt nors zijn schouders op. ‘Ik denk dat het uiteindelijk uit het Kanzleramt kwam,’ zegt hij.
‘Brandt zelf.’
Hij knikt.
Ze lacht schamper. ‘Dus geen aanslag,’ zegt ze.
‘Geen aanslag,’ zegt Gerhard. ‘Een infiltratie. Maar het is op straat komen liggen.’
‘He?’
‘Het is gelekt, en nu is het spel op de wagen.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Het politieke spel. Ik werd gebeld door een journalist.’
Daar denkt ze even over na. ‘Ja,’ zegt ze uiteindelijk. ‘Dat begrijp ik. Het is gelekt, en nu is het een politiek speeltje. Wie denk je dat daar achter zitten?’
‘Het CDU?’ zegt hij. ‘Of misschien de liberalen?’
Ze knikt nadenkend. ‘Ja, dat is mogelijk,’ zegt ze. ‘Wapenleveringen aan extreem links. Als dat gelinkt kan worden aan het Kanzleramt, is het een machtig politiek wapen.’
‘Ze kunnen de SPD een veeg geven,’ zegt hij. ‘En als het even wil slaan ze twee vliegen in een klap: de regering valt, en ze zijn van Bödel af.’
Ze perst een glimlach.
‘En ik zit tussen de raderen,’ zegt hij.
‘Jij bent de bad cop,’ zegt ze. ‘Maar dat was je toch al.’
Hij lacht zuurzoet.
Konopka denkt na. ‘Tja,’ zegt ze. ‘Maar wie zitten er achter je aan?’
‘Ik weet het niet.’
‘Die aanslag…’
‘He?’
‘Dat heeft daar niets mee te maken he?’
‘Ik weet niet?’
‘Maar eigenlijk toch.’
Hij zwijgt.
‘Dat snap je toch wel?’ zegt ze scherp.
‘Dit is totaal uit de hand gelopen,’ zegt Gerhard.
‘En Bödel?’
‘Die is met vakantie.’
dinsdag 4 juli 2023
344. In een donkergroene Volkswagen
Gerhard loopt naar de donkergroene Volkswagen. Hij trekt het portier open en glijdt op de lage zitting. Irmgard Konopka kijkt hem niet aan. Ze staart op de straat, een Gauloise in de mondhoek.
‘Rijden!’ zegt hij.
‘Wat is er?’ zegt ze, ongerust nu.
‘Niks. Rijden.’
Ze rijdt weg.
Ze worden niet gevolgd.
‘Mijn god,’ zegt hij, totaal irrelevant. Hij kijkt voorzichtig naast zich. Ze ziet er deerniswekkend uit. Of ze dagen niet uit de kleren is geweest. Broodmager, met gezandstraalde, piekerige haren, onrustige ogen, die hem niet aankijken.
‘Wat is er?’ zegt ze nog een keer.
‘Ik ben totaal geïsoleerd,’ zegt hij. ‘Ze zitten achter me aan.’
‘Haha,’ zegt Konopka.
Hij zwijgt, zij zwijgt. Ze draait de wijk uit, de ringweg op. Ze rijdt nog even onhandig als vroeger, krampachtig over het stuur gebogen.
‘Wat wil je van me?’ zegt hij.
‘We moeten praten.’
‘Waarover?’
‘Je werkt niet meer bij de douane, he?’ zegt ze.
Hij zwijgt.
‘Je runt tegenwoordig infiltranten.’
Hij schudt het hoofd. ‘Dat is voorbij,’ zeg hij.
Ze lacht grimmig.
‘Totale waanzin natuurlijk,’ zegt hij.
Ze knikt.
‘Waar gaan we heen?’ vraagt hij. ‘Een motel?’
‘Geen denken aan,’ zegt ze.
Ze denkt even na.
‘We kunnen een stukje wandelen,’ zegt ze.
‘Waar?’
‘Ergens? Een bos?’
Hij knikt.
maandag 3 juli 2023
343. Hahn
[Wat voorafging]
Er valt absoluut niet met Dreyfuss te praten. Het enige wat er uit komt is frustratie. En rancune. ‘Vuile pot,’ mompelt hij, als Hahn opnieuw Magda Gerhard ter sprake brengt. ‘Vuile pot.’ Het is wel duidelijk wat er gebeurd is. De man ligt in scheiding. Zijn vrouw is weggelopen met de kinderen. Het lijkt erop dat ze bij Magda Gerhard zijn ingetrokken, maar of dat allemaal te maken heeft met het bezoek van Konopka wordt niet duidelijk. Wel dat Dreyfuss ook moeilijkheden heeft op zijn werk. Wat niet verbazingwekkend lijkt als je ziet hoe hij er aan toe is. Een gemeenteambtenaar nota bene. Dat een man in zo’n functie zo diep kan zakken.
Maar Hahn geeft niet op. Kende Herr Dreyfuss ene Metzger? vraagt hij.
Dreyfuss schudt het hoofd. ‘Van die sportscholen?’ vraagt hij.
‘Die Metzger ja.’
‘Waarom zou ik die kennen?’
‘Kasinke?’
Dreyfuss kijkt hem met open mond aan.
Maakt Herr Dreyfuss wel eens gebruik van een taxi? Welk taxibedrijf belt hij dan?
Maakt zijn vrouw wel eens gebruik van een taxi?
‘Wat moet je van me?’ gromt Dreyfuss.
‘Dit is een ernstige zaak,’ zegt Hahn pedant. ‘U moet daar niet te licht over denken. Dit gaat over terroristische activiteiten.’
‘Terroristische activiteiten?’ zegt Dreyfuss. Hij staat moeizaam op. ‘Jij duivel,’ gromt hij, ‘jij klootzak.’
‘Nee, nee,’ zegt Hahn geschrokken. ‘U begrijpt het niet.’
‘Ik begrijp het heel goed,’ zegt Dreyfuss met stemverheffing.
‘Ik doe gewoon mijn werk.’
Dreyfuss buigt zich over de tafel, hij grijpt hem met een verrassende kracht in zijn kraag, en sleurt hem mee.
‘Eruit,’ schreeuwt hij. ‘Mijn huis uit.’
Hahn struikelt naar de keukendeur.
‘Terroristische activiteiten,’ schreeuwt de ambtenaar, ‘terroristische activiteiten, godverdomme.’
Hij schopt hem letterlijk naar buiten.
‘Ik doe niet aan terroristische activiteiten,’ krast hij.
Hij smijt de keukendeur dicht.
Hahn hoort vanaf het plaatsje hoe hij de sleutel omdraait in het slot.
zondag 2 juli 2023
342. Hahn
‘BKA,’ mompelt hij onzeker.
‘Federale Recherche,’ zegt Hahn.
‘Federale Recherche,’ herhaalt Dreyfuss mechanisch. ’En u? U was?’
‘Hahn,’ zegt Hahn scherp. ‘Ik zou u graag een paar vragen stellen.’
‘Gaat het over de scheiding?’
De scheiding?
Dreyfuss neemt een slok uit zijn bierflesje. ‘Ach, weet u veel,’ mompelt hij.
‘16 november,’ zegt Hahn gedecideerd. Hij wil Herr Dreyfuss graag nader horen over de verklaring die hij op die datum heeft afgelegd bij de politie hier ter plaatse. Herr Dreyfuss heeft verklaard over Irmgard Konopka, de bekende terroriste, die van 27 tot 29 oktober een bezoek heeft gebracht aan een mevrouw Gerhard…
Dreyfuss kijkt hem aan met nietsziende ogen.
‘Een vriendin van uw vrouw,’ zet Hahn door. ‘Sophie Kirchhoff?’
Dreyfuss laat zijn hoofd op zijn armen zakken, en begint te snikken.
‘Ik hou van die vrouw,’ brengt hij uit.
‘Wij zouden graag meer willen weten over dat bezoek,’ zegt Hahn.
‘Waarom heeft ze zoiets gedaan?’
‘U bent pas 16 november naar de politie gegaan. Waarom…’
‘Ik heb kinderen,’ zegt Dreyfuss. ‘Twee jongens. Ik hou van die jongens.’
‘Hebt u zelf contact gehad met mevrouw Konopka?’
‘Ik bén geen slechte vader.’
zaterdag 1 juli 2023
341. Hahn
Het adres dat hij heeft genoteerd is dat van een kleine jugendstilvilla die oprijst in een door de winter genadeloos kaalgeslagen tuin. Hahn maakt het tuinhekje open en loopt naar de voordeur. Hij belt aan en wacht. Hij belt nog een keer. En nog een keer. Er wordt niet open gedaan. Hahn aarzelt en kijkt om zich heen. De straat is uitgestorven en ook in de huizen is geen beweging waarneembaar. Dus stapt hij opzij, de tuin in, om door het raam te kijken. Niets. Hij aarzelt opnieuw, maar dan verzamelt hij moed en schuifelt verder, naar rechts, de hoek om, en beweegt zich zijdelings als een krab langs de blinde zijmuur.
Achter het huis bevindt zich een betegeld plaatsje. Een bijkeuken. Hahn gluurt door het achterraam. Daar ziet hij, in een soort studeerkamer, een menselijke gestalte, die als een zoutzak achter een bureau zit. Hij tikt op de ruit, en de gestalte komt met een schok in beweging. Hij stoot een fles van het bureau en loopt wankelend naar de achterdeur.
‘Wat wilt u?’
Hahn houdt zijn legitimatie op. ‘BKA,’ zegt hij.
De man loenst. ‘BKA?’ zei hij met dubbele tong. ‘Van de advocaat?’
‘Mag ik even binnenkomen?’